God als uitslover en opschepper

Rechtersn 6 en 7.

Ik schreef hier dat God in de Bijbel breedere gezichten heeft. Ik beschrijf er hier twee. God als tastbaar iemand met wie je kunt praten. En, zoals de titel al zegt, de God die een beetje een uitslover en misschien zelfs wel een opschepper is.

Er woon nu een generatie in Israël die niet meer mee heeft gemaakt hoe God ze hielp bevrijden uit de slavernij. Ze hebben dus ook die slavernij dus niet meegemaakt. En misschien maakt dat ze verwend.  Want er is te lezen dat het volk slecht deed in de ogen van God.

Om ze te straffen laat God Israël veroveren en plunderen door de buurlanden. Dan is er een rechter die namens God Israël bevrijd, maar even later begint alles weer  opnieuw. Dat gaat een aantal keren zo door.

Een van deze Rechters is Gideon. Ik hou erg van de het verhaal hoe God Gideon roept. Er komt een Engel langs. Op een gegeven moment zegt Gideon aan God: wacht even, ik ga iets halen, blijf even hier. En God belooft dat hij blijft wachten. Als Gideon terug staat er dat hij iets geeft die onder de onder de boom zit. Dan staat er dat de engel zegt wat hij moet doen.

Er wordt dus rechtstreeks over God gepraat, waarmee Gideon in gesprek is. Dan is er iemand die onder een boon zit en iets aan pakt. En dan is de enge die dingen doet en zegt. Ik vind het mooi dat het onduidelijk blijft of Gideon nu rechtstreeks tegen God tussen of via God tegen de Engel. Of IS God die Engel? Dat zelfde gebeurde ook al toen God bij Abraham op bezoek kwam om te vertellen dat jij een zoon kreeg.

Dat vind ik een mooie God. Een God die op een af andere manier als mens naast je staat. Het is ook een God waar je vragen aan mag stellen. Het is zelfs een God die bereid is om tekenen te geven als je nog niet Helemaal geloofd dat het echt is.

Dat is voor mij een heel menselijk God, waarmee je mag discussiëren, waarmee je zelfs mag onderhandelen. Het is voor mij ook de God waar ik boos op mag worden. 

En dan, als God de tekens heeft gegeven, twee zelfs, gaat Gideon op bad om te struiken tegen de vijand.

En dan komt de uitsloverige God naar voren. Want Gideon verzamelt een heel groot leger, en je ziet God denken: “Ja met zo’n groot leger is het een ijtje om de vijand te verslaan. Dan kunnen ze niet zien dat het aan mij te danken is. Dan is het net alsof ze dat helemaal zelf hebben gedaan en mij niet nodig hebben.

Dus hij besef dat iedereen die bang is naar huis mag gaan. Veel mensen vertrekken. Maar het zijn er nog te veel. Dan moeten ze water gaan denken en alleen degen die als een hond het water uit de rivier grootte mag blijven. Met een klein clubje van 300 man moet de strijd gevoerd worden. Dat is bas een wonder.

Eerder deed God dat ook al bij de bevrijding uit Egypte.  Tot twee keer toe is het God zelf die er voor zorg dat de Farao Wijster het volk te laten vertrekken. Want, zo zecht hij zelf, dan kan ik geen wonderen doen.

Deze God wil dientafel. Het is een Cecil B. TheMIlle, het is Tom Cruise die als Ethon Hunt zijn Mision Impossible doet.  En hij doet Ik zwem effen stunts, helemaal zonder EI.

Dat is een God die zijn spierballen wil laten zien. En, net zoals ik het soms heerlijk vind om een actiefilm te kijken vindt ik het we leuk dat de Bijbel ook deze God laat zien. Zolang ik maar weet dat die anderen er ook zijn,  zoals bijvoorbeeld het God die ik het begin noemde. Een God die me veel dierbaarder is, omdat jij naast je komt zitten, en met je wil praten.