Wat ik niet kan zeggen over mijn vrouw zijn

 

Ik vertelde al in een filmpje dat er maar één aanwijzing is dat ik vrouw ben: mijn gevoel diep van binnen. Dat blijft staan. Dáár is de beslissing genomen om in transitie te gaan, een hele diepe zekerheid die ik op geen enkele manier met anderen kan delen.

Ik zou best een gesprek willen aangaan over hoe zich dat in allerlei gebieden uit. Maar al deze dingen zijn stuk voor stuk gevaarlijk om te benoemen, omdat ze los van mijn oergevoel vrouw te zijn, stuk voor stuk uit hun verband gerukt misbruikt kunnen worden. Ik zal ze hier wél benoemen en dan ook meteen aangeven waarom ik het gevaarlijk vind om er over te praten.

Mooi zijn

Daar begint het al. Want het is sexistisch om te zeggen dat vrouwen mooi moeten/willen zijn, en waarom zouden mannen niet mooi zijn?

En weer heb ik alleen maar mijn gevoel. In mijn mannenrol vond ik mezelf lelijk. Geen visualisatie die daartegen hielp. Als vrouw vind ik mezelf mooi. Als vrouw durf ik die schoonheid te accentueren. Make-up en mooie kleren vind ik heerlijk. Het voelt alsof ik mezelf vier. Complimenten vind ik heerlijk. Liefst van andere vrouwen. Bij mannen is er bijna altijd een agenda. Ik maak me niet mooi voor mannen. Ik maak me mooi voor mij.

Had ik dit als man gekund? Theoretisch ja. Ik had dan hele grote drempels moeten nemen, make-up, jurken dragen. Het had gekund. Maar, zoals ik al zei, het was voor mij onmogelijk om mijn man zijn te vieren. Ik heb het geprobeerd. Visualisaties, mannengroepen. Niks nada. En nu als vrouw: alles!

Je zou kunnen argumenteren dat ik mijn transitie als placebo heb gebruikt om mezelf eindelijk te kunnen accepteren. Maar dan ga je voorbij aan al die andere aspecten. Ik vind het ook een behoorlijk kwaadwillend argument. Het komt me iets te dicht in de buurt van conversie therapie.

 

Passen in de vrouwenrol

Weer zo’n anti-feministich aspect. Want ook ik zou graag willen dat we die rollen niet hebben. Maar ze zijn er. Ik heb een levenlang last gehad van de verwachtingen die mij als man werden opgelegd. Ik weet dat vrouwen ook last hebben van verwachtingen. En toch: ik pas beter in het verwachtingspatroon voor een vrouw dan in dat van een man. Ik kan me als vrouw ook makkelijker onttrekken aan verwachtingen. Dat kon ik als man niet.  Ik voel me sterker in wie ik ben, en kan dus losser omgaan met verwachtingen. 

Het wordt nóg gevaarlijker als ik het specifiek ga benoemen. Dan maak ik de hele nurture nature discussie los. En dat gaat dan een heel eigen leven leiden. Dus ik ga vast spijt krijgen van wat ik nu ga zeggen:

In het boek Darwin voor Dames (dat een darwinistische polemiek is in de nature-nurture discussie) lees ik:

“Jongens geven elkaar bevelen, weigeren elkaar te gehoorzamen, schelden elkaar uit, bluffen, dreigen en willen het hoogste woord voeren. Meisjes verplaatsen zich meer in het standpunt van de ander, onderbreken elkaar minder, geven elkaar vaker gelijk en trachten elkaar eerder via suggesties dan commando’s beïnlvoeden (Benson 2014)”

Ik voelde me altijd meer thuis bij meisjes en vrouwen dan bij jongens. Los van het feit dat beide communicatiestijlen voor- en nadelen hebben (te indirect kan ook schadelijk zijn).  Ik deed mee in een vrouwengroep over ondernemen en dat was zowel online als in real life een verademing!

