Selecteer een pagina

Ze keek om zich heen. Mensen waren gejaagd en druk, niemand zou het zien. En met mondkapjes zoude ze haar niet zo snel herkennen als ze het wel zagen. Toch voelde ze de spanning toen ze de doosjes tampons in haar zak liet glijden. Ze vond het vreselijk, maar tampons kreeg je niet bij de voedselbank. Overbewust, met hart in de keel (je voelt het letterlijk kloppen in je keel, dacht ze nog) rekende ze een zak afgeprijsde pepernoten af. Toen ze naar buiten liep werd hoorde ze een zacht: “Mevrouw kom even mee”

Ze schaamde zich zo vreselijk, dit was die aardige supermarktmanager. Ze volgde haar naar de hoek met de kerststukken. De manager pakte een kerststuk alsof ze het aan haar wilde laten zien.

“Ik zag dat je iets meegenomen hebt”, zei ze zacht.

De vrouw wilde losbarsten in excuses maar de manager ging verder.

“Als je de volgende keer iets nodig hebt hoef te het niet te stelen.”

Waarom liet de manager haar nu nóg schuldiger voelen?”

De manager ging op zachte toon verder.

“We zullen zorgen dat je menstruatie artikelen gratis bij ons af kan halen. En als je andere vrouwen kent die het ook nodig hebben, horen we dat graag. Als je later deze week terug komt hebben we ook een kerstpakket voor je.”

Een stuk luider zei ze daarna: 

“Ik hoop dat dit kerststuk niet uitvalt. En onze excuses voor het ongemak”

Ze drukte het kerststuk in handen van de verbouwereerde vrouw en liep de winkel weer in.