Ik ben niet lief en zelfs niet altijd eerlijk en open

(blogpost ik het het kader van #worldmentalhealthday)

Goed, ik mag nu dus erkennen dat ik daar ook bij hoor, bij de psychisch kwetsbaren. Lang kunnen verbergen, net als mijn vrouw zijn. Het voelt als een soort tweede coming out.

Mijn webben die ik zo ragfijn weefde, om te kunnen overleven, waren vernuftig en slim. Maar ook mooi. Lief en zacht, en zorgzaam voor anderen. Dat het vermijdingsmechanismes waren, en nog zijn. Daar heb ik vooral mezelf mee.

En soms niet. Soms doe ik anderen pijn met mijn zorgvuldig omslachtig vriendelijk zijn. Dát is misschien op dit moment wel mijn zwaarste les: weten dat ik lang niet altijd aardig ben. Weten dat ik scherpe kantjes heb, misschien juist vanwege mijn aardig willen zijn. Dat is erg moeilijk om naar te kijken. Alles schreeuwt in me dat ik mijn plek op aarde niet verdien als die schaduwkant er is. Maar het is er. 

Weet je, zelfs deze blogpost is een vorm van vermijden. Als ik het zelf zeg, is het minder erg dan als anderen dit over mij zeggen. Zo is openheid een deel van mijn web.

Dat is ook precies hoe mijn innerlijk criticus kon groeien, anderen vóór zijn. Een innerlijke criticus is altijd te streng, maar ze heeft niet altijd ongelijk. Dit mag ik aan. Ik ben niet altijd lief, en om van te houden. En toch mag ik er zijn. Ik mag mijn webben loslaten. Weet je dat het nóg lastiger is dan een transitieproces?

 

altijd kwetsbaar

Vandaag komt mijn eerste vlog online bij Linda TV. Al een half jaar kijk ik hier naar uit. Want ja, schoorvoetend beken ik dat ik die publiciteit heerlijk vind. Dat schoorvoetend is omdat er een stem in me is die zegt dat ik alleen maar aandacht vraag. Dat dat compensatie is. Dat ik daarvoor in therapie moet. Ik stel de stem gerust. Ik ga ook in therapie. Ik sta op de wachtlijst.

Wat rot dat juist op deze dag mijn oude angsten dat ik nergens voor deug mij even hevig overvallen. Dat ik de aandacht niet verdien. Dat ik mooi weer speel. Ik weet dat ze weer weg gaan, die gedachten, maar dat kan ik niet voelen als ik er middenin zit.

Ik schrijf dit omdat dit er ook is. Ik houd zo verschrikkelijk veel van mijn leven. Ik geniet zoveel meer nu ik ook aan de buitenkant vrouw mag zijn. Maar deze diepdonkere buien zijn er ook. Ook dit stuk van mij mag er zijn (al schreeuwt mijn hoofd van niet).

Ik hoop dat de bui op tijd over gaat, want ik wil heel erg graag genieten van de aandacht zonder de stem die zegt dat ik het niet verdien.

Aan alle lieverds die dit soort buien kennen: ik voel je. Weet dat ze weer overgaan. Zelfs nu, midden in zo’n bui weet ik dat zeker. Ik houd van jullie.

We zullen altijd kwetsbaar blijven, soms maakt ons dat lelijk, vaak maakt ons dat mooi.

Liefs

Emma

Update:
Een vriendin is onderweg, van ver. Moeilijk, want in zo’n bui verdien ik ook dat niet. Ik besluit nu dat ik dat wel verdien.

nog een update:

Ik ben zo blij dat ik haar toe liet. Ik ben weer alleen en het is goed. En ik geniet van de fantastische lieve reacties op mijn vlog.

Fuck the world

[et_pb_section bb_built=”1″ admin_label=”section”][et_pb_row admin_label=”row” background_position=”top_left” background_repeat=”repeat” background_size=”initial”][et_pb_column type=”4_4″][et_pb_text admin_label=”Text” background_position=”top_left” background_repeat=”repeat” background_size=”initial” _builder_version=”3.11.1″]

Ik dacht dat ik met mijn transitie een grote fuck you had gemaakt naar alles wat iedereen van me vond. Dat ik daar nu vrij van was, want dit was een grote stap. Niet dan? Niet dus.

