Selecteer een pagina

Toen ik in 2012 eindelijk de binnenkant van mijn hoofd deelde in mijn blog, bleek ik niet de enige te zijn met zo’n gek hoofd. Heel erg veel mensen herkenden zich in wat ik schreef, en voor het eerst voelde ik me minder eenzaam. Veel mensen ontmoette ik ook in het echte leven, en altijd was er een klik. Ik leerde over hoogsensitiviteit, en ik maakte een begin met de acceptatie van hoe mijn hersenen nu eenmaal werkten. Het was een soort van opluchting te merken dat ik gewoon anders gebouwd was dan de meeste mensen. Dat mijn onaangepastheid niet lag aan niet genoeg mijn best doen. Hoogsensitiviteit was een prima werktitel. Ik leerde over overprikkeling, en over rejection sensitivity (pijnlijk herkenbaar).

Maar recent begin ik te twijfelen. Mijn transitie heeft de kraan opengezet naar heel veel mij. Langzaamaan kom ik naar buiten. En dan ploppen er ineens ook allemaal autistische trekjes naar boven.

Ik kan mijn hersenen het best beschrijven in een paradox, ik ben dol op paradoxen, straks zal wel blijken waarom. De paradox is dat ik niet tegen rechtlijnigheid kan, en dat ik juist heel erg rechtlijnig ben.

Ik kan niet tegen binnen de lijntjes. Lijntjes maken me nieuwsgierig naar wat er buiten is. Ik wil alles graag alle kanten op verkennen, en ik bekijk graag alles vanuit alle hoeken. Ik ben eindeloos nieuwsgierig naar wat er tevoorschijn komt. En ik ben helemaal verrukt als ik patronen herken. Het is alsof ik dan het onzichtbare web van de waarheid op het spoor ben, het spul dat alles aan elkaar verbindt. Een bijzondere mix van orde en chaos. Daar heb je de paradox weer. Ik geloof dat in elke paradox een diepe waarheid schuilt. Elke waarheid heeft zijn tegenovergestelde waarheid. En door die twee met elkaar te verbinden ontdek je een hogere waarheid. Dat verbinden doe je niet door een laf compromis te sluiten. Dat is alsof je de wipwap in de speeltuin horizontaal vastzet. Je haalt de beweging eruit. Het helpt trouwens geen donder want kinderen weten die vastgezette wipwap toch wel weer als speeltuig te gebruiken, als evenwichtsbalk, bijvoorbeeld, en daar is het eeuwigdurende zoeken naar een wankele balans weer terug. De beweging vindt haar eigen weg. Ik liet me in dit stukje expres even gaan in mij hink stap sprong associaties, want dat geeft een inkijkje in mijn brein. Dit soort gedachten over dingen heb ik doorlopend. Ik kan ze niet niet denken. Tot zover mijn niet-rechtlijnige, in alle dimensies bewegende brein.

Maar er zit ook erg veel rechtlijnigheid. Kijk, ik kan het prima hebben als er lijnrecht tegenover een waarheid een andere waarheid bestaat. Ik zou zelfs een beetje teleurgesteld zijn als dat niet zo was. Maar wat ik niet kan hebben is dat er tegenover een waarheid een slappe “ja maar” staat. Ja, je hebt gelijk maar dat komt nu even niet goed uit. Ik voel het altijd tot in mijn tenen als waarheden op die manier besmeurd worden. Het maakt me bijna onpasselijk. We moeten het milieu redden, maar vooral niet te hard, want we moeten onze economie beschermen.  Dat soort kul. En ik ben dat soort flauwekul mijn hele leven overal tegengekomen. Uiteindelijk heb ik leren leven met de drogredenen en de cognitieve dissonantie, maar het kostte me altijd kruim. En eerlijk gezegd, ik doe het zelf ook. Als ik mijn rechtlijnigheid doortrek besef ik dat ik veel te veel privileges heb. Maar wat is het alternatief? Huis en haard verlaten en mensen in de derde wereld redden? Maar ben ik dan niet de zoveelste white saviour? Ik kom in deze gedachtegang altijd uit bij een Catch 22. Dus laat ik hem weer los. Ik kan dat, ook omdat ik weet dat ik geen moer opschiet met dit denken.  Maar als ik hevig overprikkeld raak, in een depressieve bui kom, dan is dit één van de dingen die hevig op me in beukt.

Dat is mijn hoofd. Vrolijke chaos die alle kanten op gaat, en tegelijkertijd een hele onhandige compromisloosheid, die maar één kant op kan.