Nog geen herfst

Zo half augustus

herinner ik plots

dat je straks

binnen de kou van buiten

nog kunt ruiken

aan de mouw van je jas

dat het woord behaaglijk

weer betekenis krijgt

dat ik me in aarde rood wil hullen

en kastanjebruin

dat de herfst

een einde is

maar voor altijd verbonden blijft

met nieuwe schriftjes

en een lege agenda

Boosheid

Ik neem een besluit.  Voor mijn geestelijke gezondheid. En ik hoop dat ik het kan volhouden. 

Ik stop met boos zijn. Boos zijn is voor mij ook een manier om mijn pijn niet te hoeven voelen. Reageren op alle kwalijke columns die nu bijna elke dag in de krant verschijnen over trans mensen, bijvoorbeeld. Ik word daar echt boos over het liefst zou ik willen reageren met een felle tweet, of met een draadje met uitleg.

Ik doe het niet meer.  Het leidt me af. Wat ik te doen heb is niet boos doen, maar kijken naar welke pijn er achter die boosheid ligt. Ik zelf ben zo oneindig veel meer waard dan de stukjesschijvende sukkels. Ik heb geen energie meer. Ik heb het niet over, laat staan dat ik het voor ze over heb.

Ik ben dankbaar voor anderen die die strijd wel voeren, hoewel ik daar dubbel in ben. Aan de ene kant voed je de aandacht, aan de andere kant mag het feitenvrije gif niet onbesproken blijven. Ik ben dankbaar voor de mensen die daar wel de energie in steken en daarin ook steeds die afweging in zoeken.

Ik wil mijn energie steken in mijn eigen heling en van daaruit verbinding zoeken. Geen vrijblijvende verbinding trouwens. Je kunt alleen verbinden met anderen als die hun eigen pijn ook durven voelen. Dat proces ga ik graag aan. Daar bewaar ik mijn energie voor.

Mijn boekcover is klaar

Mailtje van mijn uitgever.

De boekcover is klaar en de eerste opmaak van de tekst ook.

Wow!

Just wow!

En dan besef ik dat deze website genoemd is en dat ik blogger ben. Oeps! Ik blog al een tijd niet meer. Mijn blogs werden draadjes op twitter. Mooi, maar ook vergankelijker.

Dussss.

Hier maar weer eens gaan schrijven,  je weet nooit wie er uit nieuwsgierigheid gaat kijken.

Zondag trad ik op in de lekenshow van Oscar Kocken op de Boulevard in Den Bosch. Dat was fantastisch. Wat zou het gaaf zijn om als mijn boek uit is, vaker spreekopdrachten te krijgen.

Eerst maar eens verder schaven aan mijn theateroptreden van 4 November, waarmee ik mijn boek presenteer.

Things are happening, and I love it

de dans van de pauze

“Waarom teken je ons?”

Ik leg uit dat grote mensen niet zo leuk zijn om te tekenen omdat die alleen maar zitten, staan of lopen. 

“En ze praten ook erg veel.”

Precies, en dat is al helemaal saai om te tekenen.

Sinds ik de tekeningen maak ben ik nóg meer onder de indruk van de kinderen. De pauze is één grote dans. Alles is vol beweging. Deze kinderen praten ook veel met elkaar, maar dat praten doen ze met hun lijf. Ze lezen elkaars houding af. “Zullen we stoeien?” is een korte vluchtige beweging die al dan niet beantwoord wordt. Soms moeten ze leren om daarin de grenzen van de ander te herkennen en te respecteren, maar als observerend zie ik pas hoe vaak dat wél goed gaat. En dan valt het me weer op. Als we niet goed kijken zien we alleen de dingen waar het even niet goed gaat. Als je goed observeert zie je de feilloze dans.