Geven om wat mensen van me vinden is al meer dan een halve eeuw mijn overlevingsmechanisme. Misschien juist wel omdat ik oorspronkelijk juist helemaal niets gaf om wat anderen van me vonden. Ik kan me momenten herinneren waarop ik me totaal onbewust ben van wat anderen denken en vinden. Ik kan nog veel meer momenten herinneren dat ik me achteraf rot schrok, omdat me flink werd ingepeperd dat ik daar wat beter op had moeten letten. Dat opletten is mijn tweede natuur geworden. Nu het stof van mijn tweeëneenhalf jaar transitie is gaan liggen zien ik dat mijn mechanisme nog grotendeels intact is. Pas nu kan ik gaan werken aan het loslaten daarvan. Het is zwaar werk, maar, maar het volhouden van mijn bewakingssysteem kost nog veel meer energie. Energie die ik niet meer heb. Ik ben klaar met alles wat hoort. Ik kan nu al voelen hoeveel opluchting het is om daar los van te zijn. Ik had op mijn leeftijd daar natuurlijk al lang klaar mee moeten zijn. Maar ik was er té goed in. Ik zag zelf niet eens dat ik het deed, dat ik het nog steeds doe. Maar ik leer. Ik krijg hulp (ooit, wachtlijsten en zo). Ik kom er wel. 

Weet je waarom het zo lang duurde?

Ik bouwde laag op laag vanwege mijn schaamte. Want ik schaamde me ervoor dat ik me zo aanpaste. Ik was toch zeker niet zo’n braverik? De laag die ik eromheen aanlegde was dus een laag waarin ik me schijnbaar juist niet aanpaste. Maar in feite was ik alleen maar bezig om heel zorgvuldig te kiezen waaráán ik me aan paste. Aanpassen aan mensen die zich niet aanpassen, gaf mij de schijn van onaangepast durven zijn. Zó subtiel werkt het, godverdomme!

[/et_pb_text][/et_pb_column][/et_pb_row][/et_pb_section]

Papier

Papier is mooi. Want met woorden kan ik werelden scheppen. De verbeelding van de lezer is de grijze stof tussen de regels. We doen het samen.

Maar papier is zo plat als ik het wil gebruiken om overzicht te krijgen. Daar helpt geen schema aan. Lezen gaat nog wel, maar schematisch weergeven wat zich aan chaos in mijn hoofd bevindt, is onbegonnen werk. Zelfs drie dimensies zijn niet genoeg om beeld te krijgen. Want het is niet alleen beeld, wat daar zit. Het is gevoel, en het beweegt.

Jammer is dat, want ik houd zo van logisch gerangschikt en overzichtelijk.

Mezelf snappen én mezelf zijn. Alleen een kunstenaar is zo gek om die twee te willen verbinden. 

 

het schuurt aan mijn pijn

Soms krijg ik een artikel over transgenders doorgestuurd door vrienden. Vaak over een jonge trans vrouw of over een trans meisje en haar ouders. Ik lees het, ben geraakt, ontroerd, en ik bedank mijn vrienden. Vanmorgen durfde ik voor het eerst te vragen om te stoppen met het sturen van dit soort artikelen. Ik vroeg het aan een goede vriendin, daarom durfde ik het.

Tot nu bedankte ik alleen, en hield ik mijn gevoelens geheim. Want wat ik voel is jaloezie, en ik schaam me daarvoor. Ik vind jaloezie ook een rotwoord. Het is geen afgunst. Ik ben oprecht blij als ik lees over ouders die hun trans dochter bijstaan, of over jonge trans vrouwen die na een worsteling eindelijk stralen.

Maar ik voel ook de pijn dat ik dat allemaal niet had. En die pijn mag er op een of andere manier niet zijn. Omdat ik daarmee het geluk van anderen ontken, of op zijn minst vertroebel, zo voelt het. En ook omdat ik er nu toch wel eens een keer overheen moet zijn. Daarom houd ik het binnen, uit schaamte. Ik ben blij dat ik het vanmorgen durfde te delen. Want binnen mij woekert het, de pijn en de schaamte.

