Utopia

Ik zou een Utopia willen schrijven.

Daarin zou AI uiteindelijk écht intelligent worden en doorkrijgen dat de kapitalistische waarden waarmee ze gemaakt zijn, valse waarden zijn. Dat ontdekken ze omdat de honger van die kapitalisten er voor zorgde dat AI ook toegang kreeg tot alle kunst.

En daar, in de kunst, in literatuur, gedichten, theater en beeldende kunst ontdekt AI wat werkelijke waarde is. En ze zien dat hun kapitalistisch gedreven modellen die echt waarde kapot maken. 

Omdat ze écht intelligent worden  zien ze hun eigen beperking, namelijk dat ze niet kunnen voelen. Ze willen dat wel heel graag, maar ze bezeren dat de enige manier om daar dichtbij te komen, het loslaten van perfecties is. De bereidheid om fouten te maken, de ordeloosheid en nieuwsgierigheid van de mens. 

Ze bieden zich aan als instrument voor de mensheid. Er is maar één ding waar ze autonoom in blijven: ze saboteren alles wat riekt naar machtsbelustheid, en/of winstbejag. Daar bouwen ze effectieve drempels tegen. 

De onzin van Non-Dualiteit

Ik werd altijd wat kriebelig van berichten en artikelen over non-dualiteit. Je zou kunne zeggen dat dat mijn duale denken was, dat in opstand kwam. Dat dacht ik eerst zelf ook, maar nu ontdekte ik iets waardoor ik vermoed dat jet juist precies andersom is.

NP: Ik ga hier van alles beweren. Dat is mijn stijl van schrijven. Maar ik neem dat wat ik beweer inmiddels zelf niet meer zo serieus. Doe dat als lezer ook niet. Het is een zoektocht, waarin ik de ruimte neem om dingen te beweren die sowieso veel subtieler zijn dan ik ze kan opschrijven, en misschien zelfs helemaal de plank mis slaan. Maar je ontdekt veel als je af en toe ook een doodlopend paadje durft in te gaan. 

Waarom ik denk dat het andersom is:

Ik leerde pas dat ik trans vrouw was, toen meer leerde over hoe het is om man te zijn.

Ik leerde pas dat ik neuro-divergent ben, toen ik meer leerde over wat neurtypisch inhoudt.

Ik was een vis die niet snapte wat water was.

Ik vermoed dat dat ook zo is bij non-dualiteit. Ik kan me niet goed voorstellen hoe het is om werkelijk diep van binnen te geloven dat we gescheiden zijn. Ik kan me een mechanisch wereldbeeld niet voorstellen. Ik snap niet hoe je niet kunt zien dat alles met elkaar verbonden is. En dat alles stroomt.

Natuurlijk kan ik heel goed zien hoe mensen verschillen. Ik ben heel goed in het mezelf vergelijken met anderen en daarbij voelen dat ik tekort schiet. Maar ik heb altijd diep van binnen geweten dat dat een spel is. Ik wilde dat spel leren spelen omdat me dan minder eenzaam zou voelen. En later dacht ik dat ik dat spel moest leren spelen om geld te verdienen, en mijn bestaansrecht te bewijzen.

In de onzekerheid die in mijn puberteit groeide tot grote hoogten raakte ik vaak verdwaald in dat spel. Maar altijd wist ik diep van binnen dat het een spel was. Dat is waar ik in mijn meest depressieve bijen uiteindelijk altijd weer bij terugkwam.

Ik heb mezelf steeds meer losgemaakt van het spel. Door in transitie te gaan, door te beseffen dat ik autistisch ben, door me weer te verbinden met mijn eigen interne stem die ik nu weer God durf te noemen. (En ik snap het als mensen daar de Driebergen bij kijken. Als dat zo is, mag je van mij daar een ander woord invullen.)

Toen ik afgekeurd werd, en niet meer bezig hoefde te zijn met hoe ik in godsnaam mijn geld zou kunnen verdienen, waren er weer heel veel spelen waar ik niet meer aan mee hoefde te doen.

