Feeling Awesome

En dan mezelf zo geweldig voelen. Toch bipolair? Nee, stemmetje, bemoei je er niet mee!

Ik had vandaag een masterclass make-up.  Voor Linda TV. (uitzending 30 november 2019).

Ik kan een helebooel schrijven. Maar dat doe ik niet. Eén beeld zegt meer dan alle woorden die ik nu bedenken kan.

Lieve Emma,

Kijk hier naar, als je een diepdonkere bui hebt. Zie hoe mooi je bent. Zie hoe je straalt. Dit ben jij, niet dat donkere.

Accepteren

TW (depressieve buien)

 

Accepteren blijft een lastige!
met die twee c’s

 

Deze schreef ik een paar jaar terug. Ik had intussen geleerd dat mildheid en humor erg helpt bij accepteren. Ik heb me een levenlang zo afgesloten dat accepteren niet in mijn vocabulaire voorkwam. Mijn leven was er juist op gericht om alle ellende voor te zijn, en als dat niet kon, om die ellende dan maar vast over mezelf uit te roepen, dan had ik het tenminste gehad. Niet dat ik door had dat ik het zo deed, trouwens.

Totdat ik mezelf begon te openen, en merkte dat er nogal wat te accepteren viel. Ik had mooi oefenmateriaal. Ik had flinke Tinnitus, oorsuizen. Ik vond van mezelf dat ik daar mee moest kunnen leven, maar ik werd er gek van. En toen ontdekte ik een beginnetje. Ik stond mezelf toe dat ik er gek van werd. Ik accepteerde dat ik het niet kon accepteren. Ik kon dit op meerdere dingen toepassen.

 

Goed is niet hetzelfde als fijn
als je dat kunt voelen mag alles er zijn

 

Ik zie dingen vaak haarscherp, en kan ze ook best goed formuleren. Maar dat ik het weet, betekent nog niet altijd dat ik het ook kan leven. Jawel, ik leerde steeds meer vrede te hebben met de dingen waar ik geen vrede mee had. Ik liet steeds meer stukken zelf toe. Maar weet je, uiteindelijk koos ik de krenten uit de pap. Ik accepteerde de dingen die min of meer klaar lagen om geaccepteerd te worden. En misschien werkt het ook wel zo. Dat je alleen klaar bent voor de dingen in je ‘zone van ontwikkeling’. Want, wow! Wat was, én is(!) er nog veel te accepteren, vooral van mezelf.

Nu bijvoorbeeld. Ik heb overprikkelingsbuien. En die zijn heviger dan ooit. Deels door hormonen, maar ook omdat ik de kraan van mijn gevoel steeds verder open zet. Sinds deze zomer heb ik buien de dof en zwaar zijn, buien waarin ik helemaal niets meer zie zitten, buien waar het voor mij allemaal klaar en afgelopen mag zijn. Gelukkig heb ik een mooie compassievolle interne dialoog met mezelf, en trek ik mezelf er uiteindelijk weer uit.

Ik vond je op de bank
je lag te snikken
ik ging naast je zitten en zei niets.
Toen je op wilde staan
omdat je vond dat je naar bed moest
legde ik zacht mijn hand op je heup
“je hoeft niets”
fluisterde ik.
Ik zag dat je me niet kon geloven
“ook dat hoeft niet”, zei ik.
Ik begon je heel zachtjes te aaien,
omdat woorden nog te kwetsbaar waren.
Je liet het onverschillig toe
dat deerde me niet,
ik bleef aaien.
Ik deed het voor jou,
niet omdat ik vond
dat het moest helpen.
Heel langzaam werd je rustig,
het duurde wel een uur
en al die tijd bleef ik bij je
en aaide je.
Je verdriet werd zachter,
je stond toe dat ik je in mijn armen nam.
Ik voelde hoeveel pijn het je deed
om mijn liefde te ontvangen.
“Ook dit mag”, fluisterde ik.
Je knikte haast onmerkbaar.
“Het is nog niet goed”. zei je.
Ik knikte, “weet ik, en dat mag.”
We lagen stil
weer samen
jij en ik.
Je wist weer
ik ben bij je
altijd
want ik ben jou.

