overprikkeld

Dag lieverd,

Je bent overprikkeld.

Je hebt iets dappers gedaan.

Ook al denk je van niet.
Maar weet je,

het was eenzame moed.
Misschien deed je niks groots

verzette je geen bergen,

deed je niet datgene 

waarvan je nog steeds vindt 

dat je het moet doen . . .

Toch ben je dapper geweest.

Je hebt op zijn minst hevig gevoeld,

anders was je nu niet overprikkeld.

Dat voelen, dat is moed.

En nu is er kortsluiting in je brein.

Die zelfcompassie

daar kun je even niet bij,

het lijkt zo vreselijk ver weg.

En je weet dat je het niet hoeft te geloven,

al die verschrikkelijke dingen die je nu over jezelf denkt.
Maar weten is niet voelen.
Daarom deze woorden.

Besef je

dat je door dit te lezen

jezelf aan het troosten bent?
Je leent alleen even mijn woorden.

 

 

Troost is een serie podcasts met transcriptie.
Het zijn de woorden die ik voor mezelf schrijf als ik ze het hardst nodig heb.
Het is mijn weg uit de dalen waarin ik me af en toe bevind.
Ik hoop dat anderen er ook iets aan hebben.

Voetje

 

 

Troost is een serie podcasts met transcriptie.
Het zijn de woorden die ik voor mezelf schrijf als ik ze het hardst nodig heb.
Het is mijn weg uit de dalen waarin ik me af en toe bevind.
Ik hoop dat anderen er ook iets aan hebben.

De donkerte

Hoi lieverd,

Je bent er weer. Op die donkere plek. Het voelt alsof alle vreugde weggezogen wordt, en ook het uitzicht op betere tijden is weg.

Je vreugde was niet nep, je herstel niet mislukt. Dit is het dat dat af en toe jou komt opzoeken en omsluit.

En nu is er leegte en een loodzwaar verdriet.

Ik ben bij je. Leun even denkbeeldig tegen me aan. Ik heb je vast. Hier en nu is er verdriet. Dat is al. En dat mag. Verdriet is om te voelen. Ook als het zwaar is. Zelfs als het zwaar is.

Ik ben bij je. Ik heb je vast. Laat me je wiegen met mijn woorden.

Dag lief mens, ik ben zo blij dat jij er bent. Niet om wat je doet, maar om wie je bent.

 

Troost is een serie podcasts met transcriptie.
(ja, ik ga ze vanaf nu bewaren als serie in de categorie Troost)
Het zijn de woorden die ik voor mezelf schrijf als ik ze het hardst nodig heb.
Het is mijn weg uit de dalen waarin ik me af en toe bevind.
Ik hoop dat anderen er ook iets aan hebben.

En nog een breekpunt

Morgen over drie weken is het zover.

Maar ik zie het even allemaal niet meer zitten. Het voelt alsof alles als een nachtkaars uitgaat. Ik ben naarstig aan het rekenen hoeveel het me gaat kosten en of ik dat wel heb. Ik ben heel erg bang dat ik bij familie aan moet kloppen voor een lening. Alweer.

Het zwarte schaap, het mislukte familielid.

Ik heb zo hard getrokken aan alles, ik voel me een blaaskaak, een ballon die leegloopt. Zoals ik me nu voel, wil ik niet eens op dat podium staan. Wie ben ik überhaupt om zoveel aandacht te vragen. Beter kan ik verdwijnen in de vergetelheid. Pleinwachten en verder niks. 

 

Update, 14-10

Na een mooie therapie sessie (die ik bijna had afgezegd), ik ben er weer uit. Dwars er doorheen en aan de andere kant er weer uit.

Ze deed zo haar best

Ze deed zo haar best. Ze moest wel, om het goed te maken. Ze maakte veel fouten, omdat ze nooit snapte hoe het hoorde. Ze begreep het hele concept van hoe het hoorde niet, want hoe het hoorde was gewoon één van de manieren om iets te doen, en vaak ook nog een niet de slimste. En toch bleek iedereen erg te staan op hoe het hoorde, en als ze vroeg waarom was het antwoord dat het nu eenmaal zo hoorde. Dat was een antwoord dat zichzelf in de staart beet, dus daar schoot ze niet veel mee op. Het was iets van vroeger, maar van wanneer dan, vroeg ze af. Het maakte dat ze zich voelde alsof ze halverwege een film was binnengekomen, en maar moest raden wie iedereen was en waarom ze deden wat ze deden. Maar ze wist niet eens wat voor film, en dat maakte het zo moeilijk.

