Jan Jaap

16 mei 1957 werd Jan Jaap geboren, als eerste kind van mijn ouders Jennie en Ubbo Voerman-Rahder.

Een paar maanden later overleed hij aan een ernstige huidaandoeding.

Deze fotoreeks hing altijd boven het bed van mijn ouders. Jan Jaap was er dus bij als wij als kleine kinderen onze verjaardagsknuffels, en cadeautjes gingen halen bij onze ouders.

Jan Jaap is vernoemd naar mijn beide grootvaders. Jan Voerman en Jaap (Jacob) Rahder.

Ik heb deze vernoeming als het ware overgenomen van mijn grote broer. Mijn geboortenaam is Jacob Jan.

Toen mijn ouders overleden heb ik de fotolijst meegenomen. Ik voelde de verantwoordelijkheid om mijn te vroeg overleden broer in ere te houden. Nu ik alleen woon heeft hij een zichtbare plek bij mij in huis, en herdenk ik zijn verjaardag.

Toen ik mijn geslacht en naam veranderde in het bevolkingsregister hield ik Jacob Jan aan. Het is voor mij geen deadname. Mijn ouders waren beiden al overleden en ik wilde deze naam niet weg doen. Ik wilde het lijntje open houden.

Emma Jacob Jan Voerman is het officieel.

Mevrouw E.J.J. Voerman.

Ook in mijn mailadres staan beide J’s. 

Lieve Jan Jaap, vaak denk ik eraan hoe het zou zijn om jouw als nog grotere broer te hebben. Je zou vandaag 63 zijn geworden.

Ik denk aan je. Je bent niet vergeten. 

 

mijn lichaam in lockdown

Ik zit in lockdown met mijn lichaam
het lichaam dat ik drie jaar geleden leerde kennen.
Het lichaam waarvan ik ben gaan houden.
Het lichaam dat heel misschien ooit
wél seks zou kunnen beleven.
Want de kleine correctie die daarvoor nodig was
zou volgende week al zijn
(we schrijven 16 maart 2020)
deze zelfde maandag, een week later
zou ik wakker worden
met een lijf dat helemaal van mij was.

En toen kwam die lockdown
en mijn lichaam sloot zich daarbeneden.
lock down
Het wandelt en het streelt
maar tussen mijn benen blijft het droog.

Ik zit in lockdown met mijn lichaam
en het eind is niet in zicht.

 

 

 

(I know, drama blog. Maar dat mag want het doet zeer)

Blokkeer je dan?

Afgelopen maandag had ik het eerste grote interview van mijn diagnosetraject bij het expertisecentrum voor autisme.

Zo veel vragen waarvan ik in eerste instantie denk: “nee, dat doe ik niet.” en dan later besef dat het wel degelijk betrekking heeft op mij.

Voorbeeldje.

Of ik een dagelijks ritme heb.

Ik zie mezelf als een chaoot. Nergens in huis zul je bij mij een whiteboard zien of een andere manier om een dagindeling zichtbaar te maken. Maar ik heb die dagindeling dus wel.

Elke week heb ik in mijn hoofd hoe de week in elkaar zit. Toen ik saai elke-dag-bureau-werk had, had ik voor mezelf niet eens een agenda. Alle afspraken en gebeurtenissen buiten mijn werk stonden als in een soort 3D plaatje in mijn hoofd gegrift. Met ruime blokken tijd er om heen, alsjeblieft geen gebeurtenissen vlak op elkaar.

Zo heb ik ook elke avond in mijn hoofd hoe de volgende dag er uit ziet. Bij nieuwe dingen kijk ik net zo lang in mijn agenda tot de afspraken in mijn hoofd geprent zijn, en ik check vaak ook nog de mail en brieven of de tijdstippen wel kloppen.

En elke dag begint met rustig op de bank zitten met een kop koffie, minstens een half uur. Om dat voor elkaar te krijgen en ook nog een ruim schema aan te kunnen houden (ik ben overal te vroeg) ben ik jarenlang om 05.15 opgestaan. En  als ik geluk had met werk dichterbij was dat 05.45.

Dus ja! Ik heb wél een dagelijks ritme.

Of ik van streek raak als dat ritme verstoord wordt?

Ik herinner me een winterdag in 2019, toen het deurslot van mijn auto bevroren was, en die keer dat ik mijn wekker verkeerd had gezet.

Beide keren was ik op tijd op school, terwijl ik toch ruim drie kwartier moest rijden om daar te komen. Het voordeel van mijn ruime buffers. 

Maar beide keren was mijn dag helemaal stuk. Het verslapen kostte me mijn bank met koffie, het autoslot leverde enorm veel stress op, en ik miste mijn half uur voorbereiding op de lesdag in mijn lokaal.

Blokkeer je dan?

Ik wilde “nee” antwoorden, want niemand heeft iets aan me gezien, ik heb gewoon les gegeven. Ik was misschien wat minder spraakzaam en vriendelijk tegen collega’s, maar voor de kinderen was ik er 100%.