De glijbaan waar kinderen afglijden, tegen op rennen, met zijn allen over elkaar buitelen, en het gaat altijd goed omdat ze naar elkaar kijken, als het moet hun aanloop afbreken omdat er net eentje naar beneden komt. Even wachten met glijden omdat de voorganger nog en gekke buiteling wil, of aan de kant gaan omdat je lekker zit, maar ziet dat er even iemand wil glijden, het gebeurt allemaal soepel en vanzelfsprekend.

En dan is er de verstandhouding van kinderen die elkaars gekte kennen en waarderen, waardoor elke beweging een circusact wordt, zelfs zoiets simpels als het oppakken van een bal. Ik zie binnen een half uur judo, ballet,  yoga, capoeira en aikido. Het is communiceren op hoog niveau. Elkaar zien, elkaar erkennen, elkaar uitdagen, elkaar gunnen. En dat alles zonder dat er een woord gezegd wordt.




late erkenning voor Sylvana Simons

Verhaaltje, parabel, om uit te leggen waar mijn boosheid vandaan komt. Het is niet zuur. het is zorg.

Stel ik word gepest op het schoolplein. Mijn moeder kaart dit aan op school, maar dat wordt niet in dank afgenomen, sterker nog, het pesten wordt erger en school doet er niks aan. Dan is er een moeder van een ander kind dat ook gepest wordt. Zij heeft meer slagkracht van mijn moeder. Haar zoontje is zwarts. Ze ziet het racisme dat onder het pesten ligt. Daardoor ziet ze ook hoe het pesten systemisch is, en dus ook hoe de hele school onderdeel is van het probleem. Ze stelt zich kandidaat voor de OR. Maar iedereen vindt haar lastig en militant. Ik voel me gehoord. Ik hoop dat ze in de OR komt, want dan wordt mijn stem wel gehoord in school. Ik vraag dus steun voor haar. Maar ik krijg van iedereen te horen dat ze niet gaan stemmen op haar omdat ze alleen maar over racisme praat. Als ik mensen er op wijs dat ze ook op andere gebieden goed ideeën heeft, juist omdat ze het systeem ziet, wordt er niet naar me geluisterd. Dat heb je van je moeder, die was ook al lastig. Ze zeggen dat ze op een vader stemmen die ook mooie dingen zegt over pesten. Ik ken die vader, ik weet dat hij het niet echt snapt, dat pesten. Hij is nooit met de gepeste kinderen komen praten, ook niet met hun ouders. Hij heeft mooie woorden over pestprotocol en zo. Dat maakt indruk. Ik maak me zorgen.

Ze wordt toch gekozen. En dan hoor ik opeens van iedereen dat ze zich vergist hebben. Die moeder is juist een aanwinst voor de OR. Zou ik dan blij moeten zijn. Misschien. Maar wat me dwars zit dat deze mensen mijn verhaal negeerden, en niet zelf beter keken. Wat me nog meer dwars zit is, en nu weer even los van deze parabel, is dat als deze mensen wél beter hadden gekeken, en niet zo bezig waren geweest met hun vooroordeel, Sylvana Simons nu iemand naast haar had gehad in de Tweede Kamer. En dat had ze heel erg goed kunnen gebruiken, gezien het vele werk en haar gezondheid. Dát zit me nog het meeste dwars. Dat is mijn boosheid, en de zorg dat mensen kennelijk zo makkelijk in het frame getrapt zijn dat zorgvuldig is opgebouwd rondom Sylvana Simons. Dát is er, naast de blijheid met de bredere erkenning.

Eén deurtje

Ik maak een deurtje van een keukenkastje schoon. Eentje maar. Ik heb mijn huis laten vervuilen omdat mijn hoofd en mijn energie ergens anders waren. Mijn psychisch herstel slorpt bijna al mijn energie op. Dan volgt mijn pleinwacht zijn. Mensen zeggen dat je energie krijgt van iets doen waar je hart ligt. Voor mij gaat dat niet op. Pleinwacht zijn geeft me vreselijk veel. Het geeft me vreugde en hoop, het geeft me een reden om vooruit te gaan, maar het geeft me geen energie. Het kost energie, ik ben moe als ik thuis kom. Daarna gaat mijn energie naar contacten met mijn kinderen en dierbaren, ook via social media. Dan is er mijn schrijven en dan is het op. Want het leven zelf kost ook al energie. Zelfs verpletterd worden door de schoonheid van de natuur kost energie, dus ook een schitterende wandeling kan me uitputten.