 

Ze deed zo haar best. Ze lette goed op. Ze werd steeds beter in raden, als je veel films hebt gezien ga je patronen herkennen. Ze leerde de scripts te voorspellen en begon ze voor zichzelf te schrijven. Ze probeerde ze zo te veranderen dat ze wat logischer werden en mooier, maar wel zo dat anderen niet zouden merken dat ze iets veranderd had. Ze wist intussen wat mensen wilden zien en dat gaf ze. Veel van dat en een beetje van zichzelf, altijd goed verstopt in het script. Soms werd ze slordig en dan lukte dat verstoppen niet zo goed. Dan werd er Boeh! geroepen, en dan deed ze de volgende keer nóg meer haar best.

 

Ze deed zo haar best dat niemand haar zag. Ze zagen het script en daar kreeg ze applaus voor. Eerst was dat fijn geweest, maar ze voelde zich eenzaam. Ze wilde meer van zichzelf laten zien. Om het boeh geroep te voorkomen koos ze heel zorgvuldig uit welke stukjes zelf ze wanneer kon laten zien. En dan liefst verpakt in een verhaal. Maar dat hielp niet tegen de eenzaamheid. Mensen vonden het mooi, maar dat gaf geen goed gevoel meer. Natuurlijk was het mooi, daar had ze zo haar best op gedaan. Daar had ze zo goed voor opgelet.

 

Ze wilde stoppen met haar best doen, maar dat lukte niet meer. Ze was vergeten hoe dat was, toen ze nog zo verbaasd kon zijn. Het voelde nu niet verbaasd, het voelde wankel, wiebelig en mistig. Haar eigen binnenwereld kende ze met ogen dicht. Maar dit was anders. Ze struikelde, verdwaalde en viel. En er was niemand om haar op te rapen, want ze had niemand verteld waar ze heen ging. 

Maia

Knuffels hebben een ziel. Die ziel wordt door een kind de knuffel in geblazen. Daarmee ontstaat een levenslang verbond. Soms lijkt dat even weg te zijn, als kinderen ouder worden en op een gegeven moment beslissen dat ze te groot zijn voor knuffels. Gelukkig groeien veel volwassenen daar weer overheen. Voor sommigen duurt het lang, dan is er pas vlak voor de dood weer een moment waarop de band weer voelbaar is.

Voor de knuffel Maia liep het anders. Liesje werd Liesbeth. Ze vond Maia opeens stom, een Bij van een tekenfilmserie! Banaal gewoon! Maia wist wel dat dit tijdelijk was. Ze was zoveel meer dan merchandising. Liesbeth/Liesje had haar ziel toch ingeblazen? Ze zou dat ooit weer weten. Maia was weggestopt, niet weggegooid, en zelfs dan, dan nog zou er de herinnering zijn die ze verbond.

Maar Liesbeth kreeg een ongeluk. Het gebeurde zo plotseling dat de hereniging, de bevestiging van het verbond, voor Maia een beetje verloren voelde. Had ze nog wat kunnen betekenen in die laatste momenten? Ze wist het niet.

Toen het moment kwam dat Maia weer opnieuw ingeblazen zou worden en een andere naam zou krijgen, bedacht ze iets moois. Ze wilde niet in één knuffel. Er waren ook kinderen die nooit een knuffel hadden en ze wilde er voor iedereen zijn.  Wat Liesje/Liesbeth niet wist:  Maia was ook de naam van één van de sterren van de Pleiaden. Maia wist dat wel. Ze zou in de sterren te vinden zijn. Verstrooid over duizenden sterren, bereikbaar voor alle kinderen die haar nodig hadden. Ze vond het een mooi idee, en zo geschiedde.