Maar “nee” is niet het juiste woord. Want in mijn lichaam kookt het. Alle stress systemen staan aan. Ik ben aan het overleven, en pas thuis stort ik helemaal in.

Ja, ik blokkeer. Maar ik schuif met enorme kracht die blokkade aan de kant want er rekenen mensen op me.

Dit heb ik ontelbare keren gedaan gedurende mijn hele leven. Ik heb gefunctioneerd onder omstandigheden waarin ik helemaal niet kán functioneren.

Ik heb nu die energie niet meer.

Het gebeurde me vrijdag in het ziekenhuis. Ik had een afspraak die ik moest verzetten omdat ik niet kon, oh ironie, omdat ik dan nog herstellende zou zijn van mijn operatie. Toen ik die afspraak verzette, aan de telefoon, wat ik vreselijk vind met mijn gehoor, vroeg ik een schriftelijke bevestiging. Die kreeg ik niet. Toen voelde ik al nattigheid. Ik heb tijd en datum wel drie keer herhaald en opgeschreven op de oorspronkelijke uitnodiging.  

Ik heb die zelfde vrijdag nog gebeld of het doorging. Ik had mijn fietstocht helemaal goed uitgestippeld, geen enge bussen. Ik was keurig op tijd in het ziekenhuis inclusief uit-hijgen (bergop) en nog ook ruimte voor de hele Corona screening.

En tóch ging het fout.

De verpleegkundige met wie de afspraak was, werkte die dag in Velp en niet in Rijnstate. Ik blokkeerde. Ik begon met mopperen, maar ik had gelukkig snel door dat dat niet zo aardig was.
“Gaat u even zitten, ik ga kijken wat ik voor u kan doen”.  Ik ben gaan zitten en ben vreselijk in huilen uitgebarsten, en daar was ik blij om. Huilen is een fijne manier van blokkeren. Van een lieve arts mocht ik even tussendoor, en ik heb die dag heel goed voor mezelf gezorgd.

Dus ja!

Ik blokkeer, en ik ga mezelf in het vervolg toestaan om dan in tranen uit te barsten en het niet meer te weten. Dat had ik een halve eeuw eerder willen kunnen.

Ik huil voor mijn oude ik. Ik huil omdat ik eindelijk niet meer hoef te kunnen wat ik helemaal niet kan. Ik huil omdat ik eindelijk mag huilen.

Lieve Emma, je mag best een dagje overslaan.

Ja, die van gisteren was kort, nou én?

woah, ho! Je wil?  Of moet je? Wees eens eerlijk?

Ah, ok. 

Andere vraag. Heb je de energie ervoor?

Zie?

Duss, gewoon een keer niet. Twee keer niet voor mijn part.

Nee!!! Ook niet even om uit te leggen waarom niet. Gewoon niks.

 

Wacht, ik hoor een toetsenbord! Je bent toch niet dit gesprek aan het . . .

zucht

Emma, lieverd wat moet ik nu met je.

Nee, ik weet geen leuke titel! 

Nou ksssjt!

Ga lezen, ga dr. Who kijken en snoep iets.

 

engelen

Mooie wandeling in de laatste warmte. Het mooie weer van de afgelopen dagen zal vandaag omslaan.  Vanmorgen al wolken, maar als ik de deur uit stap er is nog even zon.
Mijn berg over, naar het westen, in de lengte en helemaal boven blijven totdat het niet meer mogelijk is omdat de A50 hem genadeloos doormidden snijdt. 
Onderdoor de A50 weer omhoog de Noordberg op, en nog één keer door de uiterwaarden bij Renkum om mijn meidoorns te zien, te voelen maar vooral om ze te ruiken.

Ik ga even zitten en doe mijn ogen dicht. Het voelt zomers, maar dan met die heerlijke geur en de herrie van vogeltjes die je alleen in de lente hebt.

Als ik terug wandel pakken wolken zich samen.

Ik heb deze wandeling mijn voelen helemaal opengezet, ik wandel steeds vaker met mijn hele lijf.

Alles mocht er zijn,

de verpletterende schoonheid van mijn berg,

ik zal altijd woorden blijven zoeken om de schoonheid van mijn berg, mijn  toverberg, te beschrijven, en ze zullen altijd tekort schieten,

en de bergen verdriet binnenin.

Terug, thuis op de bank, in mijn hoekje onder mijn deken, kijkend naar mijn bomen.

Zo zacht als nu de regen valt.

Ik wieg mezelf, ik wrijf en aai en neurie mijn eigen valse mantra’s. Er trekt een kudde van gevoelens door mijn lijf.

Ik voel verdriet dat even heftig is als in mijn meest depressieve buien, maar nu voel ik ook mijn koesterende aanwezigheid, die me aait, en zegt: “Het is goed.”

Buiten is het steeds donkerder. Het heeft iets zomerachtigs, iets knus, deze regen met zoveel groen.

