God als uitslover en opschepper

Rechtersn 6 en 7.

Ik schreef hier dat God in de Bijbel breedere gezichten heeft. Ik beschrijf er hier twee. God als tastbaar iemand met wie je kunt praten. En, zoals de titel al zegt, de God die een beetje een uitslover en misschien zelfs wel een opschepper is.

Er woon nu een generatie in Israël die niet meer mee heeft gemaakt hoe God ze hielp bevrijden uit de slavernij. Ze hebben dus ook die slavernij dus niet meegemaakt. En misschien maakt dat ze verwend.  Want er is te lezen dat het volk slecht deed in de ogen van God.

Om ze te straffen laat God Israël veroveren en plunderen door de buurlanden. Dan is er een rechter die namens God Israël bevrijd, maar even later begint alles weer  opnieuw. Dat gaat een aantal keren zo door.

Een van deze Rechters is Gideon. Ik hou erg van de het verhaal hoe God Gideon roept. Er komt een Engel langs. Op een gegeven moment zegt Gideon aan God: wacht even, ik ga iets halen, blijf even hier. En God belooft dat hij blijft wachten. Als Gideon terug staat er dat hij iets geeft die onder de onder de boom zit. Dan staat er dat de engel zegt wat hij moet doen.

Er wordt dus rechtstreeks over God gepraat, waarmee Gideon in gesprek is. Dan is er iemand die onder een boon zit en iets aan pakt. En dan is de enge die dingen doet en zegt. Ik vind het mooi dat het onduidelijk blijft of Gideon nu rechtstreeks tegen God tussen of via God tegen de Engel. Of IS God die Engel? Dat zelfde gebeurde ook al toen God bij Abraham op bezoek kwam om te vertellen dat jij een zoon kreeg.

Dat vind ik een mooie God. Een God die op een af andere manier als mens naast je staat. Het is ook een God waar je vragen aan mag stellen. Het is zelfs een God die bereid is om tekenen te geven als je nog niet Helemaal geloofd dat het echt is.

Dat is voor mij een heel menselijk God, waarmee je mag discussiëren, waarmee je zelfs mag onderhandelen. Het is voor mij ook de God waar ik boos op mag worden. 

En dan, als God de tekens heeft gegeven, twee zelfs, gaat Gideon op bad om te struiken tegen de vijand.

En dan komt de uitsloverige God naar voren. Want Gideon verzamelt een heel groot leger, en je ziet God denken: “Ja met zo’n groot leger is het een ijtje om de vijand te verslaan. Dan kunnen ze niet zien dat het aan mij te danken is. Dan is het net alsof ze dat helemaal zelf hebben gedaan en mij niet nodig hebben.

Dus hij besef dat iedereen die bang is naar huis mag gaan. Veel mensen vertrekken. Maar het zijn er nog te veel. Dan moeten ze water gaan denken en alleen degen die als een hond het water uit de rivier grootte mag blijven. Met een klein clubje van 300 man moet de strijd gevoerd worden. Dat is bas een wonder.

Eerder deed God dat ook al bij de bevrijding uit Egypte.  Tot twee keer toe is het God zelf die er voor zorg dat de Farao Wijster het volk te laten vertrekken. Want, zo zecht hij zelf, dan kan ik geen wonderen doen.

Deze God wil dientafel. Het is een Cecil B. TheMIlle, het is Tom Cruise die als Ethon Hunt zijn Mision Impossible doet.  En hij doet Ik zwem effen stunts, helemaal zonder EI.

Dat is een God die zijn spierballen wil laten zien. En, net zoals ik het soms heerlijk vind om een actiefilm te kijken vindt ik het we leuk dat de Bijbel ook deze God laat zien. Zolang ik maar weet dat die anderen er ook zijn,  zoals bijvoorbeeld het God die ik het begin noemde. Een God die me veel dierbaarder is, omdat jij naast je komt zitten, en met je wil praten. 

 

Geloofscrisis

Geloofscrisis is is niet het juiste woord. Ik heb een goede en helpende relatie met een innerlijke stem die ik nu God wil noemen. Ik ga naar een kerk waar ik onderdeel ben van een gemeenschap die dit innerlijke leven in mij snapt. Dat is belangrijk. Ik heb dat heel erg gemist in mijn leven.

Het doet me goed om lid te zijn van de kerk. Ik heb mooie gesprekken, lees mooie boeken die allemaal God als kern hebben, maar vervolgens heel breed en openhartig met het leven, en alles wat daarin gebeurt, om gaan.

