Kaal Haarverlies Trans Vrouw

Ik heb al een tijd niet getekend. Ik verloor veel haar en dat hield me bezig. Ik ging naar de huisarts en kreeg een verwijzing voor een haarstuk. Maar intussen was ik het zat, haar dat steeds uitviel. 
31 januari besloot ik mijn hoofd kaal te laten scheren. Toen ik 21 was, had ik door bestraling als een keer een half kaal hoofd gehad. Dat stond stom. Ik nam toen mijn besluit, dat als dat nog een keer zou gebeuren ik mijn hoofd gewoon helemaal kaal zou scheren. En dat heb ik gedaan. 
Ik ben blij met mijn beslissing. Er gebeurt iets bijzonders. Mijn transitie liet me de vrouw in mij zien. Mijn kale hoofd laat me de sterke vrouw in mij zien. Ik voel me niet minder vrouwelijk met een kaal hoofd. En ik trekt het me inmiddels niet meer aan wat anderen ervan vinden. Ik ben een trans vrouw met een kaal hoofd.

Ogen te moe om te tekenen

 

Over de tekening:
De tekening is mislukt. Ik ben niet te streng als ik dat zeg. ik vind het ook niet heel erg. Wat ik wilde laten zien zijn dat geel-pleeke stoppelveld van mais. Ik krijg die kleur niet goed. Als ik het op wit papier doe zie je het niet, en als ik het op een donkere ondergrond doe dan komt het wit niet sterk genoeg naar voren. Het donkere pigment overwoeker alle lichtere kleuren. En zelfs als het zou lukken weet ik de goede kleur niet te vinden. Wit? Geel?

Wat vond ik het moeilijk, een dag overslaan. En wat vind ik het moeilijk dat ik niet terugkom met een sterke tekening. Ik vind het nóg moeilijker om nu zelfs meerdere dagen over te slaan. Mijn ogen zijn te moe. Ze draaien weg. Ik wist in deze tekening niet meer met welke rij ik aan het stippelen was. Ik moet dus rust nemen voor mijn ogen. Tekenen betekent heel geconcentreerd kijken. Dat kost me te veel nu. Ik laat het een paar dagen liggen. Kijken of ik dan straks de moed weer vind om weer te beginnen.

De tussentijd

Over de tekening:
Om de zon de zin ondergaan moet ik in de zomer helemaal naar het eind van mijn berg, waar een weiland is, of naar de hei. Het is geen zomer, en toch is dit die hij. Weer eens iets anders dan knotwilgen en rivier. Ik mag van mezelf niet te vaak bomen en luchten doen. Maar ik vind ze leuk, ze gaan me ook redelijk goed af. Luchten begin ik ook steeds beter te snappen.

 

Dit zijn de moeilijke dagen. Het aflopen is  afgelopen en het beginnen is nog niet begonnen. Hee februari is dat ook nog. Pas in mij wordt alles een beetje wakker. Dus ik winterslaap nu maar een beetje. Ik slaap heel erg veel en het lukt me om dat niet stom te vinden. Het is vast nodig. 

Het onbewuste brein

Over de tekening:
De toverhazelaar die al  begin januari te zien is. Voor mij altijd een hoopvolle bode van de lente, ook al is die nog ver weg. Ik wilde de takken en andere knoppen op de achtergrond, maar dat lukt dus echt niet met krijt. Het zachte geel (hoe vel ook) komt er niet goed overheen. Ik heb het gelaten met wat blouw, en zelfs dat was moeilijk.

 

Wat hier volgt is een persoonlijke theorie van mezelf. Niet dat ik heb uitgevonden, ik zeg niets nieuws. Het is meer bedoeld als disclaimer dat ik hier geen wetenschappelijke informatie geef, maar mijn eigen gedachten hierover.

Ik combineer een aantal dingen die ik mee kreeg:

  • Mijn revalidatiearts en therapeuten die me vertelden over hoe mijn brijn werkt.

Mijn hersens maken steeds nieuwe verbindingen, en dat wat ik vaker gebruik wordt een soort snelweg. Mijn herkenning van letter is bijvoorbeeld niet weg, maar ik moet het doen met een nieuw nog onverhard paadje om bij die informatie te komen. Kwestie van oefenen dus.

 

  • Het boek “Autisme en het voorspellende prein”  van Peter Vermeulen.

