Genesis 12-14

Vandaag heb ik echt Niko ter Linde nodig om het Sarah mooie te zien.

Ik ben te boos over het gesol met Sarah (Sarai in de Bijbel). Ik vind Abram laf dat jij, om zijn leven te redden doet alsof hij de broer van Sarah is, als hij Egypte in gaat. Ik vind het sowieso ontrusten dat je als vrouw niet veilig bent voor mannen. Kennelijk is het normaal dat mannen met vrouwen kunnen doen wat ze willen. Sarah komt inde harem van de Farao! En Abram wordt beloond! Hoe dan?

Het gomt goed. Maar de manier waarop intrusie me ook. God stuurt plagen naar de Farao. Dat is een voorbode op die vreselijke plagen die Egypte teisteren om het Joodse volk te laten gaan. 

Er is nog meer waar ik me druk over maak. Als de slavernij zo slecht is dat Mozes de Joden moet bevrijden, hoe kan ik dat dan rijmen met het feit dat hier staat dat Abram slaven krijgt van de Farao? Dat hij welvarend is, met al zijn bezit en zijn slaven?

En er is meer om boos over te zijn.

Wat ik gisteren als schreef: Kanaän is een slecht land, alleen maar omdat Cham aan zijn broers vertelde dat zij vader bloot laat te slapen. (Zie gisteren). En nu lees ik dat dat land gegeven wordt aan Abram. Dat daar al mensen wonen maakt kennelijk niet uit.

En daar zit misschien wel de grondslag van een van de groots conflicten van onze tijd. Israël en Palistina. Netanyahu is een schurk. Maar deze schurk beroept zicht wel op de Bijbel om een heel land te bezetten, om een volk uit te roeien. Het is meer dan alleen de Bijbel. Er speelt eindeloos veel meer. Maar de Bijbel kan te makkelijk misbruikt worden.

Door die boosheid kan ik het mooie moeilijker zien. Dus bak ik “Het verhaal Gaat” erbij.

En dat is prachtig. Nico ter Linde zoet zelfs een hele mooie boodschap. Een hele wezenlijke.

Er wordt oorlog gevoerd. Vijf koningen vetten tegen voer andere koningen.  Het verhaal in de Bijbel leest heel moeilijk want ze worden allemaal met naam benoemd. Het is meer een opsomming dan een verhaal.  Nico vat het mooi samen. Dit zijn mensen die met elkaar spreiden “om de heb”. Ik vond dat een mooie uitdrukking, mooier dan “hebberigheid”, dat “om de heb”. 

De neef van Abram, Lot, heeft zich gevestigd in die landen waar nu oorlog is. Niko ter Linde strekt de lijn naar het heden door. Landen die leven “om de heb”, hij noemt dat woord niet, maar ik koppel het aan ons kapitalistische systeem. 

Nico ter Linde maakt een prachtige tegenstelling: Hebben en Zijn. Hij doet zelfs een woordspel. “Hebben” zijn letters die in de goden van Kanaän gebruikt worden, en de letters van “zijn” komen terug in het woord voor God. Niet zo vergezocht. Wat ik weet over de Bijbel is dat woorden, én de letters waarmee ze gevormd worden, veel betekenen in het Joodse geloof. 

Lot koos voor “Hebben” en Abram koos voor “zijn.”

Maar Abram kom Lot wel redden als die in die oorlogen ontvoert wordt. Met zijn stelletje ontregeld lukt het hem ook nog. En hij wil geen beloning. Een konijn biedt hem van alles aan, en hij weigert het aan te nemen. Nico ter Linde merkt heel mooi op dat hij erbij zegt dat zij medestrijders mogen nemen wat hen toekomt. Abram eist van zijn metgezellen dus net dat ze even principieel zijn als hij. Ook dat is mooi. Wel Woke, maar niet betuttelend.

Ik wil leren die mooie dingen ook te zien, zonder mijn ogen te sluiten voor de dingen die niet helemaal oké zijn.

Ik zou willen dat mensen die vanuit de Bijbel zeggen te leven, daar die mooie boodschappen uit haalden.