Ook dat is belangrijk want er gebeurt veel in mijn leven. Veel heftige dingen ook, waar ik de steun goed bij kan gebruiken.

Maar nu die crisis.

Ik besloot de hele Bijbel te gaan lezen. Om wat meer achtergrond te weten over dat geloof waar ik me bij aan heb gesloten.

Daar lees ik ook heel erg veel mooie verhalen. Ontroerend, liefdevol, schokkend. Dat mag allemaal. Ik heb inmiddels door dat God vele gezichten heeft, en dat vind ik juist heel mooi.

Maar ik kan niet met al die gezichten door één deur. En ik lees dingen waardoor ik God bij de lurven zou willen bakken, en roepen: “Hé God, zó zijn we niet getrouwd!”

Ik wil het hier hebben over een specifiek thema. Het probleem is dat dat thema ook een hele mooie kant heeft, Het is de Exodus, de uittocht uit Egypte. Dat staat voor bevrijding uit de slavernij en het mooie is dat je die slavernij ook veel breder kunt zien. Het gaat over bevrijding.

MAAR!

Het heeft een zeer duister kant die ik niet weg kan redeneren.

God beloofd de Joden een land. Dat is mooi. Maar mijn probleem is dat dat land al bewoond was. En die mensen doe er niet toe. Die mensen mogen zelfs gewoon dood. Ik lees hoe het Joodse volk een massa slachting.

Rechters begint met die slachting. In Betel worden alle inwoners vermoord. Allen de verrader, die ze liet zien hoe ze binnen moesten komen, wordt met zijn hele gezin gespaard. Wie zijn hier nu de slechteriken? En God, hoe kom je er bij om zo met mensen om te gaan. Hoe bestaat het dat je beslist dat de ene groep mensen meer waard is dat de andere? Zo zijn we niet getrouwd!

Ik kom een uitleg tegen, al helemaal in het begin, in Genesis die ik ook al problematisch vind. 

Noah is veilig aan land met zijn ark. Hij verbouwd druiven en drinkt van de wijn die hij gemaakt heeft, en valt naakt in slaap. Zijn jongste zoon Sem ziet hem en vertelt aan zij broers wat hij ziet. Dat wordt uitgelegd als wandaad. Want kennelijk is het schaamtevol om je vader bloot te zien. Ik heb eerder al een keer geschreven dat je daar verschillend over kunt denken. Daar wil ik het niet niet over hebben.  De Bijbel kiest ervaar om het een schande te vinden en Sem wordt vervloekt voor deze daad.

Tot twee keer toe wordt gezegd dat Sem de vader is van Kanaän. Dat lijkt mij niet voor niets. Dit is een voorzet, want Kanaän is het land dat aan de Joden wordt beloofd. En hier wordt uitgelegd dat de Kaänanieten dus kennelijk de zonde van Sem hebben geërfd en dat ze daarom uit een land mogen worden weggejaagd of vermoord.  Ik kan dat niet anders lezen.

Als ik dan ook nog lees dat de Gaza strook wordt veroverd kan ik niet ontkomen aan de gedachte dat de Bijbel hiermee een genocide goedkeurt. En gezien de huidige tijd heb ik daar een heel erg groot probleem mee.

Dat maakt dat de druiven van de Bijbel een zuren smaak krijgen voor mij. Zo zelfs dat ik mooiste heb met verder lezen. Ik was een tijd terug als gestopt omdat ik vond dat de Egyptenaren ontredelijk zwaar werden gestraft. Ik werd toen al boos omdat ik tot twee keer toen las dat God er voor zou zorgen dat de Farao ze niet zou laten gaan, zodat God zijn wonderen kon laten zien. En die wonderen waren dood en verderf. Ik lees een Bijbel die me elke dag een deel laat lezen. Ik stopte hier. Dat was in de veertig dagen tijd.

Nu, na Pinksteren, wilde ik het weer oppakken. Ik zou gewoon het stuk overslaan dat ik mistte en weer bij de datum van nu beginnen. En dat is dus Rechteren, en het begint met de slachting die ik hierboven beschreef. Ik ontkom er dus niet aan. Ik moet hier iets mee. Maar ik weet werkelijk niet wat. 

Nou ja, ik weet het wel. Ik wilde in iedere geval dit schrijven. En ik wil er met mensen over praten. Het zit me echt dwars.

