Metamorphosem

Over de tekening:
En vandaag ben ik wel weer verrast. Ik wilde ook tekeningen waaraan te gunt zien hoeveel hoogteverschil hier is als ik wandel. Dat is een van de prachtige extraatjes hier, ook extra vermoeiend, dat ook.
Maar die zijn zo lastig qua perspectief. Ik telende deze al eerder in potlood, en nu ik beter naar de foto kijk zie ik dat ik daar de plank volledig missloeg. Maar, verrassing: het werkt wat ik deed, het perspectief, maar ook de kleuren die ik koos. Het pat leek me moeilijk. Ik hielde het heel simpel en het werkt!
 
Ook de simpele stroken wit langs de takken werken. Geen ingewikkelde schaduw maar wat slordige toetsen, en het werkt! Bijzonder.

Geen linkje naar de foto vandaag, maar gewoon iets ander.

Ik ben weer begonnen met Metarmorphosen. Dat wilde ik vorig jaar maar er kwam iets tussen. Ik wil de verhalen gebruiken als achtergrond van mijn verhalen uit “Onder de Radar” als avondvullende vertelling. Mijn idee was om Sahand Sahebdivani of Raphael Rodan te vragen dat te regisseren.

Met niet alleen mijn eigen metamorphose als thema. Het is groter:

“Niets blijft en niets vergaat” vind ik ook een bemoedigende boodschap voor de tijd waarin we leven. We zitten midden in een metamorphose. Het geeft veel verdriet, maar ik heb hoop dat het is om iets moois te bouwen. Verhalen over pijn en liefde, want pijn is liefde en verhalen over hoop. 

Dat tweede thema maakte me blij. Ik las vandaag weer teveel verdrietige verhalen over de wereld. Covid is nog lang niet weg, maar wat ik nog verdrietiger vind zijn de regeringen die ons in de steek laten, en gewoon achter het grote geld blijven staan. En ze laten de aarde zelf in de steek. Zulke berichten doen me afvragen waarom ik überhaupt nog plannen maak, nog teken, nog schrijf, nog wil vertellen. Dus een verhaal vertellen over hoop is een mooi plan.

Voor later.  Ik had mezelf beloofd al mijn plannen lost te laten. Dus voor nu gewoon dit boek lezen. Dat is ook pittig genoeg.

Laat ik niet vergeten te melden dat ik heel erg genoten heb toen ik mijn pleinwachtkinderen weer zag. De vakantie is voorbij en dat is fijn.

Willen of moeten

Over de tekening:

De Moestuin bij de Ouder Kerk van Oosterbeek. Het is een pluktuin, met een abonnement mag je daar je groenten plukken.  Hij zit op mijn meest gewandelde roet, naar de kerk en terug en steeds sta ik hier even stil om hem te bewonderen. Zelfs ontmanteld is hij mooi.
De tekening is onevenwichtig. Boven en onder passen niet bij elkaar. Maar deze stond al een tijdje op mijn verlanglijst om te tekenen. Wamt hij is mooi symbolisch: er is zijn donkere wolken maar er is ook blauwe lucht. En de moestuin is leeg, opgeruimd en licht te wachten tot alles weer kan bloeien in de lente en vrucht kan geven in de zomer en herfst.
Ik durfde hem steeds niet te tekenen omdat ik niet wist wat ik met die kale grond en de stapels moest. Dat weet ik dus nog steeds niet. Ik kom daar wel een keer achter, ik wilde daar niet op wachten om dit beeld toch vast te leggen.

Vandaag probeerde ik het verschil te voelen tussen de spanning om iets te moeten en de spanneming om iets te willen. Voor mij lijken ze op elkaar, en dat is niet zo gek. Ik heb zo lang mijn willen laten afhangen van wat ik vond dat moest dat die tweed in elkaar zijn vergroed.

De twijfel om deze tekening te maken is een mooi voorbeeld. Ik wil leren tekenen. De weg daar naar toe die ik koos was elke dag een tekening, en ontdekken wat er komt. En toen kwam daar iets bij, dit dagboek. Dat maakte het lastig om een dag over te slaan. Ik wist vanmorgen niet wat ik wilde tekenen. Deze had ik al overgeslagen omdat ik er nog niet klaar voor was, maar ik wilde ook even af van de luchten en de bomen. Mijn moeten zorgde ervoor dat ik hem toch koos. Of was het mijn wil om het te proberen? 

