Hoe OCS voor mij voelt (en voelde)

Het is het “Heb ik nu wel of niet het gas uitgedaan” gevoel, en toch ook weer niet.

Ik heb een tijd gedacht dat ik autistisch was, maar het bleek OCS te zijn. Obsessieve Compulsieve Stoornis, kortweg Dwang.

En ja, en duh! Iedereen kent dat. Maar niet bij iedereen is het een stoornis. Dat bedoel ik met dat “toch ook weer niet”.

Ik probeer met dit blog een gevoel te beschrijven en ik ben bang dat me dat alleen maar lukt door het vooral ook te hebben over wat het NIET is. Het helpt als je elke keer als je denkt “O dat! Dat ken ik!” er meteen achteraan denkt: “Maar toch ook weer niet”. Dan hoef ik dat niet steeds te typen.

Mijn OCS hoofd is doorlopend bezig met het bijhouden van van alles. Allemaal kleine dwanggedachten die me niet eens zo verschrikkelijk belemmeren. Zo móet ik bij het dichtdoen van mijn buitendeur de sleutels in mijn hand voelen. Het werkt niet als ik zeker weet dat ik die sleutels een moment daarvoor nog in mijn zak of tas deed, ik moet ze voelen. Dat soort spul.

Dat is dwang. Want het móet. Want anders . . .

En dat is precies wat ik in dit blog probeer te beschrijven. Wat dat is dat anders . . .

Het is ongrijpbaar. Het is niet een gedachte die je met cognitieve therapie kunt wegdenken. Het ijkt op een extra zintuig, zoals je evenwichtsorgaan weet of je rechtop staat. Het is een wetenschap, een gevoel, een iets dat altijd aanwezig is. Ik kan het met wisselend succes negeren, maar het gaat nooit weg. Zoals ook mijn Tinnitus (oorsuizen) nooit weg is, zelfs niet op de momenten dat ik er geen last van heb en het niet opmerk.

Er is een spel, en dat heet “The game”. Het doel van het spel is om niet aan het spel te denken. Dat spel kun je alleen maar winnen als je je niet realiseert dat je gewonnen hebt. Zoiets. Een soort Schrödinger kat. 

(Ja precies: en toch ook weer niet)

Dit gevoel is de basis voor al mijn kleine dwanghandelingen en gedachten. Die zijn zo erg niet. Erger is dat dit gevoel de basis is van het ontbreken van mijn eigenwaarde.

Dit gevoel zegt dat ik er niet mag zijn, dat ik hooguit, onder voorwaarden geduld word.

Ik ben jarenlang bezig geweest die voorwaarden uit te puzzelen. Hele lijsten maakte ik aan, en er bleken steeds nieuwe bij te komen.

Stukje bij beetje leerde ik mezelf te accepteren, te waarderen en zelfs lief te hebben. Ik werd steeds beter in het negeren van dat gevoel. Ik kon het bij tijden zelf helemaal vergeten. Maar het was nooit weg. Er hoefde maar een gebeurtenis iets te triggeren en pats! “Remember the game You just lost it!”

“Je was het even vergeten, maar hier is het weer. Je mag er eigenlijk niet zijn.”

Of

“Je doet het goed! Je bent veilig, maar houd het vol want als je aandacht verslapt, wordt je kaartje voor deze wereld ongeldig verklaard.”

Sinds deze zomer, vanaf het moment dat ik uit de narcose kwam van mijn geslachtsbevestigende operatie is het weg! Er is geen game meer! Ik speel het spel niet langer en ik kan niet meer verliezen. Het “anders ….” is weg. Er is geen anders. Ik mag er zijn, zelfs als ik me als ik me aan geen enkele voorwaarde van al mijn lijstjes houd.

Ik heb nog kleine dwanggedachten, ik houd nog steeds mijn voordeursleutel in mijn hand, maar ik ben in de wereld, en niemand krijgt me meer weg.

