Streler en gestreelde

Ik streel mijn haar, mijn huid
Ik ben streler en gestreelde.
Streler zijn, dat kan ik,
Gestreelde zijn doet pijn.
Ik scheur kapot
als ik het toelaat,
een stille schreeuw
uit mijn spelonken
die tranen uit me perst.
”Laat maar toe”,
fluistert mijn streler
en mijn gestreelde
zou niets liever willen
dan eindelijk
die overgave
maar ze kan nog steeds niet voelen
dat ze ook mag leunen.

En nu
Een half jaar later
is ze er
de overgave.
Maar er is niemand
om me aan over te geven.
Ik wieg mezelf in dit gemis.
En nog steeds vloeien de tranen.

 

slechte dagen

Ik had gisteren (7 april) een hele slechte dag. En ik voelde dat die slechte dag al een tijdje sluimerde. Het is nu ook nog aan het na sidderen. Op een of andere manier blijven steeds die tranen komen.

Ik meldde me af bij twitter omdat ik steeds meer pijn kreeg bij het lezen van berichten, en steeds meer boosheid.

Een oud jeugdtrauma (wat zeg ik? levenstrauma!) speelde hevig op. Als heel klein kind voelde ik al aan dat volwassenen stomme dingen deden. De enige uitleg die ik kreeg was altijd omdat het nu eenmaal zo geregeld is. Zelfs als ze het met me eens waren dat het een beetje stom geregeld was, moest ik toch maar niet moeilijk doen. Ik moest leren me in te voegen en binnen de lijntjes mijn eigen ruimte te zoeken. Hoe ouder ik werd, hoe meewariger ik werd aangekeken als ik dingen aankaartte.

Heel heel langzaam bouwde ik een dikkere huid die me moest beschermen tegen de domheid van de wereld. Ik kocht mijn onrust af door te doen wat ik kon binnen mijn mogelijkheden. Altijd te weinig, waardoor ik weer uit mijn baan vloog op zoek naar een plek waar ik meer ruimte kreeg. Tot nu toe bleek de ruimte nooit genoeg. 

Heel langzaam maakte ik mijn mislukken tot mijn eigen schuld. Een volgen de keer zou ik beter slagen, zou het me wel lukken om meer van mijn idealen te realiseren.

Vorig jaar brak ik. Ik was op van al mijn pogingen. Ik had teveel van mezelf weggegeven. Dat wilde ik nooit weer. Maar omdat mijn enige coping mechanisme was om altijd iedereen te begrijpen en om mee te bewegen, heb ik nu geen manier meer om de wereld aan te kunnen. Een tijdje probeerde ik principiële onverzettelijkheid uit, maar daar werd ik ook niet gelukkig van.  Ik had zo graag de hersteltijd van mijn operatie gebruikt om heel rustig mijn eigen weg te vinden. Geholpen door de diagnose die ik dit voorjaar krijg. Een nieuwe balans.

En nu heb ik niks. Alles ligt open en is rauw. Ik zie hele mooie lieve dingen maar ik zie ook nog steeds de verschrikkelijke domheid, die nog door veel te veel mensen als gewoon of onvermijdelijk verkocht wordt. Zonder coping mechanisme komt dit heel rauw binnen, en daar triggert het oeroude pijn. En het maakt me woest! Ik voel de onmacht die ik als kind voelde. Een onmacht die zo overdonderend was, dat ik mijn leven lang mezelf klein hebt gemaakt. En nu voel ik woede daarover. Omdat het nog steeds gebeurt, overal. Het liefst zou ik, als ik niet in tranen uitbarst heel hard met dingen willen smijten, en willen vloeken en schelden. Daarom heb ik twitter uitgezet. Het is een akelige beslissing want ik mis de mensen daar. Maar het ook doet te veel pijn nu.

Ik mis heel veel lieve mensen heel erg. Maar ik lees ook te veel pijn en domheid. Ik kan niet goed meer filteren. Alles komt keihard binnen.

Wat ik het meeste mis is zijn armen die me wiegen en een stem die zegt dat alles goed komt. Dat ik mag zijn zoals ik ben. Ik krijg dat digitaal, en zelfs per post, en dat is hartverwarmend. Maar ik heb zo vreselijk hard die fysieke armen nodig. Ik streel mezelf nu, en barst dan steevast in huilen uit.

Dit is wat het is. Het is klote. Maar het is.