Ik heb het me in mijn eerste half jaar transitie oprecht afgevraagd: “Kan ik niet beter man blijven en met mijn vrouwelijke waarden de toxische mannenwereld een goed voorbeeld geven?” Maar het is me in 55 jaar nooit gelukt. Ik ben genegeerd, gemansplaind en mijn goed ideeën werden altijd pas opgepikt als een ander (altijd man) ze inbracht. Ik besloot dat mijn geluk belangrijker is dan mijn activisme. En zie: ik heb me nog nooit eerder zo brutaal en direct durven uiten als nu. Pas al vrouw durf ik mijn ‘mannelijke’ kanten te tonen.

Op een zelfde manier kan ik zeggen dat ik meer in een zorgzame rol pas dan in een leidende/analytische.  Met alle gevaarlijke aspecten van boven. Want natuurlijk kunnen mannen ook zorgzaam zijn.

 

Het lijstje is eindeloos veel langer. Er is meer, heel veel meer.

Er komt bijvoorbeeld nog een heel stuk over lichamelijke dysforie bij, bijvoorbeeld dat ik zo onverklaarbaar blij ben met mijn vagina. En sex, dat ook.

Maar bij alles schuilt er het zelfde gevaar. Als ik zeg dat ik blij ben met mijn borsten kun je dat ook gebruiken om me een mannelijke sexist te noemen.

En dan is er nog het feit dat trans zijn voor elke trans vrouw anders voelt. Dus is er ook nog eens het gevaar dat mensen dat wat ik zeg van toepassing gaan verklaren op andere trans vrouwen. Dat wil ik ze niet aandoen.

En nogmaals mijn  vrouw zijn zit in geen van deze dingen op zich. Het zit in mijn diepste binnen.  De dingen die ik noem zijn op zichzelf staand geen reden voor transitie. Ze vormen met zijn allen wel de facetten van de fonkelende diamant van mijn vrouw zijn.

Dat is waarom ik met grote twijfel dit stuk plaats. 

Maar ik wil ook graag een opening. Ik wil dat genderrollen vrijer worden, en daarom is een gesprek zo nodig. En moeten we onze ervaringen delen. Ook cis vrouwen en mannen, en mensen die non-binair zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nieuwe fase

long time no write
veel gebeurd
Ik schrijf dit vanuit het ziekenhuis. Het is donderdag. Maandag 29 juni was mijn operatie. Ik heb een yoni.

En dat heeft meer impact dan ik ooit gedacht had. 

De zwaarte is weg. Ik voel me bijna ontheemd. Mijn diepdonkere kant die me altijd vergezelde is weg.
De kant die zich altijd wel ergens ongerust over maakte.
De kant die gewoon genieten een verraad vond aan de smart die toch ook altijd aanwezig was. 
De kant die het niet vertrouwde als er een keer geen dreigingen voelbaar waren.
De kant die altijd in controle wilde blijven, omdat geen controle simpelweg ondenkbaar was.

Ik moet zo vreselijk lachen om alles, vooral om mezelf. Het is ook wel grappig hoe dit stuk dat zichzelf zo vreselijk serieus nam nu gewoon buiten spel staat.

Mijn verdriet kleurt nog steeds mijn geluk, maakt de tonen dieper. Maar mijn verdriet is niet langer giftig.
Ik schrijf dit in vol vertouwen: mijn verdriet is niet langer giftig.
Mijn angsten zijn niet langer de ambtenaartjes in mijn hoofd die zichzelf zo vreselijk belangrijk vinden en graag stempeltjes op hun formulieren willen. 
Ik voel lucht en vrijheid, en alles is zo licht.

Het leven zal met een beter verhaal aan moeten komen als het mij zijn zwaarte aan wil prijzen. Ik ga een lichter leven leven en er is helemaal niemand meer die me tegen houdt. Ik was dat zelf natuurlijk, maar loskomen van je eigen schaduw is niet zo eenvoudig. En nu is het gelukt. Zomaar.  Dat ik dat op geen enkele manier verdacht vind bewijst genoeg.

eenzaam

Geen blog vandaag. Ik ben zo moe dat ik alleen nog maar kan zitten staren en huilen. Ik ben gelukkig. Ik hou van mezelf. Ik denk geen vreselijke dingen. Ik ben niet bang. Dit is geen depressieve bui.
Maar ik  ben zo verschrikkelijk moe. En als ik moe ben voel ik me heel erg eenzaam, dat ook.

moe

Als ik afdaal in mijn moe zijn
vele jaren diep,
als ik ontspan
wat niet meer strak hoeft, 
trilt het, oncontroleerbaar.
Op deze frequentie 
komen mijn tranen los.
Ik streel mij
en wens
dat iemand anders
dat nu even deed,

Transitiedingetjes, nog steeds

Gender euforya, dingetjes om blij van te worden.