Niet Netanyahu verdedigen omdat God heeft bepaald dat de Joden recht hebben op heel Israël, maar zien dat hij een van die koningen is die alleen maar leven “voor de heb”. 

Het verhaal eindigt met een goede koning. Een koning die ook priester is. Misschien heeft hij wel een andere god, maar hij herkent iets moois in Abram die zijn neef redde, en geen beloning wilde, en gewoon weer verder trok. Hij zegen Abram. En Abram ontvangt die zegen, ook al is die in naam van een andere god. Dat vind ik mooi. Ik geloof dat iedereen die zich laat inspireren door het hogere, ieder die beseft dat het om “zijn” gaat, en niet om “hebben”, ik geloof dat zij, wij, allemaal geloofsbroeders zijn, welke naam je er ook aan geeft. 

Ik heb al veel te veel geschreven, maar nog even deze. Iets wat me zelf opviel toen ik delen van de Bijbel las.

God roept mensen op. In de preek werd dat gisteren mooi benoemd: het is die stem van binnen die je zegt dat je iets te doen hebt. Iets dat bij jouw weg hoort. Iets van wat jij in dit leven te doen hebt, omdat je enkel bent en alleen jij dat kunt doen. Ik geloof als je doet wat echt van jou is, dat dat even groot is als de oproep die Abram van God kreeg: “sta op, vertrek van hier, en sticht een groot volk.”

Verschillende mensen krijgen in de Bijbel zo’n oproep van God, en ik vind het mooi dat ze er verschillende op reageren. Abram zegt meteen JA! Geen vragen , geen aarzeling. Dat is mooi. Maar ik houd ook van de mensen die er eerst voor wel willen lopen, zoals Jonah. Het is allemaal zo menselijk. En im zien het in mezelf terug. Soms strot ik me halsoverkop in een avontuur, en soms duw ik wat bij mij hoort heel hart weg. Het duurde niet voor niets zo’n vijftig jaar voor ik mijn trans zijn kon zien.

 

 

Genesis 9-11 en Psalm 9

Vandaag maak ik ruimte voor kritiek op de Bijbel. Liefdevol, maar onverbloemd. En misschien zie ik dingen te scherp en zelfs niet helemaal goed. 

Maar ik begin met het verhaal dat er vandaag uit haal. Niko ter Linde wees met het aan in zijn “Het verhaal gaat”. Ik houd van dat boek. Niko is verteller, en verteller met veel achtergrondkennis en daarom een hele goede gids in de Bijbel. Echt een tip!

Ik ben ook verteller, en daarom valt me meteen op wat Nik te Linde uit deze geschiedenis haalt.

Noah verbouwd wijn. Hij drink daarvan en wordt dronken. Naak valt hij in slaat. Zijn zoon Gham ziet hem liggen en verteld het aan zijn broers. De broers gaan achterwaarts naar hun vader toe. Zodanig e hem niet bloot zien, en leggen een mantel over hem heen. De mantel der liefde.

 Leerde in een hele goed vertel cursus (van Mezrab), dat een verhaal een waarheid over het leven vertelt.  Een waarheid, niet DE waarheid.

De waarheid die Niko te Linde uit dot verhaal haalt is dat er een moment komt dat een kent zijn/haar ouders als vaarbaar menselijk wezen ziet. Als klein kind zijn je ouders je helden. Ik weet dat dat niet altijd zo is. Maar dat zijn verhalen die niet aan mij zijn om te vertellen. Mijn ouders waren mijn helden, die alles wisten. En als je groter wordt, ontdek te dat ze maar al te menselijk zijn, dat ze helemaal niet alles weten. Dat is een waarheid, daar zijn verhalen over te vertellen. 

Ik zie ook een andere waarheid in dit verhaal. Een waarheid die wat ingewikkelder licht. Een waarheid over schaamte. Over naakt zijn. Het is mooi om je lichaam als iets intiems te zien, iets dat je niet zomaar met iedereen deelt. Maar je voor mij is een lichaam niet iets om je voor te schamen. Hier zit een hele fijne lijn tussen eerbied voor een jachtakte, en schaamte voor een lichaam. Is het eerbied van de twee broers, dat ze achteruit naar hun vader lopen, of is het schaamte?