Dit betekent niet dat ik nooit meer ongelukkig zal zijn. Ik baal op dit moment behoorlijk van het feit dat mijn operatie niet helemaal goed is gegaan en ik terug moet voor een hersteloperatie en dat ik intussen permanent pijn/last voel. Dat knaagt behoorlijk aan mijn geluksgevoel. Maar het is zo verschrikkelijk onbetekenend in verhouding met mijn zijn.

Ik ben. Ik kan alles aan. Ik durf alles te voelen en in alles te zijn.

Het voelt zoo krachtig!

 

En toen was mijn transitie klaar

Vandaag had ik mijn laatste gesprek met mijn psycholoog van het VUMC die mijn transitie begeleidde, en ik besefte achteraf pas . . . het is klaar.

Mijn transitie is klaar. Zomaar opeens. Het begon met mijn aanmelding in januari 2017. Ik had toen nog maar weinig beeld bij wat die transitie voor me zou betekenen, laat staan dat ik me voor kon stellen dat het ooit klaar kon zijn, en hoe dat dan zou zijn.

Drieeneenhalf  jaar lang heeft het voor een groot deel mijn leven beheerst, en nu daalt er een grote rust over me heen. 

Maar misschien is het nauwkeuriger om te zeggen dat mijn medische traject is afgelopen, want een transitie laat zich niet zo precies afbakenen.

Mijn medische traject bestond uit:
– het psycholigische voortraject om mijn dysforie vast te stellen
– ontharen van mijn baard en genitalien
– stemtherapie
– hormoonbehandeling
– vaginaplastiek

En natuurlijk alle wachttijden tussen al die verschillende onderdelen.

En dat is nu klaar. (Nou ja, het ontharen van mijn baard gaat nog even door, dat is echt een oeverloos traject)

Mijn transitie zelf begon met de ontdekking en aanvaarding, en zal nog wel even doorlopen. Ik vermoed dat ik nog meer ga wennen aan mijn vrouw zijn en dat er een moment komt waarop mijn trans zijn niet meer zo’n grote rol speelt in mijn leven. Dan pas is mijn transitie echt afgelopen.

Maar voor nu wil ik graag een mijlpaal vieren, een mijlpaal waarvan ik pas achteraf besef dat ik hem bereikt heb. Het is klaar. Ik ben meer dan gelukkig met wie ik ben. En dat is meer dan ik ooit op heb durven hopen.

 

Een nieuw spel

Ik word wakker uit narcose. Dat is nog een hele klus. Ik word me langzaam bewust van dingen. De kamer, de andere bedden,de medische bewakings apparatuur. Het is teveel. Ik kan dat nog niet allemaal tegelijk aan. Dat is de lust en de last van hoogsensitief zijn besef ik. Alles wat ik zie is als een tik tegen de dominostenen in mijn hoofd die altijd op scherp staan, zelfs nu mijn hoofd zo mistig is. Voor ik weer weg zak kan ik mezelf verbazen dat ik wel ruimte heb om dit te denken. 

Als ik weer even wakker ben, heb ik net genoeg helderheid om te bedenken dat ik natuurlijk eerst mijn eigen lichaam moet voelen. Maar dat is ook meteen een stuk spannender. Ben ik daar wel klaar voor? Ik beweeg mijn vrije hand onder de dekens. Strak dichtgetaped, met duct-tape lijkt het wel. Het voelt als een goede tuck. Mooi. Goed genoeg. Ik wil weten of alles goed gegaan is, maar ik zak weer weg. 

Als ik weer wakker word, seconden? minuten? probeer ik met al mijn wilskracht mijn ogen open te houden, en mijn gedachten te focussen. Ik kijk weer rond, probeer te raden wat de andere patiënten voor operatie hebben gehad. Mijn manier om mijn bewustzijn bij elkaar te rapen, want zo voelt het, alsof dat bewustzijn versnipperd rond zweeft en ik alle stukjes moet vangen en als een puzzel in elkaar moet zetten. Alle verpleegkundigen zijn druk. Ik vertrouw mijn stem niet genoeg om aandacht te vragen. Mijn CI’s. Ik moet mijn CI’s in. Anders kan ik niks verstaan als ze me over mijn operatie vertellen. Die zoektocht vergt weer extra focus, kan ik dat?