Maar vandaag ontdekte ik dat het schoonmaken van mijn huis niet eens een gebrek is aan energie. Er is een grotere drempel. Ik voel het als ik dat ene deurtje schoonmaak. Dat is wat mijn psychische herstel doet, ik voel weer dingen. Wat ik voel is minachting voor mezelf dat ik dat deurtje, en god weet wat dus nog meer allemaal, zo vies heb laten worden. Ik voel hoe ik dit niet wil voelen. Ik voel hoe ik verbeten dit deurtje schoonmaak. Ik voel hoe ik die hele tijd mijn adem in haal. Ik ben niet bezig met dat deurtje, ik ben bezig met het zo snel mogelijk voorbij laten zijn want ik haat mezelf zolang het duurt. Als het voorbij is kan ik mezelf afleiden van deze haat. Schoonmaken kost niet alleen energie, schoonmaken is het aangaan met de worsteling in mij. Nee dat klopt niet. Schoonmaken is uit alle macht de worsteling in mij vermijden. Dat is wat de meeste energie kost. Die verbetenheid, die tanden op elkaar, ik kon het deze keer voelen. Dat is wat me uitput.

Leren houden van mezelf is leren hoeveel ik mezelf nog steeds haat. Het begint met mezelf niet te haten omdat ik mezelf haat. Het begint met tevreden zijn met dat ene deurtje. Niet omdat ik ooit las dat je met een kleine stap al tevreden moet zijn. Dat deed ik al, maar dat was de zoveelste opdracht aan mezelf: “je moet nu tevreden zijn met dat ene deurtje”, en ik deed voor mezelf heel braaf alsof. 

Vandaag huil ik omdat ik nog niet tevreden ben met dat ene deurtje. Huilen is goed. Huilen is niet in mijn hoofd bedenken dat ik ok ben. Huilen is overgave. Daar begint mijn heling, met huilen, niet met woorden.




Soms grijp ik in

Ik laat het liefst alles zoveel mogelijk over aan de kinderen zelf maar soms grijp ik autoritair in. Er is een clubje fanatieke voetballers. Nu waren er twee andere kinderen ergens anders aan het voetballen, lekker rustig, zonder prestatiedewang. Een van de voetballers die bij het fanatieke clubje aan het spelen was, mocht niet meedoen in het ene team. Het ene team, dat zijn de paar sterkste voetballers die dan tegen een grote club minder goed spelers speelt. Dat gaat meestal goed. Ik vroeg of ik moest bemiddelen, maar hij had het even gehad. Ik zag hem eerst in zijn eentje, en toen sloot hij aan bij de twee kinderen die samen speelden, en dat werd een fijn spel voor alle drie. En toen kwamen de fanatieke spelers meedoen met dat spel, en ze namen het helemaal over.

“Maar ze vinden het niet erg” was een constatering die ik niet geloofde. Nee, ze maakten geen bezwaar, ook niet toen ik het specifiek vroeg. En toch heb ik gezegd dat ik wilde dat deze drie kinderen even met rust gelaten zouden worden. Ik heb ook uitgelegd waarom. En dat accepteerden ze, zonder morren. 

 

Dit verhaal krijgt twee weken later een vervolg. André, de sterkere voetballer die zich bij de rustige twee aansloot kwam bij me omdat hij niet mee mocht doen. Ik liep met hem mee. 

“Mag André meedoen?”  vroeg ik. Ik zag twee gezichten ongerust worden, ze vielen stil. Ze wilden heel graag nee zeggen, maar konden dat niet hardop over hun lippen krijgen.