Dit is niet zo’n tekening waarmee ik mezelf verras. Het resultaat is niet “wow, het is zomaar gelukt”. Ik ben daar redelijk mild over, merk ik, en dat is misschien een teken dat het willen belangrijker was dan het moeten.

Ik vind het een mooie opdracht, deze winter: heel goed gaan voelen of mijn onrust, mijn nijging iets te gaan doen, voortkomt uit moeten of uit willen. 

Natschrift:
Het bleef zo mooi weer dat ik ben gaan wandelen. Naar de kerk en dus naar de tuin. Ik maakte foto’s. Ik weet nu hoe het beter kan. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik bij thuiskomst toch nog wat dingen toevoegde zodat het onderin iets minder kaal is.

 

Nog een toegifst:

Ik ben helemaal op de symbolische toer. Ik ben die moestuin. Ik zit te wachten op de tente om weer te gaan bloeien en om later te kunnen oogsten. 
Ik ben bezig met het grote opruimen vanbinnen. Allemaal oude shit die ik weg huil. Ik ga ook stapeltjes maken, en straks wil ik ze ook symbolisch verbranden, die oude pijn. 
Om het compleet te maken is er straks ook nog de vastentijd en een opstanding. Voor die opstanding lijkt me wel wat.

 

Streng zijn voor mezelf

Over de tekening:
Wat was ik boos en ontevreden. De wolken wilden niet zoals ik ze wilde. Het waren van die mooie rollende witte wolken met een grijze onderkant. Ik heb een heel extra papier volgemaakt en stuk wit krijt opgemaakt om uit te proberen. Ik stond zelfs op het punt om verf te gebruiken. Niets lukte. Toen ik de lucht af had en met Nijmegen begon was ik nog steeds zwaar ontevreden en zelf ronduit sacherijnig. Pas toen ik een foto had gemaakt werd ik was milder. Op een foto en met Nijmegen op de voorgrond viel het nog best mee. Heel langzaam krijg ik vrede met deze tekening.

Gek genoeg lukte Nijmegen zelf wonderwel. Ik had geen idee wat ik met doe huizen aanmoest. De foto was niet duidelijk want bijna geen enkele trein heeft nog schone ramen. Ik besloot het heel random te doen en slordig, en dat werkte.

 

Ik ben te streng voor mezelf, nog steeds, als ben ik eindeloos veel milder dan ik vroeger was. De verwachtingen voor deze tekening waren hoog. Ik had mijn eigen regel geschonden en het moest dus wel de moeite waard zijn. Mijn regel is dat ik alleen eigen foto’s gebruik (check, deze maakte ik vanuit de trein), en dat de onderwerpen op loopafstand van mijn huis zijn. Ze moeten weergeven waar ik wandel. Ik heb al eerder een keer Nijmegen getekend, en toen maakte ik een grapje dat ik daar nu naartoe zou mouten wandelen deze zomer. Ik kan best luchtig doen en relativeren, maar ergens in mijn blijft iets knagen. Dat iets wilde ik koest krijgen door iets bijzonders van de tekening te malen.

Op een zelfde manier verg ik nog steeds teveel van mezelf. Ik was zo vreselijk streng voor mezelf dat het heel veel mildere dat ik nu ben, nog steeds te streng is. Laat ik nu eens lief zijn. Ik ben op de goede weg. Zoiets gaat ook niet een een keer, dat moet stapje voor stapje en ik heb al heel erg veel stappen gezet. Ik kom er wel. En deze tekening is goed genoeg.

Vooruitgang

Over de tekening:
Vandaag ging het niet vanzelf, de lucht. Ik moest goed kijken en nadenken. Dat is niet verkeerd. Deze lukt heeft meerder lagen, en meer kleuren. Dat is allemaal informatie die ik moet opzuigen voor later. Ik ben er niet ontevreden over. Mijn luchten beginnen langzaam ergens op te lijken.

 

Ik moet misschien meer stilstaan bij vooruitgang. 

Wat niet zo snel opvalt omdat dingen langzaam terug gekomen zijn, maar wat ik me vandaag besefte.

Ik zit in de trein van Wijchen naar Arnhem en in Arnhem zie ik opeens heel groot “Roermond” staan. Ik denk heel even dat ik in de verkeerde trein zit en besef dan dat dit de informatie is over de overstap mogelijkheden.Dat betekent dat ik achtergrondkennis heb: Er staat soms info over overstapmogelijkheden, de trein naar Roermond vertrekt inderdaad uit Nijmegen (ik weet zelfs welk perron).

