Het is veel

Ik schrijf dit op de avond van de persconferentie waar de 1,5 meter losgelaten wordt. Ik kijk niet, nooit gedaan. Poppenkast is het. Maar het is roerig.

Woonprotest, nog steeds zijn de ouders van het toeslagenschandaal niet gecompenseerd, de GGZ en de jeugdzorg niet geregeld, maar intussen krijgen de grootste bedrijven in Nederland een belastingvoordeel.

Het is roerig. Ik word er boos van. Maar ik heb helemaal geen ruimte voor die boosheid.

Ik heb mijn eigen roerigheid. Mijn boek en mijn theater. Het is spannend, het loopt niet helemaal zoals ik wil, maar het is vooral financieel spannend. Ik neem een groot risico. Als ik onvoldoende boeken en theatertickets verkoop gaat het me meer geld kosten dan ik heb. Ik zal dan de komende jaren heel zuinig moeten doen om die klap op te vangen.

Daar komt nog bij dat ik in de clinch lig met de belasting die ook veel geld van me wil, en met mijn WIA aanvraag die steeds uitgesteld wordt omdat er geen keuringsartsen zijn.

Die WIA is ook nog eens krapper dan mijn ziektewet, dus ga er maar aan staan.

Het is veel.

Mijn angst en onrust spelen op. Ik probeer lief voor ze te zijn. Maar ik ben ook bang dat ik de komende twee maanden een voortdurend aanwezige spanning zal voelen. Een deel fijn, maar ook een deel heftig.

Ik schrijf hier om het een beetje los te maken.

En ik voel.

Ik voel de oude delen in me die altijd en overal zo bang waren. Ze mochten niet bang zijn van me, ik had behalve de angst ook nog eens last met mijn strijd tegen de angst en mijn gevecht om vooral gewoon door te gaan. Het helpt dat het er nu allemaal wel mag zijn.

Maar het is veel.

Boek schrijven, theater maken en de lessen die ik leer

Ik kluns en ik rommel, want o, wat is het spannend, mijn boek.
Ik vond een uitgever die met me in zee wilde als ik zelf garant kon staan voor 250 verkochte boeken.
Dat durfde ik wel aan.
De uitgever deed goed werk. Redactie, mooie vormgeving, en hij verkoopt ook die 250 boeken voor me via zijn webshop.
Ik had er zelf niet aan gedacht dat al die 250 boeken dan ook via die webshop verkocht moesten worden. Dus ik deelde heel enthousiast al kanalen waar je het gewoon kunt bestellen omdat het boek door mijn uitgever aangemeld is in het centrale boeksysteem.

Toen ik besefte dat ik te enthousiast al die links deelde, sloeg de paniek toe, gevolgd door de gloedgolf van een jaar lang spanning over het uitgeven van mijn boek, want vorig jaar augustus was het al af.

Ik ben in therapie, en ik heb een whiteboard in mijn kamer waarop ik mijn gemoed zichtbaar maak. Naast een oude foto van mij als vader (ik vind mezelf lief op die foto), liever kaarten die ik krijg, mijn”wins” en de stemmen die ik met mijn therapeut in kaart heb gebracht.

De paniek, en het gevoel dat ik een grote trut ben dat ik dit zo verknal en dat het nu nooit meer goed komt omdat de kans om het goed te doen nu verkeken is, komen van die stemmen.

In plaats van er aan onder door te gaan, ervoor weg te duiken, of ze te bestrijden (alle 3 hopeloze strategieën), ben ik voor mijn bord gaan zitten.

Dag stemmen, daar zijn jullie. Ik snap je. Het is goed. Je mag in paniek zijn, je mag me stom vinden. Ik snap waar het vandaan komt.

Ik stond op en legde mijn hand op de papiertjes met de stemmen.

Het komt goed fluisterde ik. Ik ben er nu. We gaan het redden.

En ik huilde. 

Mijn verhalenmaker wilde graag dit schrijven en dat mocht van mij.

En hier kun je mijn boek bestellen.

 

Als ik mezelf zou kunnen zien

Als ik mezelf zou kunnen zien
mijn rituelen
mijn gekke dansjes
mijn hardop praten met het meubilair
mijn kus aan mijn knuffels
mijn voor me uit staren op de bank
mijn duizend dingen tegelijk doen
mijn lachen 
mijn huilen
mijn aandacht
mijn slordigheid
als ik mezelf
zo zou kunnen zien
zou ik houden van mezelf?

 

stemmen

Ik word mijn bewuster van de stemmen in mijn hoofd. Fijnmaziger, subtieler. De klassieke stemmen kende ik al. De perfectionist bijvoorbeeld. Dat bleek mijn klopgeest te zijn, niet perfect, maar wel kloppend. Hoe beter ik op ze let hoe genuanceerder ze worden. Nu volg ik ook de gesprekken zelf. Vroeger kreeg ik alleen de notulen. Daar stonden alleen de conclusies in en mijn marching orders.

Nu volg ik de overwegingen en argumentaties. Ik zie hoe ze alles op een weegschaal leggen. En dan kom ik tot een schokkende ontdekking.

Mijn positieve stemmen doen gewoon mee met het systeem van die weegschaal!

Dat betekent dat alles waar ik trots op ben, gewoon gebruikt wordt als onderhandelingsmateriaal. Het is compensatie voor alles wat niet goed is. En mijn stemmen die de aandacht vestigen op alles wat niet goed is zijn in de meerderheid, want angst. 