De gezichten van God

In de bijbel kom ik meerdere gezichten van God tegen. Dat vind ik mooi, want God heeft voor mij ook meerdere gezichten. Steeds als ik probeer uit te leggen wat God voor mij betekent, schiet ik tekort. Waar ik over vertel is altijd maar één aspect, en er zijn er zo veel meer. Een heel boek zou nog niet genoeg zijn om alle gezichten die ik zie te delen. En dan zijn er al die andere mensen die weer andere aspecten zien en ervaren. Ik denk weleens dat we allemaal, dus alle mensen op de wereld, samen pas het hele plaatje compleet kunnen maken. Maar waarschijnlijk is zelfs dat plaatje niet volledig. 

Ik beperk me nu tot twee gezichten van God. En ik kies er twee die tegenstrijdig zijn, want dat kan ook!

God is voor mij de moeder die me in haar armen neemt en me troost als er verdrietige dingen gebeuren. In mijn persoonlijk leven, maar ze doet het ook als ik onmacht voel bij alle onrecht in de wereld. God is voor mij dus niet degene die bepaalt wat er gebeurt. Het beeld van een troostende God past niet bij een God die beslist dat die slechte dingen op een of andere manier noodzakelijk zijn. Dat het, hoe verdrietig ook, ergens goed voor zou zijn. Dat gaat er bij mij niet in. 

Dit gezicht van God kijkt samen met mij naar de wereld en is net zo verdrietig als ik over wat er gebeurt. En dit gezicht van God laat ook op verschillende manieren weten dat het zo niet de bedoeling is. Dit is ook de God die als Jezus de wereld in komt om te laten zien wat dan wél de bedoeling is. Als mens. Samen met ons. Dwars doorheen de pijn.

Maar ik lees in de bijbel ook een ander gezicht van God. Een gezicht dat hier lijnrecht tegenover blijkt te staan. Dat is een God die juist wél dingen laat gebeuren. Goede dingen, maar ook vreselijke dingen. Het is een God die een hele beschaving kan laten verdwijnen onder een zondvloed. Het is een God die kan beslissen dat Sodom en Gomorra vernietigd moeten worden omdat de mensen die daar leven slecht zijn.

Het mooie van deze God is dat je met hem kunt praten. Ik vind het prachtig om te lezen dat God naast Abraham staat, en zelfs met een beetje schroom vertelt wat hij van plan is. Je kunt zelf met hem onderhandelen. Je kunt gewoon tegen hem zeggen: “Zeg God, zo zijn we niet getrouwd!” Ik schrok de eerste keer een beetje van mezelf toen ik dit tegen hem zei. Maar ik bedacht ook dat de uitdrukking helemaal niet zo gek is als je beseft dat het huwelijk gebruikt wordt als beeld van samenzijn met God. 

Twee kompleet tegenovergestelde beelden van God, en ze staan beiden in de bijbel. Ze passen gek genoeg ook beiden, naast elkaar,  in mijn hoofd. De God waarvan ik de arm echt om me heen kan voelen en de God waarmee ik kan vechten. Twee mooie manieren om met mijn onmacht om te gaan. Me laten troosten en mijn opstandigheid kunnen uiten. Het is soms ook fijn om even met iemand te kunnen vechten. Ik hou erg van Jacob, ook hij vocht met God.

De ene manier van omgaan met alles in mijn leven, en de wereld, is niet beter dan de andere. Ik vind het daarom ook fijn dat ik beide manieren terug vind in de bijbel, in God. 

Een kind laten gaan

Het verhaal dat Abraham Isaak moet offeren
vond ik alleen verteerbaar
als ik daarbij bedacht
dat hij erop vertrouwde dat zijn zoon niet echt dood zou gaan,
wat er ook zou gebeuren,
wat hij ook zou doen,
zijn zoon zou blijven leven. 
Dat vraagt diep vertrouwen.
Springen zonder te eten of je opgevangen wordt,
alleen maar het vertrouwen daar op. 
Dat vertrouwen moest ik zelf aanboren.

Ik lees het verhaal nadat ik mijn dochter moest laten gaan.
Het kostte mij alles om geen “nee” te zeggen
tegen haar wens om dit leven te beëindigen,
maar: “ik sta naast je.”


Dat kon ik alleen omdat ik erop vertrouwde
dat onze liefde voor elkaar blijvend is.
Dwars doorheen de pijn,
dwars doorheen mijn fouten als vader,
dwars doorheen de dood. 

