Je mag ook niks meer zeggen

“Je moet tegenwoordig zo op je tenen lopen met wat je zegt. Dat rekening houden met elkaar schiet helemaal door.”

Hier spreekt iemand die niet door heeft dat de mensen waar het om gaat op 1000 meter afstand, de 1000 meter moeten lopen. Wat die wel ziet is dat er een honderd meter wordt ingehaald. En dat moet dan maar genoeg zijn. Ze zien de 100 meter als voorsprong. Ze beseffen niet dat er nog 900 meter achterstand is.

Het is onmogelijk om te weten wat anderen allemaal mee hebben gemaakt en het is onmogelijk om van te voren met alles rekening te houden.

En alle lijstjes met dingen waar je rekening mee moet houden kunnen zelfs een averechts effect hebben. Omdat mensen geneigd zijn om een nieuw ‘hoe het hoort’ handvat te maken. En dan denken dat ze klaar zijn. 

Lieverds, we zijn niet klaar, we zijn nooit klaar. Al die voorbeelden die genoemd worden dienen als richtingaanwijzer naar gebieden waar iedereen tot nu toe aan voorbij ging. Ontdek die gebieden! Blijf nieuwsgierig! Reageer met vragen in plaats vanuit verdediging als iemand je op iets wijst wat je nog niet wist.

Dat is de reden dat ik graag wil dat er een hele serie boeken komt over wat buitenbeentjes te vertellen hebben over hoe ze de bejegening van anderen ervaren. En met welke dingen je rekening zou houden als je beter wist. Nogmaals, nooit volledig en niet te gebruiken als handleiding, maar vooral om bewuster te worden van het feit dat wat we normaal vinden maar een héél klein stukje werkelijkheid is.

Luister, als mensen iets aangeven. En heb het niet over de toon die gebruikt wordt. Je hebt pijn getriggerd, ook als dat voor jou als verrassing komt en geheel onbedoeld is, het is wel gebeurd. Jouw steentje maakte grotere cirkels. Het is niet jouw schuld, maar wel jouw verantwoordelijkheid om je er van bewust te zijn, als je erop gewezen wordt. Ga dan alsjeblieft niet je energie steken in jezelf vrij pleiten van die schuld. Steek je energie in het begrip voor de pijn die bloot kwam te liggen.

 

 

een lastig gevecht met bureaucratie

 

Ik kreeg een boeterente omdat ik een spaarplan voor aanvullend pensioen afkocht toen ik dat geld hard nodig had om te overleven. Ik was door mijn transitie werkeloos geworden, en had al een burn-out. Ik was dus arbeidsongeschikt, een van de toegestane omstandigheden om gebruik te maken van de regeling. . Het is dus onterecht dat ik een boete moet betalen.

De boeterente is er om te voorkomen dat de regeling gebruikt wordt waar hij niet voor bedoeld is.

Ik kan aantonen dat ik die regeling wel gebruikt heb waar hij voor bedoeld was.

Het enige dat ik niet kan is daarvoor de door u gevraagde documenten aanleveren omdat ik te ziek was om op tijd naar een arts te gaan. Een van de kenmerken van een burn-out is dat je je grenzen over gaat zonder dat door te hebben. Ik wordt nu gestraft door dat ziektebeeld omdat u die arbeidsongeschiktheids verkaring als enige bewijs accepteert.

U schuift mijn uitleg weg als omstandigheden. Ik voerde die niet aan als omstandigheden, ik voerde ze aan als indirect bewijs dat ik de regeling niet heb misbruikt.

 

Hoe zou het zijn als we de bewijslast omkeren? Hoe kunt u met zekerheid zeggen dat ik deze boete verdien?

 

Ik klim omhoog uit een diep dal, deze boeterent is een ongelofelijk hoge extra drempel, waardoor uw strenge eisen onredelijk zijn in verhouding tot wat dit voor mij betekent.


Ik hoef u niet te wijzen op de boete die de belastingdienst kreeg mbt tot onredelijke eisen, en het volkomen uit het zicht laten raken van de menselijke maat. Deze situatie gaat exact daarom, die menselijke maat. U kunt voorkomen dat de strakke regels mij onverdiend, in een onmogelijke situatie sturen.

 

Ik vraag u om marginaal te toetsen. Daar bedoel ik mee dat u toetst of er misbruik gemaakt is van de regeling en niet toetst of alle juiste papiertjes er wel zijn. Dat vraagt om een menselijke beslissing, niet om een ‘ computer says no’ beslisssing. Ik besef dat u daarmee uw nek uitsteekt. Ik hoop dat u dat voor mij wil doen.

