Selecteer een pagina

Afgelopen maandag had ik het eerste grote interview van mijn diagnosetraject bij het expertisecentrum voor autisme.

Zo veel vragen waarvan ik in eerste instantie denk: “nee, dat doe ik niet.” en dan later besef dat het wel degelijk betrekking heeft op mij.

Voorbeeldje.

Of ik een dagelijks ritme heb.

Ik zie mezelf als een chaoot. Nergens in huis zul je bij mij een whiteboard zien of een andere manier om een dagindeling zichtbaar te maken. Maar ik heb die dagindeling dus wel.

Elke week heb ik in mijn hoofd hoe de week in elkaar zit. Toen ik saai elke-dag-bureau-werk had, had ik voor mezelf niet eens een agenda. Alle afspraken en gebeurtenissen buiten mijn werk stonden als in een soort 3D plaatje in mijn hoofd gegrift. Met ruime blokken tijd er om heen, alsjeblieft geen gebeurtenissen vlak op elkaar.

Zo heb ik ook elke avond in mijn hoofd hoe de volgende dag er uit ziet. Bij nieuwe dingen kijk ik net zo lang in mijn agenda tot de afspraken in mijn hoofd geprent zijn, en ik check vaak ook nog de mail en brieven of de tijdstippen wel kloppen.

En elke dag begint met rustig op de bank zitten met een kop koffie, minstens een half uur. Om dat voor elkaar te krijgen en ook nog een ruim schema aan te kunnen houden (ik ben overal te vroeg) ben ik jarenlang om 05.15 opgestaan. En  als ik geluk had met werk dichterbij was dat 05.45.

Dus ja! Ik heb wél een dagelijks ritme.

Of ik van streek raak als dat ritme verstoord wordt?

Ik herinner me een winterdag in 2019, toen het deurslot van mijn auto bevroren was, en die keer dat ik mijn wekker verkeerd had gezet.

Beide keren was ik op tijd op school, terwijl ik toch ruim drie kwartier moest rijden om daar te komen. Het voordeel van mijn ruime buffers. 

Maar beide keren was mijn dag helemaal stuk. Het verslapen kostte me mijn bank met koffie, het autoslot leverde enorm veel stress op, en ik miste mijn half uur voorbereiding op de lesdag in mijn lokaal.

Blokkeer je dan?

Ik wilde “nee” antwoorden, want niemand heeft iets aan me gezien, ik heb gewoon les gegeven. Ik was misschien wat minder spraakzaam en vriendelijk tegen collega’s, maar voor de kinderen was ik er 100%.

Maar “nee” is niet het juiste woord. Want in mijn lichaam kookt het. Alle stress systemen staan aan. Ik ben aan het overleven, en pas thuis stort ik helemaal in.

Ja, ik blokkeer. Maar ik schuif met enorme kracht die blokkade aan de kant want er rekenen mensen op me.

Dit heb ik ontelbare keren gedaan gedurende mijn hele leven. Ik heb gefunctioneerd onder omstandigheden waarin ik helemaal niet kán functioneren.

Ik heb nu die energie niet meer.

Het gebeurde me vrijdag in het ziekenhuis. Ik had een afspraak die ik moest verzetten omdat ik niet kon, oh ironie, omdat ik dan nog herstellende zou zijn van mijn operatie. Toen ik die afspraak verzette, aan de telefoon, wat ik vreselijk vind met mijn gehoor, vroeg ik een schriftelijke bevestiging. Die kreeg ik niet. Toen voelde ik al nattigheid. Ik heb tijd en datum wel drie keer herhaald en opgeschreven op de oorspronkelijke uitnodiging.  

Ik heb die zelfde vrijdag nog gebeld of het doorging. Ik had mijn fietstocht helemaal goed uitgestippeld, geen enge bussen. Ik was keurig op tijd in het ziekenhuis inclusief uit-hijgen (bergop) en nog ook ruimte voor de hele Corona screening.

En tóch ging het fout.

De verpleegkundige met wie de afspraak was, werkte die dag in Velp en niet in Rijnstate. Ik blokkeerde. Ik begon met mopperen, maar ik had gelukkig snel door dat dat niet zo aardig was.
“Gaat u even zitten, ik ga kijken wat ik voor u kan doen”.  Ik ben gaan zitten en ben vreselijk in huilen uitgebarsten, en daar was ik blij om. Huilen is een fijne manier van blokkeren. Van een lieve arts mocht ik even tussendoor, en ik heb die dag heel goed voor mezelf gezorgd.

Dus ja!

Ik blokkeer, en ik ga mezelf in het vervolg toestaan om dan in tranen uit te barsten en het niet meer te weten. Dat had ik een halve eeuw eerder willen kunnen.

Ik huil voor mijn oude ik. Ik huil omdat ik eindelijk niet meer hoef te kunnen wat ik helemaal niet kan. Ik huil omdat ik eindelijk mag huilen.