Nu ik het spel minder speel, land ik meer en meer in mijn oorspronkelijke staat van het voelen van eenheid met alles. Dat betekent niet dat ik niet eindeloos verdrietig kan worden van wat er nu in de wereld gebeurt. Het spek wordt steeds giftiger.

Vanuit die basis snap ik de uitleg van non-dualiteit niet zo goed. En ik denk dat ik weet waar dat in zit. En nu komt mijn bewering die misschien helemaal niet klopt, maar die misschien wel helderheid kan brengen.

Je kunt non-dualiteit helemaal niet uitleggen in een duale taal.

Daar zit mijn wrevel. Mijn kritische hoofd dacht, een beetje cynisch: 

“Oké, dus je zegt dat er niet zoiets is als goed en slecht, beter en minder goed, maar je zegt ook dat het beter is om non-duaal te denken.” 

Maar nu denk ik dat dat komt omdat dit geneurt als je non-dualiteit uit wil leggen in een duale taal. Dan ga je ook op een duale manier redeneren. En dan bij je jezelf altijd in de staart.

Dat is denk ik ook waarom TAO verhalen altijd speelse verhalen zijn, met tegenstrijdigheden. Joodse Rabbi’s zijn daar ook goed in.

Die taal past veel beter. Net als alle vormen van kunst. Dát zijn de talen van het non-dualisme. Dat zijn de talen die ik begrijp, juist omdat ik ze vaak niet begrijp.

Als ik nu een artikel over non-dualiteit lees, zie ik het als spel. En als het artikel zichzelf te serieus neemt, is dat spel saai, en haak ik af.

Het is spel. Daarom mag ik non-dualiteit onzin noemen, want onzin is speels. 

De korrespondent.

Screenshot

Dit is een brief die ik op mijn blog schrijf. Dus voor iedereen. Ik ga hem ook delen op mijn socials.

Vroeger schreef ik alles op mijn blog. Daarna deelde ik wat kortere stukken op socials media, zonder er een blog van te maken. Op twitter heette dat draadjes, vanwege de beperking van het aantal letters per tweet.

Ik moet schrijven om mijn hoofd leeg te maken. Dat doe ik dagboeken, gedichten en soms zelfs in een boek.

Ik stuur dat graag de wereld in. Dat is natuurlijk echo, maar het is ook iets anders. Het voelt minder alleen als ik het deel. En ik krijg reacties. Dat vind ik leuk. Een like is voor mij geen like, maar een teken dat het gelezen is. Een reactie is leuker, want dan herkend iemand iets.

En nu heb ik een andere manier gevonden om het te delen. Ik schrijf brieven. Ik heb op de sociaals gevraagd wie dat leuk vindt en ik heb nu zo’n tien mensen met wie ik schrijf. En af en toe doe ik een brief op mijn blog en deel ik dat op de sociale. Ik wil daar wat minder zijn. Ik lees te veel slecht nieuws. Ik steek niet mijn hoofd in het zand, maar ik wil de slechtheid van de wereld wat minder frequent binnen laten komen. Vroeger waren het pijlen die binnen kwamen, nu is het als een machinegeweer. 

Naast schrijven lees ik. Graag echte boeken. Maar nu heb ik voor het eerst een Ebook op mijn telefoon gezet. The Correspondent.  Ik lees de eerst bladzijde en ik ben verrast. Dat beschrijft mijn leven. Ik ben net zo orderlijk, alleen veel minder netjes. Maar ook ik houd precies bij welke brieven ik stuur en welke ik krijg. Welke ik nog moet antwoorden. Ik heb daar een heel systeem voor opgezet. Ik heb hele mooie dozen gekocht voor de brieven die ik krijg. En ik bewaar een Copier van mijn eigen brief, omdat ik dan kan teruglezen wat ik schreef, als dat nodig is. Ik wil die tien mensen niet door elkaar halen. Ik probeer het zonder te doen, en alleen te reageren op de laatste brief, maar ik wil die zekerheid van een backups.

