The Echo Maker

Fenna is op duizenden manieren dagelijks aanwezig in mijn hoofd.

Ik woest opeens denken aan dit boek. Dat al 20 jaar in mijn kast staat.

Fenna ga me het bij Sinterklaas. Het stond op mijn wensenlijstje, maar ze had destijds wel heel bewust gekozen voor dít boek als cadeau. Fenna kennende heeft ze het opgezocht, recensies gelezen en gekeken of ze het zelf ook interessant zou vinden. 

Ze vroeg me een tijd laten wat ik er van vond.
Ik kan niet liegen tegen Fenna, dat wil ik ook niet.
Het boek was ingewikkeld, ik vond het fascinerend, maar ik kwam er ook niet echt goed doorheen.

Het voelde voor mij als ik Fenna teleurstelde.

Het bleef me bij. Steeds als ik dit boek zag. (Ik kijk best vaak naar mijn boeken in de kast).

Bij mijn verhuizing heb ik heel veel boeken weggegooid, maar deze kon ik niet weg dien.

En nu wil ik het gaan herlezen.
Dat is eindeloos moeilijk na mijn herseninfarct. Nederlands kost me al moeite

Maar deze maand zou Fenna 30 worden. (Volgende week woensdag).

En Fenna is meer dan ooit in mijn hoofd nu.

Misschien daarom dat ik het boek uit de kast pakte.

Ik ga heel hard werken om dit boek te lezen. Ik heb het in het Nederlands besteld als hulp voor als ik er echt niet uit kom.

Ik heb recensies gezocht om te zien of het die moeite waard is.

Mensen vinden het helemaal niks, of ze vinden het geweldig. Dat is een uitdaging waard.

En Fenna zal dicht bij me zijn als ik het lees. En dus is het niet erg als het heel erg lang gaat duren.

Muckle Flugga

Ik was Folk fan. En toen kwam een van mijn favoriete bands “New Celeste” nota bene bij ins op school spelen. Ze keken verrast toen ik alle nummers mee kon zingen.
Ik was in de bij ze en an afloop niet bij ze weg te slaan.
Ik vroeg waarom ze zichzelf aanprezen als Scotlands second best Folke Band.

Ze zeiden dat alle schotse bands zichzelf als de beste aanprezen en dat dat dus hen automatisch tot de tweede beste maakte.

Ik zei dat ik zelf een band wilde oprichten en vroeg of ze een goede naam wisten.

Ze hadden meteen een naam:

“Meckle Flugga”

Ik dacht dacht dat ze een grapje maakten

Maar ze bezwoeren me dat het de naam van een vuurtoren was op het aller noordelijkste puntje van de Shetland eilanden.

Ik geloofde ze, maar in 1977 had ik niet veel mogelijkheden om het te achterhalen.

Er kwam nooit een eigen band.

Ik heb één keer met een groepje gespeeld maar ik was de engineer die ooit muziekles had gehad en die een beetje kon spelen. We waren heel naïef, maar toch hadden wel denk genoeg door dat het niks werd. Ik was niet stoer genoeg om mee te speen met jongens die wel konden spelen.

De naam Mickle Flugga bleef ergens achter in mijn hoofd hangen.
Maar ik was het weer vergeten toen ik internet had waarmee ik het op kon zoeken.

Kisteren las ik een boek waarin gesproken werd over vuurtorens en daar stond het opeens. Voor het eerst zag ik de naam ergens geschreven

Muckle Flugga

Kennelijk bouwde de familie van de schrijver van Schateinland vuurtorens.

En hij staat inderdaad op het noordelijkste puntje van de Shetlanders Eilanden.

Het was zo bijzonder om helemaal onverwacht een half vergeten naam uit een ander leven terug te vinden.

 

Screenshot
Screenshot

 

Blessed are the meek

Ik schreef er al een keer een column over, namens de kerken, in ons plaatselijk blad. En eigenlijk schreef ik er ook al over in een column voor Volzin. Daar noemde ik het een ode aan de buitenbeentjes.

