Selecteer een pagina

Er ligt soms een sluier over mijn voelen. Ik vind dan dat dat eigenlijk niet mag. Ik vind ook dat ik het woord eigenlijk niet moet gebruiken, maar ik vind ook dat ‘ik vind dat dat niet mag’ te definitief klinkt. Ik vind zo veel. Veel te veel. Het is iets wat ik niet kan stoppen. Ik leer om er steeds minder betekenis aan te geven. Ik leer steeds meer te mogen van mezelf.

Die sluier bijvoorbeeld, die heb ik hard nodig, want het voelen is zo intens. Mijn voelen is nog heftiger dan mijn vinden.

Nu bijvoorbeeld. Ik zit op mijn plekje in de hoek van mijn bank (ik wilde mijn hele leven al een hoekbank, omdat die hoek me zo veilig leek. Nu heb ik er eentje en ik had gelijk). Ik kijk naar buiten. Ik koos mijn appartement vanwege de bomen tegenover mijn flat. Nog liever had ik uitzicht over de weidsheid van de uiterwaarden met zijn luchten, maar dat is een droomwens en dit is een hele mooie tweede.

De bomen kleuren, de zon schijnt door de bomen precies op de plek waar ik zit. Bladeren vallen. Soms eentje, die zich sierlijk eindeloos omwentellend zigzagt, alsof hij zijn weg naar beneden wil laten tellen. Soms zoveel tegelijk dat het duizelt.

Er komt zoveel binnen, de gouden glans van de zon die door de bladeren schijnt. Het is denk ik goed dat ik kleurenblind ben, zoveel kleur had ik niet aangekund. En ja, ik moet de ramen wassen. Mijn vinden bemoeit zich er ook nog even mee.

Maar er komt niet alleen veel binnen. Binnen wordt er ook nog eens eindeloos veel aangeraakt. Alle herinneringen aan eerdere herfsten en vallend blad trillen mee. Ik voel het, alsof mijn borstkas opgepomt wordt met alles wat daar zo schitterend woekert. Mijn ogen prikken en als ik het toelaat rollende de tranen over mijn wangen. Ja, nu dus.

Gisteren zat ik in de auto en zag ik schitterend licht door de wolken schijnen. Ik voelde hoe het alle soorten licht en wolken aanraakte, en ik hield mijn sluier op zijn plek. Ik durfde het niet aan, zo veel voelen. Ik maakte er een verhaal van in mijn hoofd. (Zie het blog van gisteren). Mijn voelen bewaarde ik voor de lieve, mooie vrouw die ik ging bezoeken, ik wilde niet al uitgeput zijn voor ik aankwam.

Net liet ik het voelen wel binnen. Maar het was zo verschrikkelijk veel, dat ik het kwijt moest. Vangen in woorden. Ik zit nu met mijn laptop op schoot, als schild. Ik durf hem nu wel weer weg te zetten. Er schuift net een wolk voor de zon. Ik mag vandaag gaan spelen met doseren, want tot nu toe was het alles of niets. Maar ik betwijfel eerlijk gezegd of ik dat wel kan. Dus misschien wordt het vandaag wel alles. Er zijn ook nog zoveel kwartjes te vallen van het gisteren. (Een dierbare ontmoeting)