Dit soort kleine dingen had ik de eerste twee jaar aan de lopende band. En ze zijn er af en toe nog. Kleine blije verrassingen. Ik kocht witte enkelsokjes.  En ik zie ze nu, achter mijn laptop schuil gaan. Ze roepen iets op, iets in de trant van liefelijk, een complex van beelden, woorden associaties, meisjesachtig, licht, ’s zomers. En dan schiet het door me heen. Hé, dat hele complex is ook van toepassing op mij. Ik mag dan een oude dame zijn, ik kan ook nog best meisjesachtig zijn. Ik speel immers ook nog op een schoolplein.

Dat zijn mijn gendereuforie dingetjes.

Maar het heeft ook iets verdrietigs. Ik bedacht net dat ik dit dus in het verleden NIET met mezelf associeerde. Sterker nog ik was anti-liefelijk. Alles wat ik associeerde met het beeld van witte enkelsokjes kon niet eens in de buurt van mij komen. En dan besef ik weer hoe vreselijk oordelend ik over mezelf ben geweest, en hoe lang dat heeft geduurd. En gelukkig ook hoe heerlijk het is dat ik al deze dingen alsnog in bezit neem

Het was een fijne ontprikkeldag. Ik heb gehuild en gewandeld, gelezen en geschreven. Ik heb mijn barefoot schoenen uitgeprobeerd met mijn hak, en ik heb niet te ver willen wandelen. Het was heerlijk om weer zo lichtvoetig te kunnen stappen. Ik ben geschrokken van een UWV brief met uitnodiging voor een medisch spreekuur. Ik heb mijn schrik gekoesterd, gerustgesteld en laten gaan. Het komt goed met mij. Ik heb genoten van het nu. 

“Misschien heb je het ontprikkelen alleen maar uitgesteld”, probeert een stemmetje in mijn hoofd nog. “Ja misschien. En wat dan nog?” antwoord ik.

Mijn leven is goed.

 

 

 

ontprikkeldag

Het waren heftige weken. Mijn diagnose, een operatie aan mijn nek, een operatie aan mijn hak (glassplinter is er gisteren uitgehaald), een mislukt voorzitterschap, een gebroken pols op het schoolplein. Ik ben er allemaal wonderbaarlijk rustig onder gebleven. Maar het kostte kruim, veel kruim. Vannacht lang wakker gelegen van een hoofd dat op hol sloeg.

Ik voel me oké, moe, maar oké. Maar ik weet dat het op zo’n dag om kan slaan. Dat ik lelijke dingen over mezelf ga denken. Dat al die vrolijkheid van de afgelopen dagen alleen maar opgefokte nepperij is. Dat is wat mijn hoofd het liefste doet, als ik overprikkeld ben. Iets met een een hypothalamus en stresshormonen. Als dat systeem echt lekker zijn gang gaat is de connectie met mijn compassievolle ik ook weg.

Daarom heb ik voor vandaag iets klaargelegd op de tafel.

Ik red mij vandaag wel.

 

Voor mezelf

Sorry lezers die meelezen, deze is even voor mezelf. Eigenlijk is alles hier voor mezelf. Ik kijk af en toe, en dan zie ik dat er zo’n 15 mensen meelezen, alsof ik in fijn gezelfschap voor mezelf schrijf. Alsof jullie meekijken terwijl ik dit typ. Dat is een mooie manier van gezellig alleen zijn.

Ik herhaal mezelf, ik zeg weer wat ik niet kan zeggen. Eigenlijk wil ik gewoon even aan mezelf zeggen dat ik het nog steeds voel, hoewel het voelt alsof ik het steeds opnieuw voel.