Dit soort informatie was ik dus de eerste weken allemaal kwijt. De wereld was vol met ingewikkelde systemen die ik niet snapte. Ik besef nu dat sommige dingen dus gewoon weer automatisch goed gaan, en dat is goed om even bij stil te staan.

En het lukte me vandaag om langzaam te leven, om stil te staan bij de indrukken die ik op doe. Niet alleen bij de grote, mooie, subliem. Dat deed ik al. Ik stond vandaag ook stil bij de kleine onopvallende en besefte hoe vreselijk veel er bij me binnen komt en dat dat allemaal wat met me doet, ook al ben ik er niet van bewust. Vandaag was ik er van bewust en op een of andere manier geeft dat rust. Ze krijgen plek, en blijven niet als zoemende insecten in me rondvliegen tot ik van al die drukte iets moois maak. Nu mogen ze er zijn, ze zijn gezien, ze hebben aandacht gekregen en zijn nu rustig. Ze staan niet te dringen om nog op een of andere manier verwerkt te worden. Wat ik hier natuurlijk stiekem toch doe.  

Het is “beseffen” zonder “me”. Die ging nog niet automatisch goed. Ik zag hem pas bij het teruglezen. Maar dat soort foutjes maakte ik eerder ook wel. Het is mooi dat ik het alsnog zag. Veel spellingsregels zijn gewoon echt compleet weg en moet ik opnieuw inprenten, andere taal dingen zijn er nog wel.

Vergelijken

Over de tekening:
Voor het eerst liet ik mijn handen de lucht maken. Dat wilde ik, en het lukte dankzij het feit dat de foto heel onduidelijk was. Ik had die gisteren uit een rijdende bus genomen. 
Het is al dagen krijs. Vandaag was ik naar de Expo over Mondriaan en de Haagsche School, in Amerstfoort.
Het is al dagen krijs. De Hoogsche School laat zien dat grijs ook mooi kan zijn. Ik maakte mijn eigen Haagsche School en ik ben er best tevreden over. Het haalt het niet bij de echte schilders en dat vind ik niet zo erg, het is een tekening op zichzelf.

Dat niet erg vinden dat anderen beter kunnen tekenen kan ik alleen maar  omdat ik nog maar twee maanden bezig ben. Als beginner hoef ik het nog niet te kunnen. Maar vergelijken doe ik jammer genoeg op andere vlakken nog steeds. Niet altijd, maar soms.

Revalideren is niet alleen fysiek, maar ook psychisch, en het psychische gaat niet alleen maar over acceptatie van de gevolgen van mijn herseninfarct. De hele bubs aan al het onverwerkte en half verwerkte oude pijn en trauma komt langs. Nu is er de ruimte en de tijd voor, zullen we maar zeggen.

Revalideren is niet alleen fysiek, maar ook psychisch, en het psychische gaat niet alleen maar over acceptatie van de gevolgen van mijn herseninfarct. De hele bubs aan al het onverwerkte en half verwerkte oude pijn en trauma komt langs. Nu is er de ruimte en de tijd voor, zullen we maar zeggen.

 

Ik zat in de trein en als ik geen stress heb om ergens op tijd te moeten zijn vind ik treinen heerlijk. Je gaat vooruit zonder iets te doen. Je wordt gewiegd door de cadans, en het voorbij glijdende landschap is rustgevend om te zien. Ik doe het liefst niets in de trein, met geluid uit (ik kan dat met mijn CI’s) zitten en kijken en voelen, Vooral dat voelen. Vaak huil ik in de trein. Goede en nodige tranen.

 

Ik huilde dus, en mijn lieve stem koesterde me, en praatte heel zachtjes tegen met mijn verdriet. Dit is wat ze zij:

 

Hoi lieverd. Je doet het nog hè? Jezelf vergelijken met vrouwen die mooier zijn, en veel meer vrouw. Met mensen die dingen beter kunnen dan jij, met mensen die meer doen om de wereld te verbeteren dan jij.

Weet je, ik ga je niet zeggen dat je daar mee moet stoppen. Dat weet jij zelf ook best, en als je van mij moet stoppen ga je jezelf ook nog eens schuldig voelen als dat niet zo goed lukt.

