huilen is ontgiften

En de tranen komen weer, onhoudbaar. Ik wil ze ook helemaal niet meer tegen houden. Het voelt goed als het stroomt.

Er was wel een aanleiding, een artikel ov er een jonge trans vrouw die beschrijft hoe haar ouders haar bij elke stap ondersteund en begeleid hebben, en een herinnering op facebook, een foto van ons gezin op vakantie, zes jaar geleden.

Maar het huilen zelf is zonder verhaal. Dat deed ik vorig jaar nog, een verhaal plakken op mijn verdriet, en het daarmee koesteren. Nu zijn de verhalen er ook wel, maar ik laat ze weer los. Mijn tranen mogen er ook zijn zonder een verhaal. Het is het smelten van oude pijn, het is het ontgiften van mijn lijf, het is het loslaten van de spanning die ik al die jaren heb opgebouwd en onderhouden.

Mijn dag wordt er niet minder mooi van.

de volheid van mijn leven

Ik kijk in de spiegel 

naar de mens die ik nu ben

ze is een vrouw

een mooie vrouw

haar ogen fonkelen

met een energie

waarvan voorheen

alleen een vermoeden 

zichtbaar was

ik ben haar

en ik ben ook degene die dacht

dat ze hem was

ik voel een heel leven in mij

de reserves

waarmee ik mezelf ontweek

het halsoverkop enthousiasme

waarin ik mezelf verloor

de angst en de hoop

de teleurstelling en de vreugde

de heftigheid en de gelatenheid

de fouten en successen

en alle doodlopende wegen

ze zijn nog allen in mij

ik loop over van dit alles

dankbaar voor de volheid van mijn leven

voeten op de grond (en nog steeds in de hemel)

 

Ik geniet van twitter.
Fijn  contact met lieve mensen. En ik ben ook dol op alle fijne reacties als ik mijn kleren show.
Maar ik moet er niet afhankelijk van worden. Niks mis met waardering willen (daar schreef ik het gedicht van Karel, hier beneden over). Maar ik wil niet verslaafd raken.
En die kans is er, als twitter bijna mijn enige contact met de wereld is. Ik vind zomervakanties niet zo heel erg leuk. Iedereen is weg en mijn vrijwilligerswerk als pleinwacht ligt stil. Vanwege de drukte in combinatie met Corona mijd ik Arnhem, en dat is jammer. Mijn koffiewinkel is daar en mijn boekwinkel, en het boekencafé, en de zeven straatjes. Ik mis dus contacten. Ik heb al vier weken niemand gesproken naast mijn aardbeienmeneer.

Al die mooie mensen van twitter gaan in mijn hoofd wonen. En dat is mooi, maar ook een beetje veel, merk ik. Daar moet ik ook even afstand van doen. Ik heb nog niet geleerd om te doseren.

Ik deed gisteren even een Cold Turkey omdat ik me opwond over transhaat. Ook daarom is het goed even geen twitter te doen.

Ik heb een maandlang kunnen zweven op mijn geluksgevoel. Ik wil dat zweven niet verlengen door steeds weer naar complimentjes te vissen met mijn outfits. Het is tijd om te landen. Voeten op de grond, en nog steeds in de zevende hemel. Ik ben aan het opruimen. Mijn huis weer fijn maken. Het was een rotzooi geworden tijdens mijn herstel.

Ik geniet van Jane Austin en ik maak voorzichtig weer wandelingen.En dat is even genoeg.

En ik kocht toch weer een nieuw vestje dat ik graag show. En mens, wat vind ik dat leuk. Ik zou wel model willen zijn.
Maar dat doe ik dus even hier. Met minder publiek, amper reacties. Even mijn verslaving afbouwen. En ook even niks meer kopen, als dat lukt.

Ik mag genieten van mezelf. Ik ga weer ritme opbouwen, ook zonder pleinwacht zijn. Maar ik kan bijna niet wachten tot de vakantie is afgelopen, 24 augustus. Als alles gewoon weer begint. En stiekem verlang ik alvast een beetje naar de herfst. Die mooie melancholieke mix van een nieuw begin en een afloop der dingen.

En mijn boek. Die gaat maandag naar een literair agentschap. En dan drie maanden wachten. Dat is best lang, gezien de spanning die er bij hoort. Maar ik heb vertrouwen.