Het wonder van eindelijk Emma zijn.

Ik voelde me vandaag zó mooi, en ik had er niet eens iets voor gedaan. Mijn haar even snel opgestoken, door wind en regen fietsen.

En ja, dat ook. Het jurkje passen waar ik verliefd op werd en dat in mijn brievenbus zat toen ik thuis kwam. Van een wereldvriendelijk ecologisch merk. Ik had me voorgenomen om geen kleding meer te kopen. Maar wereldvriendelijk en ecologisch, dat mag, toch? Het is zo vreselijk mooi retro. Dit is meteen ook het jurkje waar mijn kleine borsten het mooist uitkomen, met dat bij elkaar genaaide stukje stof ertussen. Alsof het jurkje speciaal voor mijn borsten gemaakt is. Het voelt vrouwelijk. Blij zijn met mijn borsten, daar heeft nog heel lang gêne op gezeten. Het mag nu.

En dat maakt me blij.

Maar wat me nog blijer maakt is het gezicht daarboven, met die sprankelende ogen. Daar kijkt iemand naar buiten die nog op een kinderlijke manier verwonderd is over deze mooie wereld. Ze mag buiten spelen, mijn Emma.

Ik voel steeds opnieuw hoe groots het is wat ik gedaan heb toen ik transitie in ging. Wat een cadeau, en wat een kracht!

En ik voel hoe ik eindelijk mijn plek op deze wereld in neem. Ik neem ruimte in. Niet omdat ik dat ergens op een workshop of cursus leerde, en toen vond dat ik dat maar eens moest gaan doen omdat het goed was om je eigen ruimte in te nemen. Niets van dat al. Gewoon helemaal vanzelf. De grootste stappen die ik zet heb ik achteraf pas door.

Het is hemels groots.

 

 

 

Vaderdag 2016 Vertelfestival bij de Duivelsberg

 

En vaderdag 2017 Vertelfestival de Duivelsberg. Voor het eerst in jurk.

 

 

Ik schuur!

Ik heb gisteren een vergadering voorgezeten. Ik wilde dat doen omdat ik een vergadertechniek geleerd heb die erg fijn werkte op de school waar ik les gaf. Ik heb daar met succes vergaderingen voorgezeten op deze manier. Lekker strak.

Maar met videobellen werkte het niet. Sowieso is het een vergadermanier waar je aan moet wennen. Dat is één. Daar heb ik niet genoeg bij stilgestaan. Maar bij een “zoomvergadering” valt er zoveel aan communicatie weg. Mijn god, alle mensen die dat nu al zo lang doen, hoe doen jullie dat in vredesnaam?

Met mijn slechthorendheid is het al helemaal niet te doen. Al mijn energie, en dat bedoel ik tamelijk letterlijk, als mijn energie gaat op aan verstaan. Ik heb geen ruimte meer in mijn hoofd om razendsnel de betekenis en implicaties van wat ik hoor op te nemen, laat staan om adequaat te reageren. En na een half uur is het al op. Ik loop dan op mijn reserve tank.

Ik heb dus geen energie meer om de directheid van mijn vergaderstijl te verzachten, waardoor ik alleen maar zakelijk en bot overkom. Ik doe het niet meer niet meer, niet alleen het voorzitten, maar überhaupt niet meer online vergaderen. Ik heb een hele nacht oorverdovende Tinnitus gehad.

Slechthorendheid en doof zijn, zijn twee verschillende dingen en ook twee verschillende werelden.

Als je vanaf je geboorte zeer slechthorend of doof bent, vormt dat je. Je bent niet alleen doof, je bent ook Doof, lid van een dovencultuur. Een hele mooie cultuur, met een schitterende taal. Maar dat is niet waarover ik schrijf.

