Onrust in het kwadraat

Ik deed een grote ontdekking. Een paradox ontrafeld. 

Ik las een bericht over de toename van de Braziliaanse variant van Covid. Direct nam mijn onrust niveau toe. Onrust Niveau, dat is een nieuw begrip, ook voor mezelf. Die moet ik er in houden want het beschrijft akelig goed hoe mijn dwangstoornis werkt. Het is niet de ontdekking die ik noemde, maar het is wel een deel van de sleutel. Dus eerst moet ik dat onrust niveau uitleggen. Mijn onrust niveau zegt namelijk niet iets over mijn onrust, het zegt iets over de onrust over mijn onrust. Het is onrust tot de zoveelste macht. De onrust over mijn onrust is de gevoelde noodzaak iets aan die onrust te doen, en wel onmiddellijk. Jeuk waarbij je moet krabben. Mijn dwangstoornis is niet de jeuk, het is alle manieren waarop ik mezelf krab. Mijn krabben bestaat niet uit dwanghandelingen, maar uit dwanggedachten.  Ik maak me dus niet zomaar zorgen om die Braziliaanse variant, er verschuift iets in mezelf, ik krijg de boodschap, dat er iets scheef staat en dat ik dat moet verhelpen. Dat is mijn onrust, die ik op een heel diep niveau voel. Ik kan niet meer ontspannen want er is iets niet in orde. Het zou me niet verbazen als je dit zelfs kunt meten in mijn spierspanning. Mijn lijf is in staat van alarm, en al het andere, wordt even uitgesteld. Ik kan dus ook niet gewoon even genieten van iets als afleiding, want de onrust is in alles aanwezig. Totdat ik heb gekrabt.

En nu de paradox. Ik worstel daar al heel lang mee. Het gaat over de locus van control. Het gaat over je niet druk maken over dingen waar je niks aan kunt veranderen. Ik heb daar moeite mee. Ik vind dat verraad. Ik wil me wel druk maken over dingen die niet in orde zijn. En bovendien vind ik het te makkelijk om te concluderen dat dingen niet kunnen veranderen. Tegelijkertijd snap ik ook wel dat ik goed voor mezelf moet zorgen om de kracht te hebben om iets te veranderen. Maar voor mezelf zorgen ontslaat me niet van het druk maken over dingen. Die kon er op geen enkele manier bij me in. Als ik het druk maken los liet bleef ik het verraad voelen, altijd! 

En toen kwam mijn grote ontdekking. Wat nu als ik mijn ongerustheid niet loslaat, maar de ongerustheid over mijn ongerustheid wel? Wat nu als er gewoon ongerustheid is en niet ongerustheid in het kwadraat? 

Zoals altijd volgt er op een grote ontdekking een hele grote “Duh!”  Want deze truuk is niet nieuw. Ik had dit al eerder gedaan. Het is hoe ik mijn oorsuizen leerde accepteren. Ik kon die piep en de brom niet negeren en daar had ik last van. Ik kon het wel accepteren dat ik er last van had. Dus ook daar haalde ik het kwadraat uit de vergelijking. Ik heb niks nieuws ontdekt. Ik heb wel een nieuw toepassing gevonden, die helpt om met mijn onrust niveau om te gaan.

Of heb ik met het schrijven van dit blog gewoon zitten krabben?

Judging / Perceiving

Toen ik klein was stond ik in de zomer voor het slapen, en na mijn nachtzoen, graag op mijn balkon. Beneden kon ik dan mijn vader en moeder nog even zien en horen. 

Ik herinner me dat ik op die plek stond toen ik al veel ouder was, een jaar of vijftien. Mijn ouders hadden gasten, de vaste vriendenclub. Er werd bij mij thuis veel gediscussieerd. Mijn ouders waren linkse intellectuelen en er werd vaak en veel gepraat over politiek en de toestand in de wereld. Ook nu waren de gesprekken daarover weer heftig. Ik luisterde ernaar en vond dat ik op een leeftijd was om nu zelf ook meningen te hebben. Ik weet het moment nog precies. Toen, op die plek, nam ik een standpunt in, en ik leverde mezelf een gemene streek die nog heel lang invloed zou hebben.

Ik bedacht dat ik twee opties had.

Of ik zou over van alles een hele goede mening hebben, doordacht, en steeds bijgesteld met alles wat ik hoorde door goed te luisteren naar tegengestelde meningen.

Of ik kon er voor kiezen om het niet te weten, omdat ik al door had dat het antwoord vaak veel subtieler is.