Screenshot
Screenshot

 

Het is een thema dat steeds weer bij me terug komt, en steeds een diepere betekening krijgt.

Ik gebruik hier “Blassed are the mee”, de Engelse vertaling omdat ik niet bijbels opgevoed ben, en de meet bekende teksten tot me kwamen via andere bronnen, vaak ook in het Engels.

Ik heb heel lang gedacht dat het alleen maar ging over gerechtigheid. Daar gaat het ook over, maar het gaat veel dieper dan dat.

De gerechtigheid is nodig omdat de buitenstaanders altijd in de hoek zitten waar de klappen vallen. Het is dus aan de samenleving om er voor te zorgen dat deze mensen beschermd worden en dat hun bestaanszekerheid gewaarborgd wordt.

In mijn Ode aan de Buitenbeentjes schreef ik dat die buitenstaanders ook heel erg veel te bieden hebben. Ze zien de dingen waar anderen snel aan voorbij lopen.

Maar hun waarde is nóg dieper, besef ik. Ik volgde twee podcasts waarin “Brave New World” ban Alsous Huxley werd besproken. Iemand die nog beter dan Gorge Orwel een dystopia voorspelde. Een dystopia waar we al lang in zitten.  

Mensen zijn op zoek naar iets en in het dystopia waar we leven maakt het kapitalisme daar een verdienmodel van.  Mensen worden gevangen in een systeem waar ze niet meer uit komen. Omdat hun energie opgaat om het geld te verdienen om datgene te betalen waarvan het systeem ze wij maakt dat ze het nodig hebben.

Het is al vaak benoemd. De ratrace, of tredmolen van het leven. Het is al op vele manieren beschreven en bezongen, onder andere door John Jennon in “Whatsing the Wheels”, of in films zoals “The Matrix”. Het blijkt dat er moeilijk aan te ontsnappen is. 

En precies dát is waarom de buitenbeentjes zo belangrijk zijn. Jezus noemt in zijn beroemde bergrede niet alleen de zachtmoedige. Het is een hele rij.

Mensen met een brein dat anders werkt, een lichaam dat ze weerhoud op op volle gracht mee te doen, of nog een op andere manier anders zijn, waardoor ze buitengesloten worden, denk aan LGBTQ, en natuurlijk iedereen die met racisme te maken heeft. Deze mensen zitten in een situatie waarin ze helemaal niet kunnen meedoen in die tredmolen.  En dat maakt dat zij degenen zijn die anderen kunnen redden uit doe tradmolen.

Wat ik vroeger las als: wacht maar, aan  de mensen die nooit een kans kregen zak recht gedaan worden, lees ik nu ook als: dit zijn de mensen die niet gegrepen zijn door de hechte waar we aan te onder gaan.  Ze zijn niet alleen blessed omdat ze het verdienen, of omdat ze iets moois te bieden hebben, ze zijn blessed omdat ze de verlossing betekenen.

PS, ik denk dat ik weet waar de sleutel zit. 

Dat waar iedereen naar zoekt licht aan de andere kant van pijn. Omdat veel mensen de pijn vermijden, zullen ze het nooit vinden. Alle marketing is er op gericht om je manier te verkopen waarmee je weg kunt blijven van de pijn.

De pijn voelen is zwaar. Daar heb je hulp bij nodig. Ik vind die hulp bij wat ik nu God noem. Dat begon toen ik diep van binnen een troostende stem hoorde toen ik die het hardst nodig had. Ik beschreef dat in “Onder de Radar”. 

PS dit zijn de potkastst

De ongelovige postkast 

De boekenklub

Kunst op balkon

Twee jaar geleden deed ik eindelijk iets aan mijn rommelige slaapkamer. Ik nam een bed van een vriendin over, en toen moest ik wel. Ik stel dat soort dingen altijd uit, en hoe langer ik het uitstel hoe groter de drempel word. En dan opeens moet het, en ben ik niet meer te stoppen.