Dus alles waar ik trots op ben verdwijnt in het moeras van angst. Het is niet meer dan een tijdelijke pauze, even lucht happen voor ik weer kopje onder ga.

Dat klinkt hard. En dat is het dus ook. Dit is wat ik doe met mezelf. Dit is wat al die jaren angst met me doen. Dat beseffen is een begin om het te helen.

angst

Je angst lieverd

is gewoon je angst

niet een of ander

donker monster

geen duister geheim

geen vleermuizen in een grot

zelfs niet eens die grot

het is gewoon

je adem die klem zit

je hart in je keel

de kramp in je spieren

en ja het is veel

De veelheid der dingen

Soms stroomt het over

de veelheid van alles

dan is het alsof

mijn ogen te wijd open

mijn voeten te wankel

mijn huid niet dik genoeg

mijn armen ontoereikend

mijn hart nooit groot genoeg

gelukkig zijn er wel mijn tranen

Slecht horen

Het is duizelingwekkend hoe ingewikkeld slecht horen is.

Het is letterlijk onvoorstelbaar wat ik allemaal niet hoor.

Het is óók letterlijk, óók even onvoorstelbaar wat ik allemaal toch mee krijg, op basis van de gebrekkige informatie die akoestisch binnen komt.

Het is niet goed uit te leggen, het verrast mezelf nog steeds wat ik allemaal mis. Het blijft vaak ook ongemerkt want de grote lijnen krijg ik wel mee. Het belangrijkste, de lading, de non-verbale informatie krijg ik juist heel goed mee. En heel soms ook niet, als ik teveel energie moet steken in verstaan. Zie je hoe ingewikkeld het is? (1)

En dan de kleine dingen die ik mis. Meestal niet zo erg, maar soms juist cruciaal. Dan mist er een klein stukje info. Dat kan belangrijke info zijn en dat komt dan altijd wel weer boven tafel. Het presenteert zich dan als een blunder van mijn kant. Het kan ook een schijnbaar onbetekenend stukje info zijn, en die is lastiger. Ik weet niet wat ik niet weet en anderen weten ook niet wat ik weet. Intussen wordt die info als algemeen bekend verondersteld, en is het een deel van de context waarin heel andere dingen begrepen moeten worden. En dan gaat het ergens mis, zonder dat duidelijk is waar het mis gaat. Dat kan dagen, maanden en zelfs jaren later voor vreemd onbegrip zorgen.

Het is duizelingwekkend hoe ingewikkeld slecht horen is.

 

 

(1)

Deze verdient een verdere uitwerking.

Slechthorenden letten betere op de non-verbale communicatie en krijgen daar dus ook meer van mee. Toch werkt dit niet altijd in ons voordeel. Dat heeft twee oorzaken.

  1. Zoals ik al noemde: soms is al onze energie gericht op het begrijpen van de inhoud, en soms is onze energie ook gewoon op. Horen kost bergen energie.
  2. Soms is er iets anders aan de hand. We zien veel, maar omdat we informatie missen kunnen we niet altijd de juiste interpretatie vinden voor wat we zien. Er naar vragen is lastig omdat wat we zien onderhuids is en vaak ontkend wordt als je er rechtstreeks naar vraagt. Het feit dat we er naar vragen heeft ook nog eens het effect dat men ons argwanend vindt. Een predicaat dat vaak onterecht aan slechthorenden wordt toebedeeld.

 

De vergelijker

Als ik wil achterhalen waar mijn stemmen vandaan komen, kan ik het best beginnen met de gemakkelijkste: de vergelijker. Daar heb ik wel een idee bij. Mensen vonden mij een vreemd kind, en dat kon ik merken. Zoals ik ben, is niet oké, moet ik gedacht hebben. Dus hoe dan wel. En daar begon het vergelijken, afkijken hoe het moet. Zeker willen zijn om niet weer een fout te maken. Kijken naar wat wél geaccepteerd wordt en daar van leren. Kijken waar je applaus mee kunt krijgen. Hard nodig, om de fouten die ik natuurlijk toch maakte, te repareren. En uiteindelijk helemaal niets meer van mijn pure ik laten zien, want daar zit niemand op te wachten. Het is een reflex geworden: zó moet ik zijn.

Ik luister er minder naar, maar ik voel de stem nog trekken. Bijvoorbeeld bij het boek dat ik nu lees. Zo zou ik willen schrijven.

En dan weet ik weer: nee schat, jij hebt je eigen stijl en die is goed genoeg. Maar die eerste reflex, die is zo vreselijk sterk.

aansteller

Mijn therapeut vraagt me of ik de folders nog een keer goed wil doorlezen. Nu ik dat doe, snap ik waarom. Ik benoemde in de laatste sessie mijn stem die zei dat ik een aansteller ben.
 
Rationele geruststellingen daarover ken ik allemaal en helpen niet zo. En nu stuurt ze op deze manier een bericht dat wél helpt. Eentje die nieuw voor me is. En eentje die komt van iemand bij wie ik kwetsbaar durf te zijn Dit is er wat in die folders staat. Dit is haar boodschap:
 
“De diagnose persoonlijkheidsstoornis kan pas gesteld worden als er langere tijd hardnekkige problemen zijn op verschillende terreinen, in verschillende omstandigheden. “
 
Ze heeft de diagnose gesteld na een 5 maandenlang intensief traject. Haar manier om me te zeggen dat ik me niet aanstel. En hij werkt. Ik zit nu te huilen.