Dit boek keert me dat het prein op een snelle, kort door de bocht manier waarneemt. Het voorspelt op basis van het model dat het heeft over de wereld, wat er binnen komt. Het checkt vervolgens of dat klopt. Als het niet klopt is het prein niet zo snel van slag. “Dat is vast die uitzondering die de regel bevestigt.”  Er moet dus flink wat gebeuren voor het prein zin heeft om het wereld model aan te passen. Het werkt het liefst op de automatische piloot. Dit proces gaat geheel onbewust, het zijn dus geen beslissingen die we bewust nemen.

 

Het prein werkt dus op autopilot, en neemt voor mij beslissingen. Daar kom ik helemaal niet tussen met mijn bewuste gedachten.

Ik kan dus intussen best goed geleerd om om te gaan met mijn beperkingen. Ik leg de lat wat lager, ben liever voor mezelf, ben minder perfectionistisch. Dat is best een prestatie. Maar ja, het is wat ik allemaal bewust doe. De autopilot van mijn brein staat nog wel op standje perfectionisme, en mezelf bewijzen, mijn plek op aarde moeten verdienen.  Die snelweg is mijn hele leven heel erg drug geweest en er stonden files. Het is intussen een vijfbaans weg. Ik zou er niet gek van op kijken als er een mooi stuk hersen-natuur voor is opgeofferd. Daar zit ik met mijn lieve nieuwe baadje vol compassie en milde gedachten over mezelf. Intussen razen er nog steeds wel allemaal veroordelende gedachten over mezelf over die snelweg. En raat eens wie er eerder is?

Ik maakte vandaag geen tekening, en deze tekst schrijf ik bij een tekening van twee dagen geleden, omdat ik toen te moe was om deze gedachten op een rij te krijgen. Mijn milde bewuste prein vindt dat prima! Moet kunnen, een dag geen tekening, en zelf niet eens een tekst! Maar mijn onbewuste brein schreeuwt het uit dat dat niet kan. Ik ben ooit gediagnosticeerd met een dwangstoornis, iets in mijn hoofd wil dat het klopt volgens regels die het zelf bedacht heeft. Mild zijn is voor dat iets een regelrechte zonde, die niet ongestraft zal worden.  Wat die straf precies zal zijn is me nooit duidelijk geweest, ik hoefde er alleen maar bang voor te zijn, en wat is nu angstiger dan een niet nader benoemde dreiging?

Ik kan het dus wel, mild zijn tegen mezelf, maar voorlopig is het een pittige strijd tegen mijn onbewuste brein.  Ik hoop dat de snelweg op den duur wordt afgebroken omdat ik er steeds minder naar luister.

 

 

 

 

Sneeuw

Over de tekening:
Het sneeuwde gisteren, maar toen was ik al bezig met een andere tekening. Dus daarom vandaag. En ook al lijkt hij erg op de van 16 januari, ik wilde hem toch zo tekenen. Sneuuw is wit, maar als je recht omhoog kijkt steekt het donker af tegen de lucht.

 

Winterstilte

Ik onderdruk een nieuwe geeuw
Is er nog iets dat mij verwarmd?
Met lichte huiver draai ik kranen dicht.
Het lege ochtendritueel
dat ik met mezelf deel
heeft geen geluid en weinig licht.
Maar eenmaal buiten wordt ik onverwacht omarmd
en toegefluisterd, door de stilte van de sneeuw.

 

 

Dit gedicht schreef ik lang geleden toen ik nog werkte. Ik stond om kwart over vijf op om nog heel even rustig te kunnen zitten voor ik weg moest. Ik begon vroeg om op tijd thuis te zijn om nog zo veel mogelijk te genieten van mijn kinderen. 
Ik draag een cochleair implantaat. Als ik die uit heb hoor  ik niets. Ik wacht ‘ s ochtends altijd om hem in te doen, dis mijn ochtenden zijn stil.

Als ik het gedicht terug lees, besef ik dat ik toen al ruim over mijn grenzen ging. Ik had dat toen niet door. Er moet vaak iets heftigs gebeuren voor we dat ontdekken. 