Ik zette de kasten uit de slaapkamer op een andere plek. Ik maakt een DVD kast in mijn fietskoffer (want ik wil ze nog steeds niet kwijt) en maakte een extra boekenkast in mijn woonkamer. Wat ik niet kwijt kon gooide ik zolang op mijn balkon. Het was winter.

Screenshot

En toen stopte de motor en had ik weer een klus waar ik tegenop keek. Veel te laat in het voorjaar kreeg ik het op mijn heupen. Ik regelde een ophaaldag voor huisvuil (dat was de grootste drempel), en maakt mijn balkon helemaal leeg en schoon.

En omdat ik zo blij was met mijn balkon kreeg ik een plan. Ik ben niet goed met planten en ik wilde een blauwe regen. Dus die tekende ik op de muur.

Screenshot

En toen wilde ik iets op de andere muur. Ik koos voor een oude deur. In eerste instapte omdat het me rustiek leek, maar toen beseft ik dat een deur die negrens heen gaat magiesch is. Ik ben fan van Tonke Dragt en zij heeft iets met deuren. Een dichte deur heeft altijd de mogelijkheid om open te gaan naar een andere wereld.

Screenshot

 

Ik was heel tevreden met mijn balkon en ik kreeg ook complimenten van voorbijgangers.

En toen, twee weken geleden kreeg ik een mail van de huismeester namens de vereniging van eigenaren. Het is verboden om de muren van het balkon te schilderen. Ik hoorde van mijn buren dat je zelfs niks mag ophangen.

Ik was verdrietig en boos en wilde het aanvechten. Maar na wat googelen zag ik dat die muren via een zogeheten splitsing-acte eigendom zijn van het collectief en dat de vereniging van eigenaren daar over gaat. En die hebben ooit een reglement opgesteld. Ik maak geen Schulz van kans. De tekeningen moeten er af.

Het raakte me. Het is oude pijn. Ik bots al een heel leven tegen regels die ik stom vind. Mijn creatieve oplossingen voor dingen zij al heel vaak als verboden of ongewenst verklaard. Het deed pijn.

En toen werd ik opstandig. Ik maak iets vóór die muren. Dat kan niemand me verbieden. De deur was het snelst opgelost. Ik had in mijn fietskelder nog twee jouvredeurtjes staan.

Ik ben blij met die opstandigheid. Ik heb me veel te vaak laten kisten, ik droop veel te vaak af. Teleurgesteld in de wereld. Nu voelde ik met niet neergeslagen, ik voelde me sterk, en ik voelde me creatief!

 

Ik kocht ook meteen een nieuwe stoel want de oude was echt helemaal kapot, die ging ook al dertig jaar mee.

De kouden regen koste meer puzzelen. Ik maakte een tekening en die kun je uitprinten als tuinposte. Maar ja, die moet ik aan de muur ophangen met schroeven en dat mag niet. Toen bedacht ik dat ik er een banner vóór kon zetten. Ik maakte een tekening in een heel luxe resolutie en bestelde de banner. Ik vond het eng want ik had geen idee hoe her eruit zou zien. Ik moest twee weken wachten op het resultaat. Vandaag kwam hij binnen. Het kostte wat moeite om hem goed uit te rollen. Maar hij staat.

Ik heb weer een mooi balkon mét kunst.

Ik ben nog wel steeds verdrietig dat ik mijn eigen kunstwerken moest slopen:

Misschien moet ik dat maar zien als performance art. 

En toen bedacht ik dat ik nu kon wisselen.

Dit is mijn zomer banner.

Spokesong

Foto van een nieuwere uitvoering

 

 

In de jaren 70, mijn middelbare-school tijd, was er een stichting Wikor die voor scholen buitenlandse toneelstukken naar Nederland haalde. De hele klas kreeg dan de tekst met uitleg en vertaling van moeilijke woorden in de kantlijn, en er waren dan ook uitvoeringen in theaters.

Zo zag ik “Othelo” van Shakespeare en “Spocesong, or the zondvloed wheel” van Steward Parker.

Spokesong heeft een blijvende indruk op me gemaakt.