Het was helend dat ze het direct snapte. Ik weet dat het ook anders kan. Dat mensen schrikken van mijn pijn. Dat ook zij voelen dat mijn pijn op een of andere manier het geluk van een ander vertroebelt. En dan gaan ze in de verdediging. En dan moet ik uitleggen dat ik het niet aanvallend bedoel. Pijn is zo moeilijk om te delen, en helemaal in reactie op iets dat voor anderen mooi is.

Ik wilde dat er een woord voor was, want ik vermoed dat er heel veel pijn op deze manier in krochten blijft wonen.

Iedere dag bloggen

Dit is de start van mijn iedere dag bloggen.

Ik deed dat in 2012 (op jacobjanvoerman.nl) , en het was het begin van een bijzondere reis. Tot die tijd voelde ik mezelf mislukt. Door te delen wat er in mijn hoofd om ging ontdekte ik dat ik niet de enige was met zo’n vreemd hoofd. En het hielp om mezelf te snappen. In die zin was het ook therapie. Het heeft me zó veel gebracht. Ik maakte een theater, schreef een prentenboek, en ik durfde uit mijn werk te stappen. Het heeft me zelfs de vrienden gebracht waardoor ik uiteindelijk (5 jaar later) in transitie durfde te gaan.

Maar er was ook een valkuil. Mezelf snappen en in woorden vangen was ook een manier om te vermijden mezelf te voelen. Ik had zó veel door. Maar lang niet alles voelde ik ook. Ik ontdek nog steeds oude dingen in mijn blog, waar ik nu pas echt tegen aan loop. “Maar ik wist het!!! Zeven jaar geleden al!” denk ik dan. Maar weten is niet voelen. En voelen is niet doen.

Diezelfde valkuil is ook nu aanwezig. Ik mocht van mezelf niet bloggen. “Voel het maar, in plaats van er over te schrijven.” Maar ik vind nu dat ik te streng was voor mezelf. Ik maak te vaak van dat soort rigoureuze beslissingen. Ik mag milder zijn. Ik mag schrijven én voelen. En ik ga in therapie. Want een blog schrijven is wel therapeutisch, maar ik weet nu dat het geen vervanging is voor therapie.

Ik heb geen thema. Ik schrijf hier over wat me elke dag bezig houdt. Het wordt mijn dagboek.

En er komt een boek, voor een deel gebaseerd op mijn oude blogs. Dit blog wordt dan een soort vervolg op dat boek want het heeft een open einde.

De coach en de engel

Ik werkte op het UWV werkplein, en kreeg een bijzondere klant.

Een man in gescheurde, vieze kleren. Z’n hopeloos geval.

Ik begon zoals ik bij elke klant begon. Ik vroeg wie hij was en wat hij wilde.

Hij vertelde dat hij een engel was.

‘Ik ben een engel met een speciale opdracht van God. Ik ben onderweg mijn vleugels kwijtgeraakt. En toen ben ik gevallen en heb mijn kleren gescheurd. Ik ben een groot deel van mijn geheugen kwijt, en ik weet mijn opdracht niet meer. Maar het ergste van alles is dat ik zichtbaar ben.’

Help, dacht ik, maar ik besloot nog even toch even door te vragen:

‘waarom is het zo erg dat je zichtbaar bent?’

‘Nou, als ik onzichtbaar ben, zien ze niet wat ik niet ben’.

Ik deed nog even moeite om dat te ontrafelen, maar besloot dat ik daar niks mee op schoot.

Ik moest een beroep in het systeem zetten, dus vroeg ik naar wat wilde en kon. Het enige dat ik er uit kreeg is dat hij een reddende engel wilde zijn. En dat zijn enige probleem is dat hij zijn opdracht is vergeten.

Of ik hem daarmee wilde helpen.

De komende afspraken met deze man waren een verzoeking. Ik kon hem met de beste wil van de wereld niet overtuigen dat hij zich eerst eens moest opknappen en dat hij dan maar eens een cursus werk zoeken met social media moest volgen. Hij had al die tijd naar mijn computer gekeken alsof hij er nooit een had gezien.

Hij bleef er bij dat hij anderen wilde helpen.

Zucht. Hij kon zichzelf niet eens helpen.