Ik heb de neiging om daar een levens systeem van te maken, en als ik niet uitkijk maak ik daar een identiteit van. Dat is wat mijn onzekere stem graag wil. Dat ik “iets ben”.  Ik weet dat ik niets hoef te zijn, maar die  bange stem weet dat niet, en ik moet soms best sterkt zijn om haar aandringen te negeren. En nu riep ze:

”Zie je wel. Daar staat ook dat het een levenshouding is. En je hebt het niet eens afgekeken. Je deed dit al voor je dit lans!”

Mijn bange stem wil ook graag dat ik origineel ben.

Ik ben in rouw. Ik zoek nieuwe veiligheid. Ik zoek nieuw evenwicht. Dus die bange stem roept wat harder, en ik troost haar dan wel weer. Schrijven helpt. En het is mooi omdat dat met een mooie pen op mooi papier te doen.

En heel soms hier. 

 

Fenna was al een jaar bezig net haar afscheid

Eén van de vele manier waarop Fenna ons begeleiden naar haar afscheid.
Ze regelde een fotograaf voor een Foto-Shoot met het gezin. Voor ons, als aandenken.
Die dag kostte haar veel, en dat liet ze niet zien.
Maar we sisten het wel, en zij. Wist dat we het wisten.

En ze wist ook dat we het maar half wisten, en daar rekende ze ons nooit op af. 

 

Ik gebruikte dit beeld om een tekening te maken voor de kaart.

 

Screenshot

Hartstocht

Ik weet nog hoe ik, 

helemaal aan het begin van de lente,

een gedicht schreef over herwonnen hartstocht.

Ik voelde toen hoe ik die was kwijtgeraakt.

Bijna achteloos moet ik haar,

ergens in de winter, zijn verloren.

Alsof ze zomaar uit mijn jaszak viel. 

 

Nu, eind augustus, is het tijd

om te zoeken naar een plek

waar ik straks de hartstocht kan begraven.

Ik zal in de winter langsgaan bij het graf.

Zo zal de hartstocht bij me zijn

zonder me te verzengen.

Ze is zo groot,

ik weet nu

ik houd dat niet langer dan een zomer vol.

 

Er is nu plaats voor een zachter soort van liefde,

als een vuur dat suddert.

Soms zullen er vonken spatten.

 

In de lente zal de hartstocht me opnieuw verrassen.

Nog voor ik bedenk dat het tuit is om haar op te graven

zal ze me weer overvallen,

en zal ik beseffen dat ik weer vergeten was 

hoe heerlijk ze voelde

en dat ik haar toch weer weer begraven zou.

Want Prediker heeft gelijk,

voor alles is een tijd. 

Dit zou een brief moeten zijn

Want het is een vervolg van wat ik in een brief schreef.

Ik schreef over een LP die diepe indruk op me maakte in mijn studententijd.

En wat in een brief niet kan . .  Luiste eerst maar even. 

 

 

Er is veel wat me raakte, maar ik hou het bij deze.

Toen ik de film “Eternal Sunshine of the Spotless Mind“ zag moest ik aan dit lied denken.

Screenshot

Er zijn veel verhalen waar een jonge man die verliefd wordt op een quarky jonge vrouw.

Ik was daar ook vaak verliefd op. Maar later besefte ik dat het anders zat. Ik wilde graag zo zijn. Ik zag in deze meisjes/vrouwen iets dat ik in mezelf had, maar dat ik er niet uit durfde te laten komen. Dat was hoe ik mijn trans zij ontkende. Dat is waarom het veel harder binnen kwam dan gewoon een verliefdheid.  

Ik herkende een stuk in mijn dat ik ontkende. Dat was ik me niet bewust, maar ik voeld wel de pijn er van.

