Geloofscrisis

Geloofscrisis is is niet het juiste woord. Ik heb een goede en helpende relatie met een innerlijke stem die ik nu God wil noemen. Ik ga naar een kerk waar ik onderdeel ben van een gemeenschap die dit innerlijke leven in mij snapt. Dat is belangrijk. Ik heb dat heel erg gemist in mijn leven.

Het doet me goed om lid te zijn van de kerk. Ik heb mooie gesprekken, lees mooie boeken die allemaal God als kern hebben, maar vervolgens heel breed en openhartig met het leven, en alles wat daarin gebeurt, om gaan.

Ook dat is belangrijk want er gebeurt veel in mijn leven. Veel heftige dingen ook, waar ik de steun goed bij kan gebruiken.

Maar nu die crisis.

Ik besloot de hele Bijbel te gaan lezen. Om wat meer achtergrond te weten over dat geloof waar ik me bij aan heb gesloten.

Daar lees ik ook heel erg veel mooie verhalen. Ontroerend, liefdevol, schokkend. Dat mag allemaal. Ik heb inmiddels door dat God vele gezichten heeft, en dat vind ik juist heel mooi.

Maar ik kan niet met al die gezichten door één deur. En ik lees dingen waardoor ik God bij de lurven zou willen bakken, en roepen: “Hé God, zó zijn we niet getrouwd!”

Ik wil het hier hebben over een specifiek thema. Het probleem is dat dat thema ook een hele mooie kant heeft, Het is de Exodus, de uittocht uit Egypte. Dat staat voor bevrijding uit de slavernij en het mooie is dat je die slavernij ook veel breder kunt zien. Het gaat over bevrijding.

MAAR!

Het heeft een zeer duister kant die ik niet weg kan redeneren.

God beloofd de Joden een land. Dat is mooi. Maar mijn probleem is dat dat land al bewoond was. En die mensen doe er niet toe. Die mensen mogen zelfs gewoon dood. Ik lees hoe het Joodse volk een massa slachting.

Rechters begint met die slachting. In Betel worden alle inwoners vermoord. Allen de verrader, die ze liet zien hoe ze binnen moesten komen, wordt met zijn hele gezin gespaard. Wie zijn hier nu de slechteriken? En God, hoe kom je er bij om zo met mensen om te gaan. Hoe bestaat het dat je beslist dat de ene groep mensen meer waard is dat de andere? Zo zijn we niet getrouwd!

Ik kom een uitleg tegen, al helemaal in het begin, in Genesis die ik ook al problematisch vind. 

Noah is veilig aan land met zijn ark. Hij verbouwd druiven en drinkt van de wijn die hij gemaakt heeft, en valt naakt in slaap. Zijn jongste zoon Sem ziet hem en vertelt aan zij broers wat hij ziet. Dat wordt uitgelegd als wandaad. Want kennelijk is het schaamtevol om je vader bloot te zien. Ik heb eerder al een keer geschreven dat je daar verschillend over kunt denken. Daar wil ik het niet niet over hebben.  De Bijbel kiest ervaar om het een schande te vinden en Sem wordt vervloekt voor deze daad.

Tot twee keer toe wordt gezegd dat Sem de vader is van Kanaän. Dat lijkt mij niet voor niets. Dit is een voorzet, want Kanaän is het land dat aan de Joden wordt beloofd. En hier wordt uitgelegd dat de Kaänanieten dus kennelijk de zonde van Sem hebben geërfd en dat ze daarom uit een land mogen worden weggejaagd of vermoord.  Ik kan dat niet anders lezen.

Als ik dan ook nog lees dat de Gaza strook wordt veroverd kan ik niet ontkomen aan de gedachte dat de Bijbel hiermee een genocide goedkeurt. En gezien de huidige tijd heb ik daar een heel erg groot probleem mee.

Dat maakt dat de druiven van de Bijbel een zuren smaak krijgen voor mij. Zo zelfs dat ik mooiste heb met verder lezen. Ik was een tijd terug als gestopt omdat ik vond dat de Egyptenaren ontredelijk zwaar werden gestraft. Ik werd toen al boos omdat ik tot twee keer toen las dat God er voor zou zorgen dat de Farao ze niet zou laten gaan, zodat God zijn wonderen kon laten zien. En die wonderen waren dood en verderf. Ik lees een Bijbel die me elke dag een deel laat lezen. Ik stopte hier. Dat was in de veertig dagen tijd.

Nu, na Pinksteren, wilde ik het weer oppakken. Ik zou gewoon het stuk overslaan dat ik mistte en weer bij de datum van nu beginnen. En dat is dus Rechteren, en het begint met de slachting die ik hierboven beschreef. Ik ontkom er dus niet aan. Ik moet hier iets mee. Maar ik weet werkelijk niet wat. 

Nou ja, ik weet het wel. Ik wilde in iedere geval dit schrijven. En ik wil er met mensen over praten. Het zit me echt dwars.