 

 

Over nooit meer waardering zoeken en de onzin daarvan schreef ik deze

(Ik heb genoeg aandacht, complimenten en geluk in mijn bulten om het die drie weken uit te houden.)

Lang geleden, toen deze mythe
nog een klein verhaaltje was,
voelde de poes nog zonder sprieten
en liep de vis nog op het gras.
Want alle dieren, ja echt waar,
leken toen nog op elkaar.

De Schepper vond dat nogal fraai
ordelijk en elegant.
Zijn dochter Edda vond het saai
en nam het heft in eigen hand.
Want steeds hetzelfde is maar stom
net als elke dag patat.
Edda wilde andersom
dat elk dier juist iets anders had.

Dus opende ze een winkel, waar je zonder te betalen
eigenschappen af kon halen.
Dat werkte als een tierelier
want zelfs zonder het te snappen
wilde elke dier
ook wel eigen schappen.

De olifant wilde slurpen en heel hard kunnen stampen.
De aap een lange staart om zich mee vast te klampen.
Rino wilde graag een hoorn op zijn neus.
Waarop Tokus riep: “Hé dat was mijn eerste keus!”
De haai wilde hele scherpe tanden.
De zwaan wilde statig op het water kunnen landen.

De kameleon wilde de beste zijn in verstoppertje spelen.
De kat wilde zacht zijn, om zich te laten strelen.
De lijster wilde zo graag heel mooi kunnen zingen.
De kangoeroe wilde heel hoog kunnen springen.
De ijsbeer wilde graag een bontjas tegen veel te strenge vorst.
Karel de kameel wilde eigenlijk alleen maar nooit meer dorst.

Edda trok een wenkbrauw op
en Karel zei dat de woestijn,
groot en droog, een hele strop
voor een dorstige kameel kon zijn.
Van Edda kreeg hij voor de afstand
Lange benen, o zo hoog,
en tegen het waaiende woestijnzand
dubbele wimpers voor zijn oog.

Met een “weet je dat wel zeker zeg?”
nam ze ook de dorst van Karel weg.
Blij ging Karel naar de woestijn,
zijn eigenschappen uitproberen,
om na een maand (het moest zo zijn)
bij Edda terug te keren.

“Weet je”, begon hij heel verlegen,
“Ik ben echt reuzeblij
met de eigenschappen die ik heb gekregen.
Ze passen erg goed bij mij.”
“Door die lange poten
ben ik opeens beroemd.
Ik ben Kareltje de Grote,
tenminste, zo wordt ik nu genoemd.”
“Ik heb ook totaal geen last
meer, in mijn ooghoek, van die korst.
Dus die wimpers helpen vast.
Maar  . . .  Ik mis toch zo de dorst.”
Ik doe het nog wel eens, naar een oase gaan.
Maar zonder dorst is er helemaal niks aan.
“Ik geef je dorst weer terug.”
Zei Edda: “En om je te sparen
krijg je twee bulten op je rug
om water te bewaren.”




 

 

 

Wat ik niet kan zeggen over mijn vrouw zijn

 

Ik vertelde al in een filmpje dat er maar één aanwijzing is dat ik vrouw ben: mijn gevoel diep van binnen. Dat blijft staan. Dáár is de beslissing genomen om in transitie te gaan, een hele diepe zekerheid die ik op geen enkele manier met anderen kan delen.

Ik zou best een gesprek willen aangaan over hoe zich dat in allerlei gebieden uit. Maar al deze dingen zijn stuk voor stuk gevaarlijk om te benoemen, omdat ze los van mijn oergevoel vrouw te zijn, stuk voor stuk uit hun verband gerukt misbruikt kunnen worden. Ik zal ze hier wél benoemen en dan ook meteen aangeven waarom ik het gevaarlijk vind om er over te praten.

Mooi zijn

Daar begint het al. Want het is sexistisch om te zeggen dat vrouwen mooi moeten/willen zijn, en waarom zouden mannen niet mooi zijn?

En weer heb ik alleen maar mijn gevoel. In mijn mannenrol vond ik mezelf lelijk. Geen visualisatie die daartegen hielp. Als vrouw vind ik mezelf mooi. Als vrouw durf ik die schoonheid te accentueren. Make-up en mooie kleren vind ik heerlijk. Het voelt alsof ik mezelf vier. Complimenten vind ik heerlijk. Liefst van andere vrouwen. Bij mannen is er bijna altijd een agenda. Ik maak me niet mooi voor mannen. Ik maak me mooi voor mij.

