(blogpost ik het het kader van #worldmentalhealthday)

Goed, ik mag nu dus erkennen dat ik daar ook bij hoor, bij de psychisch kwetsbaren. Lang kunnen verbergen, net als mijn vrouw zijn. Het voelt als een soort tweede coming out.

Mijn webben die ik zo ragfijn weefde, om te kunnen overleven, waren vernuftig en slim. Maar ook mooi. Lief en zacht, en zorgzaam voor anderen. Dat het vermijdingsmechanismes waren, en nog zijn. Daar heb ik vooral mezelf mee.

En soms niet. Soms doe ik anderen pijn met mijn zorgvuldig omslachtig vriendelijk zijn. Dát is misschien op dit moment wel mijn zwaarste les: weten dat ik lang niet altijd aardig ben. Weten dat ik scherpe kantjes heb, misschien juist vanwege mijn aardig willen zijn. Dat is erg moeilijk om naar te kijken. Alles schreeuwt in me dat ik mijn plek op aarde niet verdien als die schaduwkant er is. Maar het is er. 

Weet je, zelfs deze blogpost is een vorm van vermijden. Als ik het zelf zeg, is het minder erg dan als anderen dit over mij zeggen. Zo is openheid een deel van mijn web.

Dat is ook precies hoe mijn innerlijk criticus kon groeien, anderen vóór zijn. Een innerlijke criticus is altijd te streng, maar ze heeft niet altijd ongelijk. Dit mag ik aan. Ik ben niet altijd lief, en om van te houden. En toch mag ik er zijn. Ik mag mijn webben loslaten. Weet je dat het nóg lastiger is dan een transitieproces?

 

Please follow and like us: