Slecht horen

Het is duizelingwekkend hoe ingewikkeld slecht horen is.

Het is letterlijk onvoorstelbaar wat ik allemaal niet hoor.

Het is óók letterlijk, óók even onvoorstelbaar wat ik allemaal toch mee krijg, op basis van de gebrekkige informatie die akoestisch binnen komt.

Het is niet goed uit te leggen, het verrast mezelf nog steeds wat ik allemaal mis. Het blijft vaak ook ongemerkt want de grote lijnen krijg ik wel mee. Het belangrijkste, de lading, de non-verbale informatie krijg ik juist heel goed mee. En heel soms ook niet, als ik teveel energie moet steken in verstaan. Zie je hoe ingewikkeld het is? (1)

En dan de kleine dingen die ik mis. Meestal niet zo erg, maar soms juist cruciaal. Dan mist er een klein stukje info. Dat kan belangrijke info zijn en dat komt dan altijd wel weer boven tafel. Het presenteert zich dan als een blunder van mijn kant. Het kan ook een schijnbaar onbetekenend stukje info zijn, en die is lastiger. Ik weet niet wat ik niet weet en anderen weten ook niet wat ik weet. Intussen wordt die info als algemeen bekend verondersteld, en is het een deel van de context waarin heel andere dingen begrepen moeten worden. En dan gaat het ergens mis, zonder dat duidelijk is waar het mis gaat. Dat kan dagen, maanden en zelfs jaren later voor vreemd onbegrip zorgen.

Het is duizelingwekkend hoe ingewikkeld slecht horen is.

 

 

(1)

Deze verdient een verdere uitwerking.

Slechthorenden letten betere op de non-verbale communicatie en krijgen daar dus ook meer van mee. Toch werkt dit niet altijd in ons voordeel. Dat heeft twee oorzaken.

  1. Zoals ik al noemde: soms is al onze energie gericht op het begrijpen van de inhoud, en soms is onze energie ook gewoon op. Horen kost bergen energie.
  2. Soms is er iets anders aan de hand. We zien veel, maar omdat we informatie missen kunnen we niet altijd de juiste interpretatie vinden voor wat we zien. Er naar vragen is lastig omdat wat we zien onderhuids is en vaak ontkend wordt als je er rechtstreeks naar vraagt. Het feit dat we er naar vragen heeft ook nog eens het effect dat men ons argwanend vindt. Een predicaat dat vaak onterecht aan slechthorenden wordt toebedeeld.

 

De vergelijker

Als ik wil achterhalen waar mijn stemmen vandaan komen, kan ik het best beginnen met de gemakkelijkste: de vergelijker. Daar heb ik wel een idee bij. Mensen vonden mij een vreemd kind, en dat kon ik merken. Zoals ik ben, is niet oké, moet ik gedacht hebben. Dus hoe dan wel. En daar begon het vergelijken, afkijken hoe het moet. Zeker willen zijn om niet weer een fout te maken. Kijken naar wat wél geaccepteerd wordt en daar van leren. Kijken waar je applaus mee kunt krijgen. Hard nodig, om de fouten die ik natuurlijk toch maakte, te repareren. En uiteindelijk helemaal niets meer van mijn pure ik laten zien, want daar zit niemand op te wachten. Het is een reflex geworden: zó moet ik zijn.

Ik luister er minder naar, maar ik voel de stem nog trekken. Bijvoorbeeld bij het boek dat ik nu lees. Zo zou ik willen schrijven.

En dan weet ik weer: nee schat, jij hebt je eigen stijl en die is goed genoeg. Maar die eerste reflex, die is zo vreselijk sterk.

aansteller

Mijn therapeut vraagt me of ik de folders nog een keer goed wil doorlezen. Nu ik dat doe, snap ik waarom. Ik benoemde in de laatste sessie mijn stem die zei dat ik een aansteller ben.
 