 

Goed. Ik accepteerde dat ik deze buien had. Ik kon ze ook altijd wel weer herleiden naar een moment daarvoor waar ik hevig overprikkeld was. Maar nu. Nu komen deze buien vaker voor. Soms wel meerdere keren per week. Ook als ik het tussendoor best goed heb. En dus was er weer iets wat ik niet kon accepteren. Een bui, oké! Maar regelmatig terugkerend? What the fuck is wrong with me? Ik ben toch zo blij met mijn vrouw zijn?

Ik ben nu zo ver (en dit schrijven helpt) dat ik ook dit kan accepteren. Ik ben dingen aan het loslaten. Logisch dat er veel shit naar boven komt. (Zie je dat ik nog niet helemaal zo ver ben? Dat ik nog een verklaring nodig heb om het er te laten zijn?)

Dit ben ik dus. Mét mijn buien.

Pffff.

De reis gaat voort

een wereld waar het wél klopt

Ik pak een oude hobby weer op: programmeren. Lekker knullig, gewoon in Basic. Een verbeterde versie van de taal die ik in 1987 gratis bij mijn Atari ST kreeg. Die Atari was destijds, samen met de Amiga, een soort Apple Macintosh kloon. Een echte grafische interface, met muis!  In de tijd dat Windows nog een ongelukkige schil was over het oeroude MsDos, wat iedereen nog gebruikte. Dat zwarte scherm met alleen een C:\> , en dat was géén emoi.

Jee wat spreek ik hier een nerd-taal. En dat is precies waarom ik weer ga programmeren. Ik ga mijn nerd weer vrij laten. Die is te lang ondergesneeuwd geweest. Ik was nerd in een tijd dat nerd-zijn niet cool was, maar een reden was om flink gepest te worden. Ik leerde al snel om mijn nerd te verstoppen. Echte nerds hebben trouwens met hun ogen gerold bij het lezen van Basic als programmeertaal. Maar ook dat kan mij niets meer schelen. Ik ben misschien geen echte nerd, ik ben wel een echte ik. 

Programmeren was voor mij een veilige wereld. Volstrekt logisch en voorspelbaar, alles klopte. Als er iets niet klopte, kon je gewoon zoeken naar de fout. Dat kon soms lang duren, maar je kon wel heel systematisch stukken code uitsluiten waar de fout niet kon zitten. En altijd vond ik hem, kon ik het repareren, en liep alles weer precies zoals ik het wilde. Héérlijk! Was het in de echte wereld maar zo makkelijk.

Maar die echte wereld was anders. Niet dat ik daar de fouten niet kon vinden, oh nee! Ik zag vaak heel precies waar dingen fout liepen. Ik zag zelfs hoe makkelijk dingen te repareren waren. Maar ik kreeg steevast te horen dat dit nu eenmaal de manier was waarop de wereld draaide. “In een ideale wereld heb je gelijk, maar dat is niet hoe het werkt. Wees blij met de kleine dingen die je wél kunt betekenen. Je doet ook altijd zo moeilijk!” Story of my life. Ik hield geen enkele baan langer dan 3 jaar vol. Mijn omgeving vond dat ik niet zo idealistisch moest zijn, geen enkele baan was altijd leuk. Ik heb ze nooit uit kunnen leggen dat het niet ging om leuk, dat ik gewoon echt stuk liep, in die banen. 

Dus, als tegenwicht tegen die wereld waar ik nooit echt vriendjes mee ben geworden, maag ik nu weer eigen perfecte wereldjes maken. Gewoon leuke projecten. Ik maakte vroeger bijvoorbeeld een goed werkende digitale versie van Rivercrossing. Wat een heerlijke uitdaging was dat. Alleen nog even bedenken waar ik mijn tanden nu in ga zetten.

Ik ben niet lief en zelfs niet altijd eerlijk en open

(blogpost ik het het kader van #worldmentalhealthday)

Goed, ik mag nu dus erkennen dat ik daar ook bij hoor, bij de psychisch kwetsbaren. Lang kunnen verbergen, net als mijn vrouw zijn. Het voelt als een soort tweede coming out.

Mijn webben die ik zo ragfijn weefde, om te kunnen overleven, waren vernuftig en slim. Maar ook mooi. Lief en zacht, en zorgzaam voor anderen. Dat het vermijdingsmechanismes waren, en nog zijn. Daar heb ik vooral mezelf mee.