U heeft de mogelijkheid om te laten zien dat de belastingdienst wel kan doen waarvoor die bedoeld is. Het is aan u om dat ook te doen.






Jezelf accepteren

Dat accepteren blijft lastig . . .  met die twee c’s.

Die schreef ik ooit als reactie op alle meme’s over zelfacceptatie. Het lijkt zo logisch en zo makkelijk. Een omdenkdingetje: kijk er eens met andere ogen naar.

Maar voor mensen die zichzelf onbewust saboteren zoals ik dat deed is het niet zo makkelijk. In plaats van opluchting bezorgde het stress: nóg iets waar ik dus niet goed in ben.

In plaats van accepteren ging ik juist nog harder werken, want ik was pas goed als ik mijn fouten kon accepteren. 

Na bijna 60 jaar aanmodderen en een jaar stevige therapie ben ik daar eindelijk.

Ik moest ervoor door de diepste kuil, dwars door de allergrootste angst die ik alsmaar ontweek. Mijn therapeut begeleidde me. Het is heel fijn als je dit niet alleen hoeft te doen.

En misschien waren al die andere dingen, die ik daarvoor deed en die nooit echt hielpen, wel de aanloop die ik nodig had. Zelfs de memes die ik vervloekte.

Het is weg, de angst, met het stemmetje dat ik sowieso nooit zou deugen, wat ik ook deed.

Ik deug. 

Ook als ik joekels van fouten maak, onaardig doe of lomp.

Ik deug.

Mijn therapeut maakte met mij een terugval interventie plan. En daar kwamen memes in. En nu vond ik ze goed. Ze waren niet langer iets dat ik moest bereiken. Ze waren een geheugensteun voor wat ik al bereikt had.

Wat ik voor mezelf schreef tijdens mijn jaar therapie

Ze waren er gewoon altijd
de bang en de hoede.
Ze waren er gewoon.
Ze werden zo gewoon
dat ik niet meer wist dat ze er waren.
Nu kan ik ze weer voelen
hoe ze mijn adem vasthouden
de pijn in mijn borst,
hoe mijn hart zich balt
tot een klomp in mijn keel.
Nu kan ik de klomp gaan smelten.
Het doet pijn, het smelten







Dit zou ik van de daken willen zingen
dat je helemaal nooit
een aansteller bent,
dat echte aanstellers
veel professioneler zijn dan jij.
dat ze zich überhaupt niet afvragen
of ze misschien wel aanstellers zijn.
Jij hebt geen talent voor aanstellen.
Jouw pijn is echt.



 

 

Een groot deel van geholpen worden, zit in geholpen durven worden.
De kracht van de helper zit er in dat vertrouwen waard te zijn.

 

 

 

 

Soms stroomt het over
de veelheid van alles
dan is het alsof
mijn ogen te wijd open
mijn voeten te wankel
mijn huid niet dik genoeg
mijn armen ontoereikend
mijn hart nooit groot genoeg
gelukkig zijn er wel mijn tranen     

  

 

 

 

 

 

Er iets op zijn plaats
een bevredigend gevoel
alsof er een palletje
in de daarvoor bestemde uitsparing valt.
Ik kan zelfs de zachte ‘klik’ nog horen.
Weten wordt voelen.
Hopen wordt vertrouwen.
Het is nooit iets
dat ik doelbewust 
kan bereiken.
Het gebeurt 
als ik niet te hard wil
dat het gebeurt.


  

 

 

 

  

Je angst lieverd
is niet een of ander
donker monster,
geen duister geheim,
geen vleermuizen in een grot 
en zelfs niet eens die grot.
Het is gewoon
je adem die klem zit
je hart in je keel
de kramp in je spieren
en ja het is veel.




Ik boor mij een weg
door ingeslikt venijn
en ik besef
ik zou trotser op mij moeten zijn

 

 

 

Omdat ze niet snapte hoe het hoorde
bouwde ze een systeem:
afkijken en onthouden.
Dit systeem ging op den duur volautomatisch werken.
“Doe jij je ding maar ik houd je wel veilig”, zei het systeem.
Maar omdat het ding wat ze deed nooit paste binnen de lijntjes
greep het systeem steeds drastischer in.
Het systeem was slim, net zo slim als zij,
en omdat het systeem geen rancune kende won het altijd.
Ze kon niet meer onvoorwaardelijk van zichzelf houden,
het systeem bestond juist uit voorwaarden.
Ze probeerde wel eens om het systeem te overtuigen
hoeveel mooier het zou zijn om te leven
in onvoorwaardelijke liefde voor zichzelf,
Het systeem was het helemaal met haar eens
en bouwde heel snel, heel stiekem, wat extra zekerheden in
want onvoorwaardelijk is veel te gevaarlijk.
Om haar te verblinden gaf het systeem haar meer ruimte.
Het liet zich stap voor stap overtuigen,
maar het koos zelf nog steeds de lijntjes waarbuiten wel gekleurd mocht worden.
Ze werd steeds meer zichzelf, dacht ze en het systeem was tevreden.
Helen is het systeem durven teleurstellen.

