nieuwe tick

Het is niet echt een tick. Maar het hoort wel thuis in het rijtje “mijn lichaam laten doen wat mijn lichaam wil doen”. Het is een soort gebaar.

Ik zet steeds vaker de kraan open. Ik laat steeds vaker mijn gevoel stromen. Op wandelingen betekent dat, dat ik me laat verrukken. Ik deed dat altijd al, maar nu is het vaker (of is dat de lente?).

Op mijn bank in mijn hoekje met mijn deken op mijn knieën doe ik het ook. Ik weet niet precies wat het is wat ik doe. Gewoon ontspannen, vermoed ik. Ik schreef ooit al dat ik daarbij onbewust spiergroepen losmaak, dat dingetje wat me bij een bodyscan nooit lukte.

En dan zijn daar die gevoelens, ze stromen als golven door me heen. Ik verwelkom ze. En daar is dan ook mijn nieuwe gebaar.

Ik buig even mijn hoofd schuin naar beneden en opzij en weer terug en sluit kort mijn ogen. Het voelt als een eerbiedige erkenning van wat er in mij stroomt. Ik kende deze nog niet van mezelf. Ik merk het pas als ik het doe, ik doe het nooit bewust, het gebeurt.

En toen dacht ik: ik heb dit gezien. En ik wist ook waar.

Deze video ken je vast al. De artiest Marina Abramovic ontmoet in haar performance “A minute of Silence” een oude dierbare vriend/minnaar die ze al heel lang niet meer gezien heeft. Je ziet aan hun gezichten wat een heftige gevoelens er door ze heen gaan. En daar is dat knikje. Precies zoals mijn knikje. Ik dacht de eerste keer dat ik het zag dat hij met dat knikje zijn gevoelens wegduwde, en dat hij het gebruikte als non-verbale communicatie naar Marina. Maar nu ik deze beweging bij mezelf voel vermoed ik dat hij daarmee ook de gevoelens die naar boven komen begroet.

Ik houd hem er in, want ik vind hem mooi, deze nieuwe expressie die zich een weg doorheen mij vond.

Het is trouwens niet de enige overeenkomst in dit filmpje. Mijn gezicht  roert zich net zoals dat van Marina, en ook de tranen zijn er. En ook ik reik uit met mijn handen, naar mezelf. En ook tussen mij en de zelf naar wie ik uitreik zit soms meer dan dertig jaar.

 

dromen

dromen, dromen
wilde dat ik u nog wist
wat rest is immer hetzelfde gevoel
urgentie
ik moet altijd iets
bewaren of bewaken
bevechten of bevrijden 
beheersen of bedwingen
maar weet nooit meer wat
geacht onderbewuste
u voert een achterhoedegevecht
ik laat dat alles los
het is mooi geweest

Risico van lief zijn voor mezelf

Ik was vandaag (24-5) heel erg lief voor mezelf.
Dat was heel erg fijn.
Het was ook heel erg onhandig.
Want als ik lief ben voor mezelf geef ik me over, laat ik mijn gevoelens gaan.
Dat is goed, natuurlijk, maar wat er dan ook gebeurt is dat er oude trauma’s naar boven komen. Ik durf het intussen trauma’s te noemen. Ik heb er niet eens een voorbeeld of verhaal bij want het gaat niet om specifieke gebeurtenissen die ik herinner. Mijn lijf herinnert zich wel van alles en dat voel ik. Pijn en verdriet stromen door me heen.
Dat is natuurlijk niet onhandig, maar juist goed. Dat moet allemaal gebeuren, en ik laat het.
Maar het is alleen niet wat ik voor mezelf had bedacht toen ik besloot heel erg lief voor mezelf te zijn.

Gelukkig was pijn en verdriet niet het enige dat er stroomde, ik voelde ook geluk en liefde.

brief aan mezelf in een depressieve bui

  • Hoi lieverd,

Ja ik weet het, je weet al wat ik ga zeggen, en toch wil ik dat je doorleest. Het gaat niet om de inhoud, het gaat om het lezen zelf. Door het lezen krijgen we weer contact.

Je bent nu afgesloten van me, je kunt me niet voelen, en je bent zo verschrikkelijk alleen met je pijn. Het scheurt je doormidden en er is niemand die het ziet, niemand die weet hoe het voelt.

Maar dat is niet waar.

Ik zie het, ik voel het.

Ga zitten op de bank, in je hoekje, met je deken. Ik hoop dat je de verzwaringsdeken al hebt.

Sla je armen over elkaar, liefst met blote schouders, maar warmte is ook belangrijk, je hebt zachte, gebreide jurken, die zijn ook fijn.

