Helden en helden

 

Ik lees dit boek.

Ik bewonder deze vrouwen, die tegen de onderdrukking in zich uit durfde te drukken.

En in mijn hoofd klinken de stemmen: “Zij wel! Jij hebt lekker de privileges van een man gehad.”

Maar dat is maar het halve verhaal. Ik heb waarschijnlijk wel privileges gehad. Maar ik was ook een vrouw in onderdrukking. De vrouw in mij werd onderdrukt. Door de wereld en via die wereld ook nog eens een keer door mezelf. Ik heb mezelf niet uit durven drukken. Maar het feit dat ik mezelf er doorheen gesleept heeft verdient meer dan de beschuldigende “Zij wel!” die de stemmen in mijn hoofd me toe gooien.

 

Hoe ik mij de les liet lezen

Ik kocht een boekje over dromen duiden.

Ik ben daar altijd een beetje dubbel in, in spirituele dingen, en vandaag snap ik weer iets beter waarom.  

Ik lees dat dromen boodschappers zijn, dat ze je helpen met je levenspad. Ik lees over reizen die mislukken en dat dat kan betekenen dat je het anders aan moet pakken, maar dat het ook kan betekenen dat de reis niet de goede reis voor je is.

En daar gaat het mis. Daar is het al vaak mis gegaan. Want dit is wat mijn hoofd doet:

Ik kreeg als kind gevoelige klappen toen ik buiten de lijntjes kleurde, dus ik leerde heel goed op te letten waar die lijntjes waren. Ik snapte de logica van de lijntjes niet, dus ik leerde heel heel goed opletten. Zo leerde ik op de verkeersregels te letten in de wereld van mensen.

Maar als er in de spirituele wereld kennelijk een reis bestaat die wel voor jou bedoeld is, en andere reizen niet. Dan zijn er daar potverdikkie ook verkeersregels! En nog veel gevaarlijker want je kunt ze niet met het blote oog zien. Het moet via dromen, aura’s en meditatie. Nóg enger is het dat anderen claimen dat ze het wel kunnen zien bij mij, voor mij.

Nu snap ik mijn haat/liefde verhouding met het spirituele weer een beetje beter. Mijn botsing met de gewone wereld is dat ik dingen zie die ontkend worden door anderen. Dat is waarom ik van die spirituele wereld houd, omdat daar tenminste erkend wordt dat er meer is dan meetbaar/zichtbaar. Mijn haat zit in de constatering dat er daar dus kennelijk ook lijntjes zijn waar je niet buiten mag kleuren. Ik besef dat nu bij dat boekje over dromen dat steeds weer benoemt dat je dromen goed en verkeerd kunt interpreteren, dat er een goede weg is en een foute weg. Tenminste dat is wat mijn bange hoofd leest: o, nee ook hier moet ik op mijn tellen passen!

Ik wil dus best wat bewuster omgaan met die dromen. Maar ik wil niet meer in de valkuil lopen dat ik ga denken dat er hemelse lijntjes zijn waar ik niet buiten mag kleuren.

Waarden

Therapie. Waarden scoren. Kaartjes rangschikken in belangrijk<>niet belangrijk. Deze deed ik al eerder. Ik weet mijn waarden ook wel. Maar nu. De diepere laag. Confronterend.
Blijken er ongelofelijk veel waarden nog vast te zitten aan mijn plichtsgevoel. Heel confronterend want ik weet hoe dat werkt, en toch had ik niet door hoeveel waarden van mij nog op die manier verstrikt zitten in een web van ingeslikte normen van anderen.
 
(einde cittaat)
 
Ik ben meer een Voerman, meer mijn vader: dwars, eigenzinnig, sociaal onhandig. Ik kon de waarden niet waar maken en zorgde voor een spagaat. Geen wonder dat mijn innerlijke criticus een feestje heeft in mijn hoofd.

Nog geen herfst

Zo half augustus

herinner ik plots

dat je straks

binnen de kou van buiten

nog kunt ruiken

aan de mouw van je jas

dat het woord behaaglijk

weer betekenis krijgt

dat ik me in aarde rood wil hullen

en kastanjebruin

dat de herfst

een einde is

maar voor altijd verbonden blijft

met nieuwe schriftjes

en een lege agenda

Boosheid

Ik neem een besluit.  Voor mijn geestelijke gezondheid. En ik hoop dat ik het kan volhouden. 