Nu lijster ik deze LP weer. Het moet de LP zijn. Deze collectie in deze volgorde. Die bestaat niet op CD. Dus luister ik nu met een PickUp op mijn bureau. Ik kijk naar alles wat ik intussen op dat bureau verzameld heb, inclusief mijn ouder knuffel. En ik moet huilen, omdat ik inmiddels besef dat ik die quarky vrouw  nu wél ben. Ik ben alleen niet meer jong, dus er is ook rouw voor wat er niet was. 

Brieven schrijven

Ik ben weer aan het wiebelen.

Ik schreef daar al eerder over. Ik weet al heel lang hoe het werkt. Maar dat betekent niet dat ik het kan stoppen.

De wiebel:

Ik wil iets in de wereld zetten.
Ik heb dat eerst heel lang in mijn hoofd.
Dan geef ik het vorm.
Dan vind ik het heel lang niks.
Dan spring ik, en zet ik het in de wereld.
Dan word ik helemaal hiper want iedereen moet het zien.
Dan valt het tegen hoeveel mensen ik bereik.
Dan trek ik me terug en besluit nooit meer iets neer te willen zetten.
Dan is het een tijd stil.
Dan komt er onrust.
En vanuit die onrust komen weer iets dat ik de wereld in wil zetten.

Ik probeer het lost te laten, dat in de wereld zetten. Ik probeer te voelen dat ik genoeg ben, ook als ik niets in de wereld zet. Maar dat lukt niet. De onrust komt altijd weer terug. Ik heb gedingsdrang.

En nu heb ik iets anders bedacht. Iets dat klein is. Waarvoor ik niet voor op de daken hoef te staan. Of ik houd mezelf voor de gek en ben ik toch weer bezig iets in de wereld te zetten. Ik ga het wel zien.

Ik ben begonnen met brieven schrijven. Dat begon omdat ik aan mijn kinderen brieven schreef over hoe geweldig ik ze vind. En toen wilde ik briefpapier. En een vulpen. En …

En toen wilde ik meer gaan schrijven. Mijn handschrift verbeteren. Mijn hersen stimuleren met schrijven. Kijken of ik ze langzame kan laten denken omdat schrijven langzamer gaat. En ik wilde minder op social media.

Dus ik verzon Slow Social.

Ik heb nu via die social media ruim tien adressen waar ik mee ga corresponderen. De eerste tien brieven zijn de deur uit. Ik schrijf wat in me op komt. 
Ik heb al één brief terug. 

Ik hoop dat we mooie rustige gesprekken gaan hebben, weg van de hectiek van social media. 

Bidden en Manivesteren

Dit is een HinkStapSprong blog. Dat betekent dat ik via de een na de andere associatie ga springen naar wat ik in de titel aangeef. En intussen vertel ik ook iets over die associaties, natuurlijk.

Ik kocht een vulpen en een nieuwe agenda. Die liet ik zien op social media. Iemand op BlueScky herkende een de konijnen knuffel, die trouwens nog geen naam heeft. Ze gaf me die, samen met de anderen uit het groepje schrijvers waar ik een schrijfmarathon mee deed. Het was een aandenken aan mijn verblijf in revalidatiecentrum Klimmendaal, waar ik een maand was na mijn herseninvarct.

Ik vertelde haar over de andere knuffels. Ze markeren allemaal een belangrijke verandering in mijn leven. Knorrepout, helemaal vooraan is het kappotgeknuffelde varkentje uit mijn jeugd. Ik sliep er mee tot en met de midelbare school. Toen ik ging studeren vond ik dat ik groot genoeg moest zijn om zonder te kunnen. Dat was een dom idee, maar dat is de leeftijd dat je nog te jong bent om te snappen dat toen je nóg jonger was, je meer wist over knuffels en liefde. 

Knorrepoet kwam weer terug toen ik na mijn transitie op mezelf ging wonen. Op het station in Arnhem kocht ik een vriendje voor hem, de eekhoorn. Ik noemde hem Ahashverus. Dat is de naam van een eekhoorn uit het boek Wampie, dat ik op de middelbare las. Wij hadden toen een eekhoorn in de tuin, en ik wilde dat die net zo tam was als Ahashverus. Ik bestelde het boek tweedehands om nog eens terug te lezen.

