Ik kwam vandaag mijn autisme tegen

Ik deed vandaag mee aan “Plandelen”, een gemeentelijke activiteit. Plandelen is PLastick oprapen terwijl je wandelt. Dit was het tweede jaar dat er een Plandeldag was.

Wat kwam ik mijn autisme en misschien ook mij ADHD tegen! Het begint er al mee dat ik veel te vroeg was. Als er staat “verzamelen vanaf 9 uur”, dan ben ik dus net iets voor negenen. Terwijl er een half uur was gerekend voor de inloop.

We verzamelden in de kerk en ik was er dus al voordat die open was. 

Omdat er nog helemaal niemand was leek het me goed om de man te helpen die de koffie en thee klaar zette. Maar daar begint bij mij de stress. Ik wil het goed doen, dus ik durf amper eigen initiatief te nemen. Pak ik wel de goede kopjes? Hoeveel moeten het er dan zijn? Mag ik zomaar kasten openen om te zoeken naar lepeltjes? Ik zie duizenden dingen die ik “fout” kan doen. Fout is voor mij alles dat ik net even anders doe dan degene die ik help. Als ik zijn ritme en orde verstoor, ben ik meer lastig dan dat ik help. Maar helemaal niks doen voelt ook niet goed.

En dan stroomt het opeens binnen met mensen die wel relaxt omgaan met een aanlooptijd. Het is druk. En ik voel hoe ik me geen raad voel in zo’n menigte. Ik heb het idee dat ik gezellig moet zijn, en hier en daar een praatje moet maken. Maar ik ben niet handig in korte, gezellige praatjes. Ik geef altijd veel te uitgebreid antwoord op vragen, en besef pas achteraf dat die bedoeld zijn om even contact te hebben en niet om uitgebreid over dingen te praten. 

Vandaag sta ik mezelf toe om niet gezellig te zijn. Om gewoon in stilte te genieten van dit samenzijn. Dan ben ik maar die wat stille ondoorgrondelijke andere vrouw. 

Vervolgens merk ik mijn onrust omdat ik niet weet hoe het straks gaat lopen. Er is een tas met opraap-stokken en er liggen rondjes die ik al goed bestudeerd heb en waarvan ik concludeerde dat die bedoeld zijn om een vuilniszak open vast te kunnen houden. Mag je die zo pakken? Is er genoeg voor iedereen? Zo niet, moet je dan samen met iemand. En hoe kies ik dan iemand, en hoe doen we dat dan? En hoe sociaal moet ik dan wel of niet zijn? Weer voel ik hoeveel onrust zoiets in me oproept en ik snap nu waarom ik dit soort dingen meestal mijd. 

Ik heb een stok, en kies mijn eigen route. Maar nu komt mijn perfectionisme naar boven. Ik kan alleen maar links of rechts een straat inlopen. Ik mis dus de helft. Loop ik diezelfde straat dan zometeen de andere kant op terug? En hoe doe ik dat ik kleine parkjes? Hoe zorg ik dat ik daar niks mis? Het kan niet zo zijn dat een werk, of deel van een wijk, straks nog zwerfvuil heeft nadat ik er geweest ben. Maar er zijn zoveel straten en open plekken! Hoe zorg ik dat ik die systematisch allemaal mee neem?

Weer heel veel onrust in mijn hoofd. 

Dit is hoe ik mij bijna altijd en overal voel, besefte ik vandaag. Duizendje kleine dingen die me onrust geven. Onrust die ik nooit eerder bewust kon voelen omdat ik het altijd meteen wegduwde. Pas nu ben ik me dat bewust. Ik ben de laatste jaren steeds meer bezig om alles te accepteren van wat er in mij is. Pad nu laat ik de onrust toe. Ik vond het vandaag niet erg om het te voelen. Maar het raakte me diep.

Ik besefte vandaag hoezeer de kleine Emma dit altijd en overal voelde. Hoe onzeker ze was. Hoe hard ze werkte om overal maar in te passen, en hoe ze altijd voelde dat ze daar vreselijk in baalde. Ik houd haar in mijn armen. Vandaag was een dag om alles te voelen en om mezelf te helen. Ik vermoed dat ik nog heel veel voelen en helen te gaan heb.

Gedichten in mijn hoofd geschreven

Vandaag precies twee jaar geleden kreeg ik een herseninfarct.
De gedichten die ik in die periode “schreef” zette ik pas later op papier. Die teksten, met inleiding, deel ik nu hier:

 

 

Eerste gedichten na herseninfarct.

Deze gedichten maakte ik toen ik nog niet kon lezen, in de eerste weken na mijn hartinfarct.