Het verhaal gaat over een idealistische fietsmandje in Noor Ierland die verliefd wordt op een jonge vrouw, een lerares, die haar fiets komt brengen. Hij verteld haar, aan de hand van de geschiednis van de fiets ook de geschiedenis van Noor Ierland. Daarnaast speelt het verhaal van zijn overgrootvader die de winkel begon, met ook al een liefdesgeschiedenis. 

We leren bijvoorbeeld hoe belangrijk de fiets is geweest voor de opkomst van het feminisme. 

Maar de belangrijks geschiedenis is natuurlijk de bezetting van Noord Ierland en de de strijd van de IRA, en al het geweld dat in de jaren tachtig nog steeds plaatsvond. Het was destijds een van de grote actuele conflicten. 

Ik was verpletterd door dit toneelstuk. Dat begon al bij het lezen van de tekst omdat ik voor het eerst geconfronteerd werd met conflicten. Zo verteld de jonge lerares over een kind in haar klas, een jongetje uit een achterbuurt. Hij heeft een straathondje dat hem overal volgt. Op een dag wordt hij aangevallen door een bende van de “andere kant”. Ze hangen zijn hond aan een lantarenpaal en zetten hem in de fik. Ze zegt dan: “Dit is de gang die hij herinnert als hij later in dit geweld iemand anders doodschiet.”  Ik besefte toen hoe dit een eindeloze spieraal was van geweld. Ik lees nu het boek “De prijs van bederven” van Alain Verweij, en besef weer dat dat inderdaad de enige weg uit is, ook al het het een erg moeilijke weg.

De uitvoering maakte indruk, diepe indruk. Ik weet hele teksten nog uit mijn hoofd en kan zelfs de intonatie nog in mijn hoofd horen. Ze hadden een mooi Iers accent. De fietsmanden verteld dat fietsen voor hem echt gaan leven. Als de lerares weg gaat zegt ze dan ook: “I’l leave you with my vriend then.” Die zin hoor ik nog precies zo in mijn hoofd met een nadruk op een plek die ik net niet verwachtte. Ik denk dat ik ook een beetje verliefd op haar was.

Ik heb het boek niet meer. Bij de verhuizing rond mijn transitie heb ik te veel boeken weg gedaan. Ik struin af en toen het internet af, maar kan alleen buitenlandse site vinden waar het boek te koop is. Ik heb geen creditkaart dus ik kan daar niet bestellen. En misschien is dat beter. Misschien is het fijt dat ik dat boek niet meer heb wel de reden dat het nu zon stevig in mijn hoofd zit.

 

De tekst zoals die in mijn hoofd zit: (met excuses voor de spelfouten, ik moest door een herseninfarcten opnieuw leren schrijven en voor Engels gaat dat niet meer zo goed, maar ik denk dat de tekst op een paar woorden na helemaal klopt)

I met a child today from the backward-class, jou know the hopeless ones. He used to have a mongrol dog that followed him backwards and backwards to school. One day he’d been attacked bij a gang of the other growd. Tha’d hung is dog on a landpost and set fire to it. This is the day he remembers when he puts a bullet into somebody else.

Er zaten liedjes pan gescheven door de schrijvers behave een, een oud Engels liedje: Daisy Bell. 

 

 

 

 

Echt

Ik lees “De boekwinkel aan het rif van de wereld” van Ruth Shaw.

Ze verteld dat ze kinderboeken uitleent en ook knuffels. Het boek dat het vaakst uitlatend wordt is “Het fluwelen konijn” van Nargery Willliams uit 1922. Daarin praten kuffeldieren over wat “echt” betekent. 

“Het heeft niets te maken met hoe je bent gemaakt. Het is iets wat je overkomt. Als een kind heel, heel veel van je houdt, niet alleen om mee te spelen, maar écht van je houdt, dan wordt je Echt.”

Toen moest ik nadenken over dat woord echt. Want ook in dit stuk tekst wordt het gebruikt als bekrachtigend bijwoord. Kennelijk is “houden van” her net genoeg, en moet het “echt houden van” zijn.