 

Genesis 15-17

Ik blijf me ongemakkelijk voelen bij een aantal dingen. Weet je, één van de grootste verhalen gaat over het ontspannen van slavernij. En de stamvaders hebben doodleuk zelf slaven. En als Sarai onvruchtbaars lijkt, geeft ze Hagar aan Abram voor een nakomeling. Ze wordt als slaaf én als vrouw behandeld als eigendom.

Maar dat ging zo in die tijd. En dat mag ik dan niet leuk vinden, ik moet naar mezelf kijken. Wij vinden het heel gewoon dat dieren gebruikt worden als voedselproduct. Ik eet zoveel mogelijk veganistisch, maar die woorden “zo veel mogelijk” spreken boekdelen. 

Dus ik wil dat nu loslaten, die kritiek.

Abram ontroert me, ik leer nu pas dat hij de naam Abraham pas krijgt, als Sarai, die ook dan pas Sara heet, een kind krijgt. 

Ik vertelde al dat ik het mooi vind dat hij zonder aarzelen God volgt. Zijn vertrouwen is groot, zijn geloof is groot, zijn gehoorzaamheid is groot. Te groot zal straks nog blijen, maar dat verhaal moet nog komen.

Maar ook Abram wankelt. En dan snap ik ok wel. Een nageslacht zo talrijk als er sterren op de hemel staan, maar hij is bijna honderd, en nog niet eens een eerste kind.

Vertrouwen en twijfel, ik vind het een ontroerend thema. In de kerk hoor ik vaak “die niet laat gaan het werk dat hij begonnen is.” In dit stuk van de Bijbel lees ik dat er een verbond gesmeed word. In mijn beleving gebeurt dat bij de uittocht uit Egypte, maar hier gebeurt het dus ook al. Het wordt bevestigt door dieren-overs die doormidden gesneden neergelegd worden. k ben blij dat ik “Het verhaal gaat” er naast heb, want daar lees ik dat dat destijds een gewoonte was, om een eet naar elkaar toen zo vast te leggen.  En dat vond ik dan een mooie beeld. Abram die een verbond maakt met God als waren het van man tot man. 

En dan is het het tragische verhaal tussen Sarai en Hagar. Sarai doe met het idee kwam, maar het niet kan aanzien hoe Hagar trots rondloopt. Sarai draagt geen kind. Nu nog steeds moet je je als vrouw bijna verontschuldigen als je geen kinderwens hebt. Hoe zwaar moet dat toen niet geweest zijn. Minder dan vrouw, voelt ze zich. Verhalen in de Bijbel gaan over het leven en dus ook over pijn.  In dit geval pijn aan beide kanten want Sarai gebruikt de macht die ze wél heeft om Hagar weg te sturen.

Maar ook Hagar zal aan de wig staan voor een groot volk. Ze komt uit Egypte. Moslims zijn onze broeders in het geloof. En ik vraag me af of het in deze verwen is dat de Bijbel ons twee verschillende kanten op laat gaan.  Daar wil ik graag nog een keer mijn licht over opsteken. 

Genesis 9-11 en Psalm 9

Vandaag maak ik ruimte voor kritiek op de Bijbel. Liefdevol, maar onverbloemd. En misschien zie ik dingen te scherp en zelfs niet helemaal goed. 

Maar ik begin met het verhaal dat er vandaag uit haal. Niko ter Linde wees met het aan in zijn “Het verhaal gaat”. Ik houd van dat boek. Niko is verteller, en verteller met veel achtergrondkennis en daarom een hele goede gids in de Bijbel. Echt een tip!

Ik ben ook verteller, en daarom valt me meteen op wat Nik te Linde uit deze geschiedenis haalt.

Noah verbouwd wijn. Hij drink daarvan en wordt dronken. Naak valt hij in slaat. Zijn zoon Gham ziet hem liggen en verteld het aan zijn broers. De broers gaan achterwaarts naar hun vader toe. Zodanig e hem niet bloot zien, en leggen een mantel over hem heen. De mantel der liefde.

 Leerde in een hele goed vertel cursus (van Mezrab), dat een verhaal een waarheid over het leven vertelt.  Een waarheid, niet DE waarheid.

De waarheid die Niko te Linde uit dot verhaal haalt is dat er een moment komt dat een kent zijn/haar ouders als vaarbaar menselijk wezen ziet. Als klein kind zijn je ouders je helden. Ik weet dat dat niet altijd zo is. Maar dat zijn verhalen die niet aan mij zijn om te vertellen. Mijn ouders waren mijn helden, die alles wisten. En als je groter wordt, ontdek te dat ze maar al te menselijk zijn, dat ze helemaal niet alles weten. Dat is een waarheid, daar zijn verhalen over te vertellen. 

