Waarom hebben we geen duizend verschillende woorden voor licht? Bijvoorbeeld voor het licht op een donkere herfstdag? Zo grijs en grauw, en dat er dan opeens ergens de zon doorbreekt. Nee wacht! Niet doorbreekt, maar zacht door de wolken schemert en over de donkerte een gouden waas legt. Dat licht.

Of het lage licht van lente en herfst. (De winter heeft zijn eigen licht). Dat de zon aait over de kruinen van bomen, al of nog met blad. En ze streelt het gras, dat nu zijn structuur bloot geeft. Miljoenen schaduwen van sprietjes maken weiden van velours.

Of de donkerpaarse wolken als achtergrond voor, ja, alweer boomkruinen (bonuspunten voor herfstkleuren), en de zon die van achter je door een wolkengat de bomen in de schijnwerpers zet.

Of het grijze licht van de winter, of juist wit, teruggekaatst van de sneeuw, en alles van onder belicht, dat je plafond opeens de lichtste plek in je kamer is.

Of het hoge licht van zomer dat zich door de inktzwarte schaduwen van het bladerdak snijdt, en een lichtspel speelt op de grond.

Of het vroege herfstlicht, de lucht schoongewassen van alle zomerstof, alsof je een nieuwe bril op hebt, of de resolutie van je scherm hebt aangepast.

En waarom zijn er geen duizend woorden voor alle gradaties van gevoelens? Cocktails krijgen mooie namen, maar waarom is er geen naam voor de mix van één derde melancholie één derde vreugde, en één derde overdonderd zijn door mooite? En alle andere mixen van weemoed, heimwee, en diep geluk.

Waarom moet ik zoveel woorden gebruiken dat ik nooit begin met uitleggen wat ik zie en voel. En nu blijft alles binnen, stapelt zich op en ik voel de grote verantwoordelijkheid om dat alles te koesteren. Als ik de woorden had, kon ik alles mooi aan de juiste haakjes te drogen hangen.