Streel jezelf en voel mij.

Ik ben er.
Ik ben er altijd.
Ik ben er nu.
Ik voel je.
Ik voel je pijn.
Ik houd van je.

Dit is je mantra.

Blijf doorgaan. Ook al voel je me nog niet, ik ben er, ik wacht geduldig, ik ga nooit weg. Als het deze keer niet werkt, geeft niks. Lees me later nog een keer.
Het moment dat we elkaar weer ontmoeten komt onherroepelijk. Dat is altijd nog zo geweest, vertrouw daarop.

En al die tijd ben ik bij je, waak ik over jou.

Ik hou zo van je.

 

 

mezelf aan mijn eigen haren uit de put trekken

Ik kan dat.

Maar het kost zó veel kracht. Ik moet zo veel opbouwen om op dat punt te komen waarop ik dat kan. En de eerste stappen voelen altijd belachelijk.

Het voelt als de eerste keer dat ik het deed. Op een therapie/meditatie weekend. Ik voelde me dieper dan ooit. En uit het niets stond ik op, in een zaal vol mensen die allemaal net even pauze hadden van een meditatie sessie.

En ik zong, hardop een liedje.

Vals, want ik kan niet zingen. Ik voelde me onsterfelijk belachelijk. Ik liet een vrolijkheid zien die totaal niet bij me paste op dat moment.

Maar het hielp. Ik voelde lucht. En nog vóór het applaus van de anderen kwam had ik mezelf intern een applaus gegeven. Vanaf dat moment ging het beter met me.

Zo gaat het elke keer opnieuw als ik uit mijn depressie kuil stap. Ergens is een moment waarop ik tegen beter voelen in, beslis dat het nu gewoon over is. Dat ik weer mag genieten, ook al is het maar van iets kleins.

En elke keer voelt het geforceerd. Het voelt alsof ik het met grote tegenzin doe.

En elke keer voel ik naast trots ook een lichte wrok, dat ik het deze keer wéér alleen heb  moeten doen. Die wrok verdwijnt als ik me weer helemaal oké voel. Dan kan ik weer zien hoe logisch het is dat ik het ben die mezelf weer aan de haren uit de put moet trekken. En dat, áls ik dat doe, er ook direct hulp is, of een synchroniciteitsdingetje, alsof god/universum tegen me zegt. Als jij je hand uit steekt, ben ik er.

Maar de dagen vóór dat moment waarop ik die kracht (is het kracht?) voel, die zijn vreselijk. En het einde lijkt helemaal nooit in zicht.

Ik wil uitzoeken wat het is dat me uiteindelijk steeds die stap laat zetten. Ik wil de hand kunnen zijn die mezelf de hand reikt, als ik weer in zo’n bui zit.

Want ze komen terug, dat weet ik intussen zeker.

bipolair

Af en toe denk ik dat wel eens. Dat ik bipolair ben.

In mijn dagboek zet ik bij elke dag een plusje of een minnetje, twee plusjes is heel goed, twee minnen heel slecht. Heel soms zijn er 3 minnen of 3 plussen.

Dit zijn de laatste vijf maanden van 2019

Dit zijn de eerste 5 maanden van 2020

Eind 2019 ging het niet goed met me. Ik had zwaar depressieve buien. En ik wilde in die buien eigenlijk niet meer verder. Ze gingen wel altijd weer voorbij. Maar het kutte van zo’n bui is dat ze eindeloos en uitzichtloos lijken. Nóg kuttiger was dat ze veel te snel weer terug waren.

2020 is beter. Maar nog steeds heb ik buien waarin ik het zeer moeilijk heb, waarin ik me even helemaal los voel van de wereld. Maar het lijntje met mezelf is steviger nu. Ik kan ze sneller los schudden die buien.

De mooiste uitleg is dat die dubbel plussen (20), mijn normale toestand is, en dat ik door overprikkeling en omstandigheden niet altijd de energie heb om daar bij te kunnen.

De uitleg waar ik af en toe aan denk en waar ik ook een beetje bang voor ben is dat ik bipolair ben. En dat is een vervelende want dan kan ik mijn goede buien niet vertrouwen.

Maar ja, ik ben ook bang dat ik een hypochonder ben.

en klaar met klaar

Zucht.

60 kilometer fietsen hielp. Te moe om nog boos te zijn. En het leuke van wonen op een berg: het laatste stuk, als je al lekker moet bent is altijd omhoog.

Dingen gebeuren in het leven, en daar kun je dan enorm over opwinden. . .