Ik ben goedhorend opgegroeid en werd op latere leeftijd plotsdoof. Met een Cochleair Implantaat functioneer ik als slechthorende. Deze CI vervangt de haarcellen in mijn slakkenhuis. Ik ontvang in plaats van duizenden trilharen het geluid nu via 16 elektroden die stroomstootjes doorgeven aan mijn gehoorzenuw. Ik hoor digitaal, blikkerig. Muziek is bijvoorbeeld niet meer aangenaam om te horen.\

Ik kan in een 1 op 1 gesprek in een stille ruimte veel verstaan. Mijn score op een woordjestest is 90%. Maar dat wijzigt drastisch als er achtergrondgeluid is. Mijn oren kunnen niet meer filteren, alles komt even hard binnen. Mijn CI’s kunnen dat voor een deel overnemen, maar stemgeluid filteren ze niet. Als twee mensen tegelijk praten versta ik niets.

Ik hoor nooit alles. Dat wordt elke keer opnieuw duidelijk bij nieuwe, ongebruikelijke namen. Wat ik doe is van de klanken die ik wél hoor een puzzel leggen met behulp van de context. Als de context ontbreekt gaat mijn verstaan snel achteruit. Dat betekent dat ik soms op zoek ben naar een specifiek woord dat voor mij de hele zin duidelijk maakt. Ik vul dan met terugwerkende kracht alles in wat ik gemist heb. Dit vergt rekenwerk, en daarom is luisteren zeer vermoeiend. Uit onderzoek blijkt dat slechthorenden minstens 10% extra energie kwijt zijn dan goedhorenden. En soms mis ik dat ene woordje waardoor alles op zijn plaats valt. Dat is pijnlijk want dan moet ik mijn gesprekspartner vragen en het hele verhaal opnieuw te doen. Maar dan helpt het alleen als hij/zij/hen dat op een andere manier verwoordt. De kans is groot dat ik namelijk wéér over precies dat ene woord struikel, vooral als het een woord is dat ik niet verwacht. Zo duurde het eindeloos voordat ik als pleinwacht door had dat kinderen naar de mediatoren vroegen. Dat was een woord dat ik in die context niet kon plaatsen, omdat ik het meervoud vooral in het engels ken. Ik vroeg me af welke toren ze bedoelden. Grappig, maar niet leuk. Het duurt te lang voordat je eruit bent en de ergernis komt om de hoek, en er is een grote kans op het dodelijke “laat maar.”

Dat “laat maar” is één van de vreselijkste dingen die je kunt doen. Het kan best zijn dat je opmerking achteraf niet de moeite waard is, maar wat er gebeurt is dat jij als horende voor mij bepaalt wat wel en niet de moeite waard is. Je ontneemt mij de kans om dat zelf te beoordelen. 

Het is lastig om aandacht te vragen voor mijn beperking. Ik ben er assertief genoeg voor, maar het moet zo vreselijk vaak dat ik op een gegeven moment te moe en om wéér aan te geven dat er rekening gehouden moet worden. Bovendien plaats het mij elke keer weer in de uitzonderingspositie. Dit is iets wat mensen uit minderheidsgroepen zullen herkennen. Elke keer dat je aandacht vraagt waar je recht op hebt wordt pijnlijk duidelijk dat je er buiten staat. Dat is de reden dat ik al het werk te vaak in mijn eentje doe. Het zou een paradijs zijn  al de omgeving het zou kunnen zien als gezamenlijke verantwoordelijkheid. En zelfs al willen ze dat, ze vergeten het zo snel, dat die wil eigenlijk geen enkele betekenis heeft. Sterker nog, het maakt mij tot een zeur, want ze zijn toch zo goedwillend.

Ik zou eigenlijk overal deze gebruiksaanwijzing moeten delen.

Ik mis veel van het gesprek. Ik laat dat, want alles meekrijgen kost teveel energie. Ik ben erg blij dat ik de grote lijnen meekrijg. Ik let daarbij vooral op non verbale communicatie. Dat gaat verrassend vaak goed. Maar het betekent ook dat ik hele specifieke informatie kan missen. Het lastige is dat ik niet weet wat ik mis. En de ander weet het ook niet. Het is een soort bermuda driehoek. Pas veel later blijkt soms het misverstand. 

