schrijver

Ik ben schrijver, mijn kunst is woorden zoeken en op de goede manier achter elkaar zetten. Het is een karige kunst. Voor mij is kunst uiting geven aan al dat voelen daarbinnen, want gewoon alleen maar voelen is gevaarlijk. Het is wild en woest daarbinnen, stotend, scheurend, trekkend, duwend, zuigend, draaikolkend, uitbarstend, bonkend, schreeuwend, overstromend, in al haar woeste schoonheid en verdriet, want die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Ik zou het moeten laten zijn, al dit geweld, maar dat kan ik niet. Ik moet duiden, raken, aaien, sturen, zingen, schuren, kneden, glooien, vormen, polijsten, kleuren, schetsen, zingen en zalven met mijn woorden. Net als de gevoelens zelf is deze drang groter dan ik. En helemaal nooit reiken de woorden toe.

Een kerstverhaal

Ze keek om zich heen. Mensen waren gejaagd en druk, niemand zou het zien. En met mondkapjes zoude ze haar niet zo snel herkennen als ze het wel zagen. Toch voelde ze de spanning toen ze de doosjes tampons in haar zak liet glijden. Ze vond het vreselijk, maar tampons kreeg je niet bij de voedselbank. Overbewust, met hart in de keel (je voelt het letterlijk kloppen in je keel, dacht ze nog) rekende ze een zak afgeprijsde pepernoten af. Toen ze naar buiten liep werd hoorde ze een zacht: “Mevrouw kom even mee”

Ze schaamde zich zo vreselijk, dit was die aardige supermarktmanager. Ze volgde haar naar de hoek met de kerststukken. De manager pakte een kerststuk alsof ze het aan haar wilde laten zien.

“Ik zag dat je iets meegenomen hebt”, zei ze zacht.

De vrouw wilde losbarsten in excuses maar de manager ging verder.

“Als je de volgende keer iets nodig hebt hoef te het niet te stelen.”

Waarom liet de manager haar nu nóg schuldiger voelen?”

De manager ging op zachte toon verder.

“We zullen zorgen dat je menstruatie artikelen gratis bij ons af kan halen. En als je andere vrouwen kent die het ook nodig hebben, horen we dat graag. Als je later deze week terug komt hebben we ook een kerstpakket voor je.”

Een stuk luider zei ze daarna: 

“Ik hoop dat dit kerststuk niet uitvalt. En onze excuses voor het ongemak”

Ze drukte het kerststuk in handen van de verbouwereerde vrouw en liep de winkel weer in.

Vincent

Op een leeftijd dat anderen al lang hun opleiding achter de rug hadden, en aan het werk waren, begon Vincent pas te onderzoeken welke opleidingen er waren. De afgelopen jaren hadden in het teken gestaan van het verzorgen van zijn vader met wie hij alleen woonde na diens scheiding. Ook de stervensbegeleiding en alles regelen rondom de begrafenis had hij alleen gedaan. Maar dat was alweer een tijdje terug, nu was hij eindelijk klaar om voor zichzelf te zorgen en een goede opleiding was een start.

Maar ook een probleem. Vincent was slechthorend, ernstig slechthorend. Niet dat iemand daar wat van merkte, hij kon goed spraakafzien, en hij wist zijn slechthorendheid uitstekend te verbergen, daar had hij een heel scala aan truuks voor ontwikkeld.

Bij de sociale dienst vocht hij voor een kans om de opleiding van zijn keuze te doen. Dat was pittig, want ze vonden het maar niks. Dat hij in zijn eentje voor zijn vader had gezorgd was eerdere een nadeel dan een pré, want ze dachten dat hij daardoor nu een soort redderssyndroom had, of dat hij de zorg die hij zelf nodig had op anderen projecteerde. Sociale diensten konden zo neerbuigend en paternaliserend zijn.

Hij kreeg het uiteindelijk voor elkaar, maar nu moest hij een stageplek vinden. En ook dat lukte hem. 