Weer wakker. Nu eindelijk helder genoeg om mijn CI’s te zoeken en in te doen. Er komt een verpleegkundige naar met toe, en iemand van het operatieteam. De anesthesist! Wow! Dat ik dat weet! Het is goed gegaan. Ik mag nog even rusten. Dat is fijn. Ik val weer in slaap.

Als ik weer wakker word blijf ik wakker en mag ik terug naar de zaal. Dat is goed. Deze plek is zo onwerkelijk.

Op de zaal voel ik uitvoerig mijn ingepakte kruis. Ik weet dat dit cadeau over vijf dagen uitgepakt wordt. Cadeau! Met dat woord dringt het volle besef bij me binnen. Het is klaar! Het is goed gegaan. Ik ben heel! Niet alleen de spanning van de operatie valt van me af. Dit voelt veel groter, en tegelijkertijd veel lichter. Ik heb iets achter me gelaten in de narcose. Mijn gepieker, mijn getob, mijn niet goed genoeg zijn. Mijn hele leven lang voelde ik het, als een schaduw die me achtervolgde. Mijn hele leven heeft een deel van mij voortdurend achterom gekeken. Zelfs het geluk van mijn transitie kon niet het gevoel wegnemen dat alles ook zo maar weer kon worden afgepakt. Dat! Dat stuk bleef achter in de narcose. Dat stuk nam ik niet mee in mijn bewustzijn. Ik heb de puzzel gelegd, en ik bleek een stuk teveel te hebben, niet alleen lichamelijk. Ik voel het. Zonder verklaring, zonder reden voel ik dat het weg is. Ik heb er geen bewijs voor nodig, net zoals ik nooit meer een bewijs nodig zal hebben om te weten dat ik fantastisch ben. Ik heb het eerste deel van mijn leven uitgespeeld. Ik heb de eindbaas verslagen. Ik ben klaar voor een nieuw spel. 

een nieuw gevoel

Ik heb het nooit gevoeld, hoe het is om ten diepste blij te zijn met mezelf. Nu ik het voel weet ik pas wat ik gemist heb. Ik had geleerd om van mezelf te houden zoals ik ben. Ik kon als in een soort eigen maaksel cognitieve therapie tegen mezelf zeggen dat ik oké was. Ik heb veel compassie in me en die heb ik ook op mezelf kunnen toepassen. Ik had al heel lang een stem die tegen me zei dat ik er mocht zijn. Mijn interne fan, noemde ik dat. Die stem heeft me gered. Ik kon mezelf koesteren. Ik kon het relativeren als ik buien van zelfhaat had. Ik dacht dat dat het hoogst haalbare was. Ik dacht dat iedereen dat zo deed. Maar ik wist niet wat ik miste. Ik wist niet dat het bestond, ten diepste van jezelf houden. Zonder cognitieve hulp, zonder redeneren, zonder denken, alleen maar een gevoel diep van binnen. Een weten zonder verklaring, zonder uitleg, zoals ook mijn weten dat ik vrouw ben. Ik ben vrouw én ik ben fantastisch. Natuurlijk ben ik niet altijd even leuk, aardig of lief. Ik kan lomp zijn, verstrooid, ongezellig, onnadenkend, vals. Maar dat verandert niets aan mijn fantastisch zijn. Als ik iemand pijn doe kan ik mijn best doen om dat te herstellen, en er van te leren. Maar dat heeft niets te maken met mijn al dan niet fantastisch zijn. Ik repareer mijn fouten niet om mijn gezicht te redden, maar omdat ik niet wil dat mensen pijn hebben. Ik hoef niets te doen of te laten om fantastisch te zijn. Ik ben het.

het hele leven door me heen

Misschien moet ik alles in detail beschrijven

minutieus want 

het gevoel dat ik wil delen

is een mozaïek.

Ik sta bij de bushalte.

Ik kijk naar de bomen.

Het is half augustus 

de hittegolf is net voorbij.

Ik geniet van de warmte

die geen hitte meer is. 

Ik streel heel zacht heel klein

met twee vingers 

mijn gebogen arm.

