Je angst lieverd
is gewoon je angst
niet een of ander
donker monster
geen duister geheim
geen vleermuizen in een grot
zelfs niet eens die grot
het is gewoon
je adem die klem zit
je hart in je keel
de kramp in je spieren
en ja het is veel
Je angst lieverd
is gewoon je angst
niet een of ander
donker monster
geen duister geheim
geen vleermuizen in een grot
zelfs niet eens die grot
het is gewoon
je adem die klem zit
je hart in je keel
de kramp in je spieren
en ja het is veel
Soms stroomt het over
de veelheid van alles
dan is het alsof
mijn ogen te wijd open
mijn voeten te wankel
mijn huid niet dik genoeg
mijn armen ontoereikend
mijn hart nooit groot genoeg
gelukkig zijn er wel mijn tranen
Het is duizelingwekkend hoe ingewikkeld slecht horen is.
Het is letterlijk onvoorstelbaar wat ik allemaal niet hoor.
Het is óók letterlijk, óók even onvoorstelbaar wat ik allemaal toch mee krijg, op basis van de gebrekkige informatie die akoestisch binnen komt.
Het is niet goed uit te leggen, het verrast mezelf nog steeds wat ik allemaal mis. Het blijft vaak ook ongemerkt want de grote lijnen krijg ik wel mee. Het belangrijkste, de lading, de non-verbale informatie krijg ik juist heel goed mee. En heel soms ook niet, als ik teveel energie moet steken in verstaan. Zie je hoe ingewikkeld het is? (1)
En dan de kleine dingen die ik mis. Meestal niet zo erg, maar soms juist cruciaal. Dan mist er een klein stukje info. Dat kan belangrijke info zijn en dat komt dan altijd wel weer boven tafel. Het presenteert zich dan als een blunder van mijn kant. Het kan ook een schijnbaar onbetekenend stukje info zijn, en die is lastiger. Ik weet niet wat ik niet weet en anderen weten ook niet wat ik weet. Intussen wordt die info als algemeen bekend verondersteld, en is het een deel van de context waarin heel andere dingen begrepen moeten worden. En dan gaat het ergens mis, zonder dat duidelijk is waar het mis gaat. Dat kan dagen, maanden en zelfs jaren later voor vreemd onbegrip zorgen.
Het is duizelingwekkend hoe ingewikkeld slecht horen is.
(1)
Deze verdient een verdere uitwerking.
Slechthorenden letten betere op de non-verbale communicatie en krijgen daar dus ook meer van mee. Toch werkt dit niet altijd in ons voordeel. Dat heeft twee oorzaken.
Als ik wil achterhalen waar mijn stemmen vandaan komen, kan ik het best beginnen met de gemakkelijkste: de vergelijker. Daar heb ik wel een idee bij. Mensen vonden mij een vreemd kind, en dat kon ik merken. Zoals ik ben, is niet oké, moet ik gedacht hebben. Dus hoe dan wel. En daar begon het vergelijken, afkijken hoe het moet. Zeker willen zijn om niet weer een fout te maken. Kijken naar wat wél geaccepteerd wordt en daar van leren. Kijken waar je applaus mee kunt krijgen. Hard nodig, om de fouten die ik natuurlijk toch maakte, te repareren. En uiteindelijk helemaal niets meer van mijn pure ik laten zien, want daar zit niemand op te wachten. Het is een reflex geworden: zó moet ik zijn.
Ik luister er minder naar, maar ik voel de stem nog trekken. Bijvoorbeeld bij het boek dat ik nu lees. Zo zou ik willen schrijven.
En dan weet ik weer: nee schat, jij hebt je eigen stijl en die is goed genoeg. Maar die eerste reflex, die is zo vreselijk sterk.
Ik kende ze al, mijn stemmen
ik heb ze weten te temmen.
Tenminste, dat dacht ik. En het is ook waar. Ik heb minder last van veroordelende stemmen. Ik had niet in transitie kunnen gaan als ik de luidste nog over me liet regeren.
Maar . . .
Er is een maar . . .
Want mijn therapeut is goed, en ze weet bij me door te prikken. En ik ben goed, want ik laat haar doorprikken.
