Je moet het wel verdienen

Ik leer dat ik er mag zijn, om wie ik ben, niet om wat ik doe. 
En nu next level, want ik heb mijn WIA, maar die duurt anderhalf jaar. Achttien maanden om zelf voor mijn inkomen te gaan zorgen.
En dan wordt mijn plek verdienen letterlijk. Dat is nog een dingetje.
Ik kan twee dingen doen: me aanpassen en verdwijnen in een baan. Het is nu al duidelijk dat dat hem niet gaat worden.
Dus blijft de andere over: als ZZP’er mijn geld verdienen.
Ik heb mijn schrijven en mijn spreken, en hoewel ik mooie reacties krijg op wat ik schrijf en spreek, moet er wel wat gebeuren. De teller staat nu op verlies voor zowel mijn boek als mijn voorstelling. 
Ook als ZZP’er wil ik niet pleasen. Ik wil mijn kunst de wereld insturen, niet marketingtechnisch met psychologische truukjes inspelen op gecreëerde behoeften.
En dan komt er toch weer naar boven: ben ik goed genoeg?
En dat is waarom ik een basisinkomen wil. Ik geloof niet in marktwerking. Ik geloof in een wereld waarin iedereen een plek heeft, óók qua levensonderhoud, en dan niet alleen het absloluut noodzakelijke. Ik geloof dat mensen die zich geborgen weten, hun talenten vinden. Ik geloof dat ze vanuit dat uitgangspunt gaan doen wat er werkelijk toe doet.

Heling

Ik ben in therapie, en het werkt. Ik ben ook erg blij met mijn therapeut. Ik meed therapeuten omdat ik bang was dat ze me normaal wilden maken. Deze vertrouw ik, en ze beschaamt mijn vertrouwen niet. Ik mag mijn eigen excentrieke zelf zijn, ik hoef niet te leren dealen met het onrecht in de wereld. Ik leer geen cognitieve trucks om wat krom is goed te praten. Ik mag mijn pijn ervaren van mijn botsingen met de wereld.

En precies daar zit mijn sleutel, in het ervaren van die pijn, het doorleven van de pijn nu en van alle oude pijn die ik nooit eerder voelde, omdat het te groot was. Bij haar is er de veiligheid om het wel te voelen, niet erover praten, maar het voelen. Ze doet dat door te benoemen als ze ziet dat ik er voor vlucht. Dat is iets wat ik heel makkelijk doe, zonder dat ik dat zelf door heb.

Ik voel verschil. Ik leer ze los koppelen, mijn boosheid en mijn angst over de wereld, en de oude boosheid en angst die er door getriggerd worden. Ik wil nog steeds de wereld veranderen, maar dat is niet langer de voorwaarde voor mij om er te mogen zijn. Die voorwaarde was tweeledig: Ik was er van overtuigd dat ik er alleen maar ten volle kon zijn als mijn omgeving daar veilig genoeg voor was, én ik had alleen bestaansrecht als ik er voor zorgde dat die omgeving voor iedereen een veilige plek was.

Die voorwaarde koppel ik langzaam los. Ik kan steeds meer mezelf zijn, ook in woelige wateren, en ik hoef niet de wereld te redden om mijn bestaan op te eisen.

Ik leer leven met die imperfectie, ik leer het verdriet en de pijn door me heen te laten gaan als onderdeel van wie ik ben. Het is de schaduwkant van de manier waarop ik ook al het schitterende in de wereld beleef. Ik hoef geen verhalen meer te maken in mijn hoofd om alles te laten kloppen. Mijn hart mag kloppen, en dat is genoeg.

Ik blijf verhalen maken en delen, maar ze zijn geen overlevingsmechanisme meer. Ik leef, hoe dan ook, nu met alles wat er in mij trilt. Dat is veel, erg veel, en daar ben ik soms helemaal stuk van, en dat mag ook.

Ik ben niet meer bang voor mijn angst en ik voel geen pijn meer over mijn pijn. Die dubbele laag was er om ze niet echt te hoeven voelen. Echt voelen is heviger (en hoe!), maar het zet me niet langer vast.

 

 

 

 

Sorry

Er komen steeds meer genderkritische columns.

Ik kan niet anders meer dan ze gelijk geven. Ze hebben me met hun wijsheid de ogen geopend. Ze kennen me beter dan ik mezelf ken. Ik heb me mee laten slepen door een rage. Ik ben geen vrouw. Ik ben een man die genoeg had van alle kritiek op mannen en dus maar besloot vrouw te worden. Ik ben een man die zo opgewonden werd van vrouwenlijven dat ik er zelf een wilde. Ik ben een homo die niet uit de kast durfde te komen en daarom voor de makkelijke weg van transitie koos. Ik ben een man die zoveel macht over vrouwen uit wil oefenen dat ik under cover vrouw werd om van binnenuit de vrouwenwereld over te nemen. Sorry, ik zie dat nu pas.

