Gedichten voor de ziel

(een paar van mijn gedichten, er komt ooit een bundel, want er is meer)

Stuur je wens het universum in, zeiden ze
of iets wat daarop lijkt
een aantal keren deed ik dat
uit wanhoop
met wilskracht
en zelfs een keer vol overgave
maar steeds besefte ik pas later
dat ik meer bezig was geweest met het hoe
dan met het wat
en nog later besefte ik
dat het wat
alleen maar liefde was
dus toen de vraag weer langs kwam
wat het universum voor mij kon doen
zei ik: “Kies zelf maar wat uit, als de kern maar liefde is.”
Het universum antwoordde:
“Dat is precies wat ik al die tijd al deed.”


 

Je hebt het vaker gehoord.
Elke keuze die je maakte
was de beste keuze
op dat moment
Je vond het mooi
Je voelde dat het klopte
Het gaf je rust
om het te weten
En je dacht
dat je die levensles geleerd had
Maar heb je hem wel gevoeld?
Heb je wel eens stil gestaan
bij al die keuzes?
Ook die ene?
Of koos je een paar krenten uit?
Natuurlijk deed je dat,
en dat was goed.
Niet alles in één keer.
Maar toen vergat je weer.
Heb je nu
nu je dit leest
de moed?
Heb je de moed om
– niet om het onder ogen te zien –
maar om het in je hart te voelen
wie je was
wat je deed
wat je liet
wat je voelde
En mag je nu ook voelen
hoe waar het is,
dat het de beste keuze was?
hoe kwetsbaar je toen was?
hoe dapper?
hoe mooi?
hoe jij?

 


Hoe leg ik mijn pijn uit

Als het voor jou een wereld is die je niet kent

Hoe leg ik uit dat dát juist die pijn veroorzaakt

Dat jij mijn wereld niet ziet

Dat mijn wereld er nooit mocht zijn

Dat alles werd gemeten met de maatstaven uit de jouwe

En dat volgens die maatstaven mijn verdriet niet bestaat

Je hebt er wel een woord voor

“Slachtofferschap” staat er op de deur die je in mijn neus dicht slaat

Hoe kan ik onze werelden verenigen

Als jij die van mij ontkent

Ik wil je een stukje van mijn wereld laten zien,

Maar jij ziet alleen de stukjes die jij in kunt passen in de jouwe.

Als ik aandring smijt je deuren dicht en vuilnis over je muur.

Welke muur, vraag je.

Dus bouw ik nu mijn eigen wereld

mooier dan jij je ooit kunt voorstellen

en op een dag

zie jij boven jouw muur

de toppen van mijn bomen

en de vogels zullen over de muur vliegen

en jouw hart veroveren met hun gezang

op die dag zul je op mijn deur kloppen

en ik zal je met liefde binnen laten

 


In het verhaal

verslaat de heldin

niet zozeer de vijand

als wel haar eigen demonen.

En ook die vijand 

is maar overdrachtelijk.

Dit is de boodschap:

Helden zijn geen slachtoffer.

En met de vinger wijzen helpt niet.

En daar zitten we dan

in therapie of opstelling

onze pijn en woede

te.. ja, wat eigenlijk?

Verwerken? Een plek te geven?

 

In de echte wereld zijn er daders.

Nee, niet zwart/wit dat weet ik best

Maar het blijven daders

Misschien met verzachtende omstandigheden

Misschien zelfs onbedoeld

Maar die verzachtende omstandigheden

die geven ze zelf maar een plekje

en onbedoeld maakt niet ongedaan

Ik zou naast therapie of opstelling

ze graag in de ogen kijken 

en daar schuldbesef in zien

of op zijn minst erkenning.

Ik weet wel dat 

dat te vaak 

niet gebeuren gaat

maar doe alsjeblieft niet

of dat gewoon is

door van mij een heldin

te willen maken

Mag ik ook gewoon

slachtoffer zijn?

 


Echte moed
zie je niet.
Echte moed
voelt niet als moed.
Echte moed
komt langs
in je diepste krochten.
Echte moed is
daar zijn
dat voelen
en dan doorademen.

 


Dat mijn verlangen
af kan hangen
van de dingen om me heen.
Dat ik de wereld
kan behangen
en mezelf van top tot teen.

Dat ik me buiten
op kan sluiten
en de tralies niet kan zien.
Dat ik niet zing
maar sta te fluiten
en het applaus niet eens verdien.

Dat hard proberen
alle keren
op dezelfde muren stuit.
Dat blauwe plekken
mij niet deren.
ik houd het zo al jaren uit.

Twijfel zaaien,
rondjes draaien.
Ik bijt mezelf weer in de staart.
Maar als de winden
zo hard waaien,
dan is houvast wel wat waard.

Vastgebonden zweef ik.
Losgelaten beef ik,
voel ik, leef ik.
Ik stort mezelf in vrije val,
recht omhoog vanuit het dal.
Ik pak mijn uitgestoken hand
en voel mijn voeten in het zand.

Nu ik de dingen
weer voel zingen
en mezelf van top tot teen,
weet ik weer:
ik moet soms springen
maar durf dat niet altijd meteen.


Hallo dofheid
ik ken je inmiddels goed
jij mist in mijn hoofd
en ik weet
dat ik geen zorgen
hoef te maken
hoewel zorgen maken
zo’n beetje als enige emotie
nog over is
is zorgen maken
eigenlijk wel een emotie’?
oja, dat kan ik ook
een beetje filosofisch
stuiteren met woorden
die ik niet kan voelen 
doolhoven bouwen
zonder uitgang
je gaat weer weg toch straks?
ik weet nu dat ik jouw puzzels
niet meer hoef op te lossen
jij bent slechts de terugslag
van wat ik onderging
zelfs als het heerlijk was
kom je even langs
je gaat weer weg toch straks?
waarom voel je dan steeds
alsof jij alles bent
en blijvend?

 


Er huist een beest in mij
dat onverwacht
mijn vreugde in de diepte sleurt.
Als een krokodil zijn prooi
wentelt en wentelt
de adem beneemt.
Er klinkt de geur van bitterheid.
Ik dood het niet,
het beest.
Het is mijn draak
die slapend waakt
over mijn schatten.
Soms heeft het een kwade droom.
Met bloedende handen
aai ik dan zijn schubben.

 


Als het ijzer niet aan te pakken zo heet is
de schroeven nog niet vastgedraaid
de aarde schudt (of ben ik dat zelf?)
de kannen en kruiken nog leeg zijn
de race niet gelopen is
en de dikke dame nog niet eens op het podium is verschenen.

Nu
zou ik het kunnen weten
als ik geen woorden nodig had
als spanning een gevoel mocht zijn
en duiden overbodig.

Want straks
ja, kunst:
als alles eenmaal duidelijk is
de woorden gevonden zijn
de puzzel gemaakt
de wonden genezen
ja dan!

is het al voorbij.

 


Elke dag ontroer ik mij
vind ik dingen
vind ik dingen van mezelf
vind ik dingen van mezelf zo mooi.
Dat toestaan
durven voelen
durven weten
durven zijn.
Voelt zo krachtig
en zo klein.

En dan is er de rouw:
was ik maar eerder vrouw.