Selecteer een pagina

Ik heb gisteren een vergadering voorgezeten. Ik wilde dat doen omdat ik een vergadertechniek geleerd heb die erg fijn werkte op de school waar ik les gaf. Ik heb daar met succes vergaderingen voorgezeten op deze manier. Lekker strak.

Maar met videobellen werkte het niet. Sowieso is het een vergadermanier waar je aan moet wennen. Dat is één. Daar heb ik niet genoeg bij stilgestaan. Maar bij een “zoomvergadering” valt er zoveel aan communicatie weg. Mijn god, alle mensen die dat nu al zo lang doen, hoe doen jullie dat in vredesnaam?

Met mijn slechthorendheid is het al helemaal niet te doen. Al mijn energie, en dat bedoel ik tamelijk letterlijk, als mijn energie gaat op aan verstaan. Ik heb geen ruimte meer in mijn hoofd om razendsnel de betekenis en implicaties van wat ik hoor op te nemen, laat staan om adequaat te reageren. En na een half uur is het al op. Ik loop dan op mijn reserve tank.

Ik heb dus geen energie meer om de directheid van mijn vergaderstijl te verzachten, waardoor ik alleen maar zakelijk en bot overkom. Ik doe het niet meer niet meer, niet alleen het voorzitten, maar überhaupt niet meer online vergaderen. Ik heb een hele nacht oorverdovende Tinnitus gehad.

Slechthorendheid en doof zijn, zijn twee verschillende dingen en ook twee verschillende werelden.

Als je vanaf je geboorte zeer slechthorend of doof bent, vormt dat je. Je bent niet alleen doof, je bent ook Doof, lid van een dovencultuur. Een hele mooie cultuur, met een schitterende taal. Maar dat is niet waarover ik schrijf.

Ik ben goedhorend opgegroeid en werd op latere leeftijd plotsdoof. Met een Cochleair Implantaat functioneer ik als slechthorende. Deze CI vervangt de haarcellen in mijn slakkenhuis. Ik ontvang in plaats van duizenden trilharen het geluid nu via 16 elektroden die stroomstootjes doorgeven aan mijn gehoorzenuw. Ik hoor digitaal, blikkerig. Muziek is bijvoorbeeld niet meer aangenaam om te horen.\

Ik kan in een 1 op 1 gesprek in een stille ruimte veel verstaan. Mijn score op een woordjestest is 90%. Maar dat wijzigt drastisch als er achtergrondgeluid is. Mijn oren kunnen niet meer filteren, alles komt even hard binnen. Mijn CI’s kunnen dat voor een deel overnemen, maar stemgeluid filteren ze niet. Als twee mensen tegelijk praten versta ik niets.

Ik hoor nooit alles. Dat wordt elke keer opnieuw duidelijk bij nieuwe, ongebruikelijke namen. Wat ik doe is van de klanken die ik wél hoor een puzzel leggen met behulp van de context. Als de context ontbreekt gaat mijn verstaan snel achteruit. Dat betekent dat ik soms op zoek ben naar een specifiek woord dat voor mij de hele zin duidelijk maakt. Ik vul dan met terugwerkende kracht alles in wat ik gemist heb. Dit vergt rekenwerk, en daarom is luisteren zeer vermoeiend. Uit onderzoek blijkt dat slechthorenden minstens 10% extra energie kwijt zijn dan goedhorenden. En soms mis ik dat ene woordje waardoor alles op zijn plaats valt. Dat is pijnlijk want dan moet ik mijn gesprekspartner vragen en het hele verhaal opnieuw te doen. Maar dan helpt het alleen als hij/zij/hen dat op een andere manier verwoordt. De kans is groot dat ik namelijk wéér over precies dat ene woord struikel, vooral als het een woord is dat ik niet verwacht. Zo duurde het eindeloos voordat ik als pleinwacht door had dat kinderen naar de mediatoren vroegen. Dat was een woord dat ik in die context niet kon plaatsen, omdat ik het meervoud vooral in het engels ken. Ik vroeg me af welke toren ze bedoelden. Grappig, maar niet leuk. Het duurt te lang voordat je eruit bent en de ergernis komt om de hoek, en er is een grote kans op het dodelijke “laat maar.”

Dat “laat maar” is één van de vreselijkste dingen die je kunt doen. Het kan best zijn dat je opmerking achteraf niet de moeite waard is, maar wat er gebeurt is dat jij als horende voor mij bepaalt wat wel en niet de moeite waard is. Je ontneemt mij de kans om dat zelf te beoordelen. 