Ik vond de eerste optie te arrogant, en koos voor de tweede. Ik koos ervoor om altijd de twijfel toe te laten, open te staan voor andere ideeën. Ik zou niet degene zijn die stellig waarheden zou verkondigen. Later kwam ik de woorden daarvoor tegen. Ik was de perceiver, niet de judger. 

Het vreemde is dat ik daar dus ooit bewust voor gekozen heb. De gemene streek die ik mezelf leverde was dat ik daarmee mijn oordelen in moest slikken. Ik kon niet anders. Ik vermoed dat ik onbewust heel goed wist dat ik te kwetsbaar was om mijn nek uit te steken met het hebben van oordelen. Dat was de gemene streek niet. Het gemene zat hem er in dat ik mezelf wijs maakte dat ik die oordelen niet had.

Natuurlijk had ik die oordelen wel. Ik zag als kind vanaf mijn kleutertijd aan de lopende band dingen die ik onbegrijpelijk vond. Systemen die mensen beperken zonder betere uitleg dan “zo is het nu eenmaal”. Pas veel later zag ik dat daar een uitbuitend systeem achter zat, maar toen al voelde ik de manier waarop mensen, waaronder ikzelf, verpulverd werden. Ik had zelfs een zeer vernietigend oordeel over wat ik zag. Maar dat mocht dus niet meer. En dat betekende uiteindelijk dat ik mijn botsingen met die systemen aan mezelf ging wijten. Pas de laatste jaren is er ruimte voor die oordelen, en moet ik mij opnieuw verhouden met de wereld van systemen. En ik heb nogal wat te helen aan de schade die ik aan mezelf toestond. Daarom ga ik in therapie.

ruzies (pleinwacht)

Laat ik ze Elly en Rickert noemen. Ze zijn vrienden. Niet onafscheidelijk, maar ze zoeken elkaar wel vaak op, en ze hebben een leuke vriendschap. Elly kwam naar me toe. Rickert deed stom. Nu had hij een briefje met “ik haat je” bij haar spullen gelegd. 

“Jullie zijn vrienden, toch?” vraag ik. Ja, en ze weet ook wel dat Rickert het niet zo bedoelt. 

“Maar waarom kan hij gewoon niet lief doen?” Ze vindt, terecht dat Rickert hier een grens over gaat. Dat beaam ik, en ik zeg dat ik vind dat hij dit niet moet doen. En dan leg ik haar het jongetjes gedrag uit. Niet als excuus. Wel om aan te geven hoe we ons door onze omgeving laten beïnvloeden. Elly snapt dat. Maar Rickert moet wel weten wanneer hij te ver gaat. “Het is goed om hem dat duidelijk te vertellen, ook dat je er boos over bent. Geef je grenzen aan.”, zeg ik: “wil je dat alleen doen, of een keer samen met mij?” Ze wil dat samen met mij. Niet nu, voor nu is ze ok. Ze speelt met vriendinnen en Rickert speelt ergens anders.

 

Even later hebben twee meiden een ruzie, en als ik met  een van beide praat, kom ik erachter dat er al heel lang dingen heen en weer spelen.

“Weet je”, zeg ik: “ruzies beginnen vaak veel eerder dan je denkt. Er is vaak al veel gebeurd voordat de eerste uitbarsting komt. En niemand weet wanneer het begon. Ik heb het vermoeden dat deze al heel oud is.” Ze knikt. “En als je het nooit helemaal uitpraat, neem je dezelfde ruzie steeds weer mee. Je bent beiden niet alleen boos over wat er net gebeurde, maar ook nog over al die vorige keren. Jullie hebben iets van elkaar nodig, en je kunt het niet geven. Want als je zelf iets nodig hebt, is iets geven het moeilijkste wat er is”

Omdat de bel gaat, loop ik even naar hun juf om dit (met goedkeuring) te melden. Ze weet dat dit speelt, en doet al een aantal dingen. En misschien is wat hier speelt wel een meidending. Wordt vervolgt.