Op die manier gebruik ik het woord zelf ook, besef ik. Vaak als bijwoord bij woorden waarmee ik beschrijf dat iets een indruk op me heeft gemaakt. Echt mooi. Echt bijzonder. Echt ontroerend. Kennelijk zijn die woorden in hun eentje niet goed genoeg om echt te beschrijven wat ik voel. Zie je wel? Daar doe ik het weer.

Is het zonder “echt” minder echt? Ik denk het niet, maar het is echt in het voorbijgaan, zonder dat je er goed op let. Het is iets wat vanzelfsprekend is geworden. Het woord echt gebruik ik dus als ik er niet aan voorbij ga, maar als ik er stil bij sta, en het diep tot me door laat dringen.

Dat dit woord zo gebruikt wordt betekent dat we heel vaak voorbij gaan aan dingen. Hé, daar heb je nog zo’n woord “heel”. Kennelijk doen we ook veel dingen half.

Ik laat het nu maar even gaan dat we ook nog woorden hebben als “instortend”, en “verdedig”, die we gek genoeg ook gebruiken als we iets juist niet ontstorend vreselijk vinden.

Mijn brein is neurodivergent en dat betekent dat mijn buien heel vaak heftig geageerd op wat binnen komt. Dat maakt dat ik het woord “echt” vaak gebruik omdat aan te duiden. Omdat ik merk dat het anderen minder diep raakt dan mij. Mijn brein staat mij niet toe om ergens aan voorbij te gaan. Mijn brein wil als een hondje overal aan ruiken. 

En toch gat ik juist wel voorbij aan mijn gevoel. Dat is een overlevingsmechanisme geworden. Gewoon omdat ik het anders niet vol zou houden. Dat merk ik als ik echt voel. Dat komt zó hard binnen! En daar is alweer zo’n woord. Zó mé trema, en dat trema is zelf ook weer zo’n accent. Mijn tekst wordt bijna onleesbaar omdat ik steeds wil weizen op de woorden die ik gebruik. Maar dat is dus wat mijn hersenen doen. Die merken dat op, en kunnen het niet laten om dat te benoemen. Welkom in mijn hoofd.

As ik “echt” voel, moet ik altijd huilen. Ook als het niet verdrietig is, het is zelfs niet altijd als het vreugde is, het is het voelen zelf dat de tranen op roept. Het duurde lang voor dat ik dat door had. Dat die tranen gewoon betekenen dat ik voel. Echt voel. 

 

God als uitslover en opschepper

Rechtersn 6 en 7.

Ik schreef hier dat God in de Bijbel breedere gezichten heeft. Ik beschrijf er hier twee. God als tastbaar iemand met wie je kunt praten. En, zoals de titel al zegt, de God die een beetje een uitslover en misschien zelfs wel een opschepper is.

Er woon nu een generatie in Israël die niet meer mee heeft gemaakt hoe God ze hielp bevrijden uit de slavernij. Ze hebben dus ook die slavernij dus niet meegemaakt. En misschien maakt dat ze verwend.  Want er is te lezen dat het volk slecht deed in de ogen van God.

Om ze te straffen laat God Israël veroveren en plunderen door de buurlanden. Dan is er een rechter die namens God Israël bevrijd, maar even later begint alles weer  opnieuw. Dat gaat een aantal keren zo door.

Een van deze Rechters is Gideon. Ik hou erg van de het verhaal hoe God Gideon roept. Er komt een Engel langs. Op een gegeven moment zegt Gideon aan God: wacht even, ik ga iets halen, blijf even hier. En God belooft dat hij blijft wachten. Als Gideon terug staat er dat hij iets geeft die onder de onder de boom zit. Dan staat er dat de engel zegt wat hij moet doen.

Er wordt dus rechtstreeks over God gepraat, waarmee Gideon in gesprek is. Dan is er iemand die onder een boon zit en iets aan pakt. En dan is de enge die dingen doet en zegt. Ik vind het mooi dat het onduidelijk blijft of Gideon nu rechtstreeks tegen God tussen of via God tegen de Engel. Of IS God die Engel? Dat zelfde gebeurde ook al toen God bij Abraham op bezoek kwam om te vertellen dat jij een zoon kreeg.