En soms niet. Soms doe ik anderen pijn met mijn zorgvuldig omslachtig vriendelijk zijn. Dát is misschien op dit moment wel mijn zwaarste les: weten dat ik lang niet altijd aardig ben. Weten dat ik scherpe kantjes heb, misschien juist vanwege mijn aardig willen zijn. Dat is erg moeilijk om naar te kijken. Alles schreeuwt in me dat ik mijn plek op aarde niet verdien als die schaduwkant er is. Maar het is er. 

Weet je, zelfs deze blogpost is een vorm van vermijden. Als ik het zelf zeg, is het minder erg dan als anderen dit over mij zeggen. Zo is openheid een deel van mijn web.

Dat is ook precies hoe mijn innerlijk criticus kon groeien, anderen vóór zijn. Een innerlijke criticus is altijd te streng, maar ze heeft niet altijd ongelijk. Dit mag ik aan. Ik ben niet altijd lief, en om van te houden. En toch mag ik er zijn. Ik mag mijn webben loslaten. Weet je dat het nóg lastiger is dan een transitieproces?

 

altijd kwetsbaar

Vandaag komt mijn eerste vlog online bij Linda TV. Al een half jaar kijk ik hier naar uit. Want ja, schoorvoetend beken ik dat ik die publiciteit heerlijk vind. Dat schoorvoetend is omdat er een stem in me is die zegt dat ik alleen maar aandacht vraag. Dat dat compensatie is. Dat ik daarvoor in therapie moet. Ik stel de stem gerust. Ik ga ook in therapie. Ik sta op de wachtlijst.

Wat rot dat juist op deze dag mijn oude angsten dat ik nergens voor deug mij even hevig overvallen. Dat ik de aandacht niet verdien. Dat ik mooi weer speel. Ik weet dat ze weer weg gaan, die gedachten, maar dat kan ik niet voelen als ik er middenin zit.

Ik schrijf dit omdat dit er ook is. Ik houd zo verschrikkelijk veel van mijn leven. Ik geniet zoveel meer nu ik ook aan de buitenkant vrouw mag zijn. Maar deze diepdonkere buien zijn er ook. Ook dit stuk van mij mag er zijn (al schreeuwt mijn hoofd van niet).

Ik hoop dat de bui op tijd over gaat, want ik wil heel erg graag genieten van de aandacht zonder de stem die zegt dat ik het niet verdien.

Aan alle lieverds die dit soort buien kennen: ik voel je. Weet dat ze weer overgaan. Zelfs nu, midden in zo’n bui weet ik dat zeker. Ik houd van jullie.

We zullen altijd kwetsbaar blijven, soms maakt ons dat lelijk, vaak maakt ons dat mooi.

Liefs

Emma

Update:
Een vriendin is onderweg, van ver. Moeilijk, want in zo’n bui verdien ik ook dat niet. Ik besluit nu dat ik dat wel verdien.

nog een update:

Ik ben zo blij dat ik haar toe liet. Ik ben weer alleen en het is goed. En ik geniet van de fantastische lieve reacties op mijn vlog.

Fuck the world

[et_pb_section bb_built=”1″ admin_label=”section”][et_pb_row admin_label=”row” background_position=”top_left” background_repeat=”repeat” background_size=”initial”][et_pb_column type=”4_4″][et_pb_text admin_label=”Text” background_position=”top_left” background_repeat=”repeat” background_size=”initial” _builder_version=”3.11.1″]

Ik dacht dat ik met mijn transitie een grote fuck you had gemaakt naar alles wat iedereen van me vond. Dat ik daar nu vrij van was, want dit was een grote stap. Niet dan? Niet dus.

Geven om wat mensen van me vinden is al meer dan een halve eeuw mijn overlevingsmechanisme. Misschien juist wel omdat ik oorspronkelijk juist helemaal niets gaf om wat anderen van me vonden. Ik kan me momenten herinneren waarop ik me totaal onbewust ben van wat anderen denken en vinden. Ik kan nog veel meer momenten herinneren dat ik me achteraf rot schrok, omdat me flink werd ingepeperd dat ik daar wat beter op had moeten letten. Dat opletten is mijn tweede natuur geworden. Nu het stof van mijn tweeëneenhalf jaar transitie is gaan liggen zien ik dat mijn mechanisme nog grotendeels intact is. Pas nu kan ik gaan werken aan het loslaten daarvan. Het is zwaar werk, maar, maar het volhouden van mijn bewakingssysteem kost nog veel meer energie. Energie die ik niet meer heb. Ik ben klaar met alles wat hoort. Ik kan nu al voelen hoeveel opluchting het is om daar los van te zijn. Ik had op mijn leeftijd daar natuurlijk al lang klaar mee moeten zijn. Maar ik was er té goed in. Ik zag zelf niet eens dat ik het deed, dat ik het nog steeds doe. Maar ik leer. Ik krijg hulp (ooit, wachtlijsten en zo). Ik kom er wel. 

