Ode aan het stuurse kind

Ik leerde als kind mijn onbevangenheid al tamelijk snel af. Mijn onbevangenheid was te onvoorspelbaar, en ik wisselde de momenten dat ik anderen overvoerde met enthousiaste verhalen af met periodes dat mijn binnenwereld me zo bezig hield dat ik onbereikbaar was. Dat enthousiast verhalen delen leerde ik af. Te vaak bleek dat mensen daar niet op zaten te wachten. Ik werd voorzichtig. Mijn gezicht stond op nadenkstand, of ik had een afwachtende blik.Ik probeerde de wereld te begrijpen, tevergeefs. Ik weet nu pas dat de dingen die ik toen niet begreep ook helemaal niet te begrijpen zijn.

In een wereld waar extraverte blije kinderen positieve aandacht kregen zal ik waarschijnlijk overgekomen zijn als teruggetrokken en misschien zelfs stuurs. Zo werd een vicieuze cirkel gecreeerd want ik werd ook niet meer uitgenodigd om te delen wat er in me omging. Fantastische werelden ontvouwden zich in mijn hoofd en niemand heeft er ooit iets van meegekregen.

Pas sinds de juiste hormonen hun werk doen in mijn lichaam ben ik in het bezit van een stralende lach, en wat maakt dit het contact met de wereld zo veel makkelijker.

Wat doen we veel kinderen tekort door zoveel positiever te reageren op blije gezichten en extraverte gezichten. Wat jammer dat we niet zien dat die terughoudende blik juist een vraag is om heel voorzichtig uitgenodigd te worden. Wat jammer dat we niet zien dat die boze blik soms alleen maar duidt op diep nadenken. Wat jammer dat we geen ruimte maken voor verhalen die op het eerste gezicht niet aansluiten. We missen daarmee eindeloos veel mooie werelden, en we doen kinderen ernstig tekort.

Diagnoses en zo

Ik ben hoogsensitief en ik heb OCD.

Er zijn daarnaast heel veel dingen die ik herken van Autisme en ADHD.

Vandaag zag ik iets langs komen over slordigheid in vriendschappen onderhouden en wispelturigheid in hobby’s.

Ik besef dat er eindeloos veel is waar ik me schuldig over voel. Dingen die me niet lukken die voor anderen schijnbaar moeiteloos zijn. In al mijm banen ging ik bijvoorbeeld kapot aan mijn onvermogen om mijn administratie bij te houden.

En altijd was de, inmiddels geïnternaliseerde, boodschap: “Ik doe niet hard genoeg mijn best.”

Deze boodschap kreeg met de opkomst van de growth mindset een geniepig kantje waar ik me behoorlijk aan sneed.

In mijn laatste baan ging ik als juf van groep 3/4 volledig onderuit omdat ik mezelf wijs maakte dat ik alleen maar dacht dat ik dingen niet kon. Ik kon mezelf toestaan het te leren toch?

Ik wil bij deze pleiten voor het toe kunnen geven dat dingen je gewoon niet goed afgaan. Ook al heb je geen diagnose die dat ondersteund.

Ik wil af van het idee dat je alles kunt leren. Ik wil dat niemand ooit nog tegen iemand zegt dat ze niet genoeg haar best doet.

Ik wil dat we er van uit gaan dat dingen anders werken bij andere mensen, of ze nu een diagnose hebben of niet. Stop met aannemen dat er zo iets bestaat als normaal, iets ‘dat toch iedereen kan’.

Aan iedereen die zich schuldig voelt omdat ze niet hard genoeg proberen: lieverd, je hebt er waarschijnlijk al meer energie in gestoken dan mensen die het wel voor elkaar krijgen. Stop met schuldig voelen.

NB! Dit is géén betoog om diagnoses af te schaffen. Het is ook niet ok om te zeggen dat iedereen wel een beetje autistisch is of ADHD trekjes heeft. Die diagnose is er niet voor niets, dan is er echt behoorlijk veel aan de hand.

Het is vooral een betoog om diagnoses serieus te nemen, én om een stap verder te gaan. Het is een betoog om tegemoet te komen aan alles wat buiten de gebaande paden ligt.

Als je dat doet, zul je bovendien schatten ontdekken die we tot nu toe hebben laten liggen.

Dit vond ik vroeger een rake tekst.

https://youtu.be/NHhnXrVxzi0

Ik heb het een tijdje een foute tekst gevonden omdat het zo tegen de theorie van growth mindset in ging.

Nu krijgt ie van mij eerherstel.