Maar na een paar weken ging het mis. Vincent had zijn slechthorendheid wel genoemd, maar doordat hij het zo goed maskeerde hadden ze niet geweten hoe weinig hij feitelijk kon verstaan. Ze waren zich rot geschrokken toen ze dat ontdekten. Dat was een te groot risico en zij zouden als bedrijf daarvoor aansprakelijk zijn.

Vincent wilde een nieuwe plek zoeken maar de sociale dienst wilde niet meer. Met een zie-je-wel-ik-zei-het-toch toontje legde de consulent aan hem uit dat hij maar iets in de techniek moest zoeken, een plek waar hij niet met anderen hoefde te communiceren. Dat Vincent twee linkerhanden had, maakte niet uit.

Na heel veel aandringen lukte het hem om nog één kans te krijgen, als hij dan daarnaast maar bewees dat hij ook vast ging solliciteren op technische en administratieve banen.

Vincent vond een nieuwe plek, als begeleider op een dagbesteding.

“Ik ben doof”, had hij direct bij het eerste gesprek gezegd. “Nou ja, slechthorend, maar zo slechthorend dat dat weinig verschil uit maakt. Er moeten goede afspraken komen, en voor vergaderingen kan ik een schrijftolk inzetten”.

“We durven dat wel aan”, was het antwoord. “Sommige cliënten hebben ook communicatieproblemen, we zijn daar aan gewend, en juist daarbij kunnen wij veel van jou leren. Bovendien gaat het om mensen zien en aanvoelen, en daarbij is non-verbale communicatie veel belangrijker. Je hoeft niet zoveel te verstaan, als je maar tussen de regels door kan horen, en zoals ik jou nu meemaak heb ik de indruk dat jij juist dat heel goed kan.”

Ze hadden gelijk. Vincent deed het geweldig op zijn stage. Iedereen liep met hem weg. Hij haalde zijn studie, en ging door met een opleiding voor maatschappelijk werk. Ergens in Nederland werkt nu een slechthorende maatschappelijk werker die als geen ander tussen de regels door kan horen.

En dat van die risico’s? Er is nooit iets belangrijks fout gegaan.

Noah

Noah speelde in de pauze altijd alleen. Dat vond hij niet heel erg. Hij kon wat zich allemaal in zijn hoofd afspeelde toch nooit goed uitleggen aan anderen. Bovendien, die anderen speelden wel mee, alleen wisten ze dat niet. Zo hadden bijna alle kinderen uit zijn klas meegeholpen met het behalen van zijn holbewonersdiploma. Ze waren onderdeel geweest van de jacht, hadden meegeholpen met vuur maken, hadden zijn grottekeningen bewonderd. Het was wel jammer dat sommige kinderen er doorheen liepen. In andere weken was hij een ruimtegevecht aan het voeren met de kinderen. Hij ontweek laserstralen, en gooide vuurbommen en lichtsperen. Soms klaagden andere kinderen over hem bij de juf.
“Juf, hij volgt ons steeds. Juf, hij zegt ons na. Juf, hij bespiedt ons.”

De juf stak dan een preek tegen hem af, en daar luisterde hij dan maar naar. Wist de juf veel. En hij speelde door. Alleen. Dat ging al een hele tijd goed. Alleen was makkelijker, maar toch ook wel alleen. Soms was hij daar wel een beetje verdrietig over.

Maar nu was er een nieuwe juf op het plein. Een juf die glimlachend naar hem keek als hij sloop, lasers ontweek of bommen gooide. En toen op een dag gebeurde het, deze juf maakte bezwerende gebaren en gooide toen een vuurstoot naar hem toe. Hij wist die nog maar net te ontwijken. Hij beantwoordde het vuur, de juf ontweek, maar daar had hij op gerekend. Direct vuurde hij nog drie energiestoten op haar af en ze was getroffen. De komende dagen speelde hij dit spel af en toe met de juf. Andere kinderen zagen plotseling wat hij allemaal kon. Ze begonnen mee te doen met het spel, ze keken naar hem hoe het moest en deden hem na. Eerst wilden ze allemaal de juf raken, maar op de dagen dat de juf er niet was, speelden ze met en tegen hem. Er was een nieuw spel geboren op het plein en hij was er het middelpunt van.