Ik mis sowieso veel informatie. Horenden hebben niet door hoeveel informatie ze oppikken. Ze kunnen naast het gesprek waaraan ze deelnemen ook een ander gesprek volgen. Ze horen vanaf hun werkplek bijvoorbeeld wat er gezegd wordt bij het koffieapparaat. Al dat soort info geeft ze een ruimere context. Ze zijn zich niet bewust dat ik die context mis. En juist die context heb ik zo hard nodig voor mijn verstaan. Ik loop altijd achter in informatie.

Er zijn hulpmiddelen, zoals een extra microfoontje, of een schrijftolk. Ook hier weer de paradox. Mensen denken dat ik alles nu wel mee krijg, maar zelf met hulpmiddelen is het voor mij behelpen. Een schrijftolk is snel, maar in een groep reageren mensen zo snel op elkaar dat ik nooit een kans zie om wat te zeggen.

Sowieso is dat snel op elkaar reageren lastig. Het is niet te geloven hoe vaak iemand al begint met spreken voor de ander de zin heeft afgemaakt. Gezelligheid is helemaal een probleem. Daar ontbreekt elke structuur. En als er gelachen wordt versta ik helemaal niets meer. Ik ben dan ook vaak de enige die niet in de vrolijkheid kan delen. Dat maakt eenzaam, en zorgt ervoor dat ik groepen mijdt. Maar dat zorgt dan weer dat ik contact mis. Het is een soort zichzelf versterkende afzondering.

Mijn ideale gesprek: heel veel pauzes. Door laten dringen wat net gezegd is. Doorvragen wat niet duidelijk is. Niet meteen een andere mening of een ander onderwerp. Eerst dit, wat gezegd is ruimte geven. Pauze en dan pas iets anders. Ik heb deze gesprekken als trainer zo kunnen leiden en het was voor iedereen geweldig. Heel af en toe heb ik het als deelnemer meegemaakt. Het waren de enige keren dat ik me in een groep gezien voelde.

Als ik in een groep wil functioneren is het nodig dat die groep mede verantwoordelijkheid neemt voor het gat dat ontstaat. Da ze voortdurend beseffen dat ik dingen gemist heb, dat ze me snel even bijpraten als ik ze dat vraag, maar ook als ze aan me zien dat ik even verloren ben. Dat ze een grap herhalen, ook al was hij vreselijk flauw. Ik hoef niet altijd alles te weten, maar het helpt al enorm als ik weet wat ik niet weet. 

Dit alles vraag eindeloos veel energie en eindeloos veel geduld. De groep moet een leercurve in, en we moeten allemaal comfortabel worden met het feit dat het oncomfortabel is. En dat is wat het zo moeilijk maakt. Ik moet niet alleen heel erg assertief zijn, ik moet mezelf erg veel waard vinden om deze energie en het geduld van anderen te vragen.

Dit is waarom alle folders over slechthorendheid waardeloos zijn. Het gaat niet om praktische tips. Die ontdek je gauw genoeg. Het gaat om een manier van zijn met elkaar.


hoofd en lijf

Mijn hak is stuk en ik kan dus niet wandelen. De huisarts is het eens met mijn vermoeden dat er nog een kleine glassplinter is achtergebleven.  Woensdag röntgenfoto en dan. als de glassplinter inderdaad te zien is, een chirurg die gaat peuteren. Hij was te klein en te diep voor de huisarts, en verdoven schijnt bij hakken niet zo goed te werken.

Fietsen dus. Dat doe ik niet zo heel veel, de heuvels hier zijn wandelend beter te doen dan op de fiets. Maar beweging en zo, dus ging ik gisteren naar de Hoge Veluwe en ik boekte een tijdslot bij het Kröller Müller.

Ik was te vroeg, maar dat was gepland, ik kon zo eerst nog even naar de winkel in het centrum voor een nieuwe jaarkaart, en om te schuilen want het licht was veranderd. Nog voor ik naar boven kijk en de wolken zie, weet ik aan het licht dat het gaat regenen. Dat licht heeft zo’n typische glanzend metalen gloed. 

Op de buienradar zag ik dat ik niet droog het museum zou bereiken. Ik overtuigde mezelf dat ik nog precies zo’n rood softshell jasje nodig had, en kocht ook nog een paraplu met herten. Ik had alleen mijn zomerjurkje, die buien zouden in het noorden vallen.