 

Deze schreef ik ooit over diagnoses en etiketten.

http://jacobjanvoerman.nl/voorbij-de-etiketten/

 

PS Er is niks mis met de theorie van growth mindset. Er is van alles mis met hoe deze misbruikt wordt.

Neurodivers

Ik wil het met jullie hebben over niet neurotypische mensen.

Ik maak daar even een grote groep van. Ondanks de verschillen hebben we veel gemeen. En er is overlap 

-hoogsensitiviteit 

-autisme

-AD(H)D

-hoogbegaafdheid 

-beelddenkers 

-dyslexie 

Kern is: we denken anders.

We zien en voelen andere dingen.

We zien en voelen meer.

We leggen andere verbindingen 

We denken buiten kaders

Kortom wij zien een andere wereld.

Wij zien de wereld anders.

En wij zijn zo verschrikkelijk hard nodig!

Wij zijn niet altijd kunstenaars.

We zijn niet altijd mensen die mooie inzichten delen.

Onze input is onmisbaar, ook als die voortkomt uit onze ‘onhandigheid’

We zijn geboren om te botsen met de wereld, en de bedoeling was dat de wereld daarvan leerde.

Wij voelen aan ons water wat er wel en niet klopt.

Wij hebben een groot onvermogen om het machtsspel te spelen.

Je hebt ons niet alleen nodig om de verborgen schitterendheid van alles te kunnen zien.

Je hebt ons ook nodig om je te beschermen tegen je eigen ongebreidelde vernietigende krachten.

Er zou geen team moeten zijn zonder andersdenker.

Geef ons alsjeblieft de status die ons toekomt.

We zijn de aanvullende blik die je nodig hebt voor verstandige duurzame beslissingen

Onze awkward moments zijn tekenen dat er te kort door de bocht wordt gestuurd, dat er te veel als vanzelfsprekend wordt aangenomen.

Wij laten jullie struikelen als je met grote stappen snel thuis wil zijn. En daarmee besparen we eindeloos veel toekomstige ellende.

Wij zijn de zieners, de raadgevers, de narren, de kunstenaars. Wij zijn de kloosters, de musea, de bibliotheken. We zijn het bos, de heide, de bergen en het strand.

Geef ons de plek die ons toekomt.

We geven er zo veel mee terug.

Trots

Ik leerde ooit het verschil tussen een collectivistische samenleving en een individualistische samenleving. Dat gaf me inzicht op iets dat me al heel lang dwars zat.

 

Een collectivistische samenleving is mooi omdat mensen elkaar beschermen, omdat je je geborgen weet. 

Een individualistische samenleving is mooi omdat het je de kans geeft je eigen unieke zelf te zijn.

 

Ik groeide op in Friesland, zonder carnaval, maar in Beetsterzwaag hadden we iets vergelijkbaars, Koninginnedag, met een optocht. Al een half jaar van te voren werkten hele gemeenschappen samen aan een kar in vriendschappelijke strijd met andere gemeenschappen. Ik kon me als kind onderdeel voelen en trots zijn om een rol te spelen op die kar. Het kon me ook niet veel schelen dat ik die rol niet zelf kon kiezen. 

Maar ik wist ook heel zeker dat diezelfde gemeenschap me zou veroordelen als ze erachter zouden komen dat liever een meisje was. En Beetsterzwaag was wit, heel erg wit.

 

Collectivistisch beschermt en koestert, maar doet dat ten koste van hen die niet passen.

 

Individualistisch heeft ruimte gemaakt voor hen die niet passen, maar is verworden tot een ieder voor zich die ten koste gaat van hen zonder privileges.

 

Ik zou graag weer wat collectiever willen leven, en dan de winst behouden dat ieder zichzelf kan zijn. Binnen grenzen. Wat mij betreft is de belangrijkste grens: we laten niemand achter, we zorgen dat iedereen mee kan doen. Jezelf zijn in verbondenheid.

 

Dat is de waarde die we  wat mij betreft als samenleving mogen doorgeven. Geen nationalisme, geen misplaatste trots op een vlag of volkslied of een canon die zoveel mensen en groepen uit sluit, maar de trots dat we, hoe verschillend we ook zijn, het samen doen.

 

Ik ben trotser op mijn gezichtsmasker dan op de Nederlandse en zelfs mijn trans-biseksuele vlag!

voor ieder die

Dit is een lied voor ieder die

de aanwezigheid van een ander mist

voor ieder die

zich al die tijd

niet gekoesterd wist.

Voor ieder die het nog steeds

zonder aanraking moet doen,

geen aai, geen streling,

geen hand op de schouder,

geen arm om je heen,

geen lepeltje liggen,

geen hand vast houden,

geen kneepje,

en al helemaal geen zoen.