Een goed verhaal geeft geen antwoord. Een goed verhaal stelt de vraag. Een verhaal vertelt een waarheid over het lezen, maar vertelt je niet wat je moet doen. Voor mij is een goed verhaal nooit moraliseren.

Ik zou als vertelt dit verhaal op twee verschillende manier kunnen vertellen. Dat is wat ik bij Mezrab keerde. Ik kan me verbinden met deze twee waarheden. Aanvoelen hoe deze waarheden in mijn hart resoneren. Maar een verhaal is meer dan alleen delen wat er in mijn hart zit. Ik geef het een vorm. Ik richt daarmee de aandacht van mijn publiek. Ik neem ze mee. Zo laat ik hun hart ook resoneren met de kern die ik gekozen heb. Het verhaal wordt krachtiger als ik me op één van beide uitganspunten richt. Ze raken elkaar, maar het wordt rommelig als ik ze beide evenveel aandacht geeft. Dat is hoe ik manibuleer. 

Maar ik vertel ze niet wat ze daarvan moeten denken.

En precies dat is mijn kritiek hier.

Want in de Bijbel wordt op dit moment wel heel erg gesurft naar wat je hier van moet denken. Het is slecht wat Cham gedaan heeft. Als Noag het hoort vervloekt hij Sam. 

En het gaat nog verder. Ook het nagelschaar van Cham wordt vervloekt. En dat is Kanaän. Daar komt een heel volk uit voort. Kanaän is een land in de Bijbel. En hiermee wordt zoveel gezocht als dat de mensen die daar wonen slecht zijn. Dat is een voorschot op het veroveren van dat land, want van slechte mensen mag je iets afbakken.

Dat is waar ik de Bijbel gevaarlijk vind. Verhalen zij krachtig, maar je kunt ze maar al te makkelijk verkeerd gebruiken.

En dit is waarom ik snap dat mensen zich afkeren van het geloof. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat het heel erg vaak heet geleid tot verschrikkelijke dingen.  

Genesis 6-8 en Psalm 12

Het verhaal van de zondvloed.

Ik snap zo goed dat je zo’n verhaal maakt. Het is de wanhoop als je overal om je heen ziet dat mensen slechte keuzes maken. We zitten er nu middenin. We kiezen massaal voor regeringen die op geen enkele manier bezig willen zijn met het behoud van de aarde, regeringen die zich op geen enkele manier willen bekommeren op de mensen die toch al in het verdomhoekje zitten. Een trap na, kunnen ze krijgen, die mensen en de aarde.

En als er zoveel mensen meegaan op dat pad, dan is het voor de aarde misschien beter dat de mensheid van de aarde verdwijnt. 

Dat is het sentiment dat ik proef als ik de zondvloed lees. En misschien is er ooit een grote vloed geweest, en is verteld dit verhaal dat een echo van, maar dat vind ik minder interessant.

Het stuk van mijn Brian dat wil snappen leest wel over reine dieren en onreine dieren. Aha . . Dit verhaal is dus genaakt in een tijd dat dat onderscheid al gemaakt is. Dus er ís al een cultuur, een geloof, dat dat onderscheid genaakt is. De verteller gaat er vanuit dat je daarvan weet. Ik mijn hoofd moeten dat soort afspraken nog genoemd worden in de Bijbel. Maar dat weet ik niet zeker.

Mijn dromerige brijn blijft haken op de Raaf. Voor de overbekende duif, met zijn takje in zin mond, was er een raaf “die bleef heen en weer vliegen, totdat de aarde droog was” staat er in de NBV 21 vertaling. 

Maar wat gebeurt er dan met die raaf? Is die nog steeds heen en weer aan het vliegen? Waarom word daar niets meer over verteld?

Dus ik pak er een andere vertaling bij, de Naardense, en daar staat: “die trekt uit in een uittrekken en terugtrekken, tot aan het opdrogen van de wateren van over het aardland.”

Aha, ik had “heen en weer” niet gezien als steeds weer terug naar de ark. “heen en terug” was voor mij een betere vertaling geweest. Maar nog steeds vraag ik me af: als die duif moet gaan kijken of er droog land is, hoe weet de raaf dan dat de dat de aarde droog was, en dat hij kon stoppen met heen en terug vliegen?