Ash

 

 

Ash had besloten het deze kerst aan zijn ouders te vertellen. Het was moeilijker dan hij had gedacht, zijn ouders waren erg begrijpend, en toch voelde het als een grote drempel. Hij zelf was hier al een hele tijd mee bezig, hij had er veel over gelezen, hij had zelfs met zijn nieuwe naam al een twitter account aangemaakt, hij had andere trans jongens gesproken en nog nooit had hij zich zo gezien gevoeld.

Het was steeds duidelijker geweest Maar nu zijn ouders. Wat voor hem al heel gewoon was, was voor zijn ouders nieuw en vooral zijn moeder zou zich ongerust maken. Wat nu als ze door zou vragen? Wat nu als ze hem zou bedelven onder alle mitsen maren en andere angsten. Het erge was, hij snapte ze, hij had ze zelf ook gehad, maar voor hem waren ze een gepasseerd station, een station dat hij liever niet nog een keer aan wilde doen. Hoe kon hij uitleggen wat voor hem inmiddels zo duidelijk was? Hij was intern al bezig zijn keuze op allerlei manieren te verdedigen, maar dat was niet het gesprek wat hij wilde voeren.

Hij had de steun van zijn ouders nodig, niet de zorgen. ZIjn vader zou het misschien beter begrijpen, hij had een goede band met zijn vader, maar dat zou ook juist een drempel kunnen zijn, zijn vader zou hem anders kunnen zien Zoveel vragen, zoveel onzekerheden, en  hoe langer hij wachtte hoe groter het gat zou worden. Maar het was nog geen kerstvakantie.

 

Die avond zat hij aan tafel met zijn kleinere broertje en zijn ouders, die nog dachten dat hij een zus was en een dochter. En toen begon zijn vader over Elliot Page. 

“Hadden jullie al gezien dat die actrice die de viool speelde . . .  eh sorry . . . Ik moet acteur zeggen, die ook in Juno speelde, dat die nu Elliot heet? Aliot Page, hei speelde ook in Inseption.”

Zijn vader keek hierbij naar hem.

“Oh, gos, weer één!” zei zijn moeder.

“Ik vind het juist cool!” riep zijn jonge broertje.

“Ik ook!” zei zijn vader terwijl die zijn blik op Ash gericht hield: “Ik vind het zo dapper om de keuze te maken jezelf te zijn.”

Bij het afruimen riep zijn vader.

“Em, help je mee om de vaatwasser in te ruimen?”

Toen ze daar mee bezig waren zei hij: “Als je iets wil vertellen, ben ik er voor je.”

Ash voelde tranen opkomen, alle opgekropte spanning kwam er in een keer uit. “Pap, ik ben trans, en ik ben zo bang”

Zijn vader nam hem in de armen, ze omhelsden elkaar stevig.

“Lieverd, ik vind je zo dapper.” zijn vader aaide hem over zijn haren. “Ik ben er voor je, je hoeft het niet alleen te doen.” Hij pakte Ash bij de schouders. Ze keken elkaar aan, bijna alsof er een hernieuwde kennismaking plaats vond, wat natuurlijk ook een beetje zo was.

“Weet je al een naam?”

“Ash” zei Ash verlegen, “die gebruik ik op twitter, maar ik weet nog niet of ik die houd.” 

Zijn vader deed de deur van de vaatwasser dicht, ruimde nog wat op en droogde het aanrecht. Met de vaatdoek nog in de hand draaide hij zich om. Ze keken elkaar aan. Zo stonden ze even en hij zei :

“Lieve Ash”

Ash voelde over zijn hele lijf kippenvel toen hij zijn naam hoorde uit de mond van zijn vader. 

“Je moeder zal zich zorgen maken, maar ik help haar wel in haar proces. Ze zal ook zien hoeveel gelukkiger je bent als Ash.”