Nabijheid is meer dan dat.

Het is de blik die je wisselt,

de loze woorden die je deelt.

Het is de kop thee

of koffie

die je aangereikt krijgt.

Het is elkaar alles zeggen

terwijl je zwijgt.

Het is de vraag 

of de verwarming hoger moet.

Het is de nabijheid weten

van iemand die weet wat er speelt.

Het is ondanks alle ellende daarbuiten

naar elkaar kijken

en weten

het is goed.

Dit is een lied voor eenieder

die dit alles

nu aan zichzelf geeft,

eenieder

die alleen overleeft.

Hoe OCS voor mij voelt (en voelde)

Het is het “Heb ik nu wel of niet het gas uitgedaan” gevoel, en toch ook weer niet.

Ik heb een tijd gedacht dat ik autistisch was, maar het bleek OCS te zijn. Obsessieve Compulsieve Stoornis, kortweg Dwang.

En ja, en duh! Iedereen kent dat. Maar niet bij iedereen is het een stoornis. Dat bedoel ik met dat “toch ook weer niet”.

Ik probeer met dit blog een gevoel te beschrijven en ik ben bang dat me dat alleen maar lukt door het vooral ook te hebben over wat het NIET is. Het helpt als je elke keer als je denkt “O dat! Dat ken ik!” er meteen achteraan denkt: “Maar toch ook weer niet”. Dan hoef ik dat niet steeds te typen.

Mijn OCS hoofd is doorlopend bezig met het bijhouden van van alles. Allemaal kleine dwanggedachten die me niet eens zo verschrikkelijk belemmeren. Zo móet ik bij het dichtdoen van mijn buitendeur de sleutels in mijn hand voelen. Het werkt niet als ik zeker weet dat ik die sleutels een moment daarvoor nog in mijn zak of tas deed, ik moet ze voelen. Dat soort spul.

Dat is dwang. Want het móet. Want anders . . .

En dat is precies wat ik in dit blog probeer te beschrijven. Wat dat is dat anders . . .

Het is ongrijpbaar. Het is niet een gedachte die je met cognitieve therapie kunt wegdenken. Het ijkt op een extra zintuig, zoals je evenwichtsorgaan weet of je rechtop staat. Het is een wetenschap, een gevoel, een iets dat altijd aanwezig is. Ik kan het met wisselend succes negeren, maar het gaat nooit weg. Zoals ook mijn Tinnitus (oorsuizen) nooit weg is, zelfs niet op de momenten dat ik er geen last van heb en het niet opmerk.

Er is een spel, en dat heet “The game”. Het doel van het spel is om niet aan het spel te denken. Dat spel kun je alleen maar winnen als je je niet realiseert dat je gewonnen hebt. Zoiets. Een soort Schrödinger kat. 

(Ja precies: en toch ook weer niet)

Dit gevoel is de basis voor al mijn kleine dwanghandelingen en gedachten. Die zijn zo erg niet. Erger is dat dit gevoel de basis is van het ontbreken van mijn eigenwaarde.

Dit gevoel zegt dat ik er niet mag zijn, dat ik hooguit, onder voorwaarden geduld word.

Ik ben jarenlang bezig geweest die voorwaarden uit te puzzelen. Hele lijsten maakte ik aan, en er bleken steeds nieuwe bij te komen.

Stukje bij beetje leerde ik mezelf te accepteren, te waarderen en zelfs lief te hebben. Ik werd steeds beter in het negeren van dat gevoel. Ik kon het bij tijden zelf helemaal vergeten. Maar het was nooit weg. Er hoefde maar een gebeurtenis iets te triggeren en pats! “Remember the game You just lost it!”

“Je was het even vergeten, maar hier is het weer. Je mag er eigenlijk niet zijn.”

Of

“Je doet het goed! Je bent veilig, maar houd het vol want als je aandacht verslapt, wordt je kaartje voor deze wereld ongeldig verklaard.”

Sinds deze zomer, vanaf het moment dat ik uit de narcose kwam van mijn geslachtsbevestigende operatie is het weg! Er is geen game meer! Ik speel het spel niet langer en ik kan niet meer verliezen. Het “anders ….” is weg. Er is geen anders. Ik mag er zijn, zelfs als ik me als ik me aan geen enkele voorwaarde van al mijn lijstjes houd.

Ik heb nog kleine dwanggedachten, ik houd nog steeds mijn voordeursleutel in mijn hand, maar ik ben in de wereld, en niemand krijgt me meer weg.