Ik zie ook een andere waarheid in dit verhaal. Een waarheid die wat ingewikkelder licht. Een waarheid over schaamte. Over naakt zijn. Het is mooi om je lichaam als iets intiems te zien, iets dat je niet zomaar met iedereen deelt. Maar je voor mij is een lichaam niet iets om je voor te schamen. Hier zit een hele fijne lijn tussen eerbied voor een jachtakte, en schaamte voor een lichaam. Is het eerbied van de twee broers, dat ze achteruit naar hun vader lopen, of is het schaamte?

Een goed verhaal geeft geen antwoord. Een goed verhaal stelt de vraag. Een verhaal vertelt een waarheid over het lezen, maar vertelt je niet wat je moet doen. Voor mij is een goed verhaal nooit moraliseren.

Ik zou als vertelt dit verhaal op twee verschillende manier kunnen vertellen. Dat is wat ik bij Mezrab keerde. Ik kan me verbinden met deze twee waarheden. Aanvoelen hoe deze waarheden in mijn hart resoneren. Maar een verhaal is meer dan alleen delen wat er in mijn hart zit. Ik geef het een vorm. Ik richt daarmee de aandacht van mijn publiek. Ik neem ze mee. Zo laat ik hun hart ook resoneren met de kern die ik gekozen heb. Het verhaal wordt krachtiger als ik me op één van beide uitganspunten richt. Ze raken elkaar, maar het wordt rommelig als ik ze beide evenveel aandacht geeft. Dat is hoe ik manibuleer. 

Maar ik vertel ze niet wat ze daarvan moeten denken.

En precies dat is mijn kritiek hier.

Want in de Bijbel wordt op dit moment wel heel erg gesurft naar wat je hier van moet denken. Het is slecht wat Cham gedaan heeft. Als Noag het hoort vervloekt hij Sam. 

En het gaat nog verder. Ook het nagelschaar van Cham wordt vervloekt. En dat is Kanaän. Daar komt een heel volk uit voort. Kanaän is een land in de Bijbel. En hiermee wordt zoveel gezocht als dat de mensen die daar wonen slecht zijn. Dat is een voorschot op het veroveren van dat land, want van slechte mensen mag je iets afbakken.

Dat is waar ik de Bijbel gevaarlijk vind. Verhalen zij krachtig, maar je kunt ze maar al te makkelijk verkeerd gebruiken.

En dit is waarom ik snap dat mensen zich afkeren van het geloof. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat het heel erg vaak heet geleid tot verschrikkelijke dingen.  

Genesis 6-8 en Psalm 12

Het verhaal van de zondvloed.

Ik snap zo goed dat je zo’n verhaal maakt. Het is de wanhoop als je overal om je heen ziet dat mensen slechte keuzes maken. We zitten er nu middenin. We kiezen massaal voor regeringen die op geen enkele manier bezig willen zijn met het behoud van de aarde, regeringen die zich op geen enkele manier willen bekommeren op de mensen die toch al in het verdomhoekje zitten. Een trap na, kunnen ze krijgen, die mensen en de aarde.

En als er zoveel mensen meegaan op dat pad, dan is het voor de aarde misschien beter dat de mensheid van de aarde verdwijnt. 

Dat is het sentiment dat ik proef als ik de zondvloed lees. En misschien is er ooit een grote vloed geweest, en is verteld dit verhaal dat een echo van, maar dat vind ik minder interessant.

Het stuk van mijn Brian dat wil snappen leest wel over reine dieren en onreine dieren. Aha . . Dit verhaal is dus genaakt in een tijd dat dat onderscheid al gemaakt is. Dus er ís al een cultuur, een geloof, dat dat onderscheid genaakt is. De verteller gaat er vanuit dat je daarvan weet. Ik mijn hoofd moeten dat soort afspraken nog genoemd worden in de Bijbel. Maar dat weet ik niet zeker.

Mijn dromerige brijn blijft haken op de Raaf. Voor de overbekende duif, met zijn takje in zin mond, was er een raaf “die bleef heen en weer vliegen, totdat de aarde droog was” staat er in de NBV 21 vertaling. 

Maar wat gebeurt er dan met die raaf? Is die nog steeds heen en weer aan het vliegen? Waarom word daar niets meer over verteld?