 

 

 

 

 


De veren, die te strak gespannen waren, laat ik los.
Dat is denk ik de emotie die ik voel
pijn als van bloed dat weer gaat stromen
in bevroren vingers.




 

 

En toen was het klaar.
Klaar met therapie, en dat vind je spannend, want de stemmen zeggen dat je het nu alleen moet doen, en wat nu als je jezelf overschat?

Maar weet je, ze zijn er wel die stemmen, maar ze klinken vaag en ze voelen niet meer zo dringend. Dat is een van de dingen die je leerde: niet alleen weten dat je ze niet hoeft te geloven, maar dat ook echt voelen.

Daar kun je altijd weer bij, geloof me maar, ook alsof het lijkt dat het weg is. Dit is wat ik nu voel, en het is de waarheid. Lees dit nog maar eens: dit is wat ik nu voel, en het is de waarheid.

De waarheid is dat je een prachtmens bent en dat je heel goed weet wat je nodig hebt.

De waarheid is dat het niet allemaal goed hoeft te zijn, je kunt het ook aan als het leven niet klopt.

De waarheid is dat je niet voor anderen hoeft te zorgen om er te mogen zijn. Zorg voor ze omdat het fijn is, en ga daarbij niet je grenzen over. Je mag er ook zijn als je niet nuttig of nodig bent.

De waarheid is dat het nu al goed is, en niet pas als je al die dingen gedaan hebt die je van jezelf moet.

En er is pijn, en dat mag ook, sterker nog, als je de pijn voelt, weet je dat je in contact bent met jezelf. Als de pijn er mag zijn, zul je ook niet meer reageren vanuit je pijn.



Ik leerde iets nieuws over Hoogsensitiviteit

Ik sprak met mijn broer. We vroegen ons af waarom ik als kind zoveel kwetsbaarder was dan hij. Hij zag ook wel hoe oneerlijk en gevaarlijk de wereld kon zijn. Ik vroeg hem hoe hij dat dan deed, overleven.

En toen bleek dat hij veel beter dan ik in de gaten had wat de bedoelingen waren van mensen, zodat hij daar ook veel alerter op kon anticiperen en reageren.

Maar, wacht even, ik was toch degene die hoogsensitief was? Ik zou dan toch beter mensen kunnen aanvoelen?

En dat was mijn ontdekking. Ik kan heel goed mensen aanvoelen, als ze tenminste durven te voelen. Mensen die met een agenda door het leven gaan kan ik juist totaal niet lezen.

Ik pik stemmingen op, geen bedoelingen.

En dat is de valkuil van hoogsensitieve mensen. We voelen van alles, maar dat betekent niet dat we dat wat de bedoelingen ook juist interpreteren. We voelen wat mensen echt nodig hebben, maar de bedoelingen van mensen zijn gericht op wat mensen denken dat ze nodig hebben. En dat is waar we onderuit gaan. Noem het naïef, maar dat hele woord heeft alleen bestaansrecht in een wereld waar er sprake kan zijn van dat verschil tussen wat je echt nodig hebt en wat je denkt nodig te hebben.

Daarom was ik onzeker, het was de incongruentie die ik zag maar niet kon benoemen. En dat maakt dat hoogsensitiviteit niet automatisch betekent dat je mensen goed kunt lezen.

En uiteindelijk maakte het dat ik ook onzeker werd over wat ik zelf nodig had. Ik vind dat nu langzamerhand pas weer terug, dat innerlijk weten wat ik nodig heb.
 

 

Stilte na de storm

Ik zit op de bank, op mijn vertrouwde plek in de hoek bij het raam. De zon schijnt naar binnen, het is bijna winter, de zon laag genoeg om onder de balkonrand van mijn bovenburen door te schijnen, de bomen kaal genoeg om het zonlicht door te laten. Dit is winterlicht, en er kruipt een winterstilte langs, door en over me heen. Ik voel me rustig. De spanning van een half jaar bezig met boek en voorstelling laat ik uit mijn lichaam stromen. Ik hoef even nergens meer schrap voor te staan. Ik mag de rest van dit jaar stil zijn in mezelf.

En dan moet ik huilen, als ik dat besef. Want dan voel ik pas echt hoe strak ik stond, hoe spannend het was, hoeveel ik dacht dat er van af hing. Nu kan ik het weer voelen: Het ís al goed.

Het is niet pas goed als . . .