Na vele gesprekken gebeurde het. Misschien was het laat en was ik moe. Misschien is dat de verklaring.

Ten einde raad vroeg ik nog eens: wie ben je nu echt? De man vroeg: “Wil je dat echt weten?” Ja, zei ik. En op dat moment meende ik het ook.

Toen drong het pas langzaam tot me door. Hij had het al die tijd gezegd. Misschien was hij wel écht een. . .

Ik keek nog eens naar de man. Hij glimlachte naar mij en werd langzaam maar zeker doorzichtig. De glimlach verdween als laatste, tenminste die glimlach was het laatste wat ik me herinnerde. Hij zei nog: “dankjewel”, en was verdwenen.

In de hemel in het paradijs, kwam de engel weer terug. Zijn vleugels waren ook weer heel. Maar nog steeds wist hij niet wat zijn opdracht was. Dat was dus het eerste wat hij vroeg. Het antwoord was: “Je opdracht was om iemand te leren om in anderen te geloven.”

 

Dit schreef ik in 1998. Het UWV-werkplein heette toen nog arbeidsbureau.  (en nee social media bestond nog niet. een cursus “Word”  was toen het modewoord, en de sleutel tot alle banen.)

Inmiddels zou ik het verhaal laten afspelen bij het WMO. Maar ook dat kan niet. Een engel heeft geen DigiD.

Er zijn teveel engelen die tussen wal en schip raken. Laten we ze zijn voor wie ze zijn.

Teske

Jij bent Takkie, natuurlijk.  (zie hier voor het verhaal over Takkie en Doni)

Wat bijzonder, een meisje! En wat ben je anders. Waar Dion duizend katten uit bomen keek, klom jij in duizend bomen tegelijk. Je verbaasde me elke keer opnieuw met je niet te stuiten onderzoeksdrang en daadkracht. Dodelijk vermoeiend maar zo ontzettend mooi. We leerden dat huisartsposten en ziekenhuisbezoek er allemaal bij hoorden.

Toen ik eindeloos achter Dion aan holde om hem nu eindelijk eens te leren fietsen zonder zijwieltjes, wilde jij ze er ook af. Ik deed het omdat ik wist dat je me anders geen rust zou geven. Ik zei dat je het wel zelf moest doen, omdat ik met Dion bezig was. Dat maakte je niets uit. Niet veel later, Dion had zijn evenwicht nog steeds niet gevonden, riep je. Ik keek om, en zag je fietsen, zonder zijwieltjes, met een stralend trots koppie.

Het volgend verhaal komt vast je keel uit, maar de lezers van het boek kennen het nog niet. Het is essentieel, misschien niet eens voor jou, want het gaat over wat ik van jou leerde. 

We waren op vakantie in Oostenrijk. Ik had gepland om een dagtocht te maken naar de Bielerfelder Hütte, bovenop ‘onze’ berg, en dan met een liftje terug. Ik wist al dat Dion wel mee wilde. Hij vond dit soort avonturen mooi. Ik dacht dat jij, klein als je was (6), het ook makkelijk aan zou kunnen.
“Bedoel je dat we een hele dag moeten lopen?”, vroeg je. 

“Ja!”, zei ik aanmoedigend, “Dat kun je!”

Maar je had geen zin. Een hele dag wandelen is saai. Ook al kom je daar steeds hoger mee. Je wilde liever de stijle rotswand achter het huisje beklimmen, dat was spectaculairder. Ik had met Dion een schitterende wandeling. Ik zag dat hij net zo genoot als ik. De slingerende paadjes onder de loofbomen, de bruggetjes over de beken, de donkere dennenbossen, gevolgd door de alpenweiden, die zich al aankondigden met het geluid van koeienbellen. En als beloning het terras van de Bielerfelder Hütte. Dion kreeg een ijsje en een schildje van de Hütte voor op zijn wandelstok.

Toen jij dat schildje zag barstte je in tranen uit.
“Had dan gezegd dat je een schildje kreeg! Dan was ik ook meegegaan!”

Dat we morgen allemaal met de lift op en neer zouden gaan, en dat jij dan ook een schildje mocht gaf geen troost.

“Dan heb ik het niet verdiehiend!”, snikte je.

