Selecteer een pagina

Op een leeftijd dat anderen al lang hun opleiding achter de rug hadden, en aan het werk waren, begon Vincent pas te onderzoeken welke opleidingen er waren. De afgelopen jaren hadden in het teken gestaan van het verzorgen van zijn vader met wie hij alleen woonde na diens scheiding. Ook de stervensbegeleiding en alles regelen rondom de begrafenis had hij alleen gedaan. Maar dat was alweer een tijdje terug, nu was hij eindelijk klaar om voor zichzelf te zorgen en een goede opleiding was een start.

Maar ook een probleem. Vincent was slechthorend, ernstig slechthorend. Niet dat iemand daar wat van merkte, hij kon goed spraakafzien, en hij wist zijn slechthorendheid uitstekend te verbergen, daar had hij een heel scala aan truuks voor ontwikkeld.

Bij de sociale dienst vocht hij voor een kans om de opleiding van zijn keuze te doen. Dat was pittig, want ze vonden het maar niks. Dat hij in zijn eentje voor zijn vader had gezorgd was eerdere een nadeel dan een pré, want ze dachten dat hij daardoor nu een soort redderssyndroom had, of dat hij de zorg die hij zelf nodig had op anderen projecteerde. Sociale diensten konden zo neerbuigend en paternaliserend zijn.

Hij kreeg het uiteindelijk voor elkaar, maar nu moest hij een stageplek vinden. En ook dat lukte hem. 

Maar na een paar weken ging het mis. Vincent had zijn slechthorendheid wel genoemd, maar doordat hij het zo goed maskeerde hadden ze niet geweten hoe weinig hij feitelijk kon verstaan. Ze waren zich rot geschrokken toen ze dat ontdekten. Dat was een te groot risico en zij zouden als bedrijf daarvoor aansprakelijk zijn.

Vincent wilde een nieuwe plek zoeken maar de sociale dienst wilde niet meer. Met een zie-je-wel-ik-zei-het-toch toontje legde de consulent aan hem uit dat hij maar iets in de techniek moest zoeken, een plek waar hij niet met anderen hoefde te communiceren. Dat Vincent twee linkerhanden had, maakte niet uit.

Na heel veel aandringen lukte het hem om nog één kans te krijgen, als hij dan daarnaast maar bewees dat hij ook vast ging solliciteren op technische en administratieve banen.

Vincent vond een nieuwe plek, als begeleider op een dagbesteding.

“Ik ben doof”, had hij direct bij het eerste gesprek gezegd. “Nou ja, slechthorend, maar zo slechthorend dat dat weinig verschil uit maakt. Er moeten goede afspraken komen, en voor vergaderingen kan ik een schrijftolk inzetten”.

“We durven dat wel aan”, was het antwoord. “Sommige cliënten hebben ook communicatieproblemen, we zijn daar aan gewend, en juist daarbij kunnen wij veel van jou leren. Bovendien gaat het om mensen zien en aanvoelen, en daarbij is non-verbale communicatie veel belangrijker. Je hoeft niet zoveel te verstaan, als je maar tussen de regels door kan horen, en zoals ik jou nu meemaak heb ik de indruk dat jij juist dat heel goed kan.”

Ze hadden gelijk. Vincent deed het geweldig op zijn stage. Iedereen liep met hem weg. Hij haalde zijn studie, en ging door met een opleiding voor maatschappelijk werk. Ergens in Nederland werkt nu een slechthorende maatschappelijk werker die als geen ander tussen de regels door kan horen.

En dat van die risico’s? Er is nooit iets belangrijks fout gegaan.