 

Weet je nog toen je klein was, en een kennis van je ouders die iets deed met begeleiden van mensen bij je bed kwam en je wilde helpen? Want dat gevoel van tekortschieten is al zo oud.
Allen het hielp niet wat ze deed. Je moest van haar een lijst opsommen met alles waar je goed in was. Je noemde een paar dingen maar je geloofde er zelf niet in. Je deed het om haar niet teleur te stellen en zij dat het nu beter ging.

 

Het was veel fijner als je tante aan je voeteneind zat, de jongste zus van je moeder. Zei gaf je het gevoel dat ze het fijn vond om bij jou te zijn, van haar geloofde je dat. Ze las voor uit “Karslon van het dak” van Astrid Lindgren. Over een mannetje met een propeller op zijn rug die bevriend wordt met een jongetje. Dat jongetje was heel gewoon en onzeker, net als jij, en toch koos doe Karlson, die een overdoses zelfvertrouwen had die lang niet altijd gerechtvaardigd was, om bij dat jongetje te zijn. Zoals ook jouw tante het veestgerijs ontvloegte om even bij jou te zijn. Weet je nog hoe je samen moest lachen om dat boek. Weet je nog dat jullie over Winnie The Poo praatten omdat jullie daar beiden ook zo van hielden? Een beer met weinig verstand, en heel bescheiden omdat hij alleen maar gewoon zichzelf was. En toch was Janneman Robbinson het liefste bij Poo.

 

O lieverd, je wordt zo ontroerd als je boeken leest met dit thema, of films of series ziet. Je zit te huilen bij “Lampje” omdat twee verstoten kinderen elkaar vinden, en straks ga je vast weer, net als elk jaar in de lente “De geheime tuin” lezen, weer met hetzelfde thema.

 

Hoi lieverd, je bent niet alleen. Ik ben bij je. Je hebt Emma, en zij is het liefst bij jou.

 

Ik was blij dat het boemeltje van Ede-Wageningen naar Amersfoort er zo lang over deed. 

 

Kijken kost energie

Over de tekening:
Mijn straat. Dit zie ik als ik terugloop vanaf de Italiaanseweg, of als ik uit de bus stap. Daar rechts achter is mijn flat. Dit zijn de bomen wiens netwerk van takken, takjes, twijgen en twijgjes me zo vaccineren als ik in de winter naar buiten kijk. Ze komen vaak terug in mijn tekeningen.
Dit was heel veel werk. Het lijkt alsof je zomaar heel veel takken kunt tekenen. Maar ik hou goed bij van welke boom ze komen, en tot hoe hoog ze dan kunnen. En de takken achter de andere takken moeten ook echt achter die takken! 

Het deel van mijn hersenen dat de verwerking van visuele prikkels verwerkt is aangetast door het infarct. En daar hoort ook de aansturing van mijn ogen bij. In het begin had in een grote blinde vlek aan mijn rechterkant. Die is minder, maar kijken kot me nog steeds energie. Dat merk ik heel goed als ik op iets moet focussen. Door eindeloos te turen naar al die takken gingen mijn ogen zwabberen, dan keek ik opeens naar een tak recht van de tak waarnaar ik keek. Als ik dat lang doe, houd mijn rechteroog er gewoon mee op, en kijk ik dus scheel. Dat kost wel een paar minuten met mijn ogen dicht. Ik vind het nog steeds een beetje beangstigend.

Het betekend betekent ook dat ik ’s avonds niet zo lang meer kan lezen. Dat is lastig nu het zo vroeg donker is. Voor films en series kijken hen ik ondertiteling nodig omdat ik slecht hoor. Er is teveel achtergrondmuziek er zijn teveel geluidseffecten, zodat ik cruciale informatie mis als ik niet mee lees, en dat gaat dus niet want zo snel kan ik niet lezen. Bijzonder om te bedenken dat ik vroeger amper door had dat ik de ondertiteling las. Daar heb ik nog een lange weg te gaan. 

Boeken lezen gaat goed. Langzaam, maar snel genoeg om het gevoel te hebben dat ik lees, in plaats van dat ik huiswerk doe. 