Dit betekent niet dat ik nooit meer ongelukkig zal zijn. Ik baal op dit moment behoorlijk van het feit dat mijn operatie niet helemaal goed is gegaan en ik terug moet voor een hersteloperatie en dat ik intussen permanent pijn/last voel. Dat knaagt behoorlijk aan mijn geluksgevoel. Maar het is zo verschrikkelijk onbetekenend in verhouding met mijn zijn.

Ik ben. Ik kan alles aan. Ik durf alles te voelen en in alles te zijn.

Het voelt zoo krachtig!

 

En toen was mijn transitie klaar

Vandaag had ik mijn laatste gesprek met mijn psycholoog van het VUMC die mijn transitie begeleidde, en ik besefte achteraf pas . . . het is klaar.

Mijn transitie is klaar. Zomaar opeens. Het begon met mijn aanmelding in januari 2017. Ik had toen nog maar weinig beeld bij wat die transitie voor me zou betekenen, laat staan dat ik me voor kon stellen dat het ooit klaar kon zijn, en hoe dat dan zou zijn.

Drieeneenhalf  jaar lang heeft het voor een groot deel mijn leven beheerst, en nu daalt er een grote rust over me heen. 

Maar misschien is het nauwkeuriger om te zeggen dat mijn medische traject is afgelopen, want een transitie laat zich niet zo precies afbakenen.

Mijn medische traject bestond uit:
– het psycholigische voortraject om mijn dysforie vast te stellen
– ontharen van mijn baard en genitalien
– stemtherapie
– hormoonbehandeling
– vaginaplastiek

En natuurlijk alle wachttijden tussen al die verschillende onderdelen.

En dat is nu klaar. (Nou ja, het ontharen van mijn baard gaat nog even door, dat is echt een oeverloos traject)

Mijn transitie zelf begon met de ontdekking en aanvaarding, en zal nog wel even doorlopen. Ik vermoed dat ik nog meer ga wennen aan mijn vrouw zijn en dat er een moment komt waarop mijn trans zijn niet meer zo’n grote rol speelt in mijn leven. Dan pas is mijn transitie echt afgelopen.

Maar voor nu wil ik graag een mijlpaal vieren, een mijlpaal waarvan ik pas achteraf besef dat ik hem bereikt heb. Het is klaar. Ik ben meer dan gelukkig met wie ik ben. En dat is meer dan ik ooit op heb durven hopen.

 

Een nieuw spel

Ik word wakker uit narcose. Dat is nog een hele klus. Ik word me langzaam bewust van dingen. De kamer, de andere bedden,de medische bewakings apparatuur. Het is teveel. Ik kan dat nog niet allemaal tegelijk aan. Dat is de lust en de last van hoogsensitief zijn besef ik. Alles wat ik zie is als een tik tegen de dominostenen in mijn hoofd die altijd op scherp staan, zelfs nu mijn hoofd zo mistig is. Voor ik weer weg zak kan ik mezelf verbazen dat ik wel ruimte heb om dit te denken. 

Als ik weer even wakker ben, heb ik net genoeg helderheid om te bedenken dat ik natuurlijk eerst mijn eigen lichaam moet voelen. Maar dat is ook meteen een stuk spannender. Ben ik daar wel klaar voor? Ik beweeg mijn vrije hand onder de dekens. Strak dichtgetaped, met duct-tape lijkt het wel. Het voelt als een goede tuck. Mooi. Goed genoeg. Ik wil weten of alles goed gegaan is, maar ik zak weer weg. 

Als ik weer wakker word, seconden? minuten? probeer ik met al mijn wilskracht mijn ogen open te houden, en mijn gedachten te focussen. Ik kijk weer rond, probeer te raden wat de andere patiënten voor operatie hebben gehad. Mijn manier om mijn bewustzijn bij elkaar te rapen, want zo voelt het, alsof dat bewustzijn versnipperd rond zweeft en ik alle stukjes moet vangen en als een puzzel in elkaar moet zetten. Alle verpleegkundigen zijn druk. Ik vertrouw mijn stem niet genoeg om aandacht te vragen. Mijn CI’s. Ik moet mijn CI’s in. Anders kan ik niks verstaan als ze me over mijn operatie vertellen. Die zoektocht vergt weer extra focus, kan ik dat?


Weer wakker. Nu eindelijk helder genoeg om mijn CI’s te zoeken en in te doen. Er komt een verpleegkundige naar met toe, en iemand van het operatieteam. De anesthesist! Wow! Dat ik dat weet! Het is goed gegaan. Ik mag nog even rusten. Dat is fijn. Ik val weer in slaap.

Als ik weer wakker word blijf ik wakker en mag ik terug naar de zaal. Dat is goed. Deze plek is zo onwerkelijk.