Het maken (niet schrijven dus) was een moeizaam proces omdat ik elk woord moest onthouden. Ik had niet veel anders te doen, die weken dus dit is waar ik een groot deel van de dag mee bezig was. Eindeloos herhalen van deze zinnen, totdat ze in mijn hoofd zaten. Het was meteem ook therapie en oefening om mijn hoofd weer op gang te krijgen. 

Nu, half oktober, schrijf ik ze voor de eerste keer op. Ze zitten nog allemaal in mijn hoofd.

In mijn hoofd is een stukje stuk.

Maar ik heb nog veel geluk.

Niet meer kunnen lezen is niet fijn.

Maar ik had ook jou vergeten kunnen zijn.

Soms is doorgaan de

de enige deuk

die je kunt slaan

in de zeeën van verdriet.

Het leven is lastig

en niet altijd leuk.

Dat het ook mooi is

voel je soms niet.

O taal, ik hou zo van jou

Je woorden verzetten mijn zinnen

je zinnen zingen in mijn hoofd.

Maar met de letters gaat het mis.

Ik heb zo’n moeite

om ze te vertalen in fonemen.

Misschien omdat

ik ze niet letterlijk wil nemen.

Op weg naar iets

ben ik onderuit gegaan.

En nu lig ik languit

op de vloer van mijn bestaan.

Mijn lichaam vraagt:

Waar wilde je naar toe?

Of waar wilde je vandaan?

Totdat je dat antwoord weet,

heeft het geen zin om op te staan.

Niet alleen de kou dringt door

nu ik oude stemmen hoor,

en voel wat ze bedoelden.

En voel wat ik nooit voelde.

Veel ervan is oude pijn

dus het kost kracht om hier te zijn,

meer kracht dan om op te staan

en gewoonweg door te gaan.

Ik raak haar nooit meer kwijt

mijn bange ik, die me wijst om hoe het hoort.

Ze loodste me gevaren door,

maar wil nu niet meer van boord.

Uit boosheid, dacht ik eerst.

Ik heb haar niet meer nodig.

Ze is nu gepikeerd

em voelt zich overbodig.

Maar toen ik met haar sprak

bleek dat niet de pijn.

Ze was gewoon een beetje bang

om alleen te zijn.

Nu mag ze voor altijd

bij me blijven schuilen.

En steeds als ik haar troost

moet ik zelf een beetje huilen.

Wat bedoelen ze, als ze zeggen

“Je bent zo sterk!”

Dat ik niet huil?

Dat ik niet klaag?

Dat ik niet schreeuw? 

Dat ik niet empathisch ben? 

Ik doe het allemaal.

En soms wil ik zelfs opgeven.

Maar weet je,

als je tegen de wereld zegt:

“Ik stop er mee!”

Dan blijft die wereld zo onbekommerd doorgaan

dat je uiteindelijk weer zegt:

“Oké dan, ik doe wel weer mee.”

Zelfs het opgeven heb ik opgegeven.

Dus wie is er nu sterk?

 

 

(“Empathie” in dit gedicht moet natuurlijk “apathisch” zijn. Dat zie ik nu pas. Ik leer dus nog steeds bij en kan nu dingen die ik toen nog niet kon)

Reiziger

Ik sta op perron 4a.

Arnhem Centraal.

Het is de tweede zomerswarme dag.

Details zijn belangrijk.

Boven mij een brug over het spoor.

Arnhem heeft veel hoogteverschil.

De brug waar ik onder sta

is er niet zo één om van spoor naar spoor te gaan.

Er is een hele straat boven mij,

met huizen aan weerszijden van het station.

Details zijn belangrijk.

Het is een andere wereld daar, boven mij.

Ik zie een man en een vrouw.

Vlakbij, maar in die andere wereld.

Ze staan te praten.

De vrouw leund ontspannen

tegen de railing van de brug.

Aan de andere kant van het station

zie ik een flat.

Een man zit op zijn balkon

te genieten van het mooie weer.

Het is een andere wereld boven mij.

Deze mensen hoeven nergens heen.

Ik voel opeens intens verdriet in mij.

Ik snap ook meteen waarom.

Deze mensen zijn hier 

ontspannen op hun plek.

Dit is waar ze nu horen te zijn.

Ze horen bij die wereld boven mij.

En ik ben de reiziger

die zich nooit ergens thuis weet.

Dát is mijn verdriet.

 

Veretelavond Arhem

Vertelavonden Arnhem

Eerstvolgende:

27  juni
19.30  –  21.30

Bij Raak Arnhem
Brugstraat 3
Arnhem

In het kort:
Iedereen kan komen om te luisteren en/of te vertellen.
Ik zal als gastvrouw de avond bij elkaar praten en ook vertellen.


Verder help ik, wie dat wil, met het maken van een verhaal. Dat proces is prachtig om te volgen en kun je dus zelf ervaren. Je beslist ook zelf wat je daarvan deelt want het is mogelijk om in stilte voor jezelf mee te doen.