Ik stop met boos zijn. Boos zijn is voor mij ook een manier om mijn pijn niet te hoeven voelen. Reageren op alle kwalijke columns die nu bijna elke dag in de krant verschijnen over trans mensen, bijvoorbeeld. Ik word daar echt boos over het liefst zou ik willen reageren met een felle tweet, of met een draadje met uitleg.

Ik doe het niet meer.  Het leidt me af. Wat ik te doen heb is niet boos doen, maar kijken naar welke pijn er achter die boosheid ligt. Ik zelf ben zo oneindig veel meer waard dan de stukjesschijvende sukkels. Ik heb geen energie meer. Ik heb het niet over, laat staan dat ik het voor ze over heb.

Ik ben dankbaar voor anderen die die strijd wel voeren, hoewel ik daar dubbel in ben. Aan de ene kant voed je de aandacht, aan de andere kant mag het feitenvrije gif niet onbesproken blijven. Ik ben dankbaar voor de mensen die daar wel de energie in steken en daarin ook steeds die afweging in zoeken.

Ik wil mijn energie steken in mijn eigen heling en van daaruit verbinding zoeken. Geen vrijblijvende verbinding trouwens. Je kunt alleen verbinden met anderen als die hun eigen pijn ook durven voelen. Dat proces ga ik graag aan. Daar bewaar ik mijn energie voor.

Mijn boekcover is klaar

Mailtje van mijn uitgever.

De boekcover is klaar en de eerste opmaak van de tekst ook.

Wow!

Just wow!

En dan besef ik dat deze website genoemd is en dat ik blogger ben. Oeps! Ik blog al een tijd niet meer. Mijn blogs werden draadjes op twitter. Mooi, maar ook vergankelijker.

Dussss.

Hier maar weer eens gaan schrijven,  je weet nooit wie er uit nieuwsgierigheid gaat kijken.

Zondag trad ik op in de lekenshow van Oscar Kocken op de Boulevard in Den Bosch. Dat was fantastisch. Wat zou het gaaf zijn om als mijn boek uit is, vaker spreekopdrachten te krijgen.

Eerst maar eens verder schaven aan mijn theateroptreden van 4 November, waarmee ik mijn boek presenteer.

Things are happening, and I love it

de dans van de pauze

“Waarom teken je ons?”

Ik leg uit dat grote mensen niet zo leuk zijn om te tekenen omdat die alleen maar zitten, staan of lopen. 

“En ze praten ook erg veel.”

Precies, en dat is al helemaal saai om te tekenen.

Sinds ik de tekeningen maak ben ik nóg meer onder de indruk van de kinderen. De pauze is één grote dans. Alles is vol beweging. Deze kinderen praten ook veel met elkaar, maar dat praten doen ze met hun lijf. Ze lezen elkaars houding af. “Zullen we stoeien?” is een korte vluchtige beweging die al dan niet beantwoord wordt. Soms moeten ze leren om daarin de grenzen van de ander te herkennen en te respecteren, maar als observerend zie ik pas hoe vaak dat wél goed gaat. En dan valt het me weer op. Als we niet goed kijken zien we alleen de dingen waar het even niet goed gaat. Als je goed observeert zie je de feilloze dans.

De glijbaan waar kinderen afglijden, tegen op rennen, met zijn allen over elkaar buitelen, en het gaat altijd goed omdat ze naar elkaar kijken, als het moet hun aanloop afbreken omdat er net eentje naar beneden komt. Even wachten met glijden omdat de voorganger nog en gekke buiteling wil, of aan de kant gaan omdat je lekker zit, maar ziet dat er even iemand wil glijden, het gebeurt allemaal soepel en vanzelfsprekend.

En dan is er de verstandhouding van kinderen die elkaars gekte kennen en waarderen, waardoor elke beweging een circusact wordt, zelfs zoiets simpels als het oppakken van een bal. Ik zie binnen een half uur judo, ballet,  yoga, capoeira en aikido. Het is communiceren op hoog niveau. Elkaar zien, elkaar erkennen, elkaar uitdagen, elkaar gunnen. En dat alles zonder dat er een woord gezegd wordt.




late erkenning voor Sylvana Simons

Verhaaltje, parabel, om uit te leggen waar mijn boosheid vandaan komt. Het is niet zuur. het is zorg.