En weer smolt er iets van die grote steen in de maag van Ash. Het zou moeilijk worden, maar nu voelde het alsof hij alles aan kon.

“En ik denk dat je broertje een grote broer heel gaaf vindt”

Ash moest lachen, ja hij was een grote broer. Hij omhelsde zijn vader weer en een tijd lang bleven ze zo staan, vader en zoon. Ash wist dat deze kerst de mooiste ooit zou worden.

 

 

perfectionisme

#dwang #perfectionisme

Vandaag twee uitgevers van mijn lijst mailen.

Ik ben niet langer bang voor afwijzing. Ik heb nog wel de perfectie om deze kans goed te benutten en niet te verknallen. Dat blokkeert, want hoe leg ik mijn boek goed uit?

Ik leer alles in kleine stapjes te doen

Zondag bezig geweest met lijst in Excel zetten met mailadressen en de hele riedel aan eisen per uitgever. Ik kreeg hulp. Maar toen ik die lijst klaar had was ik doodmoe.

Gisteren pleinwacht, geen ruimte voor iets anders, al is die maar van 10.00 tot 13.00

Nu verder. Hoe dichter ik bij het echte versturen kom, hoe moeilijker het wordt, alsof ik alle moeilijkheid samendruk, als een cylinder in een afgesloten buis waardoor de luchtdruk hem tegenhoudt, zo groeit de weerstand.

Mini stapjes.

laptop openen is stap 1, heftig want mijn scherm begeeft het bijna en ik ben elke keer bang dat het zwart blijft.

Gelukt.

Excel sheet openen.

Bij de twee uitgevers de datum van vandaag invullen. Mail openen met de tips voor de begeleidende brief.

En nu dus even pauze.

Het is een kunst.

Om die mini stapjes serieus te nemen. Om echt te voelen dat je een stap gezet hebt. Want mijn perfectionisme vind dit niks natuurlijk: “Psah! Een datum ingevuld! Nou, applaus hoor!”

dwang

Gisteren schreef ik over mijn dwang hoofd. (En deze al eerder, al wist ik toen nog niet dat het dwang was) Vandaag verder. Jullie zitten daar gewoon even aan vast vrees ik want ik ontdekte dat schrijven over mijn hoofd een onderdeel is van die dwang.

Dwang is het aanwezig zijn van een obsessieve gedachte (jeuk), en de compulsies zijn wat je doet om dat weg te krijgen (krabben). Het is ingewikkelder maar dan moet je “Vals alarm” lezen waar dat goed wordt uitgelegd.

Mijn dwang bestond uit de angst afgewezen te worden. Mijn compulsies bestonden uit een eindeloos ragfijn netwerk van inschatten van situaties en daar juist op reageren. Dat juist reageren bestond vooral uit kiezen welke stukken van mezelf ik wel en niet kon laten zien. Een rol spelen kon ik niet, heel hard pleasen en zo goed mogelijk dingen van mezelf verstoppen wel. Totdat ik het niet meer uit hield, de boel knalde en ik moest repareren, dubbel hard pleasen dus, heel hard zorgen dat het voor iedereen goed was.

Die angst is weg. Mijn dwang is niet meer gekoppeld aan de angst er niet te mogen zijn. En dat scheelt alles. Maar mijn dwang is niet weg. Dwang is niet alleen angst, dwang kan ook voortkomen uit onrust. Ik leerde een mooi begrip, dat het precies omschrijft: Just Not Right Feeling. JNRF. Die dwang is nog aanwezig, Dat is wat ik gisteren beschreef. Geen van die gedachten waren angstig, er hing niks meer van af. Maar ze zijn er wel, en ik krab. Dit soort stukken schrijven is een van de manieren waarop ik krab. Ik wil het analyseren, helder hebben, en dan wil ik het ook erg graag uitleggen. Er schuilt een mansplainer in mij, ben ik bang. Dat is één van mijn valkuilen op twitter.