Het museum vond ik niks. De tijdelijke expo had geen schilderijen. Ik houd veel van schilderijen, andere kunst doet me niet zo veel. De vaste collectie is altijd mooi, maar het is vreselijk om daar via een vaste looproute doorheen te moeten. Ik kon niet eens lekker lang bij mijn lievelingen blijven dralen.

Naar huis dus maar. Buienradar vertelt heel leuk dat het voorlopig niet meer droog wordt en ik moet nog 25 kilometer. Het regent wel iets minder hard. Ik waag het er op.

Ik verbaas me hoe weinig chagrijnig ik ben door dit alles. Dat is helemaal niet mij. Ik ben zelfs licht geamuseerd, het is een bijzonder avontuur geworden, deze dag. 

Het blijft licht regenen, en af en toe is het zelfs even droog. Mijn nieuwe jasje dat alleen waterafstotend is houdt het goed. Het is zelfs nog warm. Ik geniet van de bijzondere sfeer die de lucht over het park tovert.

En dan besef ik dat ik al die tijd al in het nu ben, en hoe fijn dat voelt. Ik ben niet bezig met mijn hak die nu toch weer een beetje pijn  doet. Ik ben niet bezig hoe het moet nu ik deze maand geen geld opzij kan leggen. Ik ben aan het fietsen en nat aan het worden. De druppels zijn zacht, de wind streelt, de heuvels zwaar en dan weer licht. Mijn hoofd is nog wel aan het rekenen hoe laat ik thuis ben, en hoe lang elk stuk van het traject duurt, maar ik laat het, zo heeft het wat te doen, en het belet me niet om alles intens te voelen. Hoofd en lijf zijn in balans nu, elk hun eigen systeem en elk hun eigen lol, als twee kleuters die naast elkaar spelen in plaats van met elkaar. En weet je, dat is geen onverschilligheid van die kleuters, er spreekt wederzijds respect en vertrouwen uit. Dat samen spelen komt nog wel.

The lady in red

je kent haar wel, de quirky, geheimzinnige vrouw uit de romkoms, liedjes en romans.

Amélie, uit Amélie, Vivian Rocher uit Chocolat, de “watercoulour in the rain” uit “The year of the Cat”, Vivian uit “Pretty Woman”.

Ik lees nu “Tooverlantaarn” van Clare Lennart uit 1937 en daar is ze Floortje Désire, een lerares die een slapend stadje opschrikt, om vervolgens weer haar eigen weg te gaan.

Al die geheimzinnig mooie vrouwen waren waren mijn helden, ik wilde zijn zoals zij, maar ze waren altijd zo verschrikkelijk onbereikbaar.

En nu, nu besef ik dat ik haar ben, de ontwrichtende mysterieuze vrouw.

Niet omdat ik zo mooi en onweerstaanbaar ben, misschien juist wel omdat ik dat niet ben.

Mijn transitie is een paradox.

Ik heb het mooiste in mezelf ontdekt en het lelijkste. En ik heb eindelijk gevoeld hoe het lelijkste het mooiste dieper kleurt.

Mezelf zijn was niet alleen zo vreselijk moeilijk omdat de wereld mij afwees, mezelf zijn was vooral zo moeilijk omdat de wereld mijn geleerd heeft mezelf af te wijzen.

En het zit diep. Steeds dacht ik mezelf te kunnen zijn, maar steeds bleven er dingen die ik niet aan de wereld durfde te laten zien. Ik wist dat al toen ik schreef:

Ik dacht dat mijn fouten mij niet raakten
tot ik zag dat anderen veel mooiere fouten maakten

Maar weten is nog niet voelen.

Er zullen vast nog wel dingen zijn die ik verstop, maar intussen voel ik me steeds schaamtelozer.

Zo schaamteloos dat ik mezelf nu de Lady in Red durf te voelen die altijd zo onbereikbaar leek. Ik weet nu dat ik niet voor niets die bijzondere aantrekkingskracht voelde. Het was mijn ik, die mezelf toe riep.

Nu dans ik mijn ik.