Emma
Dag Fenna, je bent nu bijna drie maanden dood, en ik wil graag met je praten.
Fenna
Dat mag, als je maar weet dat het je eigen stemmen zijn met wie je praat. Al moet ik zeggen dat je, in de gesprekken waar het er toe doet, goed naar me luisterde, zelfs als dat je pijn deed. Je mag er dus vanuit gaan, dat je weet hoe ik over veel dingen denk. Het is niet zo heel erg als je er soms naast zit, zolang je weet dat dat zo is.
Ik ga niet tegen je zeggen dat het te vroeg is om dit gesprek te voeren. Als je dit nu nodig hebt, moet je dat doen. Dat is één van de dingen waar ik dankbaar voor ben: dat jij niet probeerde te weten wat wel en niet goed voor me was. Dat heb ik je ook verteld toen ik nog leefde, dus daar mag je zeker van zijn. Je nam mijn beslissing om een einde-levens traject aan te gaan, direct serieus. Dat betekende veel voor me. Het maakte me iets minder alleen.
Emma
Dat gesprek weet ik nog. Ik weet ook nog het eerste echt openhartige gesprek dat we hadden. Je vertelde wat je gemist had in mij als vader. Het deed pijn om naar te luisteren. En tegelijkertijd was ik dankbaar dat je me dit zo openhartig en eerlijk vertelde. Het was tijdens je eerste burn-out. Je vertelde toen ook dat je van iedereen iets moest. Ik heb je toen beloofd dat ik nooit meer vraagtekens zou zetten bij wat je aangeeft over hoe het met je gaat, en wat jij voelt over wat er wel en niet goed voor je is. Ik beloofde altijd achter je te staan. Dat is het eerste waar ik aan dacht toen je vertelde dat je een dat traject aan wilde gaan, dat ik achter, en naast je wilde staan in dat proces, zelfs al wist ik toen al hoe dat af zou lopen. Ik wist inmiddels hoe goed jij over dingen na dacht. Jij was al heel ver in dit proces. Ik wilde je niet nog een keer door al die overwegingen laten gaan, alleen maar omdat ik later instapte. Ik wilde een steun voor je zijn, geen last. Dat ik toch af en toe een last voor je was, is iets waar ik nog op terug wil komen.
Ik wil even vertellen over die tijd, na dat gesprek. Dat gesprek bracht on namelijk dichter bij elkaar. Ik was net begonnen met mijn transitie. Je vertelde mij later dat je aan je therapeute hebt gezegd dat mijn transitie niet vervelend voor je was. Dat je zag dat ik meer ontspannen was, en dat dat maakte dat we dichter bij elkaar kwamen. Je vroeg me zelfs om je te helpen verwijzen, iets wat je daarvoor nooit gedaan zou hebben, omdat je niet tegen mijn stress in zo’n situatie kan. En je vind het helemaal erg als ik probeer niet stressvol te zijn, want dan stuur ik dubbele boodschappen en daar kun je al helemaal niet tegen. Maar nu was ik ontspannen genoeg om je te verhuizen. De klerenkast die we samen op probeerden te zetten viel om, en zelfs dwars door het raam. Je raakt heel even in paniek. Ik liet de jast de kast en ging bij je zitten. Je kalmeerde snel. We ruimden het glas op, lieten de kast daar liggen. Je zou je grote broer vragen je daar mee te helpen. Ik ben niet de handige vader. We gingen naar de Duivelsberg, het was mooi weer en ik trakteerde je op een seider. Dat voelde als veerkracht, en ik was blij dat je dat gevonden had. Maar, zoals later bleek, het was niet genoeg, en vooral te laat. Maar toen was een hoopvolle periode. En we waren veel samen.
Het was onze mooiste tijd samen. Ik was mijn baan kwijt door mijn transistie, en probeerde als ZZP’er te werke. Als coach. Ik vluchte ook weer snelweg weg uit die wereld van Indië coaches, maar dat is een ander verhaal. Die transitie is ook een ander verhaal. Daar ga ik het nog wel met je over hebben. Voornamelijk om je te bedanken voor de steun die je maar daarin gaf.