Als ik “Vals alarm” lees, ben ik ook trots op mezelf. Want ik kan het best goed laten, dat krabben. Ik schrijf honderden reacties NIET op twitter. Ik laat heel veel gaan, niet alleen op twitter. Ik moet wel. Er is zo verschrikkelijk veel scheef in mijn hoofd, zo veel dat Just Not Right voelt, ik moet wel. Ik zou anders helemaal niets anders meer doen dan krabben. Ik besef nu dat dat best knap van mezelf is, want wat ik nu doe is die onrust in mijn hoofd verdragen, en dat is precies wat een therapeut leer aan mensen met dwang. (Ook dat is te kort door de bocht. Lees “Vals alarm” van Menno Oosterhoff). Mijn krabben zit mijn functioneren niet al te zeer in de weg. Het is wel heel druk in mijn hoofd. Maar daar pluk ik ook de vruchten van.

Ik vraag me wel af hoe ik in godsnaam ooit nog geld ga verdienen met dit hoofd. Want daarvoor zal ik concessies moeten doen die erg veel meer onrust gaan brengen. Daar ligt nog werk. Ik hoop een goed therapeut te vinden om daar nog winst te halen. Liever had ik een basis inkomen. Dan kon ik op de school waar ik nu inval en pleinwacht loop heel erg veel nuttig werk doen, waar ze nu eenvoudig geen geld voor hebben. Ik kon al die dingen dan langzaam inpassen, zodat ik niet al te veel concessies hoef te doen, dat werkt nu erg goed.

vol hoofd

In het nu zijn is voor mij een oceaan willen vangen in een theekop.

Ten eerste is daar mijn hoogsensitiviteit. Alle indrukken die binnenkomen, en dan nog eens alles wat die indrukken losmaken. Er wordt geroerd in een vat vol toenen en daaren, en er worden ook nog eens ooit en overal scenario’s uitgewerkt.

En dan is er nog mijn dwang. De “het is mooi weer dus ik moet nu naar buiten” dwang, de “ik zou verder met programmeren en ik wil vandaag ook nog schrijven” dwang. Het scherm van mijn laptop valt steeds uit en dat veroorzaakt een eindeloze interne discussie over het al dan niet aanschaffen van een nieuwe laptop. Ik heb (met mijn TV als scherm) inmiddels al een uur gezocht naar goedkope nieuwe en refurbished modellen en heb me ook al afgevraagd of het milieu technisch überhaupt wel verantwoord is. Iets in mijn hoofd heeft er al mijn gespaarde geld voor over om dan tenminste een laptop te hebben waarvan ik niet steeds een zwart scherm hoef te vrezen. Ik heb ook al opgezocht dat vier jaar de gemiddelde leeftijd van een laptop is. En dan start er een windows update en ik weet niet of de wifi verbinding die wel trekt. De TV schakelt uit bij gebrek aan signaal. Nóg een zwart scherm. En ik wil nog een stukje schrijven over hoe het voelt, dit drukke hoofd, want mijn hoofd is all over the place, in plaats van het genieten van de zon die in mijn kamer komt.  (Ik had vroeg op moeten staan om de zonsopgang te zien over witte uiterwaarden).

De update is klaar. Mijn laptop scherm doet het weer even, ik schrijf dit stukje en iets van de rust is terug, al is er een schrijnend besef dat ik maar een fractie beschreven heb van wat er de afgelopen uren door mijn hoofd ging.

Als ik in het nu wil zijn barst ik uit elkaar.

perfectionisme

Ik dacht altijd dat er twee soorten perfectionisme bestonden, maar ik heb nu een derde soort ontdekt, of eigenlijk, ik heb een iets preciezer filter.

De twee soorten.

Voldoen aan eisen van jezelf <> Voldoen aan eisen van anderen.

En toch komt perfectionisme alleen maar uit jezelf. Hoe zit dat dan met die eisen van anderen? Dat zijn geïnternaliseerde eisen van anderen, het is het gif dat je slikte. Het is de angst om buiten de boot te vallen, om afgedankt te worden. 