Opstaan en vallen

Over de tekening:
Hier ben ik dus heel ontevreden over. I don’t know what I was thinking! Maar dat weet ik wel. Nog een keer terug naar de sneeuw en dan de bomen wat losser tekenen,
en eindelijk een keer de sneeuwbui zelf tekenen. Punt is dat ik die bomen helemaal niet losjes kan tekenen. Ik kan geen wit over donker doen en moet dus heel precies wit houden wat sneeuw moet worden. Hoer lukte me dat heel goed. (Tekening van de foto die op het zelfde moment gemaakt wordt, op iets andere positie).


Maar nu ging alles mis. Het begon al dat toen ik mijn setje grijze krijtjes pakte. Die zien er voor mij allemaal hetzelfde uit.  Pas als ik ze gebruik zie ik het verschil, dus ik probeer ze uit. Maar dat is niet genoeg, want als ik er met wit overheen ga, zijn het opeens verrassingskrijtkjes, ze laten dan pas hun echte kleur voor me zien.  Dit zijn ze:

 

Ik zie wel dat linksonder wat groenig is, en linksboven wat meer blauw, maar ze lijken voor mij dus echt heel erg op elkaar. De foto van de krijtjes zelf geeft voor mij al meer verschil dan ik in real-life kan zien.

De bovenkant van de tekening is veel groener dan ik wilde, de onderkant veel blauwer dan ik wilde.

En dan een les die ik bij het schrijven al leerde. “Echt gebeurt is geen excuus!” Het moet geloofwaardig zijn en het echte leven heeft soms ongeloofwaardige dingen die je dus niet kunt gebruiken. De sneeuwbui komt van links, en de sneeuw op de bomen is rechts. Dit was echt zo, ik zie het op de foto waar die ik voor de tekening gebruikte. Maar voor de kijker had ik de sneeuw de ander kant op moeten laten gaan. Nu zegt het brein: er klopt iets niet.

Het kost me heel veel moeite om los te laten hoe ik het wilde en deze tekening te zien met nieuwe ogen. Hoe langer ik er naar kijk, hoe mooier hij wordt, maar het gevoel van ontevredenheid heb ik nog niet van me af kunnen schudden.

 

Het proces van tekenen loopt gelijk op met het proces van mijn revalidatie. Natuurlijk, ik kom in beiden dezelfde Emma teken! 
In beide processen is het zo vreselijk moeilijk om verwachtingen los te laten en tevreden te zijn met wat is.
In beiden processen heb ik niet door hoe hard ik werk.
In beide processen vergeet ik dat het geen lineair proces is, het is opstaan en vallen.

En weer opstaan natuurlijk, maar daar heb ik nu nog even geen energie voor, wel het vertrouwen dat ik dat over een tijdje weer kan. 

 

 

De Kuil

Over de tekening:
Daar beneden is de weg tussen Arnhem en Oosterbeek. Dat kleine stukje, de “kuil” zoals ik hem noem, mant je moet hier met de fiets naar beneden en daarna weer omhoog, die kuil dus is net Frankrijk. Ik tekende ze te kort maar is zijn druiven die daar staan.
Ik sta voor de foto met mijn rug naar het spoor, dat hier links afzwaa

it naar Nijmegen. Ik kijk naar het zuiden, achter die bomen is de Rijn. Achter mijn rug, aan de andere kant van het spoor, is landgoed Maariendaal. De eerste keer dat ik hier wandelde was ik verrukt, en nog steeds is dit een mooie route. Ik loop eerst een tijd beneden langs de Rijn. Hier steek ik dan over naar het noorden. Via Maariendaal kom ik boven in Arnhem noord, de weg langs de Burgers Zoo en Openluchtmuzieum. Daar kan ik via de parkem Zypendaal en Sonsbeek in het centrum van Arnhem, een route door bijna alleen maar weilanden, bossen en parken.
Ik tekende deze vorig jaar januari met potlood.

Ik heb wel iets geleerd. In de potloodtekening is de horizon te hoog, zijn de bomen langs de weg te groot, en staan de druiven te ver uit elkaar. Ook liet ik dingen weg, zoals de hoogspanningsmast, de boompartij links en de bomen langs de weg. 
Maar er zijn nog fouten genoeg om te maken. Ik ben bang dat ik door mijn kleurenblindheid een rood pastelpotlood gebruikt heb voor de bomen in de verte. Ik heb er met een dun zwart krijtje nog wat donkerder gemaakt. Het leek opeens zo te gloeien.