Dat vind ik een mooie God. Een God die op een af andere manier als mens naast je staat. Het is ook een God waar je vragen aan mag stellen. Het is zelfs een God die bereid is om tekenen te geven als je nog niet Helemaal geloofd dat het echt is.

Dat is voor mij een heel menselijk God, waarmee je mag discussiëren, waarmee je zelfs mag onderhandelen. Het is voor mij ook de God waar ik boos op mag worden. 

En dan, als God de tekens heeft gegeven, twee zelfs, gaat Gideon op bad om te struiken tegen de vijand.

En dan komt de uitsloverige God naar voren. Want Gideon verzamelt een heel groot leger, en je ziet God denken: “Ja met zo’n groot leger is het een ijtje om de vijand te verslaan. Dan kunnen ze niet zien dat het aan mij te danken is. Dan is het net alsof ze dat helemaal zelf hebben gedaan en mij niet nodig hebben.

Dus hij besef dat iedereen die bang is naar huis mag gaan. Veel mensen vertrekken. Maar het zijn er nog te veel. Dan moeten ze water gaan denken en alleen degen die als een hond het water uit de rivier grootte mag blijven. Met een klein clubje van 300 man moet de strijd gevoerd worden. Dat is bas een wonder.

Eerder deed God dat ook al bij de bevrijding uit Egypte.  Tot twee keer toe is het God zelf die er voor zorg dat de Farao Wijster het volk te laten vertrekken. Want, zo zecht hij zelf, dan kan ik geen wonderen doen.

Deze God wil dientafel. Het is een Cecil B. TheMIlle, het is Tom Cruise die als Ethon Hunt zijn Mision Impossible doet.  En hij doet Ik zwem effen stunts, helemaal zonder EI.

Dat is een God die zijn spierballen wil laten zien. En, net zoals ik het soms heerlijk vind om een actiefilm te kijken vindt ik het we leuk dat de Bijbel ook deze God laat zien. Zolang ik maar weet dat die anderen er ook zijn,  zoals bijvoorbeeld het God die ik het begin noemde. Een God die me veel dierbaarder is, omdat jij naast je komt zitten, en met je wil praten. 

 

Geloofscrisis

Geloofscrisis is is niet het juiste woord. Ik heb een goede en helpende relatie met een innerlijke stem die ik nu God wil noemen. Ik ga naar een kerk waar ik onderdeel ben van een gemeenschap die dit innerlijke leven in mij snapt. Dat is belangrijk. Ik heb dat heel erg gemist in mijn leven.

Het doet me goed om lid te zijn van de kerk. Ik heb mooie gesprekken, lees mooie boeken die allemaal God als kern hebben, maar vervolgens heel breed en openhartig met het leven, en alles wat daarin gebeurt, om gaan.

Ook dat is belangrijk want er gebeurt veel in mijn leven. Veel heftige dingen ook, waar ik de steun goed bij kan gebruiken.

Maar nu die crisis.

Ik besloot de hele Bijbel te gaan lezen. Om wat meer achtergrond te weten over dat geloof waar ik me bij aan heb gesloten.

Daar lees ik ook heel erg veel mooie verhalen. Ontroerend, liefdevol, schokkend. Dat mag allemaal. Ik heb inmiddels door dat God vele gezichten heeft, en dat vind ik juist heel mooi.

Maar ik kan niet met al die gezichten door één deur. En ik lees dingen waardoor ik God bij de lurven zou willen bakken, en roepen: “Hé God, zó zijn we niet getrouwd!”

Ik wil het hier hebben over een specifiek thema. Het probleem is dat dat thema ook een hele mooie kant heeft, Het is de Exodus, de uittocht uit Egypte. Dat staat voor bevrijding uit de slavernij en het mooie is dat je die slavernij ook veel breder kunt zien. Het gaat over bevrijding.