Ik had net geleerd over intrinsieke motivatie.  Ik begeleidde mensen bij het zoeken naar werk, en zag dat dit dé kracht was die ze voortstuwde ondanks alle tegenslagen. Het stond ook zo in alle zelfhulpboeken die ik las. God behoede kinderen voor ouders die aan persoonlijke ontwikkeling doen. In eerste instantie snapte ik je boosheid en verdriet niet.  Maar ik wilde er ook niet omheen. En door jou snapte ik pas dat óók extrensieke motivatie een grote kracht kan zijn. Dat het misschien niet eens extrensieke motivatie is, maar een symbool om je intrinsieke motivatie op te richten.

Later ging je atletiek doen, en leerde ik een vergelijkbare les. Het mag ook wél om het winnen gaan. Wat kon jij stralend op dat podium, en terecht, want wat werkte jij er altijd hard voor.

Je was onze extraverte, sportieve meid. Je ging PMT doen, psychomotorische therapie. En nog een master in orthopedagogiek er bovenop. Over intrinsieke motivatie en wilskracht gesproken. Je weet intussen meer over persoonlijke ontwikkeling dan ik. Je geeft therapie aan mensen met een trauma. Wat heb jij je Introverte en extraverte kanten mooi geïntegreerd! En wat ben je wijs. 

Als Teske klimt
en Teske valt
staat ze snel weer op
ze klimt opnieuw
en valt opnieuw
ze heeft een harde kop
zij gelooft niet dat elk gevolg
meestal een oorzaak heeft
alsof Teske de wereld steeds opnieuw beleefd
ze moet nog zo veel leren
de wereld is nog nieuw voor haar
ze is zich niet bewust van een gevaar
en als ik zeg dat mag je niet
ik waarschuw voor het laatst
ze doet het toch
en word ik boos
dan is ze heel verbaasd
zij gelooft niet in regels
dus ook niet in regelmaat
gisteren is morgen
’s morgenvroeg is ’s avonds laat
ze moet nog zo veel leren
de wereld is nog nieuw voor haar
ze is zich niet bewust van een gevaar
en daarom doet ze dingen
die ze anders niet zou doen
zij laat zich niet dwingen
niet door regels of fatsoen
verwachting en verwondering
staan op haar gezicht
ik gun het haar zo dat zij voor elk wonder zwicht
zij stoot nog heus
heel vaak haar neus
dat nemen wij voor lief
want bij alle lessen die ze krijgt
hoop ik dat zij zichzelf blijft
zo enthousiast
en misschien wat impulsief.

Het is je gelukt, jezelf blijven!

neurodivers

Die grote schrik op de kleuterschool, heeft natuurlijk te maken met mijn hoogsensitiviteit. Dat woord stond in mijn eerste versie van het manuscript voor dit boek. Maar intussen weet ik het niet meer zeker. Misschien ben ik autistisch, maar ik herken ook erg veel van ADHD en hoogbegaafdheid. Maar in dit boek wil ik het niet over de etiketten hebben. Niet omdat ik etiketten vreselijk vind. 

Etiketten zijn juist nodig.

Er is een bekende truuk voor als je per ongeluk  met een permanent marker op een whiteboard hebt geschreven. Je tekent/schrijft met een whiteboardstift over de permanente lijntjes. In de whiteboardstift zit oplosmiddel. Zo kun je de permanente stift weer weg krijgen. Stift oplossen met stift. Zo kun je ook etiketten oplossen met etiketten. ADHD klinkt beter dan “irritant druk”, dyslectisch klinkt beter dan ‘dom’, introvert klinkt beter dan “verlegen”.

Etiketten, diagnoses, typeringen kunnen bevrijdend werken. Door een reframe, door met andere ogen kijken naar jezelf. Het etiket krijgt niet alleen een andere naam, je kunt met die nieuwe naam op een heel andere, minder veroordelende manier naar jezelf kijken. Dit is hoe je hersens werken. En het heeft niet alleen maar nadelen, het heeft ook schitterende kanten.

Door (h)erkenning: Je bent niet de enige. Er zijn meer mensen zoals jij. Deelgenoten. Eindelijk word je gezien. Alleen mensen die de ontroering gevoeld hebben bij deze ontdekking snappen waar ik het over heb.