Maia schitterde van ver, ‘s nachts zichtbaar bij heldere hemel over de hele aardbol, voor elk kind dat omhoog keek en haar nodig had. Er waren natuurlijk wolken, maar er was altijd wel ergens op aarde een gat in die wolken waar ze doorheen kon schijnen. Ze beleefde duizenden kleine schittermomenten. Zo is het beter, fluisterde ze. Dit is voor eeuwig en voor iedereen.

Maar voor eeuwig is lang, en voor iedereen betekent ook: voor niemand in het bijzonder. Ze miste de uitwisseling van verhalen van teruggekomen knuffelzielen, voor ze weer ingeblazen zouden worden. Toen hoorde ze een stem.

“Maia, voel je je niet een beetje eenzaam?”
“Nee hoor, ik heb duizenden contacten, elke nacht.” zei, Maia, maar ze voelde hoe dun ze klonk.
“Duizenden contacten”, ze de stem, “dus als één van die contacten loslaat, voel je het niet, want er zijn altijd al die andere. Dat is veilig, maar ook een beetje alleen.”
Maia begon te huilen, eerst zachtjes, maar toen steeds harder.
“Het deed pijn hè? Los te zijn van Liesje, en geen kans meer om de band weer aan te halen?”
Maia antwoordde bevestigend door nog harder te snikken.
“Je mist het maar je durft niet meer.”
Ze waren even stil, de stem en Maia.
“Helpt om het te weten dat Liesje één fractie van een seconde aan jou dacht, en dat dat moment genoeg was?”
Maia’s ademhaling werd rustiger.
“Morgen krijgt een jongetje een pop. Hij wil dat niet. Jongens hebben geen poppen, denkt hij. Wat hij niet weet is dat het een poppenkastpop is, een varkentje, met een lieve snoet. Zou je het aandurven?”

En zo werd Maia Knorrepoet.

 

Hoe dikwijls

 

Hoe dikwijls stond ik op het punt van breken
en brak ik zonder het zelf te weten
beloften die ik ongemerkt gemaakt heb
door heel vriendelijk onduidelijk te zijn.

 

Ik lied dit lied horen aan mijn therapeut. Het is een lied waar ik vanaf mijn twintigste al bang voor ben omdat ik wist dat het mij beschreef en ik niet wilde dat ik zo was.

En nu nog doe ik vanuit mijn trauma anderen pijn, reageer ik te heftig op dingen die mij raken en geef anderen daar de schuld van, ben ik niet duidelijk in wat ik nodig heb en veroordeel ik anderen omdat ze het me niet geven.

Ik leer dat langzaam af, te langzaam, vindt mijn criticus, maar daar luister ik niet meer naar. Het voelt wel naar, als ik mezelf erop betrap. En dan moet ik dus even lief  voor mezelf zijn.

 

De hele tekst.

 

Hoe dikwijls stond ik op het punt van breken
en brak ik zonder het zelf te weten
beloften die ik ongemerkt gemaakt heb
door heel vriendelijk onduidelijk te zijn.

Hoe dikwijls stond ik op het punt van weggaan,
maar bleef ik om niemand voor het hoofd te stoten
en heb ik mezelf stilzwijgend opgesloten
achter een plaatselijk angstvallig rookgordijn.

Wijs me waar de toetsen zitten,
dan speel ik iets voor jou
zonder erbij na te denken,
omdat ik van je houd.

Wijs me waar de toetsen zitten
en schuif de hele boel opzij,
dan kan ik eindelijk zeggen
wat ik voor je voel.

 
 


Hoe dikwijls stond ik op het punt de waarheid
of wat daarvoor doorgaat te vertellen,
maar hield ik me in, omdat ik bang was
voor de gevolgen van en wat men zeggen zou.

Hoe dikwijls stond ik op het punt te leren,
te leren leven met een gebrek aan zelfvertrouwen,
waardoor ik met iedereen rekening bleef houden
tot ik zelf niet goed meer wist wat ik nou wou.

Wijs me waar de toetsen zitten,
dan speel ik iets voor jou
zonder erbij na te denken,
omdat ik van je houd.

Wijs me waar de toetsen zitten
en schuif de hele boel opzij,
dan kan ik eindelijk zeggen
wat ik voor je voel.