Een meisje had me nodig en durfde me niet aan te spreken omdat ik op mijn telefoon keek. Ik tweet soms live. Ik kijk heel goed maar zie niet alles. Dit is erger, het signaal geven dat ik niet aanspreekbaar ben.

Ik hoorde het omdat haar moeder dit terugrapporteerde. Ik heb een kaart voor haar geschreven dat het me spijt dat ik er niet voor haar was toen ze me nodig had. Dat ik blij ben dat ze het verteld heeft aan haar moeder.

Dat ze daar ook andere kinderen mee helpt omdat ik vanaf nu mijn telefoon thuis laat.

Ik kan haar tenminste laten weten dat het goed is dat ze zich uitspreekt bij iemand die veilig is. Ik zal haar niet weer teleurstellen.

De week erop kreeg ik een stralende dankjewel van het meisje waar ik een kaartje voor geschreven had omdat ik haar niet gezien had toen ze me nodig had. Ze voelde zich nu wel gezien.’