Dat staat tegenover de eisen die écht van jezelf zijn. Dat is je eigen wil om iets gewoon heel erg goed te doen. Daar zit geen angst achter. Het enige gevaar dat je loopt is dat je buitenissig veel energie in iets steekt, maar hé, wie zegt dat het dat niet waard is. Ik moet hierbij denken aan Mieke en Hester. Zonder hun perfectionisme zou hun werk niet zo gaaf zijn, en misschien zelfs wel opmerkzaam.

Het perfectionisme waar we last van hebben komt door de ingeslikte waarden van anderen.

Maar nu die derde. Die lijkt op de ingeslikte waarden, maar dat ligt een stuk ingewikkelder. Ik lees Vals Alarm van Menno Oosterhoff en ontdek allemaal perfectionistische dingen die helemaal niets te maken hebben met normen van wie dan ook. Het zijn volslagen nutteloze eisen waar ik van mezelf aan moet voldoen, niet terug te leiden tot wat dan ook. Ik heb er nu ook een mooi woord voor Just-Not-Right-Feeling JNRF. Een onverklaarbaar gevoel. Ik vergeleek het ooit met het evenwichtsorgaan dat je vertelt of je recht staat of niet, zonder dat je weet hoe je aan die informatie komt. Een totaal onbegrijpbaar, onverklaarbaar,  maar zeer aanwezig gevoel. Fijn dat ik er een woord voor heb.

Het helpt geen moer om met mooie omdenkers tegen deze gedachten en gevoelens in te gaan. Het helpt geen moer om me te zeggen dat ik me niet druk hoef te maken. Bij mij leiden ze niet tot ernstig dwanghandelingen. Het is druk in mijn hoofd, dat is alles.

Ik kan leren om wat ruimte te maken, door niet met mijn gedachten te krabben aan de jeuk. 

Door de onrust die het me geeft toe te staan.

Dat lukt me de ene keer beter dan de andere.

Deze week lukt het me dus helemaal niet. Wat ik kan doen is dat niet zo erg vinden, en dat lukt me een heel klein beetje. 

I’m hanging on.



Anders zijn

Anders zijn lijkt tegenwoordig wel een pluspunt. Al die memes met plaatjes over voorwerpen waarvan er één een andere kleur heeft, of filmpjes van kinderen die lekker uit hun dak gaan bij uitvoeringen. Zie je wel! Het is juist een kracht.

Wel fuck you!

Fuck dat anders alleen maar geaccepteerd wordt als het leuk en quirky is.

Anders zijn is in tranen uitbarsten en met verstikte stem proberen uit te leggen hoe je stuk gaat vanwege de regels tegenover iemand die je maar vreemd vindt omdat hun die regels ook niet maakt en emoties daar echt niks aan veranderen.

Anders zijn is is een verjaardag van een dierbare vergeten omdat je hoofd te vol zit.

Anders zijn is een huis vol rotzooi en niet een niet schoongemaakt gasfornuis omdat je te moe bent of je er eenvoudigweg niet toe kunt zetten.

Anders zijn is ongezellig zijn in gezelschappen omdat je te overwhelmed bent of het gesprek niet goed kunt volgen.

Anders zijn is je opwinden over dingen waar je je toch echt niet over hoeft op te winden.

Anders zijn te snel moe zijn als je met een vriendin een dagje uit bent.

Anders zijn is niet lachen om grapjes waar iedereen om lacht.

Als je je echte anders zijn laat zien, ik bedoel alles, dus niet alleen die leuke creatieve kant, maar ook alle andere kanten, dan krijgen anderen al snel genoeg van je anders zijn.

Mensen willen je leuke, gekke, quirky kant. Ze willen je mooie inzichten of creaties. En dan houdt het op. Al die andere dingen die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn willen ze niet. Of je maar even wat meer je best doet je aan te passen.

Weet je, fuck een eind op met je mooie memes als je eisen stelt aan mijn anders zijn.

(Nu wachten op de reactie dat dit een mooie boodschap is, maar dat dat fuck you nou ook weer niet nodig is)