Dus ik pak er een andere vertaling bij, de Naardense, en daar staat: “die trekt uit in een uittrekken en terugtrekken, tot aan het opdrogen van de wateren van over het aardland.”

Aha, ik had “heen en weer” niet gezien als steeds weer terug naar de ark. “heen en terug” was voor mij een betere vertaling geweest. Maar nog steeds vraag ik me af: als die duif moet gaan kijken of er droog land is, hoe weet de raaf dan dat de dat de aarde droog was, en dat hij kon stoppen met heen en terug vliegen?

En ik denk: “de raaf moet het zware werk doen, en dan mag de duif gaan strijken met de glorie. 
Maar misschien is die raaf helemaal niet bezig met melden of er land is, en heeft Noah daarom die duif gestuurd. Dat is waarom lezen voor mij zo langzaam gaat. Losse eindjes van een verhaal blijven in mijn hoofd rondzwevend. Ze willen afgerond worden. Ik moet dus oppassen dat ik hier niet te veel ga delen over wat er in mijn allemaal bezig is. Dat wordt onleesbaar. 

Iets anders, wat me al eerder opviel toen ik in de Bijbel las, is de obsessie met precieze maten. Is dat zo opgeschreven zodat we weer een ark kunnen bouwen als God toch weer beslist tot een zondvloed? Ik schrijf dit half schertsend, maar ik ben serieus nieuwsgierig naar hoe mensen in die tijd verhalen vertelden. Over wat ze daarin wel en niet deelden, en welke betekenen we niet niet meer kunnen achterhalen omdat we het nu vanuit een hele anderen achtergrond lezen. Misschien had ik een bijbelstudie wel gaaf gevonden. 

Er is nog iets dat ik zeer vreemd vind. In het begin van dit verhaal wordt verteld over godenzonen. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Het lijkt wel of ik in een Griekse tragedie ben verland in plaats van in een bijbel. Godenzonen en Helden. En voordat er iets over uitgelegd wordt, gaan ze ten onder on de vloed. Heel vreemd. 

En ik ben nog niet klaar met dit verhaal. Want wat is dit voor God, die slechtheid beantwoordt met slechtheid? Waar is die liefdevolle God? Dat zal nog vaker gebeuren, weet ik. Het zullen zelfs mensen zijn die liefdevoller zijn dan God zelf, en smeken om die zware straffen niet te laten gebeuren.

God heeft in de Bijbel meerder gedaanten. En dat is ook niet zoo heel gek. Er zijn meerdere vertellers, en ze hebben allemaal hun eigen stem. Ze laten allemaal een aspect zien van dit het grote verhaal van de mensheid en zijn de relatie met God. 

Genesis 4-5 en Psalm 37

Soms zijn Bijbelverhalen ongemakkelijk. Niet in de zin dat ik de boodschap verouderd vind, zoals vrouwe die mannen moeten gehoorzamen, maar omdat ze pijnlijk zijn.

Ongemakkelijk en pijnlijk is goed. Het leven is soms ook ongemakkelijk en pijnlijk. Ik leerde dat ik dat niet kon negeren. Dat geeft alleen maar meer ellende. 

Het verhaal van Kaine en Apel is ongemakkelijk. Ten eerste al omdat God wel let op het offer van Abel en niet op dat van Kaïn. Maar het wordt nog pijnlijker. Kaïn slaat zijn broer dood en licht daar ook nog een keer over.

Afgunst is een lelijk ding. Het wordt niet voor niets in de 10 woorden genoemd als iets waar je je niet aan moet overgaven. Dat is voor mij de kern van het verhaal. Wat ik er van uit haal dat het helend is om anderen iets te gunnen. Het maakt de wereld mooier als je dat kunt.

Het is sowieso een ambacht om je niet te ergeren aan anderen, ook niet als ze echt vreselijke slechte dingen doen. Ik noem dat niet voor niets een ambacht. Het is iets waar ik moeite voor moet doen, iets wat ik moet leren en moet blijven oefenen. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is groot. Ik vind het echt onverdraaglijk dat er politici aan macht komen die liegen, bedriegen, en alleen maar bezit zijn om een kleine groep mensen voordeel te geven. 

Daarom vind ik Psalm 37 zo’n mooi.

Erger je niet aan slechte mensen,
wees niet jaloers op wie kwaad doet,
zij verdorren snel als gras,
zij verwelken als het jonge groen.

Dat help me om los te laten. Ik vond het nog steeds erg wat ze doen. Ik zal me blijven verzetten en waar ik kan zal ik het tegen gaan, maar ik wil niet dat het de ergernis me vastzet. 