En ik denk: “de raaf moet het zware werk doen, en dan mag de duif gaan strijken met de glorie. 
Maar misschien is die raaf helemaal niet bezig met melden of er land is, en heeft Noah daarom die duif gestuurd. Dat is waarom lezen voor mij zo langzaam gaat. Losse eindjes van een verhaal blijven in mijn hoofd rondzwevend. Ze willen afgerond worden. Ik moet dus oppassen dat ik hier niet te veel ga delen over wat er in mijn allemaal bezig is. Dat wordt onleesbaar. 

Iets anders, wat me al eerder opviel toen ik in de Bijbel las, is de obsessie met precieze maten. Is dat zo opgeschreven zodat we weer een ark kunnen bouwen als God toch weer beslist tot een zondvloed? Ik schrijf dit half schertsend, maar ik ben serieus nieuwsgierig naar hoe mensen in die tijd verhalen vertelden. Over wat ze daarin wel en niet deelden, en welke betekenen we niet niet meer kunnen achterhalen omdat we het nu vanuit een hele anderen achtergrond lezen. Misschien had ik een bijbelstudie wel gaaf gevonden. 

Er is nog iets dat ik zeer vreemd vind. In het begin van dit verhaal wordt verteld over godenzonen. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Het lijkt wel of ik in een Griekse tragedie ben verland in plaats van in een bijbel. Godenzonen en Helden. En voordat er iets over uitgelegd wordt, gaan ze ten onder on de vloed. Heel vreemd. 

En ik ben nog niet klaar met dit verhaal. Want wat is dit voor God, die slechtheid beantwoordt met slechtheid? Waar is die liefdevolle God? Dat zal nog vaker gebeuren, weet ik. Het zullen zelfs mensen zijn die liefdevoller zijn dan God zelf, en smeken om die zware straffen niet te laten gebeuren.

God heeft in de Bijbel meerder gedaanten. En dat is ook niet zoo heel gek. Er zijn meerdere vertellers, en ze hebben allemaal hun eigen stem. Ze laten allemaal een aspect zien van dit het grote verhaal van de mensheid en zijn de relatie met God. 

Genesis 4-5 en Psalm 37

Soms zijn Bijbelverhalen ongemakkelijk. Niet in de zin dat ik de boodschap verouderd vind, zoals vrouwe die mannen moeten gehoorzamen, maar omdat ze pijnlijk zijn.

Ongemakkelijk en pijnlijk is goed. Het leven is soms ook ongemakkelijk en pijnlijk. Ik leerde dat ik dat niet kon negeren. Dat geeft alleen maar meer ellende. 

Het verhaal van Kaine en Apel is ongemakkelijk. Ten eerste al omdat God wel let op het offer van Abel en niet op dat van Kaïn. Maar het wordt nog pijnlijker. Kaïn slaat zijn broer dood en licht daar ook nog een keer over.

Afgunst is een lelijk ding. Het wordt niet voor niets in de 10 woorden genoemd als iets waar je je niet aan moet overgaven. Dat is voor mij de kern van het verhaal. Wat ik er van uit haal dat het helend is om anderen iets te gunnen. Het maakt de wereld mooier als je dat kunt.

Het is sowieso een ambacht om je niet te ergeren aan anderen, ook niet als ze echt vreselijke slechte dingen doen. Ik noem dat niet voor niets een ambacht. Het is iets waar ik moeite voor moet doen, iets wat ik moet leren en moet blijven oefenen. Mijn rechtvaardigheidsgevoel is groot. Ik vind het echt onverdraaglijk dat er politici aan macht komen die liegen, bedriegen, en alleen maar bezit zijn om een kleine groep mensen voordeel te geven. 

Daarom vind ik Psalm 37 zo’n mooi.

Erger je niet aan slechte mensen,
wees niet jaloers op wie kwaad doet,
zij verdorren snel als gras,
zij verwelken als het jonge groen.

Dat help me om los te laten. Ik vond het nog steeds erg wat ze doen. Ik zal me blijven verzetten en waar ik kan zal ik het tegen gaan, maar ik wil niet dat het de ergernis me vastzet. 

