Selecteer een pagina

Ik word wakker uit narcose. Dat is nog een hele klus. Ik word me langzaam bewust van dingen. De kamer, de andere bedden,de medische bewakings apparatuur. Het is teveel. Ik kan dat nog niet allemaal tegelijk aan. Dat is de lust en de last van hoogsensitief zijn besef ik. Alles wat ik zie is als een tik tegen de dominostenen in mijn hoofd die altijd op scherp staan, zelfs nu mijn hoofd zo mistig is. Voor ik weer weg zak kan ik mezelf verbazen dat ik wel ruimte heb om dit te denken. 

Als ik weer even wakker ben, heb ik net genoeg helderheid om te bedenken dat ik natuurlijk eerst mijn eigen lichaam moet voelen. Maar dat is ook meteen een stuk spannender. Ben ik daar wel klaar voor? Ik beweeg mijn vrije hand onder de dekens. Strak dichtgetaped, met duct-tape lijkt het wel. Het voelt als een goede tuck. Mooi. Goed genoeg. Ik wil weten of alles goed gegaan is, maar ik zak weer weg. 

Als ik weer wakker word, seconden? minuten? probeer ik met al mijn wilskracht mijn ogen open te houden, en mijn gedachten te focussen. Ik kijk weer rond, probeer te raden wat de andere patiënten voor operatie hebben gehad. Mijn manier om mijn bewustzijn bij elkaar te rapen, want zo voelt het, alsof dat bewustzijn versnipperd rond zweeft en ik alle stukjes moet vangen en als een puzzel in elkaar moet zetten. Alle verpleegkundigen zijn druk. Ik vertrouw mijn stem niet genoeg om aandacht te vragen. Mijn CI’s. Ik moet mijn CI’s in. Anders kan ik niks verstaan als ze me over mijn operatie vertellen. Die zoektocht vergt weer extra focus, kan ik dat?


Weer wakker. Nu eindelijk helder genoeg om mijn CI’s te zoeken en in te doen. Er komt een verpleegkundige naar met toe, en iemand van het operatieteam. De anesthesist! Wow! Dat ik dat weet! Het is goed gegaan. Ik mag nog even rusten. Dat is fijn. Ik val weer in slaap.

Als ik weer wakker word blijf ik wakker en mag ik terug naar de zaal. Dat is goed. Deze plek is zo onwerkelijk.

Op de zaal voel ik uitvoerig mijn ingepakte kruis. Ik weet dat dit cadeau over vijf dagen uitgepakt wordt. Cadeau! Met dat woord dringt het volle besef bij me binnen. Het is klaar! Het is goed gegaan. Ik ben heel! Niet alleen de spanning van de operatie valt van me af. Dit voelt veel groter, en tegelijkertijd veel lichter. Ik heb iets achter me gelaten in de narcose. Mijn gepieker, mijn getob, mijn niet goed genoeg zijn. Mijn hele leven lang voelde ik het, als een schaduw die me achtervolgde. Mijn hele leven heeft een deel van mij voortdurend achterom gekeken. Zelfs het geluk van mijn transitie kon niet het gevoel wegnemen dat alles ook zo maar weer kon worden afgepakt. Dat! Dat stuk bleef achter in de narcose. Dat stuk nam ik niet mee in mijn bewustzijn. Ik heb de puzzel gelegd, en ik bleek een stuk teveel te hebben, niet alleen lichamelijk. Ik voel het. Zonder verklaring, zonder reden voel ik dat het weg is. Ik heb er geen bewijs voor nodig, net zoals ik nooit meer een bewijs nodig zal hebben om te weten dat ik fantastisch ben. Ik heb het eerste deel van mijn leven uitgespeeld. Ik heb de eindbaas verslagen. Ik ben klaar voor een nieuw spel.