BrainCrash

Bijzonder. Ik maakte gisteren live mee hoe mijn hersens crashten. Natuurlijk is dat al eindeloos vaak gebeurd, maar toen was ik altijd te druk met mijn frustratie. Over de oorzaak van het crashen, en ook nog eens een keer over het crashen zelf. Nu kon ik voor het eerst rustig en op afstand observeren hoe het gebeurde. Het was bij de oefening waarbij je cijferreeksen moet onthouden en nazeggen.  Ik heb daar als slechthorende sowieso een extra drempel. Ik moet behalve onthouden ook nog een vertaalslag maken van klank naar betekenis. Die is bij cijfers heel goed te doen, maar toch, het kost extra energie, en als die reeksen lang worden is elke extra stap van betekenis. Toen besloot ik ze voor me te zien, ik projecteerde ze op de muur. En ik bedacht ook meteen “Waarom heb ik dat niet eerder bedacht?” en “Goh, dat lijkt wel op die schaakfilm, Queens Gambit. En op het geheugenpaleis van Sherlock Holmes.” en “Nu niet verwaand worden, dat zijn echte hoogbegaafde mensen en jij niet”, en “Nou ja, echt ze zijn verzonnen, maar je snapt wel wat ik bedoel”. Je snapt het al, naast die extra vertaalslag heb ik dus ook nog extra gedachten die ik niet kan stoppen. Ik zag de cijferreeksen als torentje voor me op de muur, in rijtjes van drie. En toen ik het vierde rijtje aan het bouwen was Viel de hele toren om. Ik zag hem omvallen, ze waren allemaal weg, ik had alleen nog het laatste cijfer in mijn hand. In plaats van frustratie voelde ik verwondering. Ik heb ook niet meer geprobeerd iets terug te halen. Daar heeft ook mijn perfectionisme mee te maken. Een omgevallen toren is niets iets waarmee je voor de dag kunt komen. “Ploef! Alles weg!” zei ik. Ik moest er zelfs een beetje om lachen. Later gebeurde hetzelfde nog een keer toen ik drie figuurtje moest kiezen om het voorbeeld mee te leggen en de uitsteeksels wel heel erg ingewikkeld werden. Harde schijf die crasht. Ik weet nu hoe dat gebeurt, en ook dat het geen ramp is. En vooral dat laatste is winst.

Francien

Laat ik haar Francien noemen. Het meisje uit groep drie. Zij is degene die een beetje buiten de boot valt, geen aansluiting heeft en ze kwam na de zomer vaak gezellig bij me buurten. Ze kletste graag over alles wat er in haar hoofd op kwam en ze liet me haar dansjes zien. Het waren geen tik-tok achtige ingestudeerde dansjes, maar bewegingen die ze bedacht bij het lopen over het plein. Haar binnenwereld bloeide op een heerlijke manier open als ze bij mij in de buurt was. Een heerlijk bijzonder kind. Ik gaf haar tijd en aandacht, ik probeerde niet om haar te laten spelen met de andere kinderen. Ik had er vertrouwen in dat dat wel zou komen. En het kwam. Ze is steeds minder vaak bij mij. Ze heeft intussen andere kinderen gevonden met wie ze haar eigenheid mag delen.

Vrijdag kwam ze naar me toe. Kinderen drongen voor op de glijbaan, ze voelde zich aan de kant gezet. Een paar andere kinderen waren met haar meegekomen naar mij. Ik vroeg of ik moest bemiddelen. Ze zei: “Ik wil dat het stopt” Het was nu gestopt, er was ook niemand meer op de glijbaan. Ik vroeg: “Wil je het de andere kinderen vertellen, samen met mij, zodat ze de volgende keer meer rekening met je kunnen houden.” De kinderen die eromheen stonden liepen weg en kwamen terug met een paar anderen. “Zij waren er allemaal bij, we hebben ze even gehaald.” Ik was onder de indruk, en dat heb ik ze ook gezegd. Wat mooi dat ze gehaald werden, wat mooi dat ze ook meteen kwamen. Er volgde een uitleg die niet als excuus aanvoelde, want ze zagen nu ook dat Francien in de drukte misschien wel even onder de voet gelopen was. Ik vertelde hoe vervelend Francien het had gevonden en vroeg of ze volgende keer extra goed willen opletten. Ze knikten hevig ja. Ik vroeg Francien of het zo goed was. Dat was het. En ik zal zelf ook een tijdje opletten hoe het gaat. Ik heb er vertrouwen in. Francien is nu volwaardig lid van deze groep.

Open brief aan Caroline van der Plas

 

 

Ik zag u bij Jinek, uw aanval op Sylvana. U noemde het geen aanval, maar dat was het wel. En precies daarover wil ik het hebben. Over de manier waarop u het gesprek domineerde. U wilde een punt maken. Het punt dat u recht van spreken heeft omdat u zoveel mensen van het platteland vertegenwoordigd, terwijl Sylvana in uw ogen alleen die paar mensen vertegenwoordigt die moeilijk doen over Zwarte Piet. Het lijkt of ik chargeer maar ik ben bang dat ik dit sentiment nog onderkoeld weergeef. U zei dat het een oprechte vraag was. U stelde niet eens een vraag. Sylvana moest na een betoog waar geen eind aan leek te komen zelfs vragen om die vraag. Haar antwoord onderbrak u een paar keer ruw om nogmaals uw betoog te houden. En dan o, ironie, zegt u dat u er geen Carlonie show van wil maken. Dat was precies wel de bedoeling van uw betoog.  