En dan zie ik het, een engel. Buiten op mijn balkon.

Vorig jaar was ik verrast door de tweede bloei van mijn eenjarige plant in mijn balkonbak. Dit jaar was hij echt verpieterd. Ik wil de bak opnieuw inrichten, maar ik mijd voorlopig de tuincentra dus ik liet de plant de plant. Ik gaf hem wel keurig water.

En zie

Puzzel

“Het lijkt wel of je een hele grote puzzel aan het leggen bent, als ik je blogs lees” schreef een vriendin.

Soms voelt dat zo. Het probleem is, ik heb een stapel met stukjes. Ik heb geen doos, geen voorbeeld en ik weet niet eens hoeveel stukjes mijn puzzel is. Ik heb geen kantjes en hoekjes, en ik heb het vermoeden dat er in die stapel stukjes zitten van veel meer puzzels.

Ik voel me soms nogal verloren met mijn gepuzzel. Ik leg mooie stukjes, maar waar horen ze bij?

Ik had donderdag mijn intake voor een diagnose traject. Ik had daar naar uitgekeken maar nu het zo ver is vraag ik me af of ik niet te hoge verwachtingen had van dat traject. Ik had gehoopt dat zij de rechte stukjes hadden, dat ze me zouden vertellen hoe groot de puzzel is, en dat ze een flink deel van de stapel zouden weghalen omdat die stukjes niet bij mijn puzzel horen.

En nu vraag ik me af of dat wel gaat gebeuren. Ik begin het vermoeden te krijgen dat ik een levenlang blijf puzzelen zonder ooit het resultaat te weten, eenvoudigweg omdat er geen resultaat is. Dat wat ik al puzzelende aan elkaar leg en er leuk uit ziet, dat is het.

En dan kom ik op een andere vriendin die me jaren geleden al zei dat het leven zo was. Dat je alleen maar hoefde te improviseren en dat het leven daardoor juist simpeler werd, nou ja, niet simpeler maar wel leuker.

Ik snapte dat. ik dacht zelfs dat het wat voor mij was.

Maar intussen heb ik stukjes van mijn puzzel gelegd en naar het plaatje gekeken. En uit dat plaatje blijkt dat ik helemaal niet zo van improviseren houd als ik dacht. Ik houd van voorspelbaar. 

Ik zou je een jaar geleden voor gek hebben verklaard als je dat over mij gezegd zou hebben. Ik vind voorspelbaar dodelijk saai.

En toch houd ik van voorspelbaar. Ik ben altijd op zoek naar de intrinsieke logica van dingen en processen en mensen. En daar bouw ik een verhaal omheen, een verhaal waar ik de wereld mee kan snappen. En als dingen dan niet meer kloppen met mijn verhaal raakt ik van slag.

Wat ik wél hoop te achterhalen in dat diagnose traject is: Heeft die manier van de wereld snappen te maken met de manier waarop mijn brein werkt, of is het een aangeleerd overlevingsmechanisme? En misschien is het wel beiden. Die puzzel wil ik nog wel leggen.

En dan snap ik dat ik me met de rest van al die stukjes maar moet over geven aan het freestyle puzzelen. Ik wil dat best proberen, maar ik ben daar, anders dan ik ooit dacht, dus helemaal niet goed in.

 

Wat ik intuïtief nu al weet:
Die puzzel waar ik aan leg, is de puzzel waar wij allemaal mee bezig zijn. Het is een heel kleurrijk schitterend geheel dat nooit af is, en steeds in beweging is. Die puzzel heet leven en heeft geen doos, geen voorbeeld, geen kantjes of hoekjes en oneindig veel stukjes.

Ziekenhuis Rijnstate

Ik fietste naar Rijnstate

en ik heb wel honderd keer 

geroepen, gefluisterd, gezongen

God, wat ben je mooi!

Want god wat was ze mooi,

de lente, het glooiende groen.

Met het zwoegen omhoog

langs de Schelmseweg

omcirkel ik Mariëndaal.

Oh landgoed in de diepte.

Dan via de Jacob Marislaan,

schilder van het Hollands licht

Door de Gulden Bodem

met zijn mooie chique huizen.

De Van Heemstralaan

denderend naar beneden.

Tussendoor twee grootse parken.

Groen in jacquet en hoepelrok.

En ik, kind uit een klein dorp

voel me nog steeds als in een grote film.

Midden in Arnhem en zo groen zo groen

tot om de hoek mijn bestemming.

Huidkanker is het, maar niet zo erg.

Het kan worden weggesneden.

Op de terugweg kocht ik troost.

Maar de fietstocht zelf was balsem voor mijn ziel.

verbond

Vandaag beloof ik mij eeuwige trouw.

Ik ben vanaf nu mijn eigen vrouw.

Het eeuwig zoeken heb ik gestaakt.

Ik vond wat nooit was kwijtgeraakt.