Happy and

 

Over de tekening:
Mijn strenge ik vond dat ik niet wéér een spiegel tekening mocht maken. Ik luister niet naar mijn strenge ik, maar dat gaat niet vanzelf. Ik wilde deze al drie dagen tekenen en stelde het uit.
Berken blijven moeilijk, met dat mooie wit dat zo uitsteekt. Daarvoor moet ik de lucht eromheen tekenen. Dat heb ik hier dus gedaan. Met deze tekening kan ik wel blij zijn als ik niet luister naar het gefluister dat zegt: je maakte het jezelf wel makkelijk vandaag hé? Ja, dat deed ik, en dat mag!
En het valt trouwens wel mee, die makkelijkheid. Ik moest behoorlijk goed studeren op het patroon van de straattegels. Mijn ogen die niet zo lang op een zelfde plek willen blijven hangen, maakten me het flink moeilijk. Ik ben blij dat ik het eerst met pen deed, want ik jeb veel moeten gummen.

Ik heb weer heel erg lang geslapen en mij vermoeidheid begin nu een beetje te zakken, en mijn droevigheid is ook niet zo zwaar meer.

Ik merk dat ik mezelf censureer. Ik wil hier niet klagen. Ik heb twee hele lastige dagen achter de rug. Dagen waar ik mezelf echt doorheen moest duwen, dagen waar ik ondanks de zon maar weinig vreugde vond. 

Het is lastig om dat te delen. Mensen willen een happy and. Ze willen best je verdriet en je pijn aanhoren, maar het moet wel een gouden randje aan de wolk zitten die je ze laat zien. Als je die niet zelf geeft, vullen zei je verhaal aan met relativerende opmerken, vermomd in troost. 

De beste troost is om met iemand te zijn in het verdriet, een arm om je heen slaat en niet zo veel zegt. Hoogstens iets in de trant van “Ach lieverd toch.”

Het zo fijn zijn als rauw verdriet er gewoon mag zijn, ook als het langer duurt, ook als het steeds weer terug komt. Het zou mooi zijn als je jezelf niet zo hoeven censureren, als je anderen niet hoeft af te schermen van jouw pijn. Als het happy end er niet hoeft te zijn.

 

 

 

Je bent al goed

Over de tekening:
De Heelsumse beek net stroomafwaarts van de Wolfhezer heide. Een mooie wandeling, jammer van de A50 die er dwars doorheen gaat.
Deze tekende ik vorig jaar:

 
Ik ben mijn reken-zin kwijt. Ik weet niet goed meer wat ik wil tekenen, en het kost me meer moeite dan het plezier geeft. Ik ga stug door, want dit is ongetwijfeld een fase die er bij hoort.  

 

Ik ben nog steeds heel moe, terwijl ik heel veel slaap. Ook dat is iets wat er bij hoort.
“Accepteren blijft lastig, met die twee c’s.” Dat grapje maakte ik al voor ik zoveel moeite had met spellen. 

Ironisch genoeg schreef ik deze gisteren “nog even” voor het naar bed gaan. Omdat ik zo baalde van mijn tekening en toch nog iets wilde maken. Het is een boodschap aan mezelf, maar door hem te schrijven ga ik tegen mijn eigen advies in.

Het is een Vilanelle, een dichtvorm waarbij de eerste en laatste zin van het eerste couplet steeds terugkomen. “Do not go gentle in to that good night” van Dylan Thomas, is de mooiste die ik ken. Ik ben die uit mijn hooft aan het leren. Gedichten in mijn hoofd stampen is een van mijn bezigheden als mijn ogen te moe zijn voor iets anders. En toen wilde ik er dus zelf eentje maken.

 

Jij die zoveel dingen doet.
want anders voel je je zo klein.
Weet je lieverd, je bent al goed.

Ik weet wel dat het soms moet.
Om weg te blijven van je pijn.
Jij die zoveel dingen doet.

Ik weet ook, het kost moed.
Te wachten op een volgende trein.
Maar weet je lieverd, je bent al goed.

En heel die lange luie stoet.
leunt achterover, vind het wel fijn.
Jij die zoveel dingen doet.

Je gaat vaak door totdat je bloed.
In jouw perfectie zit het venijn.
Weet je lieverd, je bent al goed.

In alles zie ik jou mooie gloed.
Ik gun je soms alleen maar zijn.
Jij die zoveel dingen doet.
Weet je lieverd je bent al goed.

Wat doe je op een dag?