Beste mevrouw van der Plas, Sylvana zit er voor iedereen, en vooral om mensen te beschermen tegen uw soort vijandelijkheid. Ik werd bij het kijken fysiek onwel, omdat het traumatische ervaringen opriep van al die keren dat ik op een vergelijkbare manier werd gemangeld door mensen die het een zeggen en het ander bedoelen. Mensen die verbaal over me heen lopen en me vertrappen onder een sausje van redelijkheid. Ik stelde alleen maar een vraag.” “Sylvana zit er voor mij, opgegroeid op het platteland. Het is heel hard nodig dat er niemand in de kamer zit die stem geeft aan al die mensen die nooit gehoord worden. Heeft u de haat reacties gezien die ze gekregen heeft? Een nieuwssite heeft de comments moeten sluiten. Zij zit er namens de mensen die dit soort haat dagelijks over zich heen krijgen. Persoonlijk vind ik dat belangrijker dan het economisch belang van boeren. En zelfs als we een een getalsmatig spelletje zouden maken, dan zou dat uitkomen dat er heel wat meer burgers worden gemangeld door onze regering dan dat er boeren worden benadeeld.

Nawoord:
Je plaatst een reactie op twitter.
Dé grote truuk:
Je valt iemand aan.
Mensen zeggen er wat van.
Vervolgens doe jij alsof je degene bent die wordt aangevallen.
De hele manipulatieve trukendoos opengehaald in je eerste twee dagen.
Je bent géén aanwinst in de politiek.

 

Zoek even op internet naar DARVO  dat is wat u doet.

afscheid van mijn interne fan

Toen ik nog regelmatig blogde, schreef ik daar mijn interne dialogen. Het werkt het best als ik dat real-time deed, gewoon nieuwe blogpost aanmaken en het gesprek zich laten ontvouwen. Ik noemde die stem mijn interne fan. Ze was er als ik haar nodig had, en ze had vaak verrassende dingen te zeggen. En nu is het tijd om afscheid te nemen en ook dat doe ik realtime, hier op scherm en toetsenbord.



Hoi lieverd.

Het is tijd hè, om afscheid te nemen?

Ach schat, wat maak je het zwart/wit. Welnee, het is geen afscheid. Je hebt me gewoon steeds minder nodig. Maar ik blijf bij je.

Maar het voelt juist of ik je harder nodig heb dan ooit.

Dat is waarom we nu met elkaar praten. Want er zit iets in dat niet nodig hebben dat je nog niet helemaal snapt. Jij denkt dat niet nodig zijn betekent dat je het allemaal kunt. Dat je nu “een grote meid” bent die het zelf kan. En dat klopt. Maar zelf kunnen is niet hetzelfde als het goed doen. Je hoeft het niet goed te doen. Je hebt dus ook geen bevestiging van mij meer nodig dat je het goed doet. Rommel alsjeblieft lekker aan. Stuntel je weg er doorheen. Alles is goed, alles mag en ik hou van je, wat je ook doet.

Maar ik heb nog zoveel bevestiging nodig

Je hebt liefde nodig, en lieverd, je barst van de liefde. Dat is waarom ik er altijd zal zijn, om je te omhelzen. Laat los wat je moet. Je doet al lang wat je moet. Ik weet wel dat het lastig is om dat zonder overkoepelend verhaal te geloven. Het lijkt los zand. Het trieste aan jouw leven is dat jezelf nooit je volledige verhaal zult zien, en dat je pogingen om dat wel te zien juist één van die schitterende dingen uit dat verhaal is. Ga! Wees! En als het je te moede is, dan ben ik er voor je.




Terug, om mezelf te halen

DIt schreef ik.

Iets in mij vindt mij heel erg leuk. Een ander iets in mij geeft dat dat iets meteen een mep met een handtas met een strijkijzer erin. Dat eerste iets kwam vandaag weer uit het ziekenhuis en ze dook net op tijd weg voor die handtas.

En het klopt, want zo voelt het. Maar het klopt niet, het zit anders.

Ik jojo wel vaker tussen zelfhaat en zelfliefde. Die zelfliefde overwint altijd, maar de zelfhaat springt me soms rauw op het dak. En het vervelende is dat die zelfliefde dan nep lijkt, gekunsteld, opgefokt. Mijn hoofd weet heel goed hoe het mij aan het twijfelen brengt. Leuk geprobeerd, maar zo zit het niet, het zit anders.

