Selecteer een pagina

Ik was gisteren bij de verjaardag van Savannah Bay, de (vrouwen)boekwinkel in Utrecht. Helemaal bovenin Tivoli. Ik kwam voor Ali Smith, maar ik kreeg veel meer. Wat een prachtige groep mensen is die Savanah Bay. Ik werd geraakt, ik voelde warmte.

Maar ook verdriet.

Over wat ik miste.

Dit staat er in mijn manuscript:

Als ik wist dat ik een jonge vrouw was, was ik in Wageningen minder onzichtbaar geweest, had ik me als jonge studente wel een houding kunnen geven. Ik besef nu dat ik helemaal geen genderidentiteit had. Ik voelde me als man mislukt, en ik durfde in mijn eerste jaren niet gender non-conform te zijn.

En ik had mee kunnen doen met vrouwenpraatgroepen. Ik was jaloers,ik wist dat er in die groepen gepraat werd over zaken die er toe deden. Het persoonlijke is politiek, sprak me heel erg aan. Niet dat abstracte gezemel, en gekijkhebbers die je moest tolereren als er mannen bij waren, maar ruimte voor persoonlijke ervaringen, kunnen zeggen wat je voelt, zonder dat met argumenten te hoeven staven, omdat een gevoel legitiem is, en er mag zijn. Een verademing, leek me het. Ik liet me toen al mansplainen, ik viel stil als ik moest verantwoorden wat ik voelde. Ik voelde dat er in vrouwenpraatgroepen wel ruimte was, maar ik hield de jaloezie voor me. Ik snapte waarom ze er geen mannen bij wilden, en ik wist dat een ‘maar ik ben anders’ niet geaccepteerd zou worden, terecht! Ik voelde toen al dat een ‘not all men’ niet oké was. Het mocht voor mij dan wel anders voelen, maar ik was toch man, met een andere socialisatie. Alleen al mijn aanwezigheid, hoe voorzichtig ook, zou een blokkade vormen voor de echte gesprekken.

Heel voorzichtig besefte ik hier hoe mijn buitenkant niet klopte met mijn binnenkant, maar nog steeds overheerste het “gedane zaken nemen geen keer”. Dit is nu eenmaal waarmee ik geboren was. Nog steeds had ik amper iets gehoord van transgenders. Het was 1980.

Met een soort terugwerkende kracht voelde ik gisteren wat ik in mijn studententijd gemist had. En zoals altijd heeft mijn geluk de rouwrand van gemis.

Maar het is nooit te laat voor mooie dingen. Er werd een oproep gedaan, voor meedoeners, meedenkers. Ik heb me aangemeld, heel bescheiden, omdat ik op dit moment niet weet wat ik kan. En ik wil mezelf behoeden.

Heel mijn leven was het mijn copingmechanisme om mezelf in mooie banen en projecten te storten. Alsof ik zonder dat geen bestaansrecht had. Ik moest nuttig zijn, anders moest ik mijn kaartje voor deze wereld weer inleveren.

Dat is niet hoe ik verder wil. Ik meld me nu zonder verwachtingen aan. Omdat ik er zo vreselijk achter sta, wat ze doen en wie ze zijn, daar bij Savannah Bay. Omdat ik daar eindelijk, eindelijk ook bij wil horen. Op wat voor manier dan ook. Ik hoef niet meer nuttig te zijn, ik wíl het graag. En dan mag het ook heel klein.

 

PS
Aan de hand van de lezing van Arthur Japin herschreef ik het eerste hoofdstuk van mijn manuscript. 
Hier staat het.