Het is nu al goed, zonder die als.

En dat kan ik niet voelen zonder tranen.

Lijf en spanning

Ik rijd in de auto van mijn dochter en haar telefoonhouder is stuk. De stootkussentjes zijn verdwenen en mijn telefoon wordt niet echt stevig vastgeklemd. Wat niet helpt is dat het een lange arm heeft die behoorlijk wiebelt bij elke oneffenheid in de weg. Die telefoon kan dus elke moment losglibberen uit zijn houder.

Ik voel dit in mijn lijf. Ik merk dat ik bij elke drempel onbewust al mijn spieren aanspan alsof ik daarmee de telefoon steviger vast kan klemmen.

Dus dit is hoe mijn lijf spanning vast houdt, besef ik. Hoe vaak heb ik in mijn leven al niet zo mijn spieren aangespannen zonder dat ik dat merkte? Te vaak, weet ik nu.

Sentinel

Het is 22 november 2012 en ik rijd terug van een bezoek aan Britt, mijn nagelspecialiste. Ik rijd op de A50 over de Rijn. Een bijzondere plek. Twee keer eerder kreeg ik op deze plek kippenvel, en twee keer eerder speelde precies op dat moment Sentinel van Mike Oldfield. Sentinel betekent poortwachter, en twee keer reed ik door een poort naar wat me te wachten stond.

De eerste keer ontdekte ik dat ik ook op mannen viel, en de tweede keer was ik op weg naar mijn eerste gesprek voor mijn transitie.

Nu reed ik een derde keer op die plek, zonder muziek, en ik besefte: ik ben de poorten door. Ik rijdt hier als Emma, en ik ben vlak bij huis. Wat ik de eerste twee keer nog niet wist is dat ik vlak bij de brug zou gaan wonen, en dat ik daar regelmatig onderdoor of overheen zou wandelen en fietsen. De poort is nu mijn thuis geworden. Ik ben thuis gekomen als Emma, en dit jaar heb ik in therapie ook afgerekend met mijn “ik ben niet goed genoeg”.

Ik ben Emma, klaar voor de wereld.

Gebed

Dit is mijn gebed voor ieder die

en het kan me niet schelen 

of je gelooft of niet

een gedicht hoeft niet te rijmen

voor een gebed hoef je niet te geloven.

Dit is mijn gebed voor ieder die

zich zorgen maakt

boos is

pijn voelt.

Het is je hart dat klopt

het is de liefde die je voelt.

Jouw zorgen

jouw woede

jouw pijn

zijn de hoop

die we kunnen koesteren.



Sinterklaas evolueert

Ik word zo blij van deze foto’s

 

Dit is zoveel mooier dan zwarte Pieten.

Dus nu ook mijn wensenlijstje voor volgende stappen.

Ik houd van het Sinterklaasfeest. Ik houd van de magie, van de verwachting die je samen creëert, van de kleuren, van de gedichten en surprises. Dat blijft allemaal in stand, als je ook de volgende dingen aanpast.

 

Iedereen kan Sinterklaas zijn. Het hoeft geen witte oude man te zijn. Sinterklaas is een archetype. Kijk naar de serie Doctor Who. Hier schreef ik al hoe mooi zij dat oplossen, meerdere acteurs voor een rol. En sinds ik dat schreef is er ook eindelijk een vrouw als The Doctor. Dus, zwarte mensen, mensen van kleur, vrouwen, non-binaire Sint. Anything goes. Maak er een verhaal omheen. Sint =  Sint, wie het ook speelt.

Minder nadruk op de cadeautjes. Het echte cadeau is altijd het gedicht of de surprise. Als je dat goed doet is dat de aandacht die je aan de ander geeft. Milde spot mag, maar graag vooral veel liefde. En alsjeblieft een fonds voor arme gezinnen die het allemaal niet kunnen betalen. Laat echt IEDEREEN mee vieren. Gebruik juist dit feest als grote gelijkmaker in plaats van ogen-uit-steker.

Verander langzamerhand het verhaal. Maak er een verbindend verhaal van. Het hoeft daarvoor niet heel veel te veranderen, voeg vooral wat mooie elementen toe. De mooiste Sinterklaasverhalen vond ik de verhalen waarin wensen uitkwamen. Leg daar de nadruk op en kies wensen van kinderen die het echt nodig hebben.  Maak van Sinterklaas de figuur die echt iedereen ziet, juist de mensen die we vaak over het hoofd zien. En laat Sinterklaas gerust publiekelijk verontwaardigd zijn over hoe we ze nog steeds over het hoofd zien. Beetje activisme is een mooi sausje. Kijk maar eens hoe de schrijvers van Doctor Who dat doen.