Rationele geruststellingen daarover ken ik allemaal en helpen niet zo. En nu stuurt ze op deze manier een bericht dat wél helpt. Eentje die nieuw voor me is. En eentje die komt van iemand bij wie ik kwetsbaar durf te zijn Dit is er wat in die folders staat. Dit is haar boodschap:
 
“De diagnose persoonlijkheidsstoornis kan pas gesteld worden als er langere tijd hardnekkige problemen zijn op verschillende terreinen, in verschillende omstandigheden. “
 
Ze heeft de diagnose gesteld na een 5 maandenlang intensief traject. Haar manier om me te zeggen dat ik me niet aanstel. En hij werkt. Ik zit nu te huilen.
 

stemmen

Ik kende ze al, mijn stemmen

ik heb ze weten te temmen.

Tenminste, dat dacht ik. En het is ook waar. Ik heb minder last van veroordelende stemmen. Ik had niet in transitie kunnen gaan als ik de luidste nog over me liet regeren.

Maar  . . .

Er is een maar  . . .

Want mijn therapeut is goed, en ze weet bij me door te prikken. En ik ben goed, want ik laat haar doorprikken.

En zo komen we bij de geniepige stemmen die zichzelf vermomd hebben, waardoor ik niet door het dat ze er zijn. In een oefening over waarden die ik met kaartjes om me heen rangschik, schrijft ze op wat mijn gedachten zijn bij dat proces.

Thuis groepeer ik die gedachtes en ik kom bij vier stemmen die ik een naam geef. Ze werken mooi samen.

Dit is wat ik vond:

 

Mijn stemmen

 

De neerhaler

Je bent het niet waard. Je bent onaanzienlijk en verdient geen aandacht

  • afgewezen zijn
  • je bent geen compassie of vertrouwen waard
  • je bent geen intimiteit waard

 

De vergelijker

Er zijn mensen die het erger hebben, stel je niet aan, je bent een verwend kind, Je moet er wel wat voor doen, je bent lui

  • autonoom zijn is leuk maar houd rekening met de ander
  • eerst aan de ander denken
  • word niet te egoïstisch 
  • je moet dit kaartje inleveren, je hebt de andere 3 al

 

De klopgeest

Het moet kloppen. Het hoeft niet perfect, maar het moet kloppen.

  • je hebt al eerder gedacht dat je er was, en nu ben je er weer
  • het is een herhaling van zetten
  • anderen zien wat jij nog niet kunt zien



De verhalenmaker 

Ik maak er een mooi verhaal van zodat jij en de anderen zich niet stoten aan de scherpe kantjes

  • Zorg dat je gehoord wordt
  • je moet anderen meenemen in je stappen
  • je raakt ons kwijt
  • pas je tempo aan

 

De reis

Zij die zeggen dat

het de reis is en niet

de bestemming

kennen ze dan niet

de vreugde van de aankomst?

Weten dat je rusten mag

en niet gelijk weer door.

Helden en helden

 

Ik lees dit boek.

Ik bewonder deze vrouwen, die tegen de onderdrukking in zich uit durfde te drukken.

En in mijn hoofd klinken de stemmen: “Zij wel! Jij hebt lekker de privileges van een man gehad.”

Maar dat is maar het halve verhaal. Ik heb waarschijnlijk wel privileges gehad. Maar ik was ook een vrouw in onderdrukking. De vrouw in mij werd onderdrukt. Door de wereld en via die wereld ook nog eens een keer door mezelf. Ik heb mezelf niet uit durven drukken. Maar het feit dat ik mezelf er doorheen gesleept heeft verdient meer dan de beschuldigende “Zij wel!” die de stemmen in mijn hoofd me toe gooien.

 

Hoe ik mij de les liet lezen

Ik kocht een boekje over dromen duiden.

Ik ben daar altijd een beetje dubbel in, in spirituele dingen, en vandaag snap ik weer iets beter waarom.  

Ik lees dat dromen boodschappers zijn, dat ze je helpen met je levenspad. Ik lees over reizen die mislukken en dat dat kan betekenen dat je het anders aan moet pakken, maar dat het ook kan betekenen dat de reis niet de goede reis voor je is.

En daar gaat het mis. Daar is het al vaak mis gegaan. Want dit is wat mijn hoofd doet:

Ik kreeg als kind gevoelige klappen toen ik buiten de lijntjes kleurde, dus ik leerde heel goed op te letten waar die lijntjes waren. Ik snapte de logica van de lijntjes niet, dus ik leerde heel heel goed opletten. Zo leerde ik op de verkeersregels te letten in de wereld van mensen.