Mijn zelfliefde is authentiek en doorvoeld, punt. Het is de liefde voor alles in mij dat ik op dat moment durf te voelen. Het is veel, het groeit, maar het is nog lang niet alles. Ik heb zo verschrikkelijk veel verstopt, er is altijd meer te ontdekken, en hoe dieper ik graaf, hoe dichter ik bij mijn pijn kom. 

Mijn zelfliefde is een sprong vooruit, en soms moet ik terug om iets te halen dat ik vergeten was. Voorzichtig oppakken, de pijn voelen die er aan gekoppeld is, omarmen, erkennen als van mij, ook al is het minder glanzend dan ik zou willen. En dan weer terug.  Het is niet alleen de pijn die me tegenhoudt, het is ook die weg terug zelf. Wéér langs dat zelfde stuk. Dat had ik toch gehad? En wat stom dat ik iets vergeten was. Als ik fysiek dingen vergeet, op weg naar iets, heb ik altijd een en-nu-echt-opweg punt. Dat is het punt waarop ik me omdraai. Pas als ik daar weer voorbij ben is mijn onrust over het vergeten voorbij. Die onrust hoort bij mijn dwangstoornis.

Ik kan nu zien wat ik doe. Ik kan er mild over zijn. Nu dat milde nog kunnen voelen. Ik weet de dingen altijd voor ik ze kan voelen. En ik hoop dat ik het een volgende keer op de terugweg zelf kan voelen en niet op pas op het en-nu-echt-opweg punt.

Er is niks mis met mijn heen en weer gang. Er is zoveel mij, dat krijg ik nooit in één keer mee, en steeds als ik op en neer ben geweest is de mij waarvan ik houd vollediger, dieper, krachtiger.

 

 

Terugweg

Een stap vooruit en twee stappen terug.

Dat gaat niet de goede kant op, zou je zeggen.

Maar soms moet je terug,

omdat je iets vergeten bent.

 

leegte

Mag ik een vraag stellen. Geen advies, alleen of iemand het herkent (hoop ik, en juist ook weer niet want ik wens dit niemand). Ik voel al een heel leven lang een “niet voor mij”. Bij romantische films is dat niet zo heel erg. Dat sprookjesachtige geluk is voor niemand. Maar ik heb het bij alles. Er is geen arm voor mij, geen geborgenheid. Ik durfde ook nooit mijn pijn of verdriet te delen want er was altijd wel iemand die het zwaarder heeft. Ik slikte altijd, trok mezelf weer uit de put, vond moed, leerde van mezelf houden en zo kon ik weer door.

Maar het haalt me steeds weer in. Het is geen verhaal dat ik mezelf vertel. Het is een gevoel diep van binnen (ook een verhaal, maar een verhaal dat inmiddels diep in mijn lijf zit en dat ik niet zomaar even omdenk). Onverklaarbare pijn en verdriet waaraan ik nu pas die “niet voor mij” koppel.

En het is onzin. Want ik krijg enorm veel liefde. van jullie bijvoorbeeld. Ik heb een la vol kaarten van lieverds hier op twitter. Zelf een ‘donkere dagen doosje’ met lieve briefjes, en cadeautjes en een keer een bos bloemen. Maar het gevoel gaat er niet mee weg. Ik voel me schuldig daarover, want ondankbaar. Kennelijk lekt er liefde uit me, kan ik het niet vasthouden. Ik schaam me daarvoor. Want hé, ik zou toch gelukkig moeten zijn, nu, na mijn transitie? Dat ben ik ook. Maar er is ook dit gat, deze leegte.

Soms denk ik dat het te maken kan hebben met het feit dat ik mijn eerste half jaar door mijn oma werd verzorgd, (ze was streng maar lief, is me gezegd) omdat mijn moeder met zwangerschapsvergiftiging in het ziekenhuis lag. Ze kreeg later een plastic hartklep omdat haar hart toen een zware klap heeft gekregen.

Dit wordt mijn hoofdvraag bij mijn therapie. Maar die ging al twee weken niet door, en pas donderdag is ze er weer. Ik heb nu een soort van geruststelling nodig dat ik niet gek ben. Duh. Ik ben wel gek. Ik heb niet voor niets therapie. Dus ik weet ook niet eens wat ik vraag. En ik voel me een aansteller, dat ook.

(Hier zit zoveel schaamte op. Ik had zo graag een diagnose gehad, met een naam, en begrip, en groepen die hier over praten en mensen die op twitter er dingen over delen, en ‘ja dat heb ik ook’, kunnen voelen. Dit voelt als een slap verwend kind dat zielig doet.  Je bent bijna zestig! Heb je hier nu nog niet mee leren dealen? Grow up. Be a strong woman! )