Had ik dit als man gekund? Theoretisch ja. Ik had dan hele grote drempels moeten nemen, make-up, jurken dragen. Het had gekund. Maar, zoals ik al zei, het was voor mij onmogelijk om mijn man zijn te vieren. Ik heb het geprobeerd. Visualisaties, mannengroepen. Niks nada. En nu als vrouw: alles!

Je zou kunnen argumenteren dat ik mijn transitie als placebo heb gebruikt om mezelf eindelijk te kunnen accepteren. Maar dan ga je voorbij aan al die andere aspecten. Ik vind het ook een behoorlijk kwaadwillend argument. Het komt me iets te dicht in de buurt van conversie therapie.

 

Passen in de vrouwenrol

Weer zo’n anti-feministich aspect. Want ook ik zou graag willen dat we die rollen niet hebben. Maar ze zijn er. Ik heb een levenlang last gehad van de verwachtingen die mij als man werden opgelegd. Ik weet dat vrouwen ook last hebben van verwachtingen. En toch: ik pas beter in het verwachtingspatroon voor een vrouw dan in dat van een man. Ik kan me als vrouw ook makkelijker onttrekken aan verwachtingen. Dat kon ik als man niet.  Ik voel me sterker in wie ik ben, en kan dus losser omgaan met verwachtingen. 

Het wordt nóg gevaarlijker als ik het specifiek ga benoemen. Dan maak ik de hele nurture nature discussie los. En dat gaat dan een heel eigen leven leiden. Dus ik ga vast spijt krijgen van wat ik nu ga zeggen:

In het boek Darwin voor Dames (dat een darwinistische polemiek is in de nature-nurture discussie) lees ik:

“Jongens geven elkaar bevelen, weigeren elkaar te gehoorzamen, schelden elkaar uit, bluffen, dreigen en willen het hoogste woord voeren. Meisjes verplaatsen zich meer in het standpunt van de ander, onderbreken elkaar minder, geven elkaar vaker gelijk en trachten elkaar eerder via suggesties dan commando’s beïnlvoeden (Benson 2014)”

Ik voelde me altijd meer thuis bij meisjes en vrouwen dan bij jongens. Los van het feit dat beide communicatiestijlen voor- en nadelen hebben (te indirect kan ook schadelijk zijn).  Ik deed mee in een vrouwengroep over ondernemen en dat was zowel online als in real life een verademing!

Ik heb het me in mijn eerste half jaar transitie oprecht afgevraagd: “Kan ik niet beter man blijven en met mijn vrouwelijke waarden de toxische mannenwereld een goed voorbeeld geven?” Maar het is me in 55 jaar nooit gelukt. Ik ben genegeerd, gemansplaind en mijn goed ideeën werden altijd pas opgepikt als een ander (altijd man) ze inbracht. Ik besloot dat mijn geluk belangrijker is dan mijn activisme. En zie: ik heb me nog nooit eerder zo brutaal en direct durven uiten als nu. Pas al vrouw durf ik mijn ‘mannelijke’ kanten te tonen.

Op een zelfde manier kan ik zeggen dat ik meer in een zorgzame rol pas dan in een leidende/analytische.  Met alle gevaarlijke aspecten van boven. Want natuurlijk kunnen mannen ook zorgzaam zijn.

 

Het lijstje is eindeloos veel langer. Er is meer, heel veel meer.

Er komt bijvoorbeeld nog een heel stuk over lichamelijke dysforie bij, bijvoorbeeld dat ik zo onverklaarbaar blij ben met mijn vagina. En sex, dat ook.

Maar bij alles schuilt er het zelfde gevaar. Als ik zeg dat ik blij ben met mijn borsten kun je dat ook gebruiken om me een mannelijke sexist te noemen.

En dan is er nog het feit dat trans zijn voor elke trans vrouw anders voelt. Dus is er ook nog eens het gevaar dat mensen dat wat ik zeg van toepassing gaan verklaren op andere trans vrouwen. Dat wil ik ze niet aandoen.

En nogmaals mijn  vrouw zijn zit in geen van deze dingen op zich. Het zit in mijn diepste binnen.  De dingen die ik noem zijn op zichzelf staand geen reden voor transitie. Ze vormen met zijn allen wel de facetten van de fonkelende diamant van mijn vrouw zijn.

