Selecteer een pagina

Het vervolg van het lijstje van gisteren. Dingen die ik niet over mezelf wist, of die ik angstvallig verborgen hield als ik ze wel wist. Dingen waarvan ik nu weet dat ze bij me horen.

7.

Ik wil van alles de logica weten, het diepere waarom. Ik kan heel erg slecht tegen dingen “die we nu eenmaal zo doen”.  Voorbeeld: Ik moest voor mijn operatie een nagel ongelakt laten. Ik wist dat dat voor de saturatiemeter was