Ik had een lege agenda. Jij was al een tijd gestopt met je studie en probeerde weer overeind te komen. Ik haalde je vaak op voor uitjes. We gingen wandelen of naar een museum. Je ging mee naar mijn geliefde Singer. Je vertelde me van alles over de tuin daar. Die was ontworpen door Piet Oudolf. Je wist er veel over. Je wist toen ook al dat je tuin en landschaps schroothoop zou gaan doen. Ik ben met je mee geweest naar de open dag en later ook de uitgebreidere voorlichting. Je liet me, ook daar weer, de tuin zien. Je wilde zelfs een groot deel van de introductie meemaken.
Je wilde weer ergens bij horen. Een nieuwe start. Het voelde wankel, dit begin, maar er was ook hoop, ook bij jou. Er was in ieder geval jouw hartstocht voor de tuinen en het landschap, al was er ook vrees voor de studie zelf. Je deed er alles aan om het een succes te maken. Je maakte afspraken met de studiebegeleider over wat je nodig had. Dat vond ik zo stoer van je. Ik wil van je horen of dat moeilijk was.
Ik hield er zo van als je dingen uitlegde. Je liefde voor natuur, bloemen, bomen, stroomt zo door je naar buiten als je dat doet. Je weet ontzettend veel, en er zit hartstocht in alles wat je weet. Je weet dingen omdat je het de moeite waard vindt om het te weten. Je bent daarin onverzadigbaar. Je straalde zo’n zekerheid uit als je vertelde over alles waarvan je hield en alles waarvan je dus veel wist.
Ik vond het ook mooi om naar je te kijken als je naar schilderijen keer in een museum. Dat was je eerste liefde als studie: Cultuurwetenschappen. Weet je nog, op vakantie in Engelend, in de tweedehands boekenwinkel “Scriviner” in Buxton. Ze delen op Facebook leuke dingen, en daar kijk ik graag naar. Het doet me aan jou denken.
Je was net zo gretig als ik. Je wilde alle klassiekers waar je over wist hebben, en je wilde ze allemaal ook lezen, terwijl je wist dat je niet echt een lezer bent, en dat het er niet van zou komen dat je ze ook echt allemaal zou lezen. Je gretigheid was vaak groter dan je aan kon.
Dan moet ik denken aan het gesprek dat we vorig jaar nog hadden, toen jij je kamer leeg maakte, en je spullen weg moest doen. Ik was er om zo veel mogelijk boeken over te nemen. Je vertelde hoeveel pijn het je deed, al een jaar eerder, omdat je geen energie meer had om die boeken te lezen. De pijn dat jouw hartstocht nergens meer een plek kon krijgen. Het besef dat je die boeken echt nooit meer zou lezen. En toen ik daar was nam je ook fysiek afscheid. Ik huilde van binnen. Resoneerde toen al mee dat ik ook fysiek afscheid zou moeten nemen van jou?
Fenna
Als antwoord op je vraag: Ja! Het kostte eindeloos veel moed om van alles te regelen voor mijn studie. Ik wist intussen dat ik niet anders meer kon. Had ik toen maar geweten dat ik autistiesch was. Had ik dat maar nóg veel eerder geweten. In ieder geval had ik wel al geaccepteerd dat ik niet alles meer kon. Dat ik een beperking had. Dat is ook een heel pijnlijk proces geweest. Beseffen dat ik beperkt ben. Op een andere manier naar mezelf kijken. Ook daarbij had een autisme diagnose me kunnen helpen. Dan had ik woorden gehad, en hulp bij dat proces. Nu moest ik dat helemaal alleen doen. Het was fijn dat er zelfs een kamer voor me was geregeld waar ik me even terug kon trekken, maar het was ook heel confronterend dat ik dat dus nodig had.
