Selecteer een pagina

Ik wilde zó verschrikkelijk graag dat er iemand mijn flat inliep en naast me op de bank ging zitten, zachtjes tegen me aan, een hand op mijn been, zonder iets te zeggen.

Zo graag dat toen ik dat zelf wilde doen ik mezelf af wees. Ik had dat nog niet door. Ik deed zorgzame dingen voor mezelf, maakte een lekkere salade, lakte mijn nagels, fietste naar Arnhem om een boek op te halen, bestelde een zomerhoed. Maar het kwam allemaal niet aan. Al drie dagen niet.

The Feet, mechanical, go round –
A Wooden way
Of Ground, or Air, or Ought –
Regardless grown,
A Quartz contentment, like a stone –

(Emmily Dickinson)

Ik voelde mezelf verharden.

En net opeens, zei ik tegen mezelf dat ik het goed deed, dat ik dapper was, dat het helemaal voorstelbaar was dat ik mijn eigen hulp even afwees, dat ik boos was, dat ik het even allemaal niet meer kon trekken. Dat dat allemaal heel erg oké was. Dat kwam aan. Ik doe het goed en ja, ik ben heel erg dapper dat ik mezelf overeind houd.

Alsof er een deur in me open gaat, en ik mezelf binnen laat.

 

zie ook: hierhier en hier