Het helpt om te weten: wat zij najagen is niet wat echt waardevol is.

Daar zal ik nog vaker op terugkomen, over het gevoel dat “het” gezien wordt. Want ook het goed wordt gezien. Want ook het goed wordt gezien. Ook ik wordt gezien. De allereerste keer dat ik als volwassene een kerkdienst meemaakte, raakte ik ontroerd door de zegen.

De HEER zegene u en behoede u;
de HEER doe zijn aangezicht over u schijnen en zij u genadig;
de HEER verheffe zijn aangezicht en geve u vrede.

Dat kon ik echt laten binnenkomen. Ik voel me dan echt gezien en geliefd. Dat was een heel bijzondere ervaring, en ik kan dat nog steeds ervaren. Het is iets wat ik niet verstandelijk kan uitleggen. En dát is waarom ik gelovig ben.

Ik wil hier nog iets delen dat ik ooit las over het verhaal van Kaïn en Abel:

Er werd betoogd dat de landbouw de gevaarlijkste uitvinding was van de mensheid. Dat is het moment dat we meer voedsel konden maken dan we op konden. Dat is het begin van de eindeloze groei waar we nu zo tegen aan lopen: meer, meer, meer, totdat alles kapot is. Dat begon met de landbouw. Daar zit iets in: we begonnen met meer te maken dan we nodig hadden, en dat ging ten kostte van andere soorten en van de natuur. Dus die landbouw kun je zien als vloek voor de aarde. En dat zou ook de boodschap van het verhaal kunnen zijn. God gaf geen aandacht aan het over van de landbouwer, en wel aandacht aan het offer van de herder. Ik vin daar wel wat in zitten. 

Dat laatste is weer het deel van mijn vriend dat met logica bezig wil zijn. En dat mag ook. Maar ik noem het als een achteraf gedachte, want zo voelt het voor mij. Het belangrijkste voor mij is om de bijbel te lezen met mijn hart. 

Wat dat verstandelijk stuk ook bedenkt is:

”Oja, dat doet de Bijbel vaker, zo’n hele rij navolgelingen om de vroegere hoofdrolspelers met de nieuwere hoofdrolspeler te koppelen. Ni is er een mooie rechte lijn van Adam naar Noah. Dat gaan ze met Jezus ook weer doen. En ik snap die neiging wel, om het helemaal precies terug te kunnen herleiden. Het heeft ook iets moois: weten waar je vandaan komt. Eren waar je vandaan komt.” 

Bijbel in een jaar, 1 januari

Dag 1

Genesis 1-3 en Psalm 8

Ontzag. Dat is het woord dat bij me omhoog komt als ik ver 1 lees. Ontzag voor alles op de aarde, dat grote firmament daarboven. Ontzag voor de grote vragen. Hoe is dat alles ontstaan? En wat is mijn plek daarin?

Mijn dochter Fenna was een jaar of tien toen ze me vertelde over haar gedachten. 

“Ik kan een heel klein probleem heel belangrijk vinden als ik alleen maar dat probleem zien. Maar als ik aan meerdere dingen denk, wordt dat probleem kleiner. Als ik aan nóg meer denk wordt het wéér kleiner. Maar dat kan eindeloos doorgaan. Dan wordt dat probleem zo klein dat het er niet meer belangrijk is, maar als ik dan nóg verder ga ben ik zelf ook niet meer belangrijk. Daar word ik bang van. Want ik kan dat niet meer stoppen in mijn hoofd.

Ontzag. Het oneindige. Het alles. En jezelf zo klein voelen. Dan is het mooi om jezelf gezegend te voelen. God is voor mij een naam voor dat alles waar ik ontzag voor heb. Dat maakt dat ik een persoonlijke band voel met het alles. Het maakt dat ik me niet verloren voel in dat alles. 

Ik zal nog vaker dingen zeggen over wat God voor mij is. Dat is niet iets dat eenduidig is. Het is iets dat groter is dan ik in woorden kan vatten. Maar hier en daar kan ik er wel aan raken. Dus weet, dat steeds al ik zeg wat God voor mij is, dat dat slechts een heel klein stukje is van alles wat ik daarover voel.  

Vers één leest dan als een gedicht. Een gedicht met een mooi ritme. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen, de tweede dag. Hoe mooi is het om je verbonden te weten met het allerseerste begin, ook al is dat alleen maar politieschool zo. Het geeft me een anker. Omdat ik Fenna heel goed snap. Zonder anker kan het alles angstaanjagend zijn.

Vers twee van de bijbel geeft meteen weer dat de Bijbel geen geschiedenis boek is. Het zegt niet: zo is het precies gebeurd. De bijbel verteld een verhaal. De kracht van verhalen is dat het diepere waarheden kan vertellen, juist door los te komen van de vraag of het precies zo gebeurd is. De vraag hoe het precies gebeurd is, is een kleine waarheid. Dat is soms heel belangrijk. Maar het is niet waar het over gaat in de Bijbel. De Bijbel gaat over grote waarheden.

Meteen al in dat tweede vers wordt namelijk iets verteld dat tegenstrijdig is met het eerste vers. De schepping van de mens heeft twee versies. Het leest voor mij ook als twee heel andere vertellers, elk met een eigen stem. En zo wil ik de bijbel graag lezen, als luisteraar naar iemand die me een verhaal verteld. Iemand die beelden schetst en me mee neemt in het verhaal. Dan gaat het deel van mijn hersenen dat alles wil verklaren even slapen, en wordt het creatieve, het voelende, het scheppende deel wakker. Het deel mij verbindt met anderen. Dat verklarende deel ziet altijd eerder wat me van andere scheid, besef ik nu. 

Maar toch wil dat verklarende deel ook iets. En dat mag. Hieronder laat ik het even spreken. 

De boom met de kennis van goed en kwaad, en het verlaten van het paradijs, zijn voor mij zulke beelden. Het paradijs is zorgeloosheid. Er is van alles genoeg, het is er mooi en fijn, en je bent onwetend van goed en kwaad.

Maar zodra je weet over goud en kwaad kan er geen sprake meer zijn van een heerlijke onwetendheid. Je hebt nu een verantwoordelijkheid. Je kunt je eigenlijk niet meer helemaal zorgeloos voelen. En er zal onherroepelijk een moment komen dat je moet kiezen tussen twee kwaden. Die verantwoordelijkheid is een zware last. Die last moeten dragen is voor mij het vertrek uit het paradijs. Ik kan dat niet als straf zien. Ik zie het als datgene wat we hier te doen hebben. We moeten leren leven met een wereld waar goed is maar waar ook kwaad is, en we kunnen niet meer doen alsof we dat niet zien. Voor mij is het een opdracht om niet weg te kijken, en om steeds bewust te kiezen voor het goede, ook al zal dat vaak moeilijk zijn, ook al zullen we daar niet vlekkeloos in zijn. 

En ook al zullen we het nooit bereiken, we zullen blijven geloven dat we het paradijs samen met elkaar kunnen maken, hier op aarde.

Het nieuwe jaar

Mensen denken dat het nieuwe jaar op 1 januari begint. Maar dat klopt niet. Het nieuwe jaar is eind december al heel druk bezig. Ze wordt ingewerkt door het oude jaar.

Ze lopen door velden en bossen, straten en pleinen. 

“Zie je de takken van de bomen? Daar ga je straks in de lente allemaal knoppen zien, die blaadjes worden. Die blaadjes verkleuren en dwarrelen dan naar de grond. Zo zulke je ook mensen zien opbloeien, en je zult ze zien sterven. Dat hoort er allemaal bij.”

Het nieuwe jaar hoort de bladeren onder haar voeten ristelen. Ze kijkt rond en luistert naar de warme stem van het oude jaar.

”Mensen zullen je willen claimen als hun jaar. Weer anderen zullen je haten om wat er gebeurde. Laat dat allemaal gaan. Je bent niet degene die alles laat gebeuren. Je hoeft er alleen maar te zijn. Bij het mooie, en bij het verdrietige.”

Het nieuw jaar kijkt naar twee jongens die hand in hand op een bankje zitten, ze ziet een vrouw die wandeld zomaar opeens stilstaan en heel verg weg kijken, voorbij de bomen van het bas, ook al staan die te dicht op elkaar om daar iets te kunnen zien. 