Dat “heel erg enthousiast over iets zijn” , daarin lijk ik op jou. En wat fijn dat je het in mij ziet, en dat je er zo van houdt, en dat je het mooi vindt. Want je voelt je schuldig over dat gedrag als het over jou gaat. Omdat jij ook vaak zo leeg liep met je enthousiasme en omdat ik je vertelde dat dat voor mij vaak te veel werd. Als je zo enthousiast deed was er voor mij geen ruimte meer. Niet dat ik per se iets wilde delen, maar er was niet eens ruimte om rustig naar mijn eigen gedachten te luisteren. Je snapte dat, als ik je dat zei, en dan stopte je meteen. Maar ik zag ook dat je je schuldig en betrapt voelde. Ik had je wel willen zeggen dat dat niet hoefde maar ik vond ook dat dat iets was waar je zelf mee moest leren omgaan. En ook al waren we beiden volwassen. Ik was je dochter en ik was degene die herstellend was. Ik hoefde niet ook nog voor jou te zorgen. Maar dat is oké. Ik zag dat je ook dat wel snapte. Uiteindelijk.
Je zegt zelf vaak: “pijn = liefde”. Dit is één van die dingen waar we borsten, juist omdat we zo op elkaar leken en juist omdat we zo van elkaar hielden. Ik ben zó blij dat we dit tegen elkaar hebben kunnen uitspreken. Ik maakte me zorgen over je. Omdat ik kan aanvoelen hoe dingen ook bij jou hard binnen komen. En ik maakte me zorgen om je, juist omdat je zo van me hield.
Emma
Dat is waarom ik besefte hoe waar het was. En jij weet dat, dat ik moeilijk lieve woorden binnen laat. In dat allereerste gesprek waar je me vertelde dat je het levenseinde traject aan wilde gaan, drukte je me op het hart om alsjeblieft nog geluk te kunnen voelen. En omdat je weet hoe slecht ik voor mezelf zorg, en hoe weinig ik mezelf gun, maakte je er een opdracht van. En dat was een schot in de roos.
Het gaf me ruimte. Want het eerste wat ik voelde is dat ik zo vreselijk gefaald had. Ik ben in zoveel dingen misgelukt. Het vaderschap was zo’n beetje het enige waar ik trots bij kon voelen. En dat was nu weg. “you had one job!” zegt de strenge stem in mijn hoofd. Dus al het andere in mijn leven was op slag waardeloos. Dat dreune heel hard door me heen.
En dan was er jouw stem, en ik kan je nog zo zien zitten toen je het zei. “Zorg dat je geluk kunt voelen.” Dat maakt dat ik het in eerste instantie niet voor mij hoef te doen. Mijn innerlijke critiekus is heel erg sterk en slim. Deze omweg heb ik nodig om te voorkomen dat hij alle geluk dat ik nog kan voelen de grond in zou boren.
Wacht, ik ga van de hak op de tak. Dat kunnen mensen niet meer volgen. En misschien is dit een gesprek, een verhaal wat de moeite waard is om te delen.
Fenna
Ja, jij bent van de grote verhalen.
Emma
Ja. Misschien is dat wel mijn manier om de pijn wat minder te voelen, er een verhaal van maken.
Fenna
Dat is wéér een verhaal. En het is ook niet wat ik bedoelde. Het is best vermoeiend dat jij alles wat tegen je gezegd wordt als kritiek laat binnen komen. Je wordt er al beter in om dat minder te doen, maar the force is strong in you, op die manier.
Ik vind het best mooi hoe je dat doet. Ik ben er ook best jaloers op. Jij weet hoe het is als alles zo hard binnen komt. Het vreselijke, maar ook het mooie. Ook dat mooie kan een last worden als het er niet uit kan. En jij hebt je verhalen. Ik wilde dat ik zo;n uitweg had.
Maar je verhalen werken niet altijd voor mij. Ze werken eigenlijk bijna nooit. En daar kun je niks aan doen. Het is hoe ik anders ben. Ik zie dat je daar soms verdrietig van wordt, omdat ik ook wel snap dat jij me met die verhalen probeerd te helpen. Maar soms werken ze averechts. Ja, ik weet dat je daar weer een verhaal over hebt. Je hebt het zelfs al opgeschreven in je boek. En je mag dat hier best herhalen. Want het gaat over dat allereerste echt openhartige gesprek dat we hadden. Je noemde het hierboven ook al.