Dat is waarom ik met grote twijfel dit stuk plaats. 

Maar ik wil ook graag een opening. Ik wil dat genderrollen vrijer worden, en daarom is een gesprek zo nodig. En moeten we onze ervaringen delen. Ook cis vrouwen en mannen, en mensen die non-binair zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nieuwe fase

long time no write
veel gebeurd
Ik schrijf dit vanuit het ziekenhuis. Het is donderdag. Maandag 29 juni was mijn operatie. Ik heb een yoni.

En dat heeft meer impact dan ik ooit gedacht had. 

De zwaarte is weg. Ik voel me bijna ontheemd. Mijn diepdonkere kant die me altijd vergezelde is weg.
De kant die zich altijd wel ergens ongerust over maakte.
De kant die gewoon genieten een verraad vond aan de smart die toch ook altijd aanwezig was. 
De kant die het niet vertrouwde als er een keer geen dreigingen voelbaar waren.
De kant die altijd in controle wilde blijven, omdat geen controle simpelweg ondenkbaar was.

Ik moet zo vreselijk lachen om alles, vooral om mezelf. Het is ook wel grappig hoe dit stuk dat zichzelf zo vreselijk serieus nam nu gewoon buiten spel staat.

Mijn verdriet kleurt nog steeds mijn geluk, maakt de tonen dieper. Maar mijn verdriet is niet langer giftig.
Ik schrijf dit in vol vertouwen: mijn verdriet is niet langer giftig.
Mijn angsten zijn niet langer de ambtenaartjes in mijn hoofd die zichzelf zo vreselijk belangrijk vinden en graag stempeltjes op hun formulieren willen. 
Ik voel lucht en vrijheid, en alles is zo licht.

Het leven zal met een beter verhaal aan moeten komen als het mij zijn zwaarte aan wil prijzen. Ik ga een lichter leven leven en er is helemaal niemand meer die me tegen houdt. Ik was dat zelf natuurlijk, maar loskomen van je eigen schaduw is niet zo eenvoudig. En nu is het gelukt. Zomaar.  Dat ik dat op geen enkele manier verdacht vind bewijst genoeg.

eenzaam

Geen blog vandaag. Ik ben zo moe dat ik alleen nog maar kan zitten staren en huilen. Ik ben gelukkig. Ik hou van mezelf. Ik denk geen vreselijke dingen. Ik ben niet bang. Dit is geen depressieve bui.
Maar ik  ben zo verschrikkelijk moe. En als ik moe ben voel ik me heel erg eenzaam, dat ook.

moe

Als ik afdaal in mijn moe zijn
vele jaren diep,
als ik ontspan
wat niet meer strak hoeft, 
trilt het, oncontroleerbaar.
Op deze frequentie 
komen mijn tranen los.
Ik streel mij
en wens
dat iemand anders
dat nu even deed,

Transitiedingetjes, nog steeds

Gender euforya, dingetjes om blij van te worden.

Dit soort kleine dingen had ik de eerste twee jaar aan de lopende band. En ze zijn er af en toe nog. Kleine blije verrassingen. Ik kocht witte enkelsokjes.  En ik zie ze nu, achter mijn laptop schuil gaan. Ze roepen iets op, iets in de trant van liefelijk, een complex van beelden, woorden associaties, meisjesachtig, licht, ’s zomers. En dan schiet het door me heen. Hé, dat hele complex is ook van toepassing op mij. Ik mag dan een oude dame zijn, ik kan ook nog best meisjesachtig zijn. Ik speel immers ook nog op een schoolplein.

Dat zijn mijn gendereuforie dingetjes.

Maar het heeft ook iets verdrietigs. Ik bedacht net dat ik dit dus in het verleden NIET met mezelf associeerde. Sterker nog ik was anti-liefelijk. Alles wat ik associeerde met het beeld van witte enkelsokjes kon niet eens in de buurt van mij komen. En dan besef ik weer hoe vreselijk oordelend ik over mezelf ben geweest, en hoe lang dat heeft geduurd. En gelukkig ook hoe heerlijk het is dat ik al deze dingen alsnog in bezit neem

Het was een fijne ontprikkeldag. Ik heb gehuild en gewandeld, gelezen en geschreven. Ik heb mijn barefoot schoenen uitgeprobeerd met mijn hak, en ik heb niet te ver willen wandelen. Het was heerlijk om weer zo lichtvoetig te kunnen stappen. Ik ben geschrokken van een UWV brief met uitnodiging voor een medisch spreekuur. Ik heb mijn schrik gekoesterd, gerustgesteld en laten gaan. Het komt goed met mij. Ik heb genoten van het nu. 