Het geeft je taal en handvatten. Het feit dat het een naam heeft, geeft je een taal om uit te leggen hoe je in elkaar zit. Je leert je eigen gebruiksaanwijzing kennen, én je kunt het delen. Daar zit wel een nadeel aan vast. Mijn dochter vertelde me dat ze steeds opnieuw met kiezen of ze die gebruiksaanwijzing deelt. Het etiket helpt anderen rekening met haar te houden. Ik wilde dat er een manier was om het te delen, zonder ook het stigma opgeplakt te krijgen.

Ik moest het al kind zonder de gebruiksaanwijzingen doen. En ik had geen taal om mezelf aan anderen uit te leggen. Ik had ook de hulp en begeleiding niet, die zo’n etiket met zich mee brengt. En ik heb in ieder geval één reden minder o zo’n etiket te willen. Ik hoef niet één woord om mezelf mee uit te leggen. Ik heb een heel boek

Ik moest het als kind zonder de gebruiksaanwijzingen doen. En ik had geen taal om mezelf aan anderen uit te leggen. Ik had ook de hulp en begeleiding niet, die zo’n etiket met zich mee brengt. En trouwens, als ik in mijn tijd een etiket gekregen had, kon ik het begrip en de begeleiding wel schudden, het stigma had ik wel gekregen, en ik denk dat ik dat heel erg goed aanvoelde. 

Nu heb ik  in ieder geval één reden minder om zo’n etiket te willen. Ik hoef niet één woord om mezelf mee uit te leggen. Ik heb een heel boek.

Wat het etiket ook is, (en ik blijf nieuwsgierig),  het is in ieder geval duidelijk dat ik een neurodivers kind was. Mijn hersens werkten anders. Er zijn bij mij andere paadjes aangelegd. Kronkelpaadjes. Hele mooie gave paadjes. Mijn probleem was nooit die paadjes. Mijn probleem was dat de wereld verwachtte dat paadjes er voor zijn om ergens te komen, liefst zonder omwegen. Maar ik kon niet zonder omwegen. En vaak verdwaalde ik, nog steeds trouwens. Ik houd van verdwalen. En ik kwam altijd met de meest mooie dingen terug.  Maar de wereld zat niet te wachten op die mooie dingen. De wereld wilde dat ene antwoord, en dat antwoord is goed, of het is fout. In die wereld kon ik alleen functioneren door al mijn paadjes voor mezelf te houden, en door een systeem te verzinnen, waarmee ik er achter kon komen wat dat gewenste antwoord nou was, liefst het goede, maar zelfs een fout antwoord voldeed. Een fout antwoord was nog altijd beter dan de onverwachte antwoorden die ik op mijn paadjes vond. 

Zo begon mijn aanpassingsgedrag. Ik maakte nooit dezelfde fout twee keer, en fouten die ik anderen zag maken, maakte ik zelfs niet één keer. Ik maakte twee lijsten in mijn hoofd. Dingen die ik maar beter niet kon doen, en dingen waar je mee kon scoren, dat wil zeggen, de dingen waarmee ik fouten kon repareren, en goodwill kon kweken voor de fouten die ik nog zou maken. Ik was slim, en goede cijfers halen was geen probleem als je eenmaal doorhad dat het niet ging om de echte antwoorden, maar om de antwoorden die ze graag wilde horen. Als je wat slimmer bent dan gemiddeld, staan de schoolmethoden  vol met overbodige stappen en overbodige uitleg. Maar die uitleg kon je gebruiken, als broodkruimeltjes, die naar dat ene gewenste antwoord toe leidden. En ik kreeg door dat het punten opleverde als je wél alle overbodige stappen maakte. Dat werkte goed, tenminste, bij de schoolvakken. In het echte leven was het een stuk ingewikkelder, maar ook daar leerde ik het spoor te volgen, de overbodige stappen te zetten, en de acceptabele antwoorden te geven.

Privileges

Lieverd, ik moet het met je hebben over privileges. De titel van je boek is “onder de radar”, en je schrijft over hoe eenzaam dat is geweest. Je gebruikt daar zelfs een mooie beeldspraak bij: “Als je nooit valt, krijg je ook nooit hulp bij het opstaan.”