Emma
Dat was toen je vertelde dat ik bij je boven kwam om een ruzie op te lossen. En dat deed ik met een verhaal. Over mezelf in een vergelijkbare situatie. Dat was mijn manier om je te laten zien dat ik je snapte. Maar je vertelde me dat het effect was dat het weer over mij ging. Je vertelde zelfs dat je dat wel snapte omdat je zag dat ik worstelde met dingen. Ook dat had je goed gezien. Het was jaren voordat ik doorhad dat ik trans was en autistiesch. Je vertelde ook dat je voelde dat het niet zo hoorde dat jij mijn snapte. Dat was niet jouw rol. Hoe oud was je? Een jaar of tien. Zo wijs al, en je had gelijk. Het was niet jouw rol. Parentificatie noemen ze dat, als een kind de rol van een ouder over moet nemen.
Het deed zeer om te horen, maar tegelijkertijd was ik zo dankbaar dat je dit vertelde. Ik heb toen alleen maar geluisterd. Ik heb ook dingen wel goed gedaan.
Fenna
Je hebt een heleboel goed gedaan. Je hebt zoveel lieve vader dingen gedaan. Ik heb ze opgeschreven in mijn brief aan jou. Omdat het nodig is dat je het weet en het gelooft. En zodat je het terug kunt lezen als je een bij van zelfhaat hebt.
Wat me overeind hield waren de dingen die ik bedacht die ik voor jullie kon doen, om de klap een klein beetje te verzachten. Dat en de vlucht naar series die ik keek. Ik had die vlucht nodig. Het liefst had ik de hele dag geslapen, dan was ik me niet zo vreselijk bewust van mijn lichaam dat eindeloos veel vreselijke signalen naar me stuurde. Zo onmogelijk om te negeren, om van te vluchten. Het wat zó aanwezig. Ik kon er steeds minder tegen. Ik probeerde het te ontvluchten, met een noise-canseling koptelefoon. Ik weet wel dat ik het daar erger mee maakte, maar ik zat al in de spiraal naar beneden en had echt geen energie meer om daaruit te klimmen.
Emma
Ik geef je nu het woord om uit te leggen waarom je geen hoop meer kon voelen. Ik ga daarin ontoereikend zijn.
Fenna
Dan is het beter dat jij dit stuk vertelt. Het is wat jij van me hebt gezien en gehoord, aangevuld met je eigen ervaringen. Je nam me serieus. Je luisterde naar wat ik vertelde, en je nam dat serieus. Ik heb je nooit gevraagd om het in te voelen. Dat is wat je probeerde, maar gek genoeg ging je er daardoor juist meer van weg. Net als met die verhalen die je over jezelf vertelde om me te laten zien dat je mij begreep. Dus als je hier wil uitleggen wat ik voel, laat het dan jouw woorden zij n, want het kan nooit zijn wat ik voel. Je komt er wel dichtbij, dat weet ik. Maar wat nu komt is jouw beeld over wat ik voelde.
Emma
Dat is inderdaad eerlijk. Jij helpt me altijd enorm in eerlijk zijn. Ik ben heel dankbaar dat we dat hadden, en ik besef nu dat het jouw kracht was die ons daar liet komen. Omdat je naars pijnlijk eerlijk ook altijd oordeelloos was.
Fenna
Nee hoor. Ik heb eindeloos gevloekt en gemopperd op iedereen om me heen. Ik ben heel boos geweest op iedereen die me niet snapte of niet hoed naar me luisterde.
Emma
Nu mag ik jou zeggen dat je niet zo streng moet zijn. Die boosheid en dat oordelen kwam uit buien waar je er doorheen zat. Je was nooit te beroerd om terug te komen op harde dingen die je op zo’n moment zei. Als je er ruimte voor had zag je zelf ook wel dat het uit je uitzichtloosheid kwam. En je had terechte oordelen over een aantal dingen die echt niet goed zijn gegaan.
Fenna
Ja. Dat is waar.