Het helpt om te weten: wat zij najagen is niet wat echt waardevol is.

Daar zal ik nog vaker op terugkomen, over het gevoel dat “het” gezien wordt. Want ook het goed wordt gezien. Want ook het goed wordt gezien. Ook ik wordt gezien. De allereerste keer dat ik als volwassene een kerkdienst meemaakte, raakte ik ontroerd door de zegen.

De HEER zegene u en behoede u;
de HEER doe zijn aangezicht over u schijnen en zij u genadig;
de HEER verheffe zijn aangezicht en geve u vrede.

Dat kon ik echt laten binnenkomen. Ik voel me dan echt gezien en geliefd. Dat was een heel bijzondere ervaring, en ik kan dat nog steeds ervaren. Het is iets wat ik niet verstandelijk kan uitleggen. En dát is waarom ik gelovig ben.

Ik wil hier nog iets delen dat ik ooit las over het verhaal van Kaïn en Abel:

Er werd betoogd dat de landbouw de gevaarlijkste uitvinding was van de mensheid. Dat is het moment dat we meer voedsel konden maken dan we op konden. Dat is het begin van de eindeloze groei waar we nu zo tegen aan lopen: meer, meer, meer, totdat alles kapot is. Dat begon met de landbouw. Daar zit iets in: we begonnen met meer te maken dan we nodig hadden, en dat ging ten kostte van andere soorten en van de natuur. Dus die landbouw kun je zien als vloek voor de aarde. En dat zou ook de boodschap van het verhaal kunnen zijn. God gaf geen aandacht aan het over van de landbouwer, en wel aandacht aan het offer van de herder. Ik vin daar wel wat in zitten. 

Dat laatste is weer het deel van mijn vriend dat met logica bezig wil zijn. En dat mag ook. Maar ik noem het als een achteraf gedachte, want zo voelt het voor mij. Het belangrijkste voor mij is om de bijbel te lezen met mijn hart. 

Wat dat verstandelijk stuk ook bedenkt is:

”Oja, dat doet de Bijbel vaker, zo’n hele rij navolgelingen om de vroegere hoofdrolspelers met de nieuwere hoofdrolspeler te koppelen. Ni is er een mooie rechte lijn van Adam naar Noah. Dat gaan ze met Jezus ook weer doen. En ik snap die neiging wel, om het helemaal precies terug te kunnen herleiden. Het heeft ook iets moois: weten waar je vandaan komt. Eren waar je vandaan komt.” 

Bijbel in een jaar, 1 januari

Dag 1

Genesis 1-3 en Psalm 8

Ontzag. Dat is het woord dat bij me omhoog komt als ik ver 1 lees. Ontzag voor alles op de aarde, dat grote firmament daarboven. Ontzag voor de grote vragen. Hoe is dat alles ontstaan? En wat is mijn plek daarin?

Mijn dochter Fenna was een jaar of tien toen ze me vertelde over haar gedachten. 

“Ik kan een heel klein probleem heel belangrijk vinden als ik alleen maar dat probleem zien. Maar als ik aan meerdere dingen denk, wordt dat probleem kleiner. Als ik aan nóg meer denk wordt het wéér kleiner. Maar dat kan eindeloos doorgaan. Dan wordt dat probleem zo klein dat het er niet meer belangrijk is, maar als ik dan nóg verder ga ben ik zelf ook niet meer belangrijk. Daar word ik bang van. Want ik kan dat niet meer stoppen in mijn hoofd.

Ontzag. Het oneindige. Het alles. En jezelf zo klein voelen. Dan is het mooi om jezelf gezegend te voelen. God is voor mij een naam voor dat alles waar ik ontzag voor heb. Dat maakt dat ik een persoonlijke band voel met het alles. Het maakt dat ik me niet verloren voel in dat alles. 

Ik zal nog vaker dingen zeggen over wat God voor mij is. Dat is niet iets dat eenduidig is. Het is iets dat groter is dan ik in woorden kan vatten. Maar hier en daar kan ik er wel aan raken. Dus weet, dat steeds al ik zeg wat God voor mij is, dat dat slechts een heel klein stukje is van alles wat ik daarover voel.  

Vers één leest dan als een gedicht. Een gedicht met een mooi ritme. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen, de tweede dag. Hoe mooi is het om je verbonden te weten met het allerseerste begin, ook al is dat alleen maar politieschool zo. Het geeft me een anker. Omdat ik Fenna heel goed snap. Zonder anker kan het alles angstaanjagend zijn.