MAAR!

Het heeft een zeer duister kant die ik niet weg kan redeneren.

God beloofd de Joden een land. Dat is mooi. Maar mijn probleem is dat dat land al bewoond was. En die mensen doe er niet toe. Die mensen mogen zelfs gewoon dood. Ik lees hoe het Joodse volk een massa slachting.

Rechters begint met die slachting. In Betel worden alle inwoners vermoord. Allen de verrader, die ze liet zien hoe ze binnen moesten komen, wordt met zijn hele gezin gespaard. Wie zijn hier nu de slechteriken? En God, hoe kom je er bij om zo met mensen om te gaan. Hoe bestaat het dat je beslist dat de ene groep mensen meer waard is dat de andere? Zo zijn we niet getrouwd!

Ik kom een uitleg tegen, al helemaal in het begin, in Genesis die ik ook al problematisch vind. 

Noah is veilig aan land met zijn ark. Hij verbouwd druiven en drinkt van de wijn die hij gemaakt heeft, en valt naakt in slaap. Zijn jongste zoon Sem ziet hem en vertelt aan zij broers wat hij ziet. Dat wordt uitgelegd als wandaad. Want kennelijk is het schaamtevol om je vader bloot te zien. Ik heb eerder al een keer geschreven dat je daar verschillend over kunt denken. Daar wil ik het niet niet over hebben.  De Bijbel kiest ervaar om het een schande te vinden en Sem wordt vervloekt voor deze daad.

Tot twee keer toe wordt gezegd dat Sem de vader is van Kanaän. Dat lijkt mij niet voor niets. Dit is een voorzet, want Kanaän is het land dat aan de Joden wordt beloofd. En hier wordt uitgelegd dat de Kaänanieten dus kennelijk de zonde van Sem hebben geërfd en dat ze daarom uit een land mogen worden weggejaagd of vermoord.  Ik kan dat niet anders lezen.

Als ik dan ook nog lees dat de Gaza strook wordt veroverd kan ik niet ontkomen aan de gedachte dat de Bijbel hiermee een genocide goedkeurt. En gezien de huidige tijd heb ik daar een heel erg groot probleem mee.

Dat maakt dat de druiven van de Bijbel een zuren smaak krijgen voor mij. Zo zelfs dat ik mooiste heb met verder lezen. Ik was een tijd terug als gestopt omdat ik vond dat de Egyptenaren ontredelijk zwaar werden gestraft. Ik werd toen al boos omdat ik tot twee keer toen las dat God er voor zou zorgen dat de Farao ze niet zou laten gaan, zodat God zijn wonderen kon laten zien. En die wonderen waren dood en verderf. Ik lees een Bijbel die me elke dag een deel laat lezen. Ik stopte hier. Dat was in de veertig dagen tijd.

Nu, na Pinksteren, wilde ik het weer oppakken. Ik zou gewoon het stuk overslaan dat ik mistte en weer bij de datum van nu beginnen. En dat is dus Rechteren, en het begint met de slachting die ik hierboven beschreef. Ik ontkom er dus niet aan. Ik moet hier iets mee. Maar ik weet werkelijk niet wat. 

Nou ja, ik weet het wel. Ik wilde in iedere geval dit schrijven. En ik wil er met mensen over praten. Het zit me echt dwars.

Mijn zeuren is liefde

Mijn klagen is liefde.
Ik ben zelf vergeten dat het liefde is
want ik gaf het een vorm van uit angst.
En in het duister kwam misschien zelfs 
afgunst mee, en wrok.
Dat het angst is ben ik ook vergeten.
Liever ben ik boos.

God vergeef me als ik houvast zocht
en liefde liet verstenen.

Vergeef me als ik dijken bouwde
over anderen heen.

Geef me geen bevestiging van het gelijk
waarvan ik denk dat ik het zoek.
Het maakt van steen graniet.

Sla me niet met verwijten.
Dan verhoog ik mijn duiken.