 

Over de tekening:
De school waar ik pleinwacht. Midden in een bosje dus hele langen schaduwen. Ik wilde de rijp op de pingpongtafel tekenen. Dat is mislukt. Veel van deze tekening is mislukt. Ik zou dat niet erg moeten vinden want ik probeerde iets wat ik nooit eerder had gedaan. Soms gaat dat zomaar goed. Vandaag dus niet. Ik vind de school zelf niet mislukt. Dat geeft me iets meer vertrouwen om vaker gebouwen te tekenen. Die meed ik nog.
(Ja, dat is mijn eigen schaduw toen ik de foto maakte, ik vond het leuk om die er bij te tekenen)

 

Het was een confronterende vraag tijdens mijn keuring, “Wat doe je zo al op een dag?”. Om die eerlijk te antwoorden moest ik aan mezelf toegeven dat ik heel erg veel alleen maar op de bank zit en naar buiten kijk. En nu het winter is zelfs dat maar tot zeven uur. Daarna valt er niet zo veel te staren. Ik huil veel, dat ook, uit vermoeidheid of omdat er ruimte is voor oude pijn, waar ik vroeger niet om heb kunnen huilen omdat ik niet erkende dat het pijn was. 

Op de bank zitten en niks doen. Al het andere kost energie. Een boek lezen kost mijn enorm energie. Ik vind het leuk om te doen, maar het is activiteit. Films, series, YouTube filmpjes kijken ook.  

Wat ik standaard op een dag doe is:
– Dousjen
– Eten
– Blijnwacht
– Tekenen
– Mijn plog schrijven (dit dus)

Dousjen en eten staan er op omdat ook die activiteiten energie kosten. Als ik heel erg moe ben sla ik ze over, dan snack is wat uit de koolkast door de dag heen.

Deze stukjes schrijven is fijn maar ook zeer vermoeiend. Ik kan merken hoe moe ik ben aan de ruzie die ik krijg met de spellingcorrectie. (Oeps, ze leest mee). Als ik moe ben maak ik niet alleen gewone spelfouten, maar wissel ik bijvoorbeeld ook nog wel eens een d en een p. De spellingcorrector weet dan niet wat ik bedoel. 
“Suffert! Dit is een heel gewoon woord, waarom ken je dat niet?” roep ik dan hardop. Dan moet ik via Google gaan zoeken want die is wat soepeler. 

Ik leer mezelf om daar tevreden mee te zijn. Al het andere is extra. Boodschappen doen, koken, schoonmaken. 

En dan zijn er de grote dingen: afspraken met mensen, de stad in, naar een museum, en soms zelfs vertellen in Amsterdam. Dat laatste vind ik fantastisch om te doen, maar het is ook de allergrootste energie vreter die er is. Niet alleen de dag zelf, maar vooral ook het in mijn hoofd zien te krijgen van het verhaal dat ik ga vertellen, in het Engels.

Ik heb de saaie ontprikkeldagen dus heel hard nodig. Een van de grootse werken is om ze in ere te houden en ze te doorstaan. 

Dus dat zou ook een antwoord kunnen zijn op wat ik de hele dag doe: “Energie sparen voor de dingen die ik niet elke dag doen.”

Het is ook wat ik mezelf ga vertellen de volgende keer. Ik ben niet aan het niksen, ik ben me aan het voorbereiden op het volgende verhaal dat ik ga vertellen.

Vandaag is mijn derde ontprikkeldag. Ik dacht dat de tweede het ergst was. Het gevaar daarvan is dat ik vind dat ik de derde dag weer van alles moet kunnen. Niet dus. Ik was bozig toen ik tekende en niet blei en ontspannen. Ik zou trots kunnen zijn dat ik vandaag iets nieuws probeerde, maar dat kan ik niet voelen. Als ik overprikkeld ben kan ik de lieve en kompassitevolle dingen die ik tegen mezelf zeg niet voelen. Gelukkig is die lieve kracht in mij langzamerhand heel sterk geworden. Ze laat zich niet ontmoedigen door mijn buien, ik word dan nóg liever voor mezelf. Ik ben blij dat ik dat kan.

Verwachtingen zijn een bitch.  Als ik mezelf drie ontprikkeldagen had gegund had ik vandaag waarschijnlijk minder frustratie gevoeld.  Ik laat dat verhaal in mijn hoofd dus los. Ik ben moe zolang ik moe ben. Daar ga ik geen limiet meer op zetten.  Ik hoop dat me dat lukt.

Het blijft een terugkerend thema: de gracht die je nodig hebt om het met minder kracht te doen.