Tussen mijn elleboog 

en de holte van mijn elleboog.

Ik voel hoe zacht mijn huid.

Ik voel hoe fijn deze aanraking.

Het ontroert me

deze kleine daad van liefde.

Ik glimlach.

Ik probeer of ik 

in plaats van huilen

dit geluk ook met een lach kan vieren.

Daar moet ik om lachen 

om die gedachte.

Gelukt.

En daar moet ik dan toch

een beetje om huilen.

Ik zie op de grond eikels liggen.

Herfst

met alles wat daar aan gevoelens bij hoort

stroomt even door me heen.

Ik zie hoe mooi de bomen.

Ik vraag ze of ze wel genoeg hadden

aan de bui van gisteren.

Ik kijk en alles wat ik zie

geeft ergens in mij

een slinger.

Ik voel me rijk

met alles wat ik voel.

Er stroomt zo verschrikkelijk veel leven

door me heen.

En voor het eerst

voelt het niet als teveel.

Ik ben klaar

om de volheid van mijn leven te voelen.

Comfortzone

 

Waarom je NIET uit je comfortzone moet stappen.

Ik deed ooit mee aan een NLP training. Die werd afgesloten met “De pijl”. Een lichtere versie van de vuurloop. Je neemt een houten pijl en zet de met de botte punt tegen het zachte stuk van je keel. De andere kant zet je voorzichtig klem tegen de muur. Daar sta je, met je gezicht naar de muur. Je projecteert jouw grote doel op die muur. Dan zet je een stap naar voren en de pijl breekt. De bedoeling is dat je daarmee laat zien dat als je doel maar groot genoeg is, je angst je er niet vanaf kunt houden.

Er zijn in traingins- en coachland eindeloos veel van dit soort oefeningen. Vooral asseritiviteitstrainingen grossieren er in. En alle online coaches gebruiken deze ‘doorbraak’ metafoor. Als je doel maar groot genoeg is, als je maar in de grootsheid van jezelf gelooft kun je alles bereiken. Sommigen gebruiken zelfs hun torenhoge gages op deze manier. Als je zoveel in jezelf investeert zeg je daarmee tegen jezelf dat je het waard bent.

Kom uit je comfortzone en zet de de definitieve grote stap.

Dat van die comfort zone, dat klopt. Maar die grote stap is de grote leugen.

Op sites van coahes en trainers gaat dit plaatje rond. En dat plaatje klopt niet. Het suggereert dat je, als je maar door je angst heen bent, alles beter wordt. Het suggereert dat die eerste stap allesbepalend is.

Dat is de grote leugen.

Die eerste stap geeft je even snel een euforie. Je kunt het! Je deed het!

Dat is wat ik voelde toen ik de stap zette en de pijl brak. Maar die euforie was na een dag al voorbij. Ik had helemaal niets bewezen. Ik brak die pijl omdat ik niet de enige wilde zijn die er niet in slaagde die stap te zetten. De aanmoedigingen en het applaus zorgden ervoor dat ik gekukshormonen aanmaakte de overwinningsroes. Ik had niets geleerd. Mijn succes was eenmalig.

Dit herkende ik in de vele verhalen die ik hoorde toen ik zelf nog trainingen gaf aan hoogsensitieve mensen. Allemaal hadden ze ooit in een sessie ergens zo’n grote symbolische stap gezet. Allemaal hadden ze gedacht dat hun leven veranderd was. Allemaal hadden ze ontdekt dat het uiteindelijk niets opgeleverd had.

Ik weet ook waarom.

Toen ik acht jaar was heb ik een keer van de hoge duikplank afgedoken. Mijn grote broer kon dat, en hij heeft mij een hele zomer aangemoedigt dat ik dat ook zou kunnen. Gewoon doen. Ik heb het uiteindelijk gedaan, waarschijnlijk om hem niet teleur te stellen. Maar het was ook meteen de laatste keer. Ik durfde oo school er niet over te vertellen, bang dat ik het moest bewijzen.