Stel ik word gepest op het schoolplein. Mijn moeder kaart dit aan op school, maar dat wordt niet in dank afgenomen, sterker nog, het pesten wordt erger en school doet er niks aan. Dan is er een moeder van een ander kind dat ook gepest wordt. Zij heeft meer slagkracht van mijn moeder. Haar zoontje is zwarts. Ze ziet het racisme dat onder het pesten ligt. Daardoor ziet ze ook hoe het pesten systemisch is, en dus ook hoe de hele school onderdeel is van het probleem. Ze stelt zich kandidaat voor de OR. Maar iedereen vindt haar lastig en militant. Ik voel me gehoord. Ik hoop dat ze in de OR komt, want dan wordt mijn stem wel gehoord in school. Ik vraag dus steun voor haar. Maar ik krijg van iedereen te horen dat ze niet gaan stemmen op haar omdat ze alleen maar over racisme praat. Als ik mensen er op wijs dat ze ook op andere gebieden goed ideeën heeft, juist omdat ze het systeem ziet, wordt er niet naar me geluisterd. Dat heb je van je moeder, die was ook al lastig. Ze zeggen dat ze op een vader stemmen die ook mooie dingen zegt over pesten. Ik ken die vader, ik weet dat hij het niet echt snapt, dat pesten. Hij is nooit met de gepeste kinderen komen praten, ook niet met hun ouders. Hij heeft mooie woorden over pestprotocol en zo. Dat maakt indruk. Ik maak me zorgen.

Ze wordt toch gekozen. En dan hoor ik opeens van iedereen dat ze zich vergist hebben. Die moeder is juist een aanwinst voor de OR. Zou ik dan blij moeten zijn. Misschien. Maar wat me dwars zit dat deze mensen mijn verhaal negeerden, en niet zelf beter keken. Wat me nog meer dwars zit is, en nu weer even los van deze parabel, is dat als deze mensen wél beter hadden gekeken, en niet zo bezig waren geweest met hun vooroordeel, Sylvana Simons nu iemand naast haar had gehad in de Tweede Kamer. En dat had ze heel erg goed kunnen gebruiken, gezien het vele werk en haar gezondheid. Dát zit me nog het meeste dwars. Dat is mijn boosheid, en de zorg dat mensen kennelijk zo makkelijk in het frame getrapt zijn dat zorgvuldig is opgebouwd rondom Sylvana Simons. Dát is er, naast de blijheid met de bredere erkenning.

Eén deurtje

Ik maak een deurtje van een keukenkastje schoon. Eentje maar. Ik heb mijn huis laten vervuilen omdat mijn hoofd en mijn energie ergens anders waren. Mijn psychisch herstel slorpt bijna al mijn energie op. Dan volgt mijn pleinwacht zijn. Mensen zeggen dat je energie krijgt van iets doen waar je hart ligt. Voor mij gaat dat niet op. Pleinwacht zijn geeft me vreselijk veel. Het geeft me vreugde en hoop, het geeft me een reden om vooruit te gaan, maar het geeft me geen energie. Het kost energie, ik ben moe als ik thuis kom. Daarna gaat mijn energie naar contacten met mijn kinderen en dierbaren, ook via social media. Dan is er mijn schrijven en dan is het op. Want het leven zelf kost ook al energie. Zelfs verpletterd worden door de schoonheid van de natuur kost energie, dus ook een schitterende wandeling kan me uitputten.

Maar vandaag ontdekte ik dat het schoonmaken van mijn huis niet eens een gebrek is aan energie. Er is een grotere drempel. Ik voel het als ik dat ene deurtje schoonmaak. Dat is wat mijn psychische herstel doet, ik voel weer dingen. Wat ik voel is minachting voor mezelf dat ik dat deurtje, en god weet wat dus nog meer allemaal, zo vies heb laten worden. Ik voel hoe ik dit niet wil voelen. Ik voel hoe ik verbeten dit deurtje schoonmaak. Ik voel hoe ik die hele tijd mijn adem in haal. Ik ben niet bezig met dat deurtje, ik ben bezig met het zo snel mogelijk voorbij laten zijn want ik haat mezelf zolang het duurt. Als het voorbij is kan ik mezelf afleiden van deze haat. Schoonmaken kost niet alleen energie, schoonmaken is het aangaan met de worsteling in mij. Nee dat klopt niet. Schoonmaken is uit alle macht de worsteling in mij vermijden. Dat is wat de meeste energie kost. Die verbetenheid, die tanden op elkaar, ik kon het deze keer voelen. Dat is wat me uitput.

