Selecteer een pagina

Ik zorgde goed voor mezelf, dacht ik. Ik leerde mijn grenzen bewaken, ‘nee’ zeggen, lieve dingen voor mezelf doen, mezelf iets gunnen.

Maar ik deed het allemaal maar half.

Want om voor jezelf te zorgen heb je twee zelven nodig. De zorger en de verzorgde. Dat zorgen, dat kon ik intussen wel, maar de verzorgde leer ik nu pas kennen.

Steeds vaker ben ik in dialoog met mezelf, en vraag ik wat ik wil, wat ik écht wil. En dan kom ik er achter dat ik dat verrassend vaak niet weet. Bij gebrek aan antwoord deed mijn verzorger dan maar wat. Nu wacht ze geduldig, tot ik het wel weet. En het antwoord is vaak net even anders dan verwacht. Zo doe ik nu soms een middagslaapje in plaats van de koelkast afstruinen naar iets waar ik zin in heb. Die koelkast gaat nu dus ook pas open als ik weet wat ik eruit wil halen.

En steeds vaker ontdek ik dat ik gewoon niks wil. “Je mag ook gewoon even zo blijven zitten, uit het raam staren”, zeg ik dan. “Je hoeft niet naar het balkon omdat daar de zon schijnt.” De gedachten die dan komen, laat ik even makkelijk ook weer gaan. Ik hoef al dat moois niet in blogvorm of dichtvorm om te zetten. Het mag er ook gewoon even vluchtig zijn. Ik zeg: “dankjewel” tegen mezelf, geef mezelf een zachte aai en ik voel hoe ik geaaid wordt.