Wat er gebeurt als je een grote stap neemt, is dat je je gevoel uitschakelt. Je haalt diep adem en god zegene de greep. Maar omdat je je gevoel niet mee neemt, leer je je eigen systeem niet dat deze stap ok is. Het blijft even eng.

Je lichaam en je psyche hebben een systeem gebouwd om je te beschermen. Dat is je comfort zone. Daarbuiten is het gevaarlijk, zegt het systeem. Dat dat niet langer waar is, daar heeft het systeem geen boodschap aan. Het werkt volautomatisch en je hele hormoonhuishouding doet er aan mee. Met die grote stap bevries je dat systeem tijdelijk, je verandert het niet.

Verandering gaat alleen met kleine stapjes. Stapjes die net groot genoeg zijn om een uitdaging te zijn, maar die je nog wel in staat stellen om te blijven voelen. Ja, dit is spannend, zeg je tegen je systeem, maar kijk! we leven nog. De sfeer moet speels zijn. Als je bang bent leer je niet, dan slaat je systeem dicht. Toen ik trainer was moest ik mijn deelnemers steeds weer dimmen. Nog minder, nog minder. Want we vinden dat het pas echt telt als het moeilijk is. Nee dus. Speels. Een hele kleine stap waarbij je blijft voelen is zoveel dapperder dan een grote stap waarbij je je gevoel uitschakelt.

Je moet geen grote stap uit je comfortzone zetten, je moet spelen op de rand van je comfortzone. Speels, dat is het woord. Als je blijft spelen rek je je comfortzone op. Je neemt hem met je mee. Groots en dapper buiten je comfortzone van alles doen houd je alleen vol zolang je adrenaline niveau hoog blijft. Als je de hele tijd Tjakka! bkijft roepen. Ratelband wil niet voor niet steeds weer een nieuw kind. Coaches bieden je die adrenaline. Je wordt lid van een facebookgroep en je kunt steeds opnieuw inloggen voor een nieuwe shot. Het werkt als een tierelier maar je raakt er wel aan verslaafd. Mooi verdienmodel.

Niemand vertelt je over die kleine stappen, want die zijn niet sexy.

Wil je een voorbeeld va hoe klein?
Dit was een van mijn eigen stappen. (Zie reacties)

Met dank aan Xandra van Hooff die me dit leerde

(And I know: not all coaches)

Waarom ik geen coach meer ben

Ze was een kijker
katten en bomen en zo
ze observeerde alles
zag alles
ze had al snel door
dat de macht toebehoorde
aan de bluffers
en ze zag ook dat de beste bluffers
in hun eigen bluf geloofden
en toen wist ze
dat zal ik nooit kunnen
ze was te slim
ze kon niet geloven in iets
waarvan ze de waarheid niet kon zien
om te overleven zou ze
op een of andere manier
dit spel mee moeten spelen
omdat er geen enkele ratio zat
achter het gedrag wat van haar verwacht werd
bouwde ze een systeem
afkijken en onthouden
dit systeem ging op den duur
volautomatisch werken
“doe jij je ding maar
ik houd je wel veilig”
zei het systeem
maar omdat het ding wat ze deed
nooit paste binnen de lijntjes
(ze bleef vaak niet eens
binnen de randen van het papier)
greep het systeem steeds drastischer in
“liever pijn van mij
dan van de wereld”
dacht het systeem
het werd medeogenlozer en medogenlozer
machtiger en machtiger
het systeem was slim
net zo slim als zij
en omdat het systeem
geen rancune kende
won het altijd
ze kon niet meer
onvoorwaardelijk van zichzelf houden
het systeem bestond uit voorwaarden
ze probeerde wel eens om het systeem
te overtuigen hoeveel mooier het zou
zijn om te leven
in onvoorwaardelijke liefde voor zichzelf
en het systeem was het helemaal met haar eens
en bouwde heel snel
heel stiekem
wat extra zekerheden in
want onvoorwaardelijk
is veel te gevaarlijk
en om haar te verblinden
gaf het systeem haar meer ruimte
het liet zich stap voor stap overtuigen
maar het koos zelf nog steeds
de lijntjes waarbuiten gekleurd mocht worden
ze werd steeds meer zichzelf
dacht ze
en het systeem was tevreden
zelfs na haar transitie
hield het systeem
de belangrijkste teugels nog in handen
en toen kwam ze uit narcose
met een lijf dat voelde
als haar lijf
onverklaarbaar
zonder reden
zonder ratio
ze kon nooit slimmer zijn dan het systeem
maar nu
speelde ze eindelijk niet meer
volgens haar eigen regels
zonder reden
zonder ratio