Op de zaal voel ik uitvoerig mijn ingepakte kruis. Ik weet dat dit cadeau over vijf dagen uitgepakt wordt. Cadeau! Met dat woord dringt het volle besef bij me binnen. Het is klaar! Het is goed gegaan. Ik ben heel! Niet alleen de spanning van de operatie valt van me af. Dit voelt veel groter, en tegelijkertijd veel lichter. Ik heb iets achter me gelaten in de narcose. Mijn gepieker, mijn getob, mijn niet goed genoeg zijn. Mijn hele leven lang voelde ik het, als een schaduw die me achtervolgde. Mijn hele leven heeft een deel van mij voortdurend achterom gekeken. Zelfs het geluk van mijn transitie kon niet het gevoel wegnemen dat alles ook zo maar weer kon worden afgepakt. Dat! Dat stuk bleef achter in de narcose. Dat stuk nam ik niet mee in mijn bewustzijn. Ik heb de puzzel gelegd, en ik bleek een stuk teveel te hebben, niet alleen lichamelijk. Ik voel het. Zonder verklaring, zonder reden voel ik dat het weg is. Ik heb er geen bewijs voor nodig, net zoals ik nooit meer een bewijs nodig zal hebben om te weten dat ik fantastisch ben. Ik heb het eerste deel van mijn leven uitgespeeld. Ik heb de eindbaas verslagen. Ik ben klaar voor een nieuw spel. 

een nieuw gevoel

Ik heb het nooit gevoeld, hoe het is om ten diepste blij te zijn met mezelf. Nu ik het voel weet ik pas wat ik gemist heb. Ik had geleerd om van mezelf te houden zoals ik ben. Ik kon als in een soort eigen maaksel cognitieve therapie tegen mezelf zeggen dat ik oké was. Ik heb veel compassie in me en die heb ik ook op mezelf kunnen toepassen. Ik had al heel lang een stem die tegen me zei dat ik er mocht zijn. Mijn interne fan, noemde ik dat. Die stem heeft me gered. Ik kon mezelf koesteren. Ik kon het relativeren als ik buien van zelfhaat had. Ik dacht dat dat het hoogst haalbare was. Ik dacht dat iedereen dat zo deed. Maar ik wist niet wat ik miste. Ik wist niet dat het bestond, ten diepste van jezelf houden. Zonder cognitieve hulp, zonder redeneren, zonder denken, alleen maar een gevoel diep van binnen. Een weten zonder verklaring, zonder uitleg, zoals ook mijn weten dat ik vrouw ben. Ik ben vrouw én ik ben fantastisch. Natuurlijk ben ik niet altijd even leuk, aardig of lief. Ik kan lomp zijn, verstrooid, ongezellig, onnadenkend, vals. Maar dat verandert niets aan mijn fantastisch zijn. Als ik iemand pijn doe kan ik mijn best doen om dat te herstellen, en er van te leren. Maar dat heeft niets te maken met mijn al dan niet fantastisch zijn. Ik repareer mijn fouten niet om mijn gezicht te redden, maar omdat ik niet wil dat mensen pijn hebben. Ik hoef niets te doen of te laten om fantastisch te zijn. Ik ben het.

het hele leven door me heen

Misschien moet ik alles in detail beschrijven

minutieus want 

het gevoel dat ik wil delen

is een mozaïek.

Ik sta bij de bushalte.

Ik kijk naar de bomen.

Het is half augustus 

de hittegolf is net voorbij.

Ik geniet van de warmte

die geen hitte meer is. 

Ik streel heel zacht heel klein

met twee vingers 

mijn gebogen arm.

Tussen mijn elleboog 

en de holte van mijn elleboog.

Ik voel hoe zacht mijn huid.

Ik voel hoe fijn deze aanraking.

Het ontroert me

deze kleine daad van liefde.

Ik glimlach.

Ik probeer of ik 

in plaats van huilen

dit geluk ook met een lach kan vieren.

Daar moet ik om lachen 

om die gedachte.

Gelukt.

En daar moet ik dan toch

een beetje om huilen.

Ik zie op de grond eikels liggen.

Herfst

met alles wat daar aan gevoelens bij hoort

stroomt even door me heen.

Ik zie hoe mooi de bomen.

Ik vraag ze of ze wel genoeg hadden

aan de bui van gisteren.

Ik kijk en alles wat ik zie

geeft ergens in mij

een slinger.

Ik voel me rijk

met alles wat ik voel.

Er stroomt zo verschrikkelijk veel leven

door me heen.

En voor het eerst

voelt het niet als teveel.

Ik ben klaar

om de volheid van mijn leven te voelen.