. . . en het is goed om dat dan ook maar even te laten zijn. Ook die razernij is een ding dat gebeurt. Ik was blij dat ik die vrijdag in het ziekenhuis instortte, en ging huilen. Kennelijk heb ik ook een manier van instorten waarbij mijn boosheid naar buiten komt. Dat is net zo geldig, zolang ik niemand pijn doe.

Ik heb dus geen spijt van mijn vorige blog. Ik heb geen spijt van mijn bui. Ik heb zelfs geen spijt van de wokpan die nu een flinke deuk in het midden heeft.

Het was hoe ik me voelde. Ik sta het mezelf toe.

Het enige dat ik jammer vind is dat ik in zo’n bui geen contact kan maken mijn mijn troostende compassievolle ik. Ik weet op de achtergrond dat ze er is. Ik weet dat mijn bui voorbij gaat, maar in het moment heb ik daar niets aan. In het moment is er verdriet en onmacht, die geen eind lijkt te hebben.

Gelukkig plak ik er geen “laat alles dan maar afgelopen zijn” gedachte meer aan vast. Die gedachte komt wel langs, maar ik heb nu wel de tegenwoordigheid van geest om hem weer los te laten, zelfs midden in zo’n bui.

Het komt goed met mij. Het ís al goed met mij. En soms ook niet.

klaar

Welja, gooi alles maar op me want ik ben zo sterk, ik kan alles wel hebben.

Burnout
Depressie
Operatie gaat niet door
Kanker in de familie en een sterfgeval in die zelfde hoek
Huidcarcinoom

Ik doorstond het, ik trok me er zelf doorheen.

En nu hapert mijn rechter CI, niet een beetje haperen, elke paar seconden een stilte. Dus die ligt nu in een lade. Ik kan heel erg slecht wennen aan horen met één oor. Alles klinkt er nóg blikkeriger door, en ver weg, en scheef en moeilijk verstaanbaar. Ik kan daar ongetwijfeld aan leren wennen. Maar mijn leren wennen energie is op.

Mijn CI zou vervangen worden, deze maand. Maar je raadt het al. Dat gaat ook niet door. Ik zit dus voorlopig vast aan dat ene oor, net zo vast al aan mijn penis.

Ik wilde mezelf troosten met tortelini’s in lekker saus. Die brandde aan. Ik heb de pan geleegd in de WC, en toen heb ik hem stukgeslagen op de rand van mijn aanrecht.

Ik wil nog veel meer stuk slaan.

Weet je, God, Universum, whatever…

Fuck off, met alles wat je op me gooit. 

Ik ben NIET sterk, ik kan NIET alles aan.

Ik ben nu klaar

echt helemaal klaar

met alles

godverdomme!

avondzon

Mijn berg kijkt uit op de uiterwaarden in het zuiden.

Dat betekent dat ik in de winter daar de zon kan zien opkomen en ondergaan. De zon bestrijkt dan een kwartcirkel.

Maar in de zomer bestrijkt de zon driekwartcirkel. Hij komt op en gaat onder voorbij de oost-west as. En daar zit allemaal bos. Als ik naar het meest westelijke puntje van mijn berg loop kan ik de zon zien ondergaan.

 

(Beneden in de diepte, onzichtbaar, de A50 en de afslag Renkum/Oosterbeek. In de verte de bossen in de buurt van de Ginkelse Heide.)


Maar ik kan de avondzon ook anders beleven. Ze schijnt zo mooi op mijn bomen.

Dit is nu (19.30) mijn uitzicht,

Zo vreselijk mooi. Gouden licht.

In dat vogelhuisje nestelt een pimpelmeesje. Die vliegt nu voortdurend af en aan met insecten. 

 

 

Improviseren is niks voor mij

En dat is gek, want voorbereiden is ook niks voor mij.

Toen ik mijn theater maakte, samen met een regisseur vond ik het vreselijk om alle tekst uit te schrijven en uit mijn hoofd te leren. Ook bij lezingen werk ik het liefst uit de losse pols.

Paradox?

Ik bereid wél alles voor, maar ik doe dat nooit op papier. Ik doe het in mijn hoofd. In mijn hoofd ben ik voortdurend bezig de wereld te ordenen op mijn manier. Ik gooi als het ware een digitale lasso om alles waarvan ik vind dat het bij elkaar hoort. Ik heb zo overal onzichtbare lijntjes mee, waaraan ik voortdurend even trek om te voelen of alles nog op zijn plaats is. 

Er is erg veel ruimte in mijn hoofd en ik gebruik het maximaal, ik vermoed dat ik mezelf daarmee overbelast. Maar ik weet niet of en hoe ik dit ‘managen van mijn wereld’ los moet laten. Zonder deze indeling is de wereld één grote chaos van indrukken voor me, die me overvalt. Heel erg mooi hoor, dat “in het nu leven” en zo, maar dat houd ik niet vol.