(En dit is waarom ik nooit meer coach zal zijn. Ik gun het mensen zo om het systeem te outsmarten, maar ik heb geen idee hoe je dat kunt doen. Ik heb het achtergelaten in de narcose. En misschien was dit wel een laatste stap en had ik alle dingen die ik daarvoor deed wel nodig. Ik weet het niet. Ik weet niet welke van de coachdingen die ik leerde en toepaste helpen en welke niet. Ze hielpen allemaal om bewuster te worden van dit systeem, maar ik weet intussen dat bewust zijn niet voldoende is, misschien als eerste stap. Ik vermoed dat mensen een soort schoenlepel nodig hebben om buiten de box van het systeem te komen, een schoenlepel die volledig buiten en denken omgaat. Bij mij was het mijn operatie en het voelen van mijn nieuwe lichaam. Alle eerdere stappen in mijn transitie, hoe radikaal en dapper ook waren onvoldoende. Een slim denkend hoofd is machtig en laat zich niet zomaar buiten spel zetten)

twitter love/hate

Waarom ik van twitter houd.

  • gekke gewoontes of zienswijzen delen en er achter komen dat je niet de enige bent
  • huis tuin en keuken dingetjes lezen
  • huis tuin en keuken geluk, goed voor een glimlach
  • groot geluk, hartverwarmend om te lezen
  • verdriet, groot klein. Ontroerend en soms komt het iets te veel binnen
  • leren van persoonlijke ervaringen over leven met zichtbare en onzichtbare handicaps (ik leer zó veel!)
  • leren over racisme, ableïsme, misogynie, en alle andere onderdrukkingsmechanismen, door persoonlijke verhalen én goede inhoudelijke stukken
  • mijn outfits showen en complimenten krijgen!
  • mijn eigen verhalen kunnen delen
  • contact met lieve mensen

 

Er is heel veel om van te houden. 

Er is jammer genoeg ook veel om te haten en om niet meer terug te willen.

Trollen en eng rechts, bekrompen tuig. Ik kan blokken wat ik wil maar de mensen die ik volg, reageren er op. Dat is oké, en ook nodig (het is één van de dingen waardoor ik leer) maar ik blijf die shit wel zien, ook door de quote tweets, En het is er niet één, het blijft doorkomen, want iedereen wil er iets over zeggen. Ik zou wat dat betreft wel een moderator willen die alleen de reacties plaatst waar inhoudelijk iets gezegd wordt. Ik hoef niet van iedereen te weten dat het afschuwelijk is wat Lange Frans of een andere gevaarlijke klootzak zegt. Dat weet ik al. Dit is een reden om weg te blijven. Ik steek mijn kop niet in het zand, ik vind het goed om te weten hoe gevaarlijk Nederland en de wereld is, maar ik word nu overvoerd, en ik ben al misselijk.

Dat en het feit dat ik de verdrietige dingen te veel laat binnenkomen, maken me huiverig voor een terugkeer op twitter. Ik moet dan wel al die mooie dingen en mooie mensen missen. Maar steeds vaker denk ik dat het gezonder is zonder twitter.

 

Proeflezers over “Onder de radar”

Er staan prachtige zinnen in je boek.

 

Een prachtig, dapper, ontroerend en herkenbaar boek wat me diep van binnen heeft geraakt.

 

Het was mooi, pijnlijk, oprecht en ontroerend.

 

Elk hoofdstuk was op zijn plek en nodigde uit tot doorlezen

 

Wat een prachtig boek. Je hebt mij echt meegenomen in en door je leven heen, ontroerend, onderzoekend, pijnlijk, liefdevol, lerend, voelend …



Ik ben echt oprecht heel erg aangedaan door je boek. Er zaten zoveel herkenbare gevoelens in, en je bewoordingen vond ik ook telkens prachtig.