 

I ain’t dead


het bordje dat mistress Weatherwax om doet als ze slaapt
(Hat full of sky – Terry Pratchett)

Voor iedereen die bezorgd is:

Het gaat niet goed, het komt wel weer goed. Ik sta altijd weer op.

(en mocht ik het deze keer niet in mijn eentje redden, in mei start mijn diagnose traject)

Maar op twitter, als ik woorden wil zoeken, kan ik alleen maar heel hard vloeken, of ik kan door mijn tranen niets lezen en niet zien wat ik typ.

Ik heb even geen woorden van troost of blijdschap.

Liefde is er gelukkig altijd.

Dag lieverd

Dag lieverd, je hebt me weer even nodig. Wil je praten of is het genoeg dat ik je even in mijn armen neem.

-allebei. dank je. waarom voel ik me zo vreselijk verdrietig?

Je bent moet schat, je bent doodop. Deze tijd vraagt emotioneel zo veel van je. En dat ben je jezelf ook nog eens aan het therapeuten. Weet je, je mag ook gewoon even niks. Alleen maar even huilen.

-maar ik kan toch ook niks met een boek, of mooie film? Ik kan toch ook uitrusten zonder me zo klote te voelen?

Weet je schat, je wil veel te graag dat het goed met je gaat. Voel je pijn nou maar.

-Maar dat heb ik nou al zo lang gedaan. ik was er net aan het uitkomen, ik voelde me weer goed, ik voelde me krachtig. Ik begon weer te genieten.

En die kracht ben je niet kwijt, en dat goed voelen ook niet, dat genieten is er straks ook weer. Maar vergeet niet welke klappen je hebt gekregen deze weken. Dat alle anderen die ook krijgen maakt het voor jou niet minder. Lieverd, je bent zo sterk, ook in je verdriet, wees blij dat je geleerd hebt om te vallen. En soms mag je even blijven liggen voor je weer op staat. Blijf nog even liggen. Ik omarm je, ik streel je. 

over bewust

Ik werd wakker omdat ik overal voelde waar mijn lijf het dekbed wel en niet raakt. Dat is niet zo gek, ik kan pas slapen als ik mijn dekbed aan alle kanten strak om me heen wikkel, maar nu voelde het bijna als pijn. Zo overbewust was ik van mijn huid. Een stem in mijn hoofd zei: “dit is waarom jij je gevoel uitschakelt.”

Ik heb dat vaker, die over bewuste momenten. In mijn bossen en uiterwaarden vind ik dat heerlijk. Dan is het net of ik de wortels onder de grond kan voelen, de takken boven mijn hoofd, ek ik strek mezelf uit over die schitterende brede uiterwaarden. Ik ben met mijn aandacht bij alles om me heen.

Maar ik had het ook een keer toen ik in de bus zat. Ik besefte opeens hoe alle materialen waar die bus van gemaakt werd van verschillende plekken komen, gemaakt in verschillende fabrieken door allemaal mensen die families hebben, en dat die fabrieken zelf  ook weer gemaakt zijn door anderen, in andere tijden, met materialen die weer ergens anders vandaan komen. Ik voelde bijna hoe alles samenkwam in die ene bus. En toen keek ik naar buiten en besefte hoe dit gold voor alles waar die bus langs reed. Het was of in contact stond met duizenden en en duizenden anderen mensen en plaatsen en tijden. 

Ik houd die over bewuste momenten niet heel lang vol, want het voelt alsof ik uit elkaar barst, precies zoals ik vannacht voelde alsof ik uit elkaar barstte.

“dit is waarom jij je gevoel uitschakelt.” klinkt weer de echo van die stem vannacht.

En toen herinnerde ik me dat ik afgelopen week dit las:

(Hat full of Sky, Terry Pratchett)

Liefdesbrief aan mezelf

Hoi lieverd,

 

Ik houd van je. Ik vind je mooi, je lach, je rode krullen, je benen, en ook je kleine borsten vind ik mooi. En je gezicht, zo mooi zacht en sterk, krachtig en kwetsbaar, en ogen vol vertrouwen. Ik van houd alles van je, ook de Jacob Jan in je. Ook de Jacob Jan die nog niet wist dat ze Emma was.

Je bent altijd zo eigen gebleven, zo trouw aan jezelf, ook al betekende dat dat je jezelf heel ver terug moest trekken, steeds dieper in jezelf. 

Ik houd van je eindeloze associatieve denken dat echt alle kanten uitschiet, en me mee op reis neemt langs een lange stoet van beelden, flarden van zinnen en gevoel.

