Selecteer een pagina

Ik zit op de picknicktafel op het schoolplein, mijn voeten op de bank zodat mijn knieën omhoog kunnen. Ik streel heel zacht en langzaam met mijn handen over mijn benen. Ik heb een panty aan, dat maakt het strelen nog soepeler. Mijn bovenlichaam wiegt haast onmerkbaar op en neer.

Ik stim. Ik stim als een malle, altijd en overal. Ik deed dat als kind al. Toen heette het tiebelen, en iedereen werd er gek van, dus het mocht niet. Sindsdien kan ik onmerkbaar stimmen. Als ik wandel ga ik met mijn duim over de nagels van mijn hand, een voor een, en weer terug. Het wandelen zelf is ook stimmen, ik maak een cadans in mijn hoofd met één regel uit een liedje, die ik eindeloos herhaal. Ik heb wel eens geprobeerd stappen te tellen, maar dat gaat bij het telwoord ‘zeven’ al mis. Wie komt er nu ook in hemelsnaam op het idee om een telwoord twéé lettergepen te geven!

Ik kan trommelen met mijn vingers zonder dat iemand het merkt. Gewoon één voor één de druk van mijn vingers op de tafel zwaarder of lichter maken. Zo kan ik ook met mijn voeten langzaam trappelen zonder dat de zool van mijn schoen los komt van de vloer. Ik kan op deze manier al mijn spiergroepen ritmisch aanspannen in een gymnastiek-achtige serie, liefst een die rondgaat. Ik doe dit altijd, en overal, en onbewust.

Zelfs het wapperen met mijn handen doe ik, maar alleen als er niemand kijkt. Het geeft een bijzonder gevoel. Net of je dikke wattige vingers krijgt. Nee, net of je een handschoen aan hebt die opgeblazen wordt (1), zodat je overal in je hand precies overal evenveel druk voelt. En.. wapperen met je handen is de beste manier om energie kwijt te raken als je ergens heel erg opgewonden blij van wordt. Als ik niet kan wapperen huil ik van blijdschap, maar huilen is een druppelende kraan, en wapperen met je handen is een waterval. Springen en juichen  doet niks voor me, gek genoeg.

Soms word ik bewust van mijn stimmen, meestal als de bewegingen wat groter of uitgebreider zijn. Zoals nu het strelen van mijn benen, en het op en neer wiegen. Vandaag besefte ik pas ten volle dat ik dan overprikkeld ben, en ik mezelf tot rust stim.

Ik had zelf nog niet eens door dat ik overprikkeld was. Het was pas tien uur, en het was een gewone rustige ochtend met acht kinderen in mijn oppasklasje. Ik had er niet eens drukke kleuters tussen.

Maar was het wel rustig geweest? Ik laat de ochtend in detail aan me voorbij gaan. Ik haal alle momenten die anders waren dan anders en die een beslissing van me vroegen voor de geest. Stuk voor stuk peanuts, maar ik ben niet voor niets overprikkeld, er is iets opgestapeld. Bij elkaar heb ik toch een behoorlijk aantal prikkelpunten verzameld.

Vroeger deed ik al die dingen op auto-pilot. Ik zorgde ervoor dat ik voor iedereen het goede deed. Dat lukt nooit helemaal, en het zorgde ervoor dat ik mezelf mislukt voelde. 

Mijn auto-pilot is stuk, doorgebrand. Ik heb besloten hem niet meer te vervangen. Maar ik ben het zelf sturen nog niet helemaal gewend.

Ik mag veel en veel liever zijn voor mezelf. Ik besluit dat hier en nu te doen door me over te geven aan mijn stimmen, en de pleinwacht even aan de andere juffen te laten.

 

 

(1)
Die moet ik beter uitleggen. Ik bedoel géén lucht tussen mijn hand en de handschoen. Ik bedoel een dubbelwandige handschoen die je op kunt blazen, en die op die manier tegen de hand aan drukt. Zo’n handschoen bestaat best, in mijn verbeelding,

(Yep, I kow. Ik had een lijstje van 17 dingen, en ik had er nog maar 12 benoemd. Dit is nr 13. Die andere vier lijken te veel op de eerste 12. Ze komen vanzelf aan bod als ik ruimte vind om te bloggen. Want eerlijk gezegd, dat lukt me niet elke dag. Soms is de pijn, die ik aan te gaan heb te groot, en lukt het me niet om woorden te vinden. Dat zijn moeilijke dagen, maar ik heb niet alleen te snappen, ik heb vooral te voelen.)