Selecteer een pagina

Ik was eergisteren bij de verjaardag van Savannah Bay. Ik schreef daar gisteren al een blog over. Hoe mooi het was. Mijn blog van vandaag gaat over het uur dat er aan vooraf ging. Het gaat over ergernissen die er nooit mochten zijn van mezelf. Dingen die ik net zo ver weg stopte als mijn vrouw zijn. En als ze naar boven piepten, zorgden ze voor een flinke portie zelfhaat.

Dit is hoe mijn hoofd werkt, en dit is wat ik niemand ooit wilde laten weten.

Eke afspraak die ik maak, die niet in mijn routine zit, drukt, hoe gaaf ook, altijd al dagen van te voren op me. Ik moet ergens op tijd zijn. En hoe ingewikkelder dat ergens is, hoe meer druk.

Ik moest in Tivoli zijn. Dat betekent trein. Dat betekent bus. Of lopen, want ik moet van mezelf 10.000 passen per dag, en naar Arnhem lopen is 10.000 passen. Maar dan raak ik bezweet. Dus die 10.000 passen moet daarvoor. En dan nog ruimte voor douchen en aankleden.

Zo probeer ik een tijdschema te maken, en het voelt alsof die ene avond in Tivoli een hele dag in beslag neemt. En deel van de volgende, want bijkomen.

Ik ging extra vroeg, want daluren, en geen kopzorgen over tijd. Ik had mijn 10.000 passen overgeslagen en deed een poging om daar al grachtenwandelend nog een stuk van in te halen. Ik kwam tot 8000. En dan is het bijna 19.30, de tijd dat de zaal open gaat.

In feite is het nog geen zeven uur, maar in mijn hoofd is dat bijna 19.30. Tot die tijd heb ik toch geen rust meer. Ik doe nog een half rondje en loop naar Tivoli. Daar aangekomen is het maar goed dat ik zo vroeg ben. Ik moet naar de WC, en dat betekent tegenwoordig een wachtrij. Ik heb nog een piemel, die zou ik kunnen gebruiken. Vreemde blikken deren mij niet meer, maar staand plassen vertik ik.

Als ik klaar ben, even lippen bijgewerkt, staat er al een rij. Goed dat ik zo vroeg ben. En niet veel te vroeg. Over 10 minuten gaat de zaal open. 

Ik kan niet tegen drukke mensenmassa’s. Dat feit begin ik nu pas te erkennen. Ik vond dat ik dat wel kon, maar ik had nooit door hoeveel energie het me kostte. Nu ben ik me daar pijnlijk van bewust. Nog 8 minuten. Ik wil dat die voorbij zijn, want ik wil weten hoe de zaal er uit ziet, en of ik een goede plek kan bemachtigen. Ik wil ook weten hoe de akoestiek is. Ik hoor slecht, en de juiste plek en akoestiek kunnen mijn avond maken of breken. Nog 3 minuten en dan weet ik het.

Het is 19.30, het meisje met de scanner lacht vriendelijk, maar laat ons niet door lopen. Ze heeft via haar oortjes kennelijk te horen gekregen dat nog niet alles klaar is.

Het is 19.35. Het meisje lacht nog steeds vriendelijk, in plaats van via haar oortjes te vragen of ze ons nu eindelijk door mag laten. En intussen ben ik boos. Ik kan op tijd zijn, dan kunnen zij dat ook? Zeg dan niet dat de deuren open gaan om 19.30. En nu ben ik boos op mezelf dat ik om zoiets onbenulligs boos word. 

Het is 19.38. De tijd kruipt voorbij. Geen enkel teken dat we door kunnen. Ik begin mezelf te haten dat ik zo’n zeikerd ben, maar mijn energie is op. Ik trek de drukte niet meer, ik trek de onzekerheid over de zaal niet meer. En als de hele avond uitloopt, haal ik dan de laatste trein nog?

Het is 19.40. Niets. Helemaal niets. Geen uitleg, geen sorry. Niets.

Het is 19.43. Eindelijk, we mogen door. En nu blijken we nog duizenden treden te moeten gaan, want het is in Cloud Nine. Een toepasselijke naam voor een zaal helemaal bovenin Tivoli. Ik loop hard, want ik moet behalve een goede stoel ook nog tijd maken om de accu’s van mijn cocheair implantaten te wisselen. Maar gelukkig. Ik heb mijn pek. Tweede rij, en midden voor. Goed zicht op alle gezichten. Ik kan niet spraakafzien, en toch heb ik gezichten nodig om te kunnen verstaan.

En al die tijd denk ik: “Moest je hier nu zo moeilijk over doen?”

Maar intussen is mijn energie op, nog voordat het begint. Maar ook daar ben ik meester in. Ik kan mijn moeheid uitstellen. Ik heb een geweldige avond gehad. Zelfs de thuisreis red ik, mét zorgen of ik de laatste bus wel haal, met in mijn achterhoofd nog: dat worden dan in ieder geval wel mijn 10.000 stappen voor morgen als ik die mis. En thuis zit ik nog 1,5 uur wakker te zijn op de bank, omdat ik niet kan slapen. De volgende dag doe ik, behalve boodschappen, helemaal niets. Ook mijn 10,000 stappen niet. 

Dat was gisteren. Ook vandaag doe ik weinig. Ik schrijf dit blog, herschrijf een hoofdstuk uit mijn boek, maak de lasagne die ik gisteren wilde maken, en doe een kleine wandeling, geen 10.000 stappen (ja, dat zit me dwars). Ik zeg tegen mezelf, dit mag, je zit niet voor niets in de ziektewet. Maar wat vind ik het lastig om dat ook zo te voelen.

Mijn gave hoofd, heeft ook zo haar beperkingen. En die wil ik eindelijk hun ruimte geven. Ik wil ze niet meer onder het tapijt schoffelen. Ik wil me er niet meer voor schamen. Misschien kan ik er mee leren omgaan, maar om dat te kunnen doen, moet ik ze er eerst laten zijn, in hun volle glorie.