Verdriet en geluk
Zijn in mij getrouwd
Het een nooit zonder het ander
En altijd tranen
Eindeloos veel tranen
Het voelen zo hevig
Stromen, schokken 
door mijn lichaam
Zo mooi
Zo ongelofelijk intens
Als dit leven is
En zo voelt het
God, zo voelt het
Hoe houd ik dat dan vol?

Ik heb dus houvast nodig, mijn eigen orde. Ik vermoed dat dit bloggen één van de manieren is waarop ik dat doe.

Nog een paar dingetjes.
– gedichten schrijven over wat ik allemaal voel als ik voel (als er iets verwarrend is, is het om zo veel te voelen)
– steeds bijhouden voor hoeveel dagen koffie en melk ik heb (kan niet zonder mijn cappuchino’s)
– coronacijfers dagelijks bijschrijven in mijn excel bestand, terwijl het me helemaal niets doet qua geruststelling, het is meer het ‘compleet willen hebben’
– Mijn fitbit controleren op stappen en slaap
– weten welke boeken in tegelijk aan het lezen ben en ze allemaal voldoende aandacht geven
– eetschema maken, alweer: niet op papier maar in mijn hoofd, en dat nu gekoppeld aan de dag dat ik boodschappen moet doen (en uitrekenen hoe lang ik dat nog kan uitstellen). Ik heb trouwens een heel beperkte menukeuze, tot mijn schaamte ben ik een hele saaie eter.
– bijhouden hoe laat en hoe lang ik wandel, naast het aantal stappen, zodat ik weet welk traject hoeveel tijd kost en hoeveel stappen oplevert. Vandaag getimed: Doorwerth>Arnhem op de fiets: 25 min. Arnhem>Doorwerth op de fiets: 40 min. Westenwind, kracht 3. (maar het zit hem vooral in mijn berg die ik op moet)
– En vast nog veel meer waar ik me amper bewust van ben (oh, ja! Buienradar fan. Ik weet welke dagen in de week mooi zijn, ik weet welke uren van de dag de meeste zon hebben, elke week, elke dag.)
– Vroeger: verslinden van alle zelfhulp boeken en boeken over communicatie. Ze hadden het allemaal over het zelfde en ik vond het geweldig om de patronen in de levenslessen te zien. Ik heb zelfs even gedacht dat ik het leven snapte. Later heb ik een vlogserie gemaakt als satire, omdat ik wel erg veel hetzelfde tegenkwam met nieuwe sausjes.


Het enige in dit lijstje dat opgeschreven wordt is de informatie waar ik niks aan heb, die corona grafiekjes. Alles wat er werkelijk toe doet staat in mijn hoofd. Zoals eindeloos veel dichtregels, zinnen uit boeken en quotes uit films en series. Mijn orde is nuttig voor mij, anderen kunnen er vaak niks mee.

Confronterend om te zien hoeveel ik bijhoud in mijn hoofd, permanent, van waken tot slapen, het stopt nooit.

Binnen deze orde kan ik improviseren. Ik heb mijn lezingen bijvoorbeeld in mijn hoofd, in hoofdstukken. Daar kan ik uit kiezen. Ik maak hooguit een lijstje met een volgorde.

Ik kan wel voorbereiden, maar dan alleen binnen mijn eigen orde. Ik word heel onrustig als ik rekening moet houden met de orde van een ander.

Soms is er een match. Ik ben nu bijvoorbeeld heel erg blij met mijn schrijfcoach Ingrid Bilardie. Ik vertrouw blind op haar, en ze stelt me nooit teleur. Soms moet ik hoofdstukken helemaal omgooien. In vertrouwen laat ik het oude los, en ga opnieuw bouwen met haar adviezen. Wat helpt is dat ik snap wat ze bedoelt. Ik kan het voor me zien, hoe het anders moet. Wat ook helpt is dat zij snapt hoe mijn hoofd werkt.

Ik heb altijd wel een paar dagen nodig voordat ik daadwerkelijk begin met de herschrijf. Het moet rijpen in mijn hoofd. 

Ik daal steeds meer in mijn lichaam, maar ik blijf grote waardering houden van dat hoofd van mij, waar zo vreselijk veel in gebeurt. Ik wil dat hoofd ontlasten, maar ik wil het nooit kwijt.

Ik sta voor mijn een-na-laatste herschrijf blok. Nog zo’n 20.000 woorden. Morgen (17 mei, ik schrijf de blogs altijd de avond voor publicatie) gaan mijn toetsen rammelen. Het wordt mooi!