Weet je waarom het zo lang duurde?

Ik bouwde laag op laag vanwege mijn schaamte. Want ik schaamde me ervoor dat ik me zo aanpaste. Ik was toch zeker niet zo’n braverik? De laag die ik eromheen aanlegde was dus een laag waarin ik me schijnbaar juist niet aanpaste. Maar in feite was ik alleen maar bezig om heel zorgvuldig te kiezen waaráán ik me aan paste. Aanpassen aan mensen die zich niet aanpassen, gaf mij de schijn van onaangepast durven zijn. Zó subtiel werkt het, godverdomme!

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

Papier

Papier is mooi. Want met woorden kan ik werelden scheppen. De verbeelding van de lezer is de grijze stof tussen de regels. We doen het samen.

Maar papier is zo plat als ik het wil gebruiken om overzicht te krijgen. Daar helpt geen schema aan. Lezen gaat nog wel, maar schematisch weergeven wat zich aan chaos in mijn hoofd bevindt, is onbegonnen werk. Zelfs drie dimensies zijn niet genoeg om beeld te krijgen. Want het is niet alleen beeld, wat daar zit. Het is gevoel, en het beweegt.

Jammer is dat, want ik houd zo van logisch gerangschikt en overzichtelijk.

Mezelf snappen én mezelf zijn. Alleen een kunstenaar is zo gek om die twee te willen verbinden. 

 

het schuurt aan mijn pijn

Soms krijg ik een artikel over transgenders doorgestuurd door vrienden. Vaak over een jonge trans vrouw of over een trans meisje en haar ouders. Ik lees het, ben geraakt, ontroerd, en ik bedank mijn vrienden. Vanmorgen durfde ik voor het eerst te vragen om te stoppen met het sturen van dit soort artikelen. Ik vroeg het aan een goede vriendin, daarom durfde ik het.

Tot nu bedankte ik alleen, en hield ik mijn gevoelens geheim. Want wat ik voel is jaloezie, en ik schaam me daarvoor. Ik vind jaloezie ook een rotwoord. Het is geen afgunst. Ik ben oprecht blij als ik lees over ouders die hun trans dochter bijstaan, of over jonge trans vrouwen die na een worsteling eindelijk stralen.

Maar ik voel ook de pijn dat ik dat allemaal niet had. En die pijn mag er op een of andere manier niet zijn. Omdat ik daarmee het geluk van anderen ontken, of op zijn minst vertroebel, zo voelt het. En ook omdat ik er nu toch wel eens een keer overheen moet zijn. Daarom houd ik het binnen, uit schaamte. Ik ben blij dat ik het vanmorgen durfde te delen. Want binnen mij woekert het, de pijn en de schaamte.

Het was helend dat ze het direct snapte. Ik weet dat het ook anders kan. Dat mensen schrikken van mijn pijn. Dat ook zij voelen dat mijn pijn op een of andere manier het geluk van een ander vertroebelt. En dan gaan ze in de verdediging. En dan moet ik uitleggen dat ik het niet aanvallend bedoel. Pijn is zo moeilijk om te delen, en helemaal in reactie op iets dat voor anderen mooi is.

Ik wilde dat er een woord voor was, want ik vermoed dat er heel veel pijn op deze manier in krochten blijft wonen.

Iedere dag bloggen

Dit is de start van mijn iedere dag bloggen.

Ik deed dat in 2012 (op jacobjanvoerman.nl) , en het was het begin van een bijzondere reis. Tot die tijd voelde ik mezelf mislukt. Door te delen wat er in mijn hoofd om ging ontdekte ik dat ik niet de enige was met zo’n vreemd hoofd. En het hielp om mezelf te snappen. In die zin was het ook therapie. Het heeft me zó veel gebracht. Ik maakte een theater, schreef een prentenboek, en ik durfde uit mijn werk te stappen. Het heeft me zelfs de vrienden gebracht waardoor ik uiteindelijk (5 jaar later) in transitie durfde te gaan.