“Mag ik?” vraagt ze. Het oude jaar knikt en het nieuwe jaar loopt naar de vrouw en slaat haar handen om haar heen. Ze is klein, en komt niet veel verder dan haar benden.

”Dat is wat je kunt doen”, zegt het oude jaar: “En als de mensen er voor open staan kunnen ze het voelen.”

Het belangrijkste is dat je beseft dat het niet gaat om gebeurtenissen. Oh, ze zullen het straks eindeloos hebben over gebeurtenissen, en die zullen ze allemaal aan mijn toeschrijven. Maar het gaat niet om gebeurtenissen. Het gaat om mensen. Het gaat om al die momenten, hoe klein ook, dat ze elkaar aanraken. Mijn hun lichaam, of met hun gedachten. Het is aan jou om erbij te zijn, zodat het niet ongezien blijft.

Hij nam het nieuw jaar bij de hand, en samen liepen ze verder. Het nieuw jaar wist dat de warmte die zou nu voelde bij haar zou blijven, ook als het oude jaar vertrokken was. Ze wist dat ze die warmte door kon geven, een heel jaar lang. En dan zal ze het doorgeven aan het jaar dat na haar komt.

Bijbel in een jaar woord vooraf 2

 

Ik lees Bijbels tegengif voor nu.

Het boek Danliël wordt uitgelegd tegen de tijd van nu. Er zijn verrassend veel overeenkomsten.

En toevallige gaat de lezingenreeks die ik volg over Apocalyps literatuur, en ook over Daniël (want die hoort daar ook bij). Via de lezingen leerde ik dat Apocalyps gewoon “openbaring” betekend, en dat de teksten protest teksten zijn uit een tijd waarin de bevolking gebukt gaat onder een tiran. Dat lijkt er op deze tijd, waar overal de tirannen stempels zetten. 

In dit boek wordt gesteld dat de hele Bijbel eigenlijk die toon heeft: gek genoeg is de Bijbel dus anti establishment.  Verhalen waarin verteld wordt hoe het volk bevrijd wordt uit de g van tirannen, of, zoals je het ook kunt zien, uit onderdrukkende systemen.

In dat boek lees ik dus dat het nog al wat uit maakt hoe je de Bijbel leest. “Voor elke ketter een letter”, is een uitspraak waarmee waarschijnlijk wordt bedoeld dat je leken niet moet vertrouwen met de uitleg van de Bijbel.

Maar . . 

Dit boek laat duidelijk zien dat tirannen de Bijbel misbruiken voor hun eigen gewin.

Ik ben het daar mee eens. Maar dat is ook maar een mening.

Een mooi dilemma: als je de Bijbel wil gebruiken om te lezen over grote waarheden, maar je bent zelf de filter waardoorheen die waarheden heen gaan . . . Hoe werkt dat dan?

Ik vertrouw erop dat ik een goed filter heb als ik er vanuit ga dat God Liefde is. Maar ik moet niet alleen die Bijbel kritisch lezen, ik moet ook kritisch naar mezelf blijven. 

 

Wolken tekenen

Mijn overgrootvader zei al:

”Die wolken zij niet echt zo,. Zo ben ik van binnen.”

Ik probeer ook niet meer de wolken te tekenen zoals ze op mijn foto’s staan.

Wat ik nu doe in een “brush” kiezen (dat is een digitale kwast), en dan “vingerafdruk van die brush laten bepalen hoe de wolken zijn. Ik hou er van als je de afdruk van een kwast ziet, of die nu echt of digitaal is. Het is eigenlijk een beetje spelen wat ik doe. En dat is precies wat tekenen moet zijn. 

Wat ik van deze winterluchten zo mooi vind is dat waterige zonnetje en het juist niet knalrode of oranje, maar juist de subtiele verkleuring. Voor mij voelt het alsof de lucht me zacht aait, omdat ze weet dat ik al zo veel prikkels binnen krijg. 