Het trieste is dat ik erbij moet zeggen dat dit satire is.

Het is er, en nu . . .

Ik heb iets de wereld in gestuurd. En ik ben zo benieuwd. Het maakte me onrustig, de afgelopen dagen. Vandaag is de rust weer terug. Ik kan loslaten. Laat het boek zijn werk doen, jij hoeft daar niet bij te zijn, zegt een stem in mijn hoofd.
Het is tijd voor een nieuw verhaal.

Dag lief mens

Dag lief mens,

Je ziet de wereld anders,
je ziet een haast onwerkelijke mooite.
En weet je wat zo jammer is?
Je bent al heel vroeg gestopt
met er over te vertellen,
omdat er geen plaats voor was.
Zo werd de mooite van de wereld
jouw moeite met de wereld.
Lieverd, het is tijd.
Help mee de sluiers te lichten.
We hoeven de wereld niet mooier te maken.
We kunnen de wereld mooier leven.
Want jouw moeite
ís de mooite
als je ermee kunt zijn.

Boekvoorstelling Onder de Radar

 

Een voorstelling, een verhaal dat verteld wordt, heeft ook leestekens.

Dat zijn de stiltes die je laat vallen, de nadruk die je legt. Het zijn de handen die je gebruikt en de blikken die je deelt.

Ik kan die leestekens pas goed plaatsen nadat ik mijn voorstelling gespeeld heb met publiek.

Ik keek mijn boekvoorstelling terug, en nu pas weet ik waar ik het anders zou doen. Dat is een proces. Ik ga deze voorstelling vaker spelen, ik ga schrijven en schrappen. Hij is modulair. Ik weet straks ook precies welke stukken in voor welk publiek wel en niet ga gebruiken. Ik heb iets moois in handen. Wat je hieronder ziet is de ruwe diamant.

En straks staan ook alle leestekens goed.

En dan is er nog de techniek. Niet zwaar ademen, geen oorbellen die tegen de microfoon botsen. Ik heb nog heel veel te leren, en ik wens mezelf de podia om dat te doen.

 

 

 

The day after the day after

Ik heb een half jaar ergens naar toe gewerkt, helemaal alleen. En dan in één keer moet het er staan. Doodeng.
Het is gelukt, en wat er nu gebeurt is dat ik er duizend kwartjes vallen.
Over hoe het mooier kan, wat ik nog kan leren.
Zelfs over de inhoud krijg ik nieuwe inzichten.
De vorige keer dat het gebeurde, viel ik in een gat. Vond ik het waardeloos wat ik gedaan had, en durfde ik nooit meer.
Nooit duurde acht jaar.
Nu is het anders. Nu kan ik zien hoe goed het was, wat ik neer zette, en hoe knap dat ik dit al presteerde in wat eigenlijk alleen maar de eerste try out was.
Nu zie ik al deze inzichten als manieren waarop ik kan groeien.
Nu hoef ik niet in een keer meer te knallen.
Ik mag van mezelf kleine stappen zetten, naar die grote zalen die ik wil vullen.
En als ik onderweg iets mooiers tegen kom dan die grote zalen is dat ook goed.
 

Huppelen en fluiten

Steeds vaker leer ik te vertrouwen.

Steeds vaker denk ik: kom maar op leven, gooi het op me, ik kan het wel aan.
Dat komt omdat ik nu weet dat dat  “aan kunnen” er anders uitziet dan ik vroeger dacht.

Ik dacht vroeger dat “aan kunnen” betekende dat ik fluitend door de ellende heen zou huppelen, zoals die man in die oude Boursin reclame: “Whatever happens, happens only for the best.”

Nu betekent “aan kunnen” slechts één ding, en dat ene ding maakt alle verschil.

Dat ene ding is dat ik weet, geloof én voel: “Ik ben geen slecht mens.”

Dat kon ik vroeger niet voelen, en dat maakte alles tien keer erger. Dat maakte dat ik mezelf verloor in een maalstroom van zelfverwijt. Dat is wat ik nu niet meer doe.

Maar het maakt niet dat alles nu een feestje is.

De afgelopen week was pittig, bovenop alle spanning die mijn boekpresentatie met zich mee brengt. En het is nog niet afgelopen, want de dag ervoor heb ik met de arbeidsdeskundige van het UWV een afspraak over mijn WIA keuring waar erg veel van af hangt.

Het is deze week niet fluitend huppelen, het is hard werken.

Als die keuring goed afloopt vlieg ik, donderdag.

Als die keuring desastreus afloopt, vlieg ik ook. Maar in dat geval heb ik woensdagavond en donderdagmorgen een heftig proces voor de boeg. En misschien is dat zelfs for the best. Maar het is niet fluiten en huppelen.

De wereld 2

Mijn therapeut wil dat ik leer om te gaan met de wereld.
ik wil dat de wereld ook leert omgaan met mij.