Maar er was ook een valkuil. Mezelf snappen en in woorden vangen was ook een manier om te vermijden mezelf te voelen. Ik had zó veel door. Maar lang niet alles voelde ik ook. Ik ontdek nog steeds oude dingen in mijn blog, waar ik nu pas echt tegen aan loop. “Maar ik wist het!!! Zeven jaar geleden al!” denk ik dan. Maar weten is niet voelen. En voelen is niet doen.

Diezelfde valkuil is ook nu aanwezig. Ik mocht van mezelf niet bloggen. “Voel het maar, in plaats van er over te schrijven.” Maar ik vind nu dat ik te streng was voor mezelf. Ik maak te vaak van dat soort rigoureuze beslissingen. Ik mag milder zijn. Ik mag schrijven én voelen. En ik ga in therapie. Want een blog schrijven is wel therapeutisch, maar ik weet nu dat het geen vervanging is voor therapie.

Ik heb geen thema. Ik schrijf hier over wat me elke dag bezig houdt. Het wordt mijn dagboek.

En er komt een boek, voor een deel gebaseerd op mijn oude blogs. Dit blog wordt dan een soort vervolg op dat boek want het heeft een open einde.

De coach en de engel

Ik werkte op het UWV werkplein, en kreeg een bijzondere klant.

Een man in gescheurde, vieze kleren. Z’n hopeloos geval.

Ik begon zoals ik bij elke klant begon. Ik vroeg wie hij was en wat hij wilde.

Hij vertelde dat hij een engel was.

‘Ik ben een engel met een speciale opdracht van God. Ik ben onderweg mijn vleugels kwijtgeraakt. En toen ben ik gevallen en heb mijn kleren gescheurd. Ik ben een groot deel van mijn geheugen kwijt, en ik weet mijn opdracht niet meer. Maar het ergste van alles is dat ik zichtbaar ben.’

Help, dacht ik, maar ik besloot nog even toch even door te vragen:

‘waarom is het zo erg dat je zichtbaar bent?’

‘Nou, als ik onzichtbaar ben, zien ze niet wat ik niet ben’.

Ik deed nog even moeite om dat te ontrafelen, maar besloot dat ik daar niks mee op schoot.

Ik moest een beroep in het systeem zetten, dus vroeg ik naar wat wilde en kon. Het enige dat ik er uit kreeg is dat hij een reddende engel wilde zijn. En dat zijn enige probleem is dat hij zijn opdracht is vergeten.

Of ik hem daarmee wilde helpen.

De komende afspraken met deze man waren een verzoeking. Ik kon hem met de beste wil van de wereld niet overtuigen dat hij zich eerst eens moest opknappen en dat hij dan maar eens een cursus werk zoeken met social media moest volgen. Hij had al die tijd naar mijn computer gekeken alsof hij er nooit een had gezien.

Hij bleef er bij dat hij anderen wilde helpen.

Zucht. Hij kon zichzelf niet eens helpen.

Na vele gesprekken gebeurde het. Misschien was het laat en was ik moe. Misschien is dat de verklaring.

Ten einde raad vroeg ik nog eens: wie ben je nu echt? De man vroeg: “Wil je dat echt weten?” Ja, zei ik. En op dat moment meende ik het ook.

Toen drong het pas langzaam tot me door. Hij had het al die tijd gezegd. Misschien was hij wel écht een. . .

Ik keek nog eens naar de man. Hij glimlachte naar mij en werd langzaam maar zeker doorzichtig. De glimlach verdween als laatste, tenminste die glimlach was het laatste wat ik me herinnerde. Hij zei nog: “dankjewel”, en was verdwenen.

In de hemel in het paradijs, kwam de engel weer terug. Zijn vleugels waren ook weer heel. Maar nog steeds wist hij niet wat zijn opdracht was. Dat was dus het eerste wat hij vroeg. Het antwoord was: “Je opdracht was om iemand te leren om in anderen te geloven.”

 

Dit schreef ik in 1998. Het UWV-werkplein heette toen nog arbeidsbureau.  (en nee social media bestond nog niet. een cursus “Word”  was toen het modewoord, en de sleutel tot alle banen.)

Inmiddels zou ik het verhaal laten afspelen bij het WMO. Maar ook dat kan niet. Een engel heeft geen DigiD.

Er zijn teveel engelen die tussen wal en schip raken. Laten we ze zijn voor wie ze zijn.