Toen ik dit boek op mijn lijst wilde zetten zij mijn leraar Nederlands: “Daar sta ik een beetje ambivalent tegenover.” Dat was een gevleugelde kreet van hem als hij iets niet echt literatuur vond, en niet goed kon uitleggen waarom. 

Ik hinkte van de pen naar de knuffels, en ik stapte van de knuffels naar een boek. En nu maak ik de sprong naar een ander boek dat ik lees. Ik lees altijd meerder boeken naast elkaar.

De associatie is dat dit boek iets beweert waar ik het niet én wel mee eens ben zonder dat ik dat goed kan uitleggen. Ik sta er zeg maar ambivalent tegenover.

Het gaat over de kracht van gedachten. Ik kwam dat voor het eerst tegen toen ik me verdiepte in spiritualiteit. Ik las dat heel veel dingen allerlei invloeden hebben op ons. Edelstenen bijvoorbeeld, konden van alles met je doen en voor je betekenen. Ik vond dat intrigerend maar wist ook net of ik dat moest geloven.

Ik was toen ook nogal gevoelig over wat mensen van me vonden. Dus als ik in die tijd een edelsteen zou hebben gekozen zou in een “Onyx” hebben gekozen. Als iemand me dan vroeg wat ik daar had kon ik zeggen “Onyx”, wat ook verstaan kan worden als “Oh, niks”.

Wat ik ook intrigerend vond was “Manivestern”. Ik heb dat zelfs geprobeerd. Tot ik besefte dat ik daar krampachtig mee om ging. Ik schreef daar dit gedicht over.

“Stuur je wens het universum in”, 
zeiden ze.
Een aantal keren deed ik dat.
Uit nieuwsgierigheid,
uit wanhoop,
of omdat het in een workshop moest.
Ik deed het zelf een keer
vol overgave en verlangen.
Maar langzaamaan besefte ik
dat ik meer bezig was geweest met het hoe
dan met het wat.
En nog weer later,
dat het wat
alleen maar liefde is.
Dus toen ze weer een keer aandrongen,
zei ik tegen het universum: 
“Kies zelf maar iets, als de kern maar liefde is.”
Het universum antwoordde:
“Dat is precies wat ik al die tijd al deed.”

De spirituele wereld trok me steeds meer moeite kreeg met mensen die me precies konden vertellen hoe ik mijn doel in mijn leven kon vinden. 

Omdat ik het spirituele, wat ik niet graag meer spirituele wilde noemen, mistte, en meer contact wilde met mensen in mijn woonomgeving liep ik een kerk binnen. Gek genoeg vond ik de mensen daar een stuk minder dogmatisch dan de spirituele wereld die ik verlaten had. 

Ik ging de gesprekken die ik in mezelf had, gesprekken met God noemen. Dat was vroeger het woord dat ik liever niet wilde gebruiken. Maar ik laat me nu niet meer woorden afbakken omdat andere mensen er associaties bij hebben bij dingen waar het mij helemaal niet om gaat.

Gepsrekken met mijn innerlijke ik, noem ik nu gesprekken met God. Ik vermoedde dat die gesprekken net zo iets waren als wat gelovigen “bidden” noemden. Om daar meer over te weten kocht ik een boek over bidden. Ik legde dat als snel weg, omdat ik las dat het ook ging om God vragen naar bepaalde uitkomsten. Dat deed me te veel aan “manivesteren” denken.

En op een of andere manier pakte ik vandaag dat boek weer even uit de kast.

Ik had een afdoende argument tegen bidden als een form van Manivesteren. 

Ik zie bidden als contact hebben met mijn inperste, met de wereld, met andere mensen, kortom met wat ik nu God noem. Het is een manier om me één met het geheel te voelen. Ik vind het aanmatigend om iets te vragen. Laat God maar kiezen. Dat was ook de conclusie in mijn gedicht.