Emma
Dan ga ik nu uitleggen hoe ik denk dat jij je voelde. En je hebt gelijk, ik begin weer bij mezelf. Dat is hoe ik dingen snap en kan uitleggen. Dat is eigenlijk het enige waar ik met zekerheid over durf te spreken.
Dus ik begin met een verhaal.
Ik heb een hele winter erg veel last gehad van mijn neus.
In de winter 24-25 had ik veel last van mijn neus. Hij was niet verstopt. Mijn holten waren wel vol. Ze liepen door mijn neus leeg mijn keel in, met hele lange taaie snot draden. Ik had aan een stuk door het gevoel dat ik iets weg moest slikken, maar dat ging niet want het bleef stromen. Ik werd er helemaal gek van, want er kwam geen eind aan. Ik ben autistiesch en ik heb een dwangstoornis, net als jij. Ik kon het niet meer negeren. Hoe harder ik dat probeerde, hoe meer ik er op ging letten. Ik zat in een vicieuze cirkel.
Ik kon niet slapen en ik werd zó moe. Ik ging uit bed, op zoek naar afleiding. Maar ik was te moe om iets te lezen. Op een gegeven moment was ik zelfs te moe om naar iets te kijken. Ik trok midden in de nacht mijn kleren aan en een jas en ging buiten lopen. Als ik teug kwam lukte het soms om in slaap te vallen, maar vaak ook niet. Dan viel ik doodmoe pas tegen de ochtend in slaap.
Dat waren de nachten waarin ik aan jou moest denken. Dingen voelen waar je niet aan kunt ontsnappen. Te moe zijn om afleiding te zoeken. Zo moe zijn dat ik me beroerd voel. En dit was alleen maar een snotneus. Jij had heen heel scala aan dingen waarin je geen seconde aan kon ontsnappen. En je voelde je aan een stuk door zo hopeloos en in paniek als ik in die nachten.
Dat voelt inderdaad als uitzichtloos. Je had gelukkig wel momenten waarin je een beetje afgeleid was, en je nog min of meer van dingen kon genieten. Als is genieten denk ik een groot woord. Maar de meeste dagen was het afzien. Afzien waar geen einde aan kwam. Ik kon me er een klein beetje iets bij voorstellen.
Daar is theoretisch een weg uit, maar dat kost energie, en die had je niet mee. Je was echt op.
Fenna
Ja. Ik was op. En zeker in het begin was er niemand die me geloofde. Want alle mensen in de zorg zijn gericht op beter maken. Opgeven is geen optie. Ze bleven allemaal hoop houden. Maar hun hoop was ook ontkenning van mijn uitzichtloosheid. Het maakte me alleen. Ik had maar een vriendin die het snapte.
En jij. Dat was fijn, dat jij direct naast me ging staan. Je vroeg me ook of ik me niet eenzaam voelde, terwijl iedereen om me heen nog iets had om naar te hopen. Ja. Ik was eenzaam, en nu was het fijn dat je iets probeerde te snappen. Door jouw reactie was ik iets minder alleen.
Het moeilijke is dat ik het niemand kwalijk kon nemen.
Emma
Dat vond ik zo bijzonder mooi van jou. Dat je ieder van ons, in het gezin, de ruimte gaf om in eigen tempo vrede te krijgen met je wens. Je was nooit boos dat we nog niet allemaal daar waren waar jij al was. Je gaf ons de tijd. Zelfs al had jij die niet.
Ik ben er heel trots op dat we allemaal elkaar de ruimte gaven. Ik voelde me ook schuldig dat ik achter je ging staan. Net alsof ik het niet waard vond om voor jouw leven te vechten. Ik had iets anders gevonden om voor te vechten. Ik wilde dat we met zijn allen dit proces liefdevol konden doorlopen. Daar lag mijn hoop. Niemand nam mij het kwalijk dat ik direct achter je ging staan. Iedereen had door dat we allemaal ons eigen proces daarin in hadden, en we gaven elkaar de ruimte. Ik ben heel trots op ons gezind dat we dat tot het eind toen konden. Dat we er nog steeds kunnen zijn voor elkaar.