Ik heb gisteren een vergadering voorgezeten. Ik wilde dat doen omdat ik een vergadertechniek geleerd heb die erg fijn werkte op de school waar ik les gaf. Ik heb daar met succes vergaderingen voorgezeten op deze manier. Lekker strak.

Maar met videobellen werkte het niet. Sowieso is het een vergadermanier waar je aan moet wennen. Dat is één. Daar heb ik niet genoeg bij stilgestaan. Maar bij een “zoomvergadering” valt er zoveel aan communicatie weg. Mijn god, alle mensen die dat nu al zo lang doen, hoe doen jullie dat in vredesnaam?

Met mijn slechthorendheid is het al helemaal niet te doen. Al mijn energie, en dat bedoel ik tamelijk letterlijk, als mijn energie gaat op aan verstaan. Ik heb geen ruimte meer in mijn hoofd om razendsnel de betekenis en implicaties van wat ik hoor op te nemen, laat staan om adequaat te reageren. En na een half uur is het al op. Ik loop dan op mijn reserve tank.

Ik heb dus geen energie meer om de directheid van mijn vergaderstijl te verzachten, waardoor ik alleen maar zakelijk en bot overkom. Ik doe het niet meer niet meer, niet alleen het voorzitten, maar überhaupt niet meer online vergaderen. Ik heb een hele nacht oorverdovende Tinnitus gehad.

Maar nu het mooie.

Ik heb er geen seconde mee gezeten dat ik bot overkwam. Dat is heel erg niet mij.

Juist dát, dat botte, zou mijn in een diepe put hebben doen belanden, de put van onoverkomelijk tekortkomen. Mijn overleven heeft zo lang afgehangen van mijn aardig zijn. Als bot gezien worden, zelfs een klein beetje, zou een doodsteek hebben betekend. 

De anderen zullen het woord bot niet eens noemen, denk ik. Ze zullen het als wat onhandig en schurend hebben ervaren. Maar dat was voor mij niet minder erg geweest. Dat schuren was de angel. Ik mocht nooit schuren, er mocht nooit ongemakkelijkheid ontstaan. Ik mocht anderen nooit in de weg zitten. Ik moest onzichtbaar vriendelijk zijn.

Het grappige is dat ik al mijn hele leven schuur met mijn omgeving, hoezeer ik ook mijn best doe om het te voorkomen. Er kwamen altijd wel een paar scheuren in dat best doen. Ik vermoed dat mijn schuren met de wereld zelfs de hele bedoeling van mijn bestaan is. Maar het voelde als het tegenovergestelde, het voelde alsof ik geen bestaansrecht had als ik schuurde.

En precies dat is nu verdwenen. 

Ik ben los.  Ik mag schuren! Ik móet schuren.

Het interesseert me geen moer meer hoe mensen mij ervaren. Hooguit kan ik bedenken dat die botheid/stugheid averechts heeft gewerkt, en het dus niet handig is, maar met mijn eigenwaarde heeft dat helemaal niets meer te maken.

Dit klinkt allemaal heel logisch en natuurlijk en ik kon me ook al wel via omdenken en relativeren uit die put trekken.  Maar het wonder is dat er  helemaal geen put meer is. Ik kan niet alleen bedenken dat het niet uitmaakt hoe anderen mij zien, ik kan het nu ook voelen.

Ik was stuurs en autoritair en ik schuurde.  En ik vond het prima zo. Ik ben gewoon retetrots op mezelf.

 

NASCHRIFT:

Iemand vertelde dat ze de vergadering niet veilig vond. Ze was net nieuw en het was geen fijne kennismaking. Dat dit “on my watch” gebeurde.
Daar baal ik van. Het verandert niet iets aan wat ik boven schreef. Het betekent wel dat ik nog iets te leren heb. Dat ik met schuren last veroorzaak, vind ik dus inmiddels prima. Dat die last anderen kwetst, dat is een volgend hoofdstuk. Ik kan daar van alles bij bedenken. Dat het niet altijd te voorkomen is. Dat het soms misschien zelfs nodig is. Maar het gaat niet om denken. Het gaat om voelen.

Het komt goed. Ooit maak ik ook die stap.