Het is lastig om aandacht te vragen voor mijn beperking. Ik ben er assertief genoeg voor, maar het moet zo vreselijk vaak dat ik op een gegeven moment te moe en om wéér aan te geven dat er rekening gehouden moet worden. Bovendien plaats het mij elke keer weer in de uitzonderingspositie. Dit is iets wat mensen uit minderheidsgroepen zullen herkennen. Elke keer dat je aandacht vraagt waar je recht op hebt wordt pijnlijk duidelijk dat je er buiten staat. Dat is de reden dat ik al het werk te vaak in mijn eentje doe. Het zou een paradijs zijn  al de omgeving het zou kunnen zien als gezamenlijke verantwoordelijkheid. En zelfs al willen ze dat, ze vergeten het zo snel, dat die wil eigenlijk geen enkele betekenis heeft. Sterker nog, het maakt mij tot een zeur, want ze zijn toch zo goedwillend.

Ik zou eigenlijk overal deze gebruiksaanwijzing moeten delen.

Ik mis veel van het gesprek. Ik laat dat, want alles meekrijgen kost teveel energie. Ik ben erg blij dat ik de grote lijnen meekrijg. Ik let daarbij vooral op non verbale communicatie. Dat gaat verrassend vaak goed. Maar het betekent ook dat ik hele specifieke informatie kan missen. Het lastige is dat ik niet weet wat ik mis. En de ander weet het ook niet. Het is een soort bermuda driehoek. Pas veel later blijkt soms het misverstand. 

Ik mis sowieso veel informatie. Horenden hebben niet door hoeveel informatie ze oppikken. Ze kunnen naast het gesprek waaraan ze deelnemen ook een ander gesprek volgen. Ze horen vanaf hun werkplek bijvoorbeeld wat er gezegd wordt bij het koffieapparaat. Al dat soort info geeft ze een ruimere context. Ze zijn zich niet bewust dat ik die context mis. En juist die context heb ik zo hard nodig voor mijn verstaan. Ik loop altijd achter in informatie.

Er zijn hulpmiddelen, zoals een extra microfoontje, of een schrijftolk. Ook hier weer de paradox. Mensen denken dat ik alles nu wel mee krijg, maar zelf met hulpmiddelen is het voor mij behelpen. Een schrijftolk is snel, maar in een groep reageren mensen zo snel op elkaar dat ik nooit een kans zie om wat te zeggen.

Sowieso is dat snel op elkaar reageren lastig. Het is niet te geloven hoe vaak iemand al begint met spreken voor de ander de zin heeft afgemaakt. Gezelligheid is helemaal een probleem. Daar ontbreekt elke structuur. En als er gelachen wordt versta ik helemaal niets meer. Ik ben dan ook vaak de enige die niet in de vrolijkheid kan delen. Dat maakt eenzaam, en zorgt ervoor dat ik groepen mijdt. Maar dat zorgt dan weer dat ik contact mis. Het is een soort zichzelf versterkende afzondering.

Mijn ideale gesprek: heel veel pauzes. Door laten dringen wat net gezegd is. Doorvragen wat niet duidelijk is. Niet meteen een andere mening of een ander onderwerp. Eerst dit, wat gezegd is ruimte geven. Pauze en dan pas iets anders. Ik heb deze gesprekken als trainer zo kunnen leiden en het was voor iedereen geweldig. Heel af en toe heb ik het als deelnemer meegemaakt. Het waren de enige keren dat ik me in een groep gezien voelde.

Als ik in een groep wil functioneren is het nodig dat die groep mede verantwoordelijkheid neemt voor het gat dat ontstaat. Da ze voortdurend beseffen dat ik dingen gemist heb, dat ze me snel even bijpraten als ik ze dat vraag, maar ook als ze aan me zien dat ik even verloren ben. Dat ze een grap herhalen, ook al was hij vreselijk flauw. Ik hoef niet altijd alles te weten, maar het helpt al enorm als ik weet wat ik niet weet. 

Dit alles vraag eindeloos veel energie en eindeloos veel geduld. De groep moet een leercurve in, en we moeten allemaal comfortabel worden met het feit dat het oncomfortabel is. En dat is wat het zo moeilijk maakt. Ik moet niet alleen heel erg assertief zijn, ik moet mezelf erg veel waard vinden om deze energie en het geduld van anderen te vragen.

Dit is waarom alle folders over slechthorendheid waardeloos zijn. Het gaat niet om praktische tips. Die ontdek je gauw genoeg. Het gaat om een manier van zijn met elkaar.