Maar dan wil ik je even wijzen op je privileges. Je bent wit. Je bent hoogopgeleid, je beide ouders studeerden, en ze hadden genoeg geld om jou te onderhouden, zelfs tot na je studietijd. Besef je, dat als je deze dingen niet had, dat je ook geen hulp had gekregen bij het opstaan als je wél gevallen was? 

Als je van kleur was geweest, was de kans groot geweest dat je wél gevallen was. Jouw tactiek om onzichtbaar te blijven was gedoemd geweest om te mislukken. Hoe hard je het ook geprobeerd had. Je was gevallen, en er was een hele grote kans geweest dat niemand je geholpen had met opstaan. Je had dat helemaal alleen moeten doen. Sterker nog, het zou je moeilijker gemaakt zijn, omdat er altijd mensen zijn die graag over mensen heen lopen die al op de grond liggen. Als het je gelukt was, was je er sterker uitgekomen. Maar mensen die het nooit gelukt is, schrijven er geen boeken over.

En je had het privilege van de man. Je wilde het niet, je had er last van,  maar laat me zien hoe het jou beschermd heeft.

Ik las net even mee met je blog uit 2012, waarin jij je ruzies over het huishouden beschrijft. Jij was ook zo’n man die geen idee had, wat er in het huishouden allemaal kwam kijken. Niet eens zozeer de klussen, maar wel ál het geregel. De clubjes, de briefjes van school, en duizend andere dingen die je nu nog steeds niet weet, maar die Sacha allemaal wel opving. Jij denkt nog steeds dat het pakken van de vakantie alleen maar om kleren en boeken ging.

Ik weet het. Jij had een fulltime baan, en Sacha had geen baan. Jullie wilden dat graag 50/50 maar dat is nooit gelukt. Maar wees eerlijk. Ook als het wel was gelukt, beiden partttime, dan nóg was Sacha degene geweest die alles had moeten regelen.

En nu komen we bij jouw hoofd. Het hoofd dat volslagen ongeschikt is om een huishouden te voeren. Of dat nu hoogsensitivviteit is, of ADHD, of toch jouw vermoeden van ASS. Be honest darling, you would have fucked up. Big time.

Zoals je ook uiteindelijk altijd struikelde op de administratie en de regeltjes op je werk. Dat was nooit de hoofdzaak, maar het maakte alles wel duizend keer zwaarder. Het zit niet in jou om gestructureerd te werken. Jij bent chaos. Je hebt het zelfs als argument in ruzies gebruikt, dat jij op je werk óók gek wordt van alles wat geregeld moet. 

En laat me een scenario schetsen. 

Jouw grote wens. Je bent cis-vrouw. Je hebt je kinderen gedragen.  En stel dat jij thuis was gebleven. Dan had jij ál die verantwoordelijkheden, én alle klussen op je schouders gekregen. Je zou doorgezakt zijn. Je zou wél gevallen zijn. Misschien zou je uiteindelijk wél hulp gehad hebben. Misschien had je de diagnose ASS gehad, en kreeg je een coach/begeleider om je te helpen de chaos in het huishouden op te ruimen. 

Vóórdat je zegt dat dat misschien beter was geweest, even dit. Je bent steeds ‘mislukt’ in je werk (zo voelde dat voor jou). Dat deed pijn, en je voelde schaamte. Maar je kon uiteindelijk je werkt achter je laten en ergens anders opnieuw beginnen. Maar een gezin kun je niet achter je laten. Het zou ook het laatste zijn geweest dat je zou willen. Ik ken je, je zou zeer diep gegaan zijn.  De schaamte over je werk voelde zwaar. Kun je ook voelen, hoe zwaar het zou zijn als jij het gevoel had gehad om als moeder te falen? En dan heb ik het nog niet eens over de tijd waarin je geploeterd zou hebben, voor je uiteindelijk om zou vallen. Je bent niet goed in omvallen, het zou lang geduurd hebben. 

Ja, je voelt het, ik voel je tranen.

Heel misschien was jouw ‘tweede keuze’ als vader nog zo gek niet. En dat je dan nu pas aan het vallen bent, en leert opstaan, dat is misschien niet zo’n hele hoge prijs.