 

Wat ik persoonlijk ook fantastisch vond, zijn de gedichten tussendoor.



De kralenketting

Als kralen aan een lederen veter rijgen de verhalen van Emma zich samen tot een uniek levensverhaal. Beschamend eerlijk, tenenkrommend pijnlijk en ontroerend meeslepend beschrijft Emma haar reis die begon als Jacob Jan. Een reis die we allemaal kennen, hoe verschillend we ook lijken te zijn. Een boek niet enkel voor de transgender of eenieder die worstelt met identiteit. Maar met name een boek voor degenen die zo graag ‘het goede’ doen voor de ander en onderweg merken dat ze hun lach, hun geluk, hun eigenheid een beetje zijn kwijt geraakt.

 

Wat prachtig <3 . 

Ik vond het een heerlijk boek om te lezen door de opzet. Al die ‘losse’ verhaaltjes, delen, herinneringen en gedichten maken uiteindelijk 1  verhaal en geven heel veel afwisseling, wat ik zelf gewoon fijn vind. Ik vond het heel lastig om het weg te leggen, maar ja, 4 kinderen hier, dus niet zoveel keuze soms 🙂 . Als ik na het wegleggen weer verder las, zat ik ook meteen weer in want ik wilde graag het volgende stukje over je weten. Dat was het misschien wel, dat het boek niet van a tot z in 1 rechte lijn ging, maar ook de bochten en de b weggetjes liet zien. Nou ja, het boek eigenlijk niet he, maar jij liet dat zien. 

 

Voor mij was inhoudelijk veel herkenbaar. Ik pas zelf niet zo lekker in de maatschappij, maar natuurlijk gaf ik daar ook van door en passen een aantal van mijn kinderen ook niet zo lekker…. En dan is het zo fijn om te lezen dat ik niet de enige ben en dat we met een heel clubje zijn die om allerlei redenen niet passen.

 

En verder vind ik je hele transitie ontroerend en hoopvol. Je laat zien dat het uiteindelijk prima is om jezelf pas later in je leven te vinden, dat er heel veel mogelijk is, dat je fouten mag maken en wel 10 x mag vallen als je maar weer opstaat. 

 

Emma, je hebt me geraakt <3. Ik hoop dat je iets hebt aan mijn ‘review



wat een geweldig ontroerend boek gaat dit worden.

Enkele woorden: diep geraakt; eenzaamheid; eerlijk en open; mooi die switch tussen de verschillende levensfases (stoort absoluut niet, maar heeft een toegevoegde waarde); het boek zigt je mee, waardoor je het gevoel krijgt het in één adem uit te moeten lezen. Regelmatig bewust gestopt om e.e.a. te laten bezinken, 

Lidewei is ontroerend in al zijn eenvoud



Het boek van Emma is een indringend verhaal van een echt mensenleven. Wat gebeurt er met je leven als je voelt dat jij anders bent, maar dat je eerst nog geen idee hebt hoe anders je bent. Wat doe je als je uiteindelijk ontdekt dat er een vrouw in je zit die er uit wil. Als lezer krijg je langzaam door hoeveel moed het kostte om de eerste keer een jurk te bestellen en te dragen. Alle kleine en grote stappen in de verandering van man naar vrouw beschrijft Emma, soms nuchter, soms vol emotie. Een ding is duidelijk: het proces was niet de gemakkelijke weg. Dat maakt dit boek een belangrijk boek. Omdat je hier in leest hoe eerlijkheid, lastige keuzes maken, en geluk, hand in hand gaan.

Deurklink

De deurklink van mijn raam

(raamklink klinkt zo krom)

vangt in zijn metalen matglans

de laatste restjes zon van de dag.

En met dit beeld

zingt mijn melancholie zich los.

Het machtig mozaïek 

van alle beelden ooit trekt langs

zoals ook de deurklink

van de kamer van mijn oma

die eenzelfde zachte glans gaf.