Zoek mij op waar ik zelf niet durf te gaan.
Neem me serieuzer dan mijn lief is.
Laat me weer voelen
dat mijn klagen, liefde is.
Ik zal voor jou hetzelfde doen.

En als jij vindt dat ik zeur
heb je misschien gelijk.
Maar zoek altijd in je hart,
want misschien ook schuren mijn woorden
aan de stenen van jouw muur.

Laten we zo voor elkaar 
de beschutting zijn die we nodig hebben.
Geen dijk, maar een wadi.
Geen muur, maar een schouder.
Geen vreemde maar een vriend.

 

De gezichten van God

In de bijbel kom ik meerdere gezichten van God tegen. Dat vind ik mooi, want God heeft voor mij ook meerdere gezichten. Steeds als ik probeer uit te leggen wat God voor mij betekent, schiet ik tekort. Waar ik over vertel is altijd maar één aspect, en er zijn er zo veel meer. Een heel boek zou nog niet genoeg zijn om alle gezichten die ik zie te delen. En dan zijn er al die andere mensen die weer andere aspecten zien en ervaren. Ik denk weleens dat we allemaal, dus alle mensen op de wereld, samen pas het hele plaatje compleet kunnen maken. Maar waarschijnlijk is zelfs dat plaatje niet volledig. 

Ik beperk me nu tot twee gezichten van God. En ik kies er twee die tegenstrijdig zijn, want dat kan ook!

God is voor mij de moeder die me in haar armen neemt en me troost als er verdrietige dingen gebeuren. In mijn persoonlijk leven, maar ze doet het ook als ik onmacht voel bij alle onrecht in de wereld. God is voor mij dus niet degene die bepaalt wat er gebeurt. Het beeld van een troostende God past niet bij een God die beslist dat die slechte dingen op een of andere manier noodzakelijk zijn. Dat het, hoe verdrietig ook, ergens goed voor zou zijn. Dat gaat er bij mij niet in. 

Dit gezicht van God kijkt samen met mij naar de wereld en is net zo verdrietig als ik over wat er gebeurt. En dit gezicht van God laat ook op verschillende manieren weten dat het zo niet de bedoeling is. Dit is ook de God die als Jezus de wereld in komt om te laten zien wat dan wél de bedoeling is. Als mens. Samen met ons. Dwars doorheen de pijn.

Maar ik lees in de bijbel ook een ander gezicht van God. Een gezicht dat hier lijnrecht tegenover blijkt te staan. Dat is een God die juist wél dingen laat gebeuren. Goede dingen, maar ook vreselijke dingen. Het is een God die een hele beschaving kan laten verdwijnen onder een zondvloed. Het is een God die kan beslissen dat Sodom en Gomorra vernietigd moeten worden omdat de mensen die daar leven slecht zijn.

Het mooie van deze God is dat je met hem kunt praten. Ik vind het prachtig om te lezen dat God naast Abraham staat, en zelfs met een beetje schroom vertelt wat hij van plan is. Je kunt zelf met hem onderhandelen. Je kunt gewoon tegen hem zeggen: “Zeg God, zo zijn we niet getrouwd!” Ik schrok de eerste keer een beetje van mezelf toen ik dit tegen hem zei. Maar ik bedacht ook dat de uitdrukking helemaal niet zo gek is als je beseft dat het huwelijk gebruikt wordt als beeld van samenzijn met God. 

Twee kompleet tegenovergestelde beelden van God, en ze staan beiden in de bijbel. Ze passen gek genoeg ook beiden, naast elkaar,  in mijn hoofd. De God waarvan ik de arm echt om me heen kan voelen en de God waarmee ik kan vechten. Twee mooie manieren om met mijn onmacht om te gaan. Me laten troosten en mijn opstandigheid kunnen uiten. Het is soms ook fijn om even met iemand te kunnen vechten. Ik hou erg van Jacob, ook hij vocht met God.

De ene manier van omgaan met alles in mijn leven, en de wereld, is niet beter dan de andere. Ik vind het daarom ook fijn dat ik beide manieren terug vind in de bijbel, in God.