Ik houd van je onhandige rechtvaardigheidsgevoel, dat je steeds weer laat struikelen, en steeds sta je weer op.

Ik hield van je onzekerheid, maar meer nog houd ik van het zelfvertrouwen dat elke dag groter wordt.

Ik houd van je wijsheid en je mildheid.

Ik houd zelfs van de scherpe kantjes die je zo graag verbergt, maar die steeds weer naar buiten komen poppen.

Ik houd van je sociale onhandigheid, en je gekke starre rituelen, die je zelf vaak niet eens door hebt.

Ik houd ervan dat je zomaar opeens de lichtheid van het leven kan voelen, dan huppel je en straal je, ik wilde dat mensen dat konden zien.

Ik houd van je lieve stille aandacht voor alles en iedereen, hoe zo lief alle spullen in je huis toespreekt, en de bomen in je bossen.

Ik houd ervan hoe je het landschap inademt, hoe je er deel van wordt, hoe je jouw berg herinnert aan hoe prachtig het is.

Ik houd ervan dat je altijd een beetje in die andere wereld bent, en daar kleine stukjes van meeneemt naar deze wereld.

Ik houd van je tranen.

Ik ben zo blij met jou

Mijn hoofd

Toen ik in 2012 eindelijk de binnenkant van mijn hoofd deelde in mijn blog, bleek ik niet de enige te zijn met zo’n gek hoofd. Heel erg veel mensen herkenden zich in wat ik schreef, en voor het eerst voelde ik me minder eenzaam. Veel mensen ontmoette ik ook in het echte leven, en altijd was er een klik. Ik leerde over hoogsensitiviteit, en ik maakte een begin met de acceptatie van hoe mijn hersenen nu eenmaal werkten. Het was een soort van opluchting te merken dat ik gewoon anders gebouwd was dan de meeste mensen. Dat mijn onaangepastheid niet lag aan niet genoeg mijn best doen. Hoogsensitiviteit was een prima werktitel. Ik leerde over overprikkeling, en over rejection sensitivity (pijnlijk herkenbaar).

Maar recent begin ik te twijfelen. Mijn transitie heeft de kraan opengezet naar heel veel mij. Langzaamaan kom ik naar buiten. En dan ploppen er ineens ook allemaal autistische trekjes naar boven.

Ik kan mijn hersenen het best beschrijven in een paradox, ik ben dol op paradoxen, straks zal wel blijken waarom. De paradox is dat ik niet tegen rechtlijnigheid kan, en dat ik juist heel erg rechtlijnig ben.

Ik kan niet tegen binnen de lijntjes. Lijntjes maken me nieuwsgierig naar wat er buiten is. Ik wil alles graag alle kanten op verkennen, en ik bekijk graag alles vanuit alle hoeken. Ik ben eindeloos nieuwsgierig naar wat er tevoorschijn komt. En ik ben helemaal verrukt als ik patronen herken. Het is alsof ik dan het onzichtbare web van de waarheid op het spoor ben, het spul dat alles aan elkaar verbindt. Een bijzondere mix van orde en chaos. Daar heb je de paradox weer. Ik geloof dat in elke paradox een diepe waarheid schuilt. Elke waarheid heeft zijn tegenovergestelde waarheid. En door die twee met elkaar te verbinden ontdek je een hogere waarheid. Dat verbinden doe je niet door een laf compromis te sluiten. Dat is alsof je de wipwap in de speeltuin horizontaal vastzet. Je haalt de beweging eruit. Het helpt trouwens geen donder want kinderen weten die vastgezette wipwap toch wel weer als speeltuig te gebruiken, als evenwichtsbalk, bijvoorbeeld, en daar is het eeuwigdurende zoeken naar een wankele balans weer terug. De beweging vindt haar eigen weg. Ik liet me in dit stukje expres even gaan in mij hink stap sprong associaties, want dat geeft een inkijkje in mijn brein. Dit soort gedachten over dingen heb ik doorlopend. Ik kan ze niet niet denken. Tot zover mijn niet-rechtlijnige, in alle dimensies bewegende brein.