 

Ik zit al ruim een half jaar in een kuil. Door mijn herseninfarct roetsjte ik naar beneden. Rust! Riep mijn lijf. Stop met doordraven. Laat alles nou een los!  Dat deed ik, ik kon niet anders. Ik heb nog geen zin om uit de kuil te klimmen, wilde ik schrijven, maar dat is lulkoek!  Ik ben al lang weer aan het klimmen. Daar begon ik in het revalidatiecentrum al mee. Steile hellingen waren dat zelfs. Maar het is nu al een tijdlang vals plat. Ik voel dat ik klim, maar ik zie niet dat ik in een stijgende lijn zit. Dat maakt het ook heel vermoeiend.

Te vaak heb ik niet door hoe moe ik eigenlijk ben. Met een tekening ben ik andelhalf uur bezig. Pure concentratie, de wereld is er even niet meer. Ik voel pas dat ik moe word als mijn ogen gaan draaien. Dat gebeurde vandaag bij het tekenen van de wijnranken, alles begon te draaien. En ik maar denken dat ik al die tijd alleen maar stil zit en geen energie verbruik. Ik wil dan door met de andere dingen die nog moeten. Boodschappen, wandelen, koken, Kniebertjes naar mijn buurvrouw brengen, en straks komt mijn begeleider en daarmee moet ik achterstallige administratie gaan doen. En dan heb ik nog niet eens pleinwacht deze week. Oh, ik vergeet helemaal dat ik met mijn moeje kop meteen dit blog ben gaan schrijven. De vele vele verkeerde letters die ik kies zouden me moeten zeggen dat ik daar te moe voor ben.

Ik doe rustig aan. Maar ik besef niet dat wat ik rustig aan vind, eigenlijk nog veel te veel energie kost. En dat is een beetje dom van me, want die les leerde ik al van de psycholoog van mijn revalidatiecentrum: ook hoofdwerk kost energie.
Ik vergeet ook steeds weer dat revalideren zwaar werk is. Niet alleen het oefenen in het terug krijgen van vaardigheden, vooral ook het emotie werk, leren omgaan met wat niet meer automatisch gaat.

Er is een les die ik steeds vergeet. 
Misschien vergeet ik hem niet maar komt die les steeds in een anderen vorm terug. Misschien komt ie niet in een andere vorm terug, maar is het een steeds diepere laag die ik ontdek. 
Misschien is het alle drie.
De les gaat over moe worden zonder dat je doorhebt moe te moe wordt. 
Het gaat over doorgaan terwijl je moet rusten.
Het gaat over vinden dat je niks doet terwijl je heel hard werkt.
Ik heb hem weer geleerd, de les, en ik zal hem weer vergeten.
Of hij komt in een andere vorm weer terug, of op een diepere laag.
Waarschijnlijk alle drie.

 

Nieuwjaar, een nieuwe zin na de punt.

Over de tekening:
De uiterwaarden oude kerk van Oosterbeek. Ik was daar om een pakketje te versturen, een cadeau voor mijn lieve grote broer die vandaag, nieuwjaarsdag jarig is. Vanuit Doorwerth gaat er geen bus naar Oosterbeek centrum. Ik had vanwege de heuvels geen zin om te fietsen. Ik nam op de heenweg de Italiaanse weg naar de Utrechtse weg, waar de doorgaande bus naar Arnhem langs komt die wel door het centrum van Oosterbeek gaat. Op de  terugweg liep ik door de Weverstaart naar beneden, naar de kerk. De Weverstraat is het mooiste straatje van Oosterbeek. Veel van de schilders van de schilderskolonie van de achttiende eeuw woonden hier.
Ik tekende het vorig jaar winter in potlood.

Bij de kerk is de bushalte van de bus die voor mijn deur stopt. Daar wachtte ik. Het maakte me niet uit dat ik twintig minuten moest wachten. Ik keek uit over de uiterwaarden, en zag de lucht van de tekening. De schapenwolken zijn niet goed gelukt. Ik heb vooraf erg veel uitgeprobeerd, maar het is nog niet zoals ik wil. Er zijn nu wel delen van de lucht die ik wel gelukt vind, linksboven en linksonder. Ik heb nog negenennegentig luchten te gaan.

 

Het is 2023. Ik heb geen idee wat dit jaar me gaat geven. Laat maar komen. Ik ga  het heel rustig aan doen. Ik wil tekenen, schrijven, vertellen en pleinwachten. 