 

In het lang:

Dag live geïnteresseerde,

 

Via deze mail wil ik graag uitleggen hoe ik de vertelavonden zie, wat het is. Vertellen is inmiddels een begrip dat heel veel verschillende vormen en connotaties heeft.

 

Dus eerst maar wat het NIET is.

 

Ik ben ooit lid geweest van een vertelcollectief. Het was fijn om te kunnen vertellen, maar ik merkte dat het niet een manier van vertellen was, waar ik mee uit de voeten kon. Ik begin nu door te krijgen wat ik daar miste. 

Het ging daar om het zo mooi mogelijk vertellen van een verhaal, veel ruimte dus voor de vorm. Misschien ligt het aan mezelf, maar ik vond het te theatraal. Ik merkte dat ik niet mezelf was, maar dat ik een verteller speelde. Ik soms ook terug als ik naar andere vertellers kijk. 

Ik wil dus niet dat de vorm de overhand krijgt.

 

Het andere uiterste is, als de vorm minder belangrijk is, omdat het vertellen vooral gezien wordt als therapeutisch. Zo wordt er van alles gedaan met het vertellen van levensverhalen. Je kunt je dan verliezen in diepzinnigheid en gevoel. Dat is ook niet wat ik wil.

 

Ik wil een mooie balans tussen beiden. Ik leerde bij Mezrab daar een mooie metafoor over:

 

De rivier.

Een rivier die droog ligt, is nog steeds te zien als rivier. Het heeft de vorm van een rivier, maar er stroomt niks. Er mist water. Geen inhoud.

Als je alleen maar water hebt, dat woest stroomt, gebeurt er van alles, maar het is geen rivier. Het mist vorm.

Er is dus zowel vorm als inhoud nodig.

 

Inhoud:

Het liefste wil ik persoonlijke verhalen. Verhalen over een gebeurtenis in je leven. Dat is iets anders dan een levensverhaal.

Het kan ook een bestaand verhaal zijn, maar dan wil ik graag kunnen voelen op welke manier dat verhaal de verteller raakt.

Als een verhaal geen waarheid over het leven heeft te vertellen, is het geen verhaal voor de vertelavonden. 

Let op: daar staat niet “DE waarheid”

 

Die waarheid over het leven hoeft er niet bovenop te liggen, graag niet juist. Als je als verteller weet wat voor jou die waarheid is, en je vorm daarmee je verhaal, komt die vanzelf over. Dat is de magie van vertellen.

 

Bij Mezrab leerde ik op een geweldige manier een verhaal te maken over een gebeurtenis uit je leven. Ik mag van de leraren die ik had, die techniek laten zien tijdens de vertelavonden.

Die vertelavonden worden een mix van vertellen en cursus. Ik denk namelijk dat iedereen belangrijke, waardevolle verhalen te vertellen heeft. Ik denk ook dat iedereen, met een beetje hulp, die verhalen ook kan vertellen. Het gaat niet over de techniek. Ik geef je, dankzij Mezrab een handvat voor de vorm, en dat is genoeg, 

 

We gaan naar elkaar verhalen luisteren en ervan genieten, en natuurlijk leren we daarvan, maar we gaan er NIET over na praten, want het is geen levensverhalen bijeenkomst, en het is geen therapie.



 

Je bent welkom om alleen maar te luisteren.

Ik maak ruimte om samen met iemand life een verhaal te maken, zodat je kunt zien hoe dat proces gaat.

Als je al een verhaal hebt dat je wil vertellen, graag! Zet dat er even bij in de aanmeld mail.

 

Ik heb goed voor ogen hoe ik het wil hebben, ik heb niet voor ogen hoe de weg daar naartoe is. Ik heb wel het vertrouwen dat we die weg samen gaan ontdekken. 

 

 

 

Ik wil dit eens per maand gaan doen. De volgende avonden moeten nog gepland worden.





Je was jezelf al, al die tijd

Je was jezelf al, al die tijd.

Al was het begraven, diep in jou.

Je was jezelf nooit kwijt.

 

Voel verdriet maar voel geen spijt.

Om wat maar nooit echt komen wou.

Je was jezelf al, al die tijd.

 

Maak jezelf nu geen verwijt.

Laat je hart niet in de kou.

Je was jezelf nooit kwijt.

 

In al je aanpassen uit onzekerheid.

Bleef jij jezelf toch immer trouw.

Je was jezelf al, al die tijd.

 

Je masker was waarachtigheid.

Jij bént die sterke vrouw.

Je was jezelf nooit kwijt.

 

Voor wat nooit bloeien kon in al die tijd

is er nu ruimte voor de rouw.

Maar je was jezelf al, al die tijd.

Je was jezelf nooit kwijt.