En zo komen we bij de geniepige stemmen die zichzelf vermomd hebben, waardoor ik niet door het dat ze er zijn. In een oefening over waarden die ik met kaartjes om me heen rangschik, schrijft ze op wat mijn gedachten zijn bij dat proces.
Thuis groepeer ik die gedachtes en ik kom bij vier stemmen die ik een naam geef. Ze werken mooi samen.
Dit is wat ik vond:
Mijn stemmen
De neerhaler
Je bent het niet waard. Je bent onaanzienlijk en verdient geen aandacht
De vergelijker
Er zijn mensen die het erger hebben, stel je niet aan, je bent een verwend kind, Je moet er wel wat voor doen, je bent lui
De klopgeest
Het moet kloppen. Het hoeft niet perfect, maar het moet kloppen.
De verhalenmaker
Ik maak er een mooi verhaal van zodat jij en de anderen zich niet stoten aan de scherpe kantjes
Zij die zeggen dat
het de reis is en niet
de bestemming
kennen ze dan niet
de vreugde van de aankomst?
Weten dat je rusten mag
en niet gelijk weer door.
Ik lees dit boek.
Ik bewonder deze vrouwen, die tegen de onderdrukking in zich uit durfde te drukken.
En in mijn hoofd klinken de stemmen: “Zij wel! Jij hebt lekker de privileges van een man gehad.”
Maar dat is maar het halve verhaal. Ik heb waarschijnlijk wel privileges gehad. Maar ik was ook een vrouw in onderdrukking. De vrouw in mij werd onderdrukt. Door de wereld en via die wereld ook nog eens een keer door mezelf. Ik heb mezelf niet uit durven drukken. Maar het feit dat ik mezelf er doorheen gesleept heeft verdient meer dan de beschuldigende “Zij wel!” die de stemmen in mijn hoofd me toe gooien.
Ik kocht een boekje over dromen duiden.
Ik ben daar altijd een beetje dubbel in, in spirituele dingen, en vandaag snap ik weer iets beter waarom.
Ik lees dat dromen boodschappers zijn, dat ze je helpen met je levenspad. Ik lees over reizen die mislukken en dat dat kan betekenen dat je het anders aan moet pakken, maar dat het ook kan betekenen dat de reis niet de goede reis voor je is.
En daar gaat het mis. Daar is het al vaak mis gegaan. Want dit is wat mijn hoofd doet:
Ik kreeg als kind gevoelige klappen toen ik buiten de lijntjes kleurde, dus ik leerde heel goed op te letten waar die lijntjes waren. Ik snapte de logica van de lijntjes niet, dus ik leerde heel heel goed opletten. Zo leerde ik op de verkeersregels te letten in de wereld van mensen.
Maar als er in de spirituele wereld kennelijk een reis bestaat die wel voor jou bedoeld is, en andere reizen niet. Dan zijn er daar potverdikkie ook verkeersregels! En nog veel gevaarlijker want je kunt ze niet met het blote oog zien. Het moet via dromen, aura’s en meditatie. Nóg enger is het dat anderen claimen dat ze het wel kunnen zien bij mij, voor mij.
Nu snap ik mijn haat/liefde verhouding met het spirituele weer een beetje beter. Mijn botsing met de gewone wereld is dat ik dingen zie die ontkend worden door anderen. Dat is waarom ik van die spirituele wereld houd, omdat daar tenminste erkend wordt dat er meer is dan meetbaar/zichtbaar. Mijn haat zit in de constatering dat er daar dus kennelijk ook lijntjes zijn waar je niet buiten mag kleuren. Ik besef dat nu bij dat boekje over dromen dat steeds weer benoemt dat je dromen goed en verkeerd kunt interpreteren, dat er een goede weg is en een foute weg. Tenminste dat is wat mijn bange hoofd leest: o, nee ook hier moet ik op mijn tellen passen!
Ik wil dus best wat bewuster omgaan met die dromen. Maar ik wil niet meer in de valkuil lopen dat ik ga denken dat er hemelse lijntjes zijn waar ik niet buiten mag kleuren.