“Liever niet, zie ik aan jullie. Lukt het om uit te leggen waarom?” Een stamelend verhaal waaruit ik opmaak dat ondanks zijn pogingen om dat niet te doen André toch wat overrompelend kan zijn.

“Lieverds, ik beslis dat het goed is dat jullie het voor vandaag met zijn tweeën doen.”

Ik loop met André terug naar het bankje waar ik zat. Hij huilt. Ik kom naast hem zitten en leg een arm om me heen. 

“Weet je, ik zag aan ze dat jij soms toch een beetje overheersend bent. Ik zie ook dat het al twee weken goed gaat, en dat jij heel erg je best doet om ze ruimte te geven in het spel. Dat je niet met de grote groep mee voetbalt, is dat omdat de anderen daar te veel bepalen in het spel?” 

André knikt.

“Dat is hoe deze twee zich vandaag voelden. Ook al deed jij je best dat niet teveel te laten zien, ze zien dat jij beter bent en daardoor voelen zij zich wat minder. Ik wil graag dat ze zich vandaag even goed kunnen voelen, snap je mijn beslissing?”
André droogt zijn tranen.

“Ik ben inderdaad ook een betere voetballer.” 

Hij is gerustgesteld. Met mijn uitleg voelt hij zich niet langer afgewezen.

Fouten maken en goedmaken

Een meisje had me nodig en durfde me niet aan te spreken omdat ik op mijn telefoon keek. Ik tweet soms live. Ik kijk heel goed maar zie niet alles. Dit is erger, het signaal geven dat ik niet aanspreekbaar ben.

Ik hoorde het omdat haar moeder dit terugrapporteerde. Ik heb een kaart voor haar geschreven dat het me spijt dat ik er niet voor haar was toen ze me nodig had. Dat ik blij ben dat ze het verteld heeft aan haar moeder.

Dat ze daar ook andere kinderen mee helpt omdat ik vanaf nu mijn telefoon thuis laat.

Ik kan haar tenminste laten weten dat het goed is dat ze zich uitspreekt bij iemand die veilig is. Ik zal haar niet weer teleurstellen.

De week erop kreeg ik een stralende dankjewel van het meisje waar ik een kaartje voor geschreven had omdat ik haar niet gezien had toen ze me nodig had. Ze voelde zich nu wel gezien.’

 

Niet teveel bemoeien

Pleinwacht zijn is zo mooi. Het zit hem in de hele kleine dingen. Ontspannen genieten van het spel van kinderen en intussen alle voelsprieten uit. Van binnen meebewegen met al die verschillende energieën zodat ik, als het moet, in de juiste energie kan aansluiten.

Het is: niet de bal terugschoppen die op me af rolt, omdat ik de jongen ken die er achteraan holt. Hij speelt voor het eerst met een voetbal, maar ik ken zijn wereld, ken zijn spel. En ja hoor, hij haalt de bal in, gaat met de rug naar de bal staan en stopt hem met zijn hakken. Ik heb zijn spel niet verstoord uit onnodige behulpzaamheid.

 

Pleinwacht is blikken wisselen, zien dat ik de grap zie en het plezier. Het is een woordeloze auw als iemand valt, zijn knie bestudeert en weer verder speelt. Het is er zijn met heel mijn ik, en tegelijk niet in de weg lopen van het spel.

#pleinwacht

Pijn

Juf, hij gelooft niet dat het perongeluk was. Hij blijft boos.”

Ik loop mee. Het meisje legt nog een keer uit hoe zelf geduwd werd. De jongen wrijft over zijn buik en kijkt nog steeds boos. Ik leg heel zacht mijn hand op zijn buik. Ik voel zijn hart tekeer gaan. 

“Dat deed echt heel zeer he?” vraag ik. Hij wordt zacht, de boze blik verdwijnt. Hij vertelt over die keer van een bal tegen zijn kin die ook zo zeer deed. Ze wisselen ervaringen uit van onbedoelde en misschien ook wel ongeziene pijn. Ze zien elkaar.