Maar er zit ook erg veel rechtlijnigheid. Kijk, ik kan het prima hebben als er lijnrecht tegenover een waarheid een andere waarheid bestaat. Ik zou zelfs een beetje teleurgesteld zijn als dat niet zo was. Maar wat ik niet kan hebben is dat er tegenover een waarheid een slappe “ja maar” staat. Ja, je hebt gelijk maar dat komt nu even niet goed uit. Ik voel het altijd tot in mijn tenen als waarheden op die manier besmeurd worden. Het maakt me bijna onpasselijk. We moeten het milieu redden, maar vooral niet te hard, want we moeten onze economie beschermen.  Dat soort kul. En ik ben dat soort flauwekul mijn hele leven overal tegengekomen. Uiteindelijk heb ik leren leven met de drogredenen en de cognitieve dissonantie, maar het kostte me altijd kruim. En eerlijk gezegd, ik doe het zelf ook. Als ik mijn rechtlijnigheid doortrek besef ik dat ik veel te veel privileges heb. Maar wat is het alternatief? Huis en haard verlaten en mensen in de derde wereld redden? Maar ben ik dan niet de zoveelste white saviour? Ik kom in deze gedachtegang altijd uit bij een Catch 22. Dus laat ik hem weer los. Ik kan dat, ook omdat ik weet dat ik geen moer opschiet met dit denken.  Maar als ik hevig overprikkeld raak, in een depressieve bui kom, dan is dit één van de dingen die hevig op me in beukt.

Dat is mijn hoofd. Vrolijke chaos die alle kanten op gaat, en tegelijkertijd een hele onhandige compromisloosheid, die maar één kant op kan.

Geluk

Ik praat me mezelf. (Duh!). Ik splits mezelf in tweeën in die gesprekken. Het is de manier waarop ik mezelf uit mijn depressieve buien red. Hoe zwart het ook rondom me is, er is altijd die stem die van me houdt en me terug kan brengen door heel geduldig met me te zijn. Ik kan op die manier ook voor mezelf zorgen. Dan zeg ik tegen mij dat ik de badkamer wel even voor me poets. Of ik vraag mezelf of ik iets lekkers mee moet nemen uit de winkel, het mag alles zijn.

Gek genoeg werkt deze gespletenheid, van twee kanten zelfs. Ik ben dan blij dat ik iets voor mij doe, én ik ben blij dat het ik het voor mij gedaan heb.

Vandaag ging het een stap verder.

Steeds vaker zie ik een mooie vrouw in de spiegel. In het begin dacht ik dan: “je lijkt wel een heel ander persoon dan vroeger.” Intussen besef ik dat ik een heel ander persoon bén. Ik houd van die persoon. En ik voel dat er van me gehouden wordt. 

Vandaag draaide ik me weg van de spiegel, en het gevoel bleef. Ik aaide mezelf, over mijn schouder, over mijn wang. En toen ging mijn hand onder mijn jurk, over mijn dijen. Ik voelde hoe bijzonder het was om aan te raken, dat is iets wat ik helemaal nooit doe bij vrouwen (bij mannen ook niet trouwens). Ja, bij mijn ex, maar dat was nadat we ruime een maand om elkaar aan het heen hadden gedraaid. Deze verkenning voelde veel gewaagder. Ik voelde ook hoe bijzonder het was om gevoeld te worden. Ook dat was me nog nooit overkomen. 

Ik voelde vandaag kortom voor het eerst hoe ik een sensueel lichaam heb. Passief en actief. Ik stapte vandaag een wereld in die ik nog niet kende. Het is onbeschrijfelijk hoe dat voelt.

Twee jaar hormonen, en ik ben nog steeds in de puberteit. Dit is de seksuele ontwikkeling die ik overgeslagen heb, denk ik.

Dat was een schok. Het blijft nog steeds een schok, en verdriet en rouw als ik besef wat ik allemaal gemist heb. Nu houd dat gemiste leven me heel erg bezig. Er komt een tijd dat ik ook weer kan voelen wat ik allemaal wél geleefd heb. Ooit zal ik mijn twee levens integreren.

 

Verdriet

Ik droomde. Ik lag in een slaapzak, ergens op een slaapzaal. Zoals in mijn studententijd tijdens een introductiekamp. Het meisje waar ik een klik mee had lag naast me. Ze ging tegen me aan liggen, en we begonnen heel voorzichtig te vrijen. 

“Ik zal niet aan je piemel komen”, zei ze: “ik zal voorzichtig zijn, en het maakt mij niet uit dat je daar nu nog even aan vastzit, maar ik snap hoe moeilijk dat voor je is.” 

Ze kuste me.

Ik werd huilend wakker. God, wat mis ik mijn jeugd als meisje, jonge vrouw. Wat mis ik het dat ik nooit fijne seks heb gehad. Wat mis ik het dat ik nu geen arm om me heen heb.

Het gemis voelt zwaar, alsof al die jaren zonder nu op me drukken.