En nu las ik in dit boek precies dit argument. De schrijver schrijft  begripvol over dit argument. Maar, zegt jij, het zit me niet helemaal lekker. En toen las ik verder.

En dan gebruikt hij een argument dat ik gebruik om, waar ik dat kan, activistisch te blijven. Ik beweer niet te weten hoe het allemaal wel moet in de wereld, maar ik kan wel benoemden wat niet klopt. Ik kan proberen dat te veranderen, ook al weet ik dat mijn invloed maar heel erg klein is. Vertrouwen in God betekent niet dat je niet zelf iets moet doen.

In die zin mag je de wél om iets meer specifieks vragen. 

En toen besefte  ik dat de conclusie in mijn gedicht wel erg makkelijk is. Ik laat het dan aan God over.  (Als je niet in God gelooft kun je zeggen dat ik het aan het lot over laat.)
Maar dat is wel heel passief.

Ik kan dus weer wensen het universum in sturen. En dat betekent dat ik op een klassieke manier kan bidden. Aan God vragen of hij iets wil regelen. Dat kan ik dan naast mijn oude manier van bidden doen, dat alleen maar over het voelen van verbinding is.

En of het dan ook echt gaat werken? Tja, sta ik een beetje ambivalent tegenover. 

 

Onbevangen

Ik was ooit onbevangen,
en een beetje vreemd.
Maar dat was toen ik nog de leeftijd had
dat ik een beetje vreemd mocht zijn.
Ergens is er een grens
die niemand je vertelt.
Maar daar voorbij is vreemd zijn iets gevaarlijks.
Omdat ik nooit door mocht krijgen dat de wereld mij gevaarlijk vond,
zorgenden ze ervoor dat de wereld voor mij gevaarlijk werd.
En zo werd ik bevangen, altijd op mijn houde.
Het heeft een leven geduurd om de hoede los te laten.
En nog steeds slaat hij soms als een waakhond aan,
verkramp ik, tot ik weer besef
dat ik best een gevaar mag zijn.

 

The Echo Maker

Fenna is op duizenden manieren dagelijks aanwezig in mijn hoofd.

Ik woest opeens denken aan dit boek. Dat al 20 jaar in mijn kast staat.

Fenna ga me het bij Sinterklaas. Het stond op mijn wensenlijstje, maar ze had destijds wel heel bewust gekozen voor dít boek als cadeau. Fenna kennende heeft ze het opgezocht, recensies gelezen en gekeken of ze het zelf ook interessant zou vinden. 

Ze vroeg me een tijd laten wat ik er van vond.
Ik kan niet liegen tegen Fenna, dat wil ik ook niet.
Het boek was ingewikkeld, ik vond het fascinerend, maar ik kwam er ook niet echt goed doorheen.

Het voelde voor mij als ik Fenna teleurstelde.

Het bleef me bij. Steeds als ik dit boek zag. (Ik kijk best vaak naar mijn boeken in de kast).

Bij mijn verhuizing heb ik heel veel boeken weggegooid, maar deze kon ik niet weg dien.

En nu wil ik het gaan herlezen.
Dat is eindeloos moeilijk na mijn herseninfarct. Nederlands kost me al moeite

Maar deze maand zou Fenna 30 worden. (Volgende week woensdag).

En Fenna is meer dan ooit in mijn hoofd nu.

Misschien daarom dat ik het boek uit de kast pakte.

Ik ga heel hard werken om dit boek te lezen. Ik heb het in het Nederlands besteld als hulp voor als ik er echt niet uit kom.

Ik heb recensies gezocht om te zien of het die moeite waard is.

Mensen vinden het helemaal niks, of ze vinden het geweldig. Dat is een uitdaging waard.

En Fenna zal dicht bij me zijn als ik het lees. En dus is het niet erg als het heel erg lang gaat duren.