 

Ontprikkelen

Over de tekening:
Uit dezelfde reeks pleinwacht-bos foto’s als de tekening van gisteren. Ik wilde die druppels laten zien en ik heb ze wat overdreven getekend om ze op te laten vallen. Het lukt me om stap voor stap van “net echt” af te komen. Kleine stapjes. 
In de middag scheen de zon er op en toen vond ik ze zelfs heel mooi.

 

Het is de tweede ontprikkel dag en het vals me alles mee. De zon helpt daarbij enorm. Vroeger vond ik dat ik mezelf niet zo moest laten beïnvloeden door het weer, maar sinds ik minder moet van mezelf laat ik dat gewoon gebeuren. Ik word altijd blij van de zon, en vaak somber van loodgrijze dagen. Ik kan daar mee leven.
Ik deed heel rustig aan, heb een stoel bij het raam gezet om in de zon te kunnen zitten.
Wat ook helpt is de mini-handpan die ik op mijn verjaardag kreeg, een ronde stalen stalen druk met elf inkepingen die verschillende tonen geven als je er op slaat met je hand of met een drumstokje. Er komen mooie klanken uit, en het voelt mediterend om te doen.

Voor mij is het ook een soort “stimmen”. Stimmen is zelf-stimulatie, de naam komt van de autisme gemeenschap. Het kan van alles zijn: heen en weer wiegen, klanken neuriën, met je handen wapperen, trommelen met je vingers. Het is rustgevend. Omdat het prikkels zijn die je zelfs maakt, helpt het tegen overprikkeling. Ik deed het als kind heel veel, maar leerde het af omdat iedereen er gek van werd. Sinds ik alleen woon heb ik het teruggevonden. Ik hou me niet meer in als het op komt, en je kan me dus soms met zwaaiende armen door het bos zien lopen.

Die mini handpan of hangdrum is heel fijn. Hij is precies de goede maat. Zelfs als ik er niet op sla voelt hij fijn aan. Ik ben iemand die heel veel in haar hoofd zit, dit helpt me om te voelen en te ontspannen. Ik hoef ook even niet te kijken en kan mijn bril afdoen om mijn ogen rust te geven. Het maakt toch niet heel veel uit op welke toon je slaat.

En zo vind ik langzamerhand mijn eigen manieren om te ontspannen en met overprikkeling om te gaan. Ik besef dat er geen succesformule is, het kan goed dat wat ik vandaag deed een volgende keer niet werkt. Het is belangrijk om dat te beseffen. Het maakt dat ik een volgende keer niet gefrustreerd word als het niet lukt. Ik leer om te genieten van wat is, dus ook van wat werkt op het moment zelf.

Vandaag werkte het en ik ben er blij mee.

Saai

Over de tekening:
januari is dit jaar veel grijze lucht en veel regen. Tijdens mijn pleinwacht keek ik omhoog en ik zag dit. (De school waar ik pleinwacht loop heeft een mooi groot bos om in de pauze in te spelen). Als je heel goed kijkt is krijs niet alleen maar grijs, maar op sommige dagen moet je dan echt goed kijken.

Ik heb slecht geslapen. Dat is zo’n onhandig gevolg van overprikkeld zijn, juist als je het nodig hebt is je hoofd te druk om te slapen. Er bleef van alles van de afgelopen dagen door mijn hoofd gaan. Ik heb zelfs bedacht wat er niet klopte aan de tekening gisteren. Ik heb geprobeerd dat vandaag nog aan te passen. Tekenen doe ik als ontspanning, maar nu lag ik er dus wakker van.

Overprikkeling  is een lastige. Ik leerde ooit dat je hoofd dan in standje waakzaam gaat staan, op zoek naar gevaar. Het heeft dan geen zin in relativerende gedachten, alles is erg en alles wat niet klopt moet serieus genomen worden. Dat lijdt ook vaak tot negatieve gedachten over jezelf. Dat was hele fijne psycho-educatie voor me. Ik weet dat ik die sombere gedachten niet serieus hoef te nemen. Gelukkig valt het vandaag ook mee. Ik ben gewoon moe en het is dus een saaie dag. Saaie dagen zijn goed, mijn fysiotherapeut vertelde me dat stil zitten en alleen maar naar buiten kijken heel erg goed is voor mijn brein. Maar goed is lang niet altijd fijn.