Leren houden van mezelf is leren hoeveel ik mezelf nog steeds haat. Het begint met mezelf niet te haten omdat ik mezelf haat. Het begint met tevreden zijn met dat ene deurtje. Niet omdat ik ooit las dat je met een kleine stap al tevreden moet zijn. Dat deed ik al, maar dat was de zoveelste opdracht aan mezelf: “je moet nu tevreden zijn met dat ene deurtje”, en ik deed voor mezelf heel braaf alsof. 

Vandaag huil ik omdat ik nog niet tevreden ben met dat ene deurtje. Huilen is goed. Huilen is niet in mijn hoofd bedenken dat ik ok ben. Huilen is overgave. Daar begint mijn heling, met huilen, niet met woorden.




Soms grijp ik in

Ik laat het liefst alles zoveel mogelijk over aan de kinderen zelf maar soms grijp ik autoritair in. Er is een clubje fanatieke voetballers. Nu waren er twee andere kinderen ergens anders aan het voetballen, lekker rustig, zonder prestatiedewang. Een van de voetballers die bij het fanatieke clubje aan het spelen was, mocht niet meedoen in het ene team. Het ene team, dat zijn de paar sterkste voetballers die dan tegen een grote club minder goed spelers speelt. Dat gaat meestal goed. Ik vroeg of ik moest bemiddelen, maar hij had het even gehad. Ik zag hem eerst in zijn eentje, en toen sloot hij aan bij de twee kinderen die samen speelden, en dat werd een fijn spel voor alle drie. En toen kwamen de fanatieke spelers meedoen met dat spel, en ze namen het helemaal over.

“Maar ze vinden het niet erg” was een constatering die ik niet geloofde. Nee, ze maakten geen bezwaar, ook niet toen ik het specifiek vroeg. En toch heb ik gezegd dat ik wilde dat deze drie kinderen even met rust gelaten zouden worden. Ik heb ook uitgelegd waarom. En dat accepteerden ze, zonder morren. 

 

Dit verhaal krijgt twee weken later een vervolg. André, de sterkere voetballer die zich bij de rustige twee aansloot kwam bij me omdat hij niet mee mocht doen. Ik liep met hem mee. 

“Mag André meedoen?”  vroeg ik. Ik zag twee gezichten ongerust worden, ze vielen stil. Ze wilden heel graag nee zeggen, maar konden dat niet hardop over hun lippen krijgen.

“Liever niet, zie ik aan jullie. Lukt het om uit te leggen waarom?” Een stamelend verhaal waaruit ik opmaak dat ondanks zijn pogingen om dat niet te doen André toch wat overrompelend kan zijn.

“Lieverds, ik beslis dat het goed is dat jullie het voor vandaag met zijn tweeën doen.”

Ik loop met André terug naar het bankje waar ik zat. Hij huilt. Ik kom naast hem zitten en leg een arm om me heen. 

“Weet je, ik zag aan ze dat jij soms toch een beetje overheersend bent. Ik zie ook dat het al twee weken goed gaat, en dat jij heel erg je best doet om ze ruimte te geven in het spel. Dat je niet met de grote groep mee voetbalt, is dat omdat de anderen daar te veel bepalen in het spel?” 

André knikt.

“Dat is hoe deze twee zich vandaag voelden. Ook al deed jij je best dat niet teveel te laten zien, ze zien dat jij beter bent en daardoor voelen zij zich wat minder. Ik wil graag dat ze zich vandaag even goed kunnen voelen, snap je mijn beslissing?”
André droogt zijn tranen.

“Ik ben inderdaad ook een betere voetballer.” 

Hij is gerustgesteld. Met mijn uitleg voelt hij zich niet langer afgewezen.