(er zitten erg veel links in deze blogpost, dat is omdat er nu heel veel samenvalt bij mij. Alles heb ik al een keer beschreven, en alles krijgt weer een nieuwe betekenis)

Ik zou nu graag hamertje tik spelen, mooi netjes die kleurige stukjes in een symmetrische vorm leggen, proberen van die hoekige dingen een poppetje of een dier te maken vond ik nergens op slaan. 

Of in mijn caleidoscoop kijken, ook al zo mooi symmetrisch, steeds veranderend en altijd mooi.

Of in een boek van Richard Scarry lezen. Dat was een bizarre wereld, en toch was ook dat veilig. Alles had zijn eigen plek, je kon door muren heen kijken en overal gebeurde iets, Hier was een wereld die in één klap te begrijpen was. (Ik voelde als kind al aan dat in buitenlandse prentenboeken de wereld nét even anders was. Andere landschappen, andere dieren, andere gebruiken. Gek genoeg was dat niet verontrustend, het was een soort code: hier is alles anders en toch hetzelfde. Het maakte die werelden een beetje vreemd, maar ze bleven behapbaar, ik maakte ze tot míjn werelden, veiliger dan de echte bekende buitenwereld)

 

Later toen mijn kinderen die leeftijd hadden, dook ik nostalgisch weer in die veilige wereld. Kabouterstad was een spelletje uit de eerste PC tijd. Plaatjes waar je op kon klikken en die dan een kleine animatie lieten zien. Eindeloos ontdek plezier en met schitterende tekeningen en een mooi muziekje.

Ik schreef er al over op mijn oude blog  Ook toen al had ik van die knusse buien.

Voorlezen was ook al zo’n knusse bezigheid.

Ik herschrijf mijn boek en was bezig met een hoofdstuk over de kinderboeken die ik las en voorlas. Ook daar schreef ik al eens een blog voor, en dat gebruikte ik. Het gedicht uit dat blog “Under the rose”van Walter de la Mare (het staat hier) wilde ik graag ook op papier, in een bundel. Bij die zoektocht stuitte ik op vier gedichten die elk een eigen prentenboek kregen, over de vier seizoenen.

Mijn nostalgie slaat altijd hevig aan bij seizoenswissels. Ik schreef er al veel gedichten over. Al mijn zintuigen staan aan, alle herinneringen komen boven. Deze week schreef ik over de lente.

Het lijkt wel of ik nu nóg veel meer opensta voor alles wat binnenkomt, en de hele wereld komt binnen en het is veel te veel allemaal. Het giert door mijn lijf.

Hier schreef ik al hoe dat voelt, al die natuur.

En hier het verdriet.

En hier over het voelen zelf

Dat is denk ik waarom ik vroeger graag veilige, duidelijke begrensde werelden zo heerlijk vond. Ik ben ze altijd heerlijk blijven vinden en ik snap nu ook waarom.

(Hier schreef ik ook al over die veilige werelden)

Dus die boekjes moest ik hebben. Veilig weg kunnen duiken in heerlijk prenten, in een wereld die te behappen is.

Kijk nou hoe mooi:

 

Het duurt nog even voor ze binnen zijn, dus ik heb maar even mijn boekenkast geplunderd om nu al weg te kunnen zwijmelen.

 

Ik liep even langs het monument voor twee minuten stilte, en daarna door naar de uiterste rand van mijn berg. Dat is de enige plek waar je ‘s zomers de zon kunt zien ondergaan,

Ik had even mijn eigen “Summer evening” (met 12 graden, brr)