Het lezen gaat heel langzaamaan wat beter. Goed spellen blijft moeilijker. Ik heb alle combinaties gehad voor ik de goede dubbelklant had voor  ‘oude’, en het woord combinatie kostte ook moeite. Ik dacht dat ik de “c” niet goed had, maar ik bleek een “p” te hebben getypt, in plaats van een “b”. Vreemd genoeg haal ik die dus ook nog steeds door elkaar. Wat moet ik als kind daar mijn best op hebben gedaan! 

Het cadeau dat ik mijn broer gaf heeft alles te maken met mijn eerste pogingen tot lezen. Ik gaf hem een gloednieuwe bundel van de korte gedichten van Kees Stip, die vroeger bekend waren ander zijn pseudoniem “Trijntje Fop”.  

Mijn vader kende veel van die gedichten uit zijn hoofd en reciteerde ze steeds als hij een associatie  had met een woord of frase uit een van die gedichten. Ik gaf mijn broer dit cadeaus omdat het onze familiegeschiedenis is.

Peter las mij voor uit de boekjes van Trijntje Fop. Ik kon nog niet lezen. We snapten vaak de woordspeling niet maar we vonden ze toch grappig. Peter vergrootte het plezier door alle leestekens mee te lezen. Hij zei dan steeds; “punt!”. Daar  moest ik heel hart om lachen.
Als ik in mijn eentje was pakte ik de boekjes. Ze waren heel klein, overzichtelijk ook, met die korte zinnen. Ik kende ook stukjes  van die gedichten uit mijn hoofd. Misschien kon ik achterhalen welke letters er bij hoorden. Ik was vooral benieuwd maar die rare punten.
Maar ik kon die punten nergens terug vinden. Ik probeerde alle boekjes, nergens een punt. Dat was vreemd, want als beter ze las wemelde het van de punten. Ik durfde er niet naar te vragen.

Pas later besefte ik wat de punten waren. Maar dat waren geen punten! Dat waren stippen!  Ik voelde me verraden! Niet door mijn broer, want ik begreep dat die het gewoon voorlas hoe het hoorde. Ik voelde me verraden door de taal zelf! Hoe kon ik iets vertrouwen dat zomaar van een stip een punt maakt? Toen ik dit jaar opnieuw leerde lezen botste ik opnieuw naar de vele idiote afspraken en regels die de geschreven taal heeft.

Ik heb de bundel ook voor mezelf gekocht. De titel sluit wel op een heel bijzondere manier aan beid deze herinnering: “Stip. Buntgaaf”.

  

 

Het licht van beneden.

Over de tekening: 
Het regent zo hart dat ik nog maar even blijf in het thema spiegelen in water. De foto bam ik toen ik terugkwam van de laatste boodschappen van het jaar. Mijn innerlijke circus zegt dat ik me er makkelijk van af maak. Maar ik ben het niet met haar eens. Het lost kracht om te stoppen en het te laten bij die baar streken te laten. Ik heb zelfs erg mijn best gedaan voor de ondergrond: op een ander fel veegde ik met de zijkant van een lichtgeel krijt, en met nog wat grijs en wit,  een dikke laag krijtstof. Met mijn hand veegde ik dit op de tekening. Als ik dat direct met het krijt doe, krijg ik strepen die ik niet wilde. Jammer dat ik zo kleurenblind ben dat ik niet eens zie dat de ondergrond een kleur heeft.

Deze schreef ik al jaren geleden:

Als uit de diepte
het gegrom van het monster klinkt,
de rechte rug
op de spieren speelt,
het tij zich enkel nog
in zichzelf keert,
de dag als herfstblad
cirkels drijft op straat,
het licht wel buigt,
maar niet naar jou.
Dan is het goed
om te weten dat straks
de dagen weer zullen wapperen.

Ik heb bij tijd en wijle donkere bijen. Steeds lijken ze eindeloos, en steeds gaan ze weer voorbij. Soms moet ik er met enorme kracht uit stappen. Dat beschreef ik hier.

soms moet je jezelf
een voetje geven
jezelf aan je haren
omhoog trekken
het houvast zelf verzinnen
je afzetten op wat je niet gelooft
nét ver genoeg
om de uitgestoken hand
te kunnen zien

En dat is wat ik vandaag deed.

Anderhalve week geleden kwam ik uit een grijze waas. Ik had niet eens door dat ik er in zat. Ik was aan het modderen om iets van het leven te maken. Kennelijk deed ik iets goed want mijn revalidatie arts vond dat ik het goed deed. Daarmee bedoelde ze niet de vooruitgang die ik maakte. Ze bedoelde dat ik goed bezig was in het accepteren van wat nog niet zo vlot gaat, en van wat nooit meer helemaal terig komt. En toch, het was ploeteren.  Uit die bui werd ik gewekt door een voorstelling waar ik met mijn kinderen naartoe ging. Ik hoefde alleen de uitgestoken hand te pakken.

Gisteren kwam er totaal onverwacht een  een zware, donkere storm. Het overweldigde me. Ik liet me mee drijven, het voelde alsof ik kopje onder ging. Ik ben vroeg naar bed gegaan, ik was doodop. Vanmorgen heb ik heel lag uitgeslapen. De zwaarte van de dag ervoor was er nog. Ik wist niet wat ik zou tekenen. Ik was bang voor deze oudjaarsdag, ik was zelfs bang voor het nieuwe jaar.

En toen besloot ik er uit te stappen. Dat is het moeilijkste wat je kunt doen: uit de diepste diepte van een pui stappen door het leven te vieren. Ik had min of meer besloten om de jaarwisseling over te slaan door weer vroeg naar bet te gaan. Maar ik besefte dat ik iets anders nodig had. Met alle kracht die ik in me kon vinden besloot ik vierend het jaar uit te gaan.

Ik wilde dat met iets tastbaars doen, en het werd iets heel banaals. Voor de kerst had ik een fles Gordon’s alcoholfrei gekocht, eigenlijk alleen maar omdat de fles mooi was, ik had geen idee wat Gordon’s was. Gisteren pakte ik een klas in een halfslachtige poging iets feestelijks te drinken. Ik googelde wat het mu eigenlijk was. Het bleek Gin te zijn, en je kon er een Gin Tonic mee maken, dat klonk zomers.

Die Gin Tonic zat vandaag nog in mijn hoofd, en ondanks mijn besluit om alles ruim voor oudjaar binnen te hebben om de drukte te vermeiden, zocht ik nu de drukte op. Ik ging naar de winkel voor Tonic en een lekker kaasje. Het was vreemd zacht buiten, ik kon zomaar zonder jas.  De zachte lucht, mijn dappere daad en misschien ook de wind, deden mijn donkere bui wegdrijven. Het had heel erg hart geregend toen ik nog sliep, de straten waren kletsnat, en ik dacht aan een gedicht dat ik schreef in zo’n zelfde bui, ook in de winter een paar jaar geleden:

Het licht komt van beneden
het schijnt nog even
in glimmend natte straten
voor haar die zo gelaten
klaar is met het leven
uitgestreden.

Ik maakte foto’s van de plassen, en precies op dat moment kreeg ik een app van mijn oudste, zeer dierbare vriendin, een nieuwjaarswens met een foto van spiegelend licht. Ik wist meteen ook wat ik wilde tekenen.

 

PS Gin Tonic is niet bijzonder lekker. Wel feestelijk, met ijsblokjes en een limoen schijfje.

 

Eindelaarsverhaal:

Het laat 2023 is al een tijd bezig met het inwerkprogramma. Ze wordt door 2022 meegenomen om haar voor te bereiden. Vandaag is het tijd voor een paar laatste woorden, voor ze morgen begint.
“Lieverd, ze gaan proberen van alles aan je op te hangen. Mooie dingen, maar de laatste tijd vooral ook verdrietige dingen. Daar weten ik en mijn voorgangers alles van. Maar weet je, je bent jij, je bent ook de kleine dingen. 

 

Je bent het kind dat getroost wordt door haar klasgenootje, je bent de kat die op schoot komt bij iemand die zich verdrietig voelt, je bent de vrouw die ‘s avonds naar huis loopt, nog helemaal onder de indruk van de film die ze heeft gezien, je bent  de ontmoeting van twee mensen die veel in elkaar herkennen, je bent het moment dat iemand voor het eerst op het podium staat.

 

Lieverd, vergeet niet dat jij je prachtige zelf bent. Je bent niet de veroorzaker van al het leed, en klop je zelf niet op de borst voor al het moois dat zich ontvouwd, ook daar ben je niet de veroorzaker van. Je bent toeschouwer. Beleef alles mee, voel, rezoneer. Doorsta al het verdriet, wees een klankbord voor alle vreugde. Maar vooral, wees!