“Misschien heb je het ontprikkelen alleen maar uitgesteld”, probeert een stemmetje in mijn hoofd nog. “Ja misschien. En wat dan nog?” antwoord ik.

Mijn leven is goed.

 

 

 

ontprikkeldag

Het waren heftige weken. Mijn diagnose, een operatie aan mijn nek, een operatie aan mijn hak (glassplinter is er gisteren uitgehaald), een mislukt voorzitterschap, een gebroken pols op het schoolplein. Ik ben er allemaal wonderbaarlijk rustig onder gebleven. Maar het kostte kruim, veel kruim. Vannacht lang wakker gelegen van een hoofd dat op hol sloeg.

Ik voel me oké, moe, maar oké. Maar ik weet dat het op zo’n dag om kan slaan. Dat ik lelijke dingen over mezelf ga denken. Dat al die vrolijkheid van de afgelopen dagen alleen maar opgefokte nepperij is. Dat is wat mijn hoofd het liefste doet, als ik overprikkeld ben. Iets met een een hypothalamus en stresshormonen. Als dat systeem echt lekker zijn gang gaat is de connectie met mijn compassievolle ik ook weg.

Daarom heb ik voor vandaag iets klaargelegd op de tafel.

Ik red mij vandaag wel.

 

Voor mezelf

Sorry lezers die meelezen, deze is even voor mezelf. Eigenlijk is alles hier voor mezelf. Ik kijk af en toe, en dan zie ik dat er zo’n 15 mensen meelezen, alsof ik in fijn gezelfschap voor mezelf schrijf. Alsof jullie meekijken terwijl ik dit typ. Dat is een mooie manier van gezellig alleen zijn.

Ik herhaal mezelf, ik zeg weer wat ik niet kan zeggen. Eigenlijk wil ik gewoon even aan mezelf zeggen dat ik het nog steeds voel, hoewel het voelt alsof ik het steeds opnieuw voel.

Het wonder van eindelijk Emma zijn.

Ik voelde me vandaag zó mooi, en ik had er niet eens iets voor gedaan. Mijn haar even snel opgestoken, door wind en regen fietsen.

En ja, dat ook. Het jurkje passen waar ik verliefd op werd en dat in mijn brievenbus zat toen ik thuis kwam. Van een wereldvriendelijk ecologisch merk. Ik had me voorgenomen om geen kleding meer te kopen. Maar wereldvriendelijk en ecologisch, dat mag, toch? Het is zo vreselijk mooi retro. Dit is meteen ook het jurkje waar mijn kleine borsten het mooist uitkomen, met dat bij elkaar genaaide stukje stof ertussen. Alsof het jurkje speciaal voor mijn borsten gemaakt is. Het voelt vrouwelijk. Blij zijn met mijn borsten, daar heeft nog heel lang gêne op gezeten. Het mag nu.

En dat maakt me blij.

Maar wat me nog blijer maakt is het gezicht daarboven, met die sprankelende ogen. Daar kijkt iemand naar buiten die nog op een kinderlijke manier verwonderd is over deze mooie wereld. Ze mag buiten spelen, mijn Emma.

Ik voel steeds opnieuw hoe groots het is wat ik gedaan heb toen ik transitie in ging. Wat een cadeau, en wat een kracht!

En ik voel hoe ik eindelijk mijn plek op deze wereld in neem. Ik neem ruimte in. Niet omdat ik dat ergens op een workshop of cursus leerde, en toen vond dat ik dat maar eens moest gaan doen omdat het goed was om je eigen ruimte in te nemen. Niets van dat al. Gewoon helemaal vanzelf. De grootste stappen die ik zet heb ik achteraf pas door.

Het is hemels groots.

 

 

 

Vaderdag 2016 Vertelfestival bij de Duivelsberg

 

En vaderdag 2017 Vertelfestival de Duivelsberg. Voor het eerst in jurk.