 

 

Bijbel in een jaar, Woorden vooraf

Ik ga de hele bijbel lezen in één jaa. Daarvoor heb ik een speciale Bijbel (NBV21) die daarvoor een speciale volgorde heeft waar pasgeleden en spreuken tussen de langere teksten worden verweven, en waarin gewisseld wordt tussen oude en nieuwe testament.

Ik ben van plan om hier elke dag te schrijven over wat ik lees en wat dat bij mij oproept. Daartussendoor zal blijken wat het geloof voor mij betekend. Dat is niet eenduidig en misschien ga ik mezelf zelfs tegenspreken, maar dat hoort er allemaal bij.

NAWOORD.
Ik ben gestopt om elke dag te schrijven. Het is te vers. Ik wil eerst dingen laten bezinken.
Het lukt me ook niet om elke dag te lezen. Soms ben ik gewoon boos over wat ik lees, en kost het tijd om het weer op te bakken. Het wordt dus de Bijbel in twee jaar, of mee. Dat mag allemaal.

Dit is mijn persoonlijke geloofstocht, die overigens al in mijn jeugd begon. In mijn boek “Onder de Radar” heb ik al geschreven hoe het geloof een altijd een onderdeel van mijn leven is geweest, als heb ik dat heel lang niet geloven genoemd. Ik vermeed ok het woord God.  Maar intussen heb ik een kerk gevonden waar ik me thuis voel. Daar wordt op een vrijzinnige manier met het geloof omgegaan. Ik ontmoet daar mensen met wie ik kan praten over de de dingen die zo essentieel zijn en niet tastbaar. Ik deed dat lange tijd online met spirituele mensen. Ik ben blij dat ik nu ik de mensen in net echt kan spreken. Ik merk ni trouwens ook dat deze gelovigen in veel opzichten minder dogmatisch zijn dan veel spirituele mensen. Dat is de reden dat ik nu wel het woord God gebruik. En ik ben nieuwsgierig naar de verhalen. 

De Bijebel is niet nieuw voor me. Ik maakt daar kennis mee ten tijde van het verschijnen van de Niewe Bijbelvertalning in 2005. Dat is nog steeds de Bijel die ik als standaard gebruikt. Dat ik nu vier verschillende vertalingen heb is voor mijn autisme die maakt dat ik mijn interesses soms want manische trekkende krijgt. Ik vind het mooi om verschillende vertalingen naats elkaar te zien, en kijken welke keuzes er zijn genaakt. Het geeft ook inzicht hoe je een tekst anders kunt lezen. Ik heb NBV05, NBV21, De Naardense vertaling en de Willibrord vertaling.  Daarnaast heb ik een hele mooi kinderbijbel met vertellingen van ginderboekeschrijvers, de bijbel voor ongelovigen (zeer aanbevelenswaardig), en ik begon ooit met “Het verhaal gaat” van  Nikko Terlinde.

 

Ik heb nooit alles in de Bijbel gelezen en dat ga ik nu dus wel doen. En hier komt dus het verslag. Ik blijf kritisch als ik de bijbel lees, omdat ik besef dat het mensen zijn die het geschreven hebben. En mensen worden beïnvloed door de tijd waarin ze leven. Naast onsterfelijke waarheden weet ik dat ik ook normen en waarden uit andere tijden tegen ga komen. Ik neem de vrijheid om zelf te kiezen en keuren wat wat is. Ik zal dat met een open hart doen, maar ik ben zelf natuurlijk een kind van mijn tijd, dus mijn normen en waarden zullen te zien zich mengen met die onsterfelijke waarheden. Dat zie ik iet als probleem. Die diepe waarheid kan ik voelen, maar zodra ik daar woorden aan geef glipt het weg. Dat kan niet anders. Maar als we allemaal die waarheid zoeken en proberen te benaderen, dan komen we samen wel heel erg dicht bij. Dit is mijn kleine aandeel, meer niet.

 

 

 

 

Nieuwe manier van tekenen

Dit is een tekening waar ik blij van word.
Ik kom losser van het precieze tekenen.
En ik hou van de “kwast” waarmee ik werkte. Die is weerbarstig (want waterverf effect), maar dat geeft een soort wisselwerking met mij waarmee ik los kom van de foto die ik gebruik.