Maar als er in de spirituele wereld kennelijk een reis bestaat die wel voor jou bedoeld is, en andere reizen niet. Dan zijn er daar potverdikkie ook verkeersregels! En nog veel gevaarlijker want je kunt ze niet met het blote oog zien. Het moet via dromen, aura’s en meditatie. Nóg enger is het dat anderen claimen dat ze het wel kunnen zien bij mij, voor mij.

Nu snap ik mijn haat/liefde verhouding met het spirituele weer een beetje beter. Mijn botsing met de gewone wereld is dat ik dingen zie die ontkend worden door anderen. Dat is waarom ik van die spirituele wereld houd, omdat daar tenminste erkend wordt dat er meer is dan meetbaar/zichtbaar. Mijn haat zit in de constatering dat er daar dus kennelijk ook lijntjes zijn waar je niet buiten mag kleuren. Ik besef dat nu bij dat boekje over dromen dat steeds weer benoemt dat je dromen goed en verkeerd kunt interpreteren, dat er een goede weg is en een foute weg. Tenminste dat is wat mijn bange hoofd leest: o, nee ook hier moet ik op mijn tellen passen!

Ik wil dus best wat bewuster omgaan met die dromen. Maar ik wil niet meer in de valkuil lopen dat ik ga denken dat er hemelse lijntjes zijn waar ik niet buiten mag kleuren.

Waarden

Therapie. Waarden scoren. Kaartjes rangschikken in belangrijk<>niet belangrijk. Deze deed ik al eerder. Ik weet mijn waarden ook wel. Maar nu. De diepere laag. Confronterend.
Blijken er ongelofelijk veel waarden nog vast te zitten aan mijn plichtsgevoel. Heel confronterend want ik weet hoe dat werkt, en toch had ik niet door hoeveel waarden van mij nog op die manier verstrikt zitten in een web van ingeslikte normen van anderen.
 
(einde cittaat)
 
Ik ben meer een Voerman, meer mijn vader: dwars, eigenzinnig, sociaal onhandig. Ik kon de waarden niet waar maken en zorgde voor een spagaat. Geen wonder dat mijn innerlijke criticus een feestje heeft in mijn hoofd.

Nog geen herfst

Zo half augustus

herinner ik plots

dat je straks

binnen de kou van buiten

nog kunt ruiken

aan de mouw van je jas

dat het woord behaaglijk

weer betekenis krijgt

dat ik me in aarde rood wil hullen

en kastanjebruin

dat de herfst

een einde is

maar voor altijd verbonden blijft

met nieuwe schriftjes

en een lege agenda

Boosheid

Ik neem een besluit.  Voor mijn geestelijke gezondheid. En ik hoop dat ik het kan volhouden. 

Ik stop met boos zijn. Boos zijn is voor mij ook een manier om mijn pijn niet te hoeven voelen. Reageren op alle kwalijke columns die nu bijna elke dag in de krant verschijnen over trans mensen, bijvoorbeeld. Ik word daar echt boos over het liefst zou ik willen reageren met een felle tweet, of met een draadje met uitleg.

Ik doe het niet meer.  Het leidt me af. Wat ik te doen heb is niet boos doen, maar kijken naar welke pijn er achter die boosheid ligt. Ik zelf ben zo oneindig veel meer waard dan de stukjesschijvende sukkels. Ik heb geen energie meer. Ik heb het niet over, laat staan dat ik het voor ze over heb.

Ik ben dankbaar voor anderen die die strijd wel voeren, hoewel ik daar dubbel in ben. Aan de ene kant voed je de aandacht, aan de andere kant mag het feitenvrije gif niet onbesproken blijven. Ik ben dankbaar voor de mensen die daar wel de energie in steken en daarin ook steeds die afweging in zoeken.

Ik wil mijn energie steken in mijn eigen heling en van daaruit verbinding zoeken. Geen vrijblijvende verbinding trouwens. Je kunt alleen verbinden met anderen als die hun eigen pijn ook durven voelen. Dat proces ga ik graag aan. Daar bewaar ik mijn energie voor.