Vers twee van de bijbel geeft meteen weer dat de Bijbel geen geschiedenis boek is. Het zegt niet: zo is het precies gebeurd. De bijbel verteld een verhaal. De kracht van verhalen is dat het diepere waarheden kan vertellen, juist door los te komen van de vraag of het precies zo gebeurd is. De vraag hoe het precies gebeurd is, is een kleine waarheid. Dat is soms heel belangrijk. Maar het is niet waar het over gaat in de Bijbel. De Bijbel gaat over grote waarheden.

Meteen al in dat tweede vers wordt namelijk iets verteld dat tegenstrijdig is met het eerste vers. De schepping van de mens heeft twee versies. Het leest voor mij ook als twee heel andere vertellers, elk met een eigen stem. En zo wil ik de bijbel graag lezen, als luisteraar naar iemand die me een verhaal verteld. Iemand die beelden schetst en me mee neemt in het verhaal. Dan gaat het deel van mijn hersenen dat alles wil verklaren even slapen, en wordt het creatieve, het voelende, het scheppende deel wakker. Het deel mij verbindt met anderen. Dat verklarende deel ziet altijd eerder wat me van andere scheid, besef ik nu. 

Maar toch wil dat verklarende deel ook iets. En dat mag. Hieronder laat ik het even spreken. 

De boom met de kennis van goed en kwaad, en het verlaten van het paradijs, zijn voor mij zulke beelden. Het paradijs is zorgeloosheid. Er is van alles genoeg, het is er mooi en fijn, en je bent onwetend van goed en kwaad.

Maar zodra je weet over goud en kwaad kan er geen sprake meer zijn van een heerlijke onwetendheid. Je hebt nu een verantwoordelijkheid. Je kunt je eigenlijk niet meer helemaal zorgeloos voelen. En er zal onherroepelijk een moment komen dat je moet kiezen tussen twee kwaden. Die verantwoordelijkheid is een zware last. Die last moeten dragen is voor mij het vertrek uit het paradijs. Ik kan dat niet als straf zien. Ik zie het als datgene wat we hier te doen hebben. We moeten leren leven met een wereld waar goed is maar waar ook kwaad is, en we kunnen niet meer doen alsof we dat niet zien. Voor mij is het een opdracht om niet weg te kijken, en om steeds bewust te kiezen voor het goede, ook al zal dat vaak moeilijk zijn, ook al zullen we daar niet vlekkeloos in zijn. 

En ook al zullen we het nooit bereiken, we zullen blijven geloven dat we het paradijs samen met elkaar kunnen maken, hier op aarde.

Bijbel in een jaar woord vooraf 2

 

Ik lees Bijbels tegengif voor nu.

Het boek Danliël wordt uitgelegd tegen de tijd van nu. Er zijn verrassend veel overeenkomsten.

En toevallige gaat de lezingenreeks die ik volg over Apocalyps literatuur, en ook over Daniël (want die hoort daar ook bij). Via de lezingen leerde ik dat Apocalyps gewoon “openbaring” betekend, en dat de teksten protest teksten zijn uit een tijd waarin de bevolking gebukt gaat onder een tiran. Dat lijkt er op deze tijd, waar overal de tirannen stempels zetten. 

In dit boek wordt gesteld dat de hele Bijbel eigenlijk die toon heeft: gek genoeg is de Bijbel dus anti establishment.  Verhalen waarin verteld wordt hoe het volk bevrijd wordt uit de g van tirannen, of, zoals je het ook kunt zien, uit onderdrukkende systemen.

In dat boek lees ik dus dat het nog al wat uit maakt hoe je de Bijbel leest. “Voor elke ketter een letter”, is een uitspraak waarmee waarschijnlijk wordt bedoeld dat je leken niet moet vertrouwen met de uitleg van de Bijbel.

Maar . . 

Dit boek laat duidelijk zien dat tirannen de Bijbel misbruiken voor hun eigen gewin.

Ik ben het daar mee eens. Maar dat is ook maar een mening.

Een mooi dilemma: als je de Bijbel wil gebruiken om te lezen over grote waarheden, maar je bent zelf de filter waardoorheen die waarheden heen gaan . . . Hoe werkt dat dan?

Ik vertrouw erop dat ik een goed filter heb als ik er vanuit ga dat God Liefde is. Maar ik moet niet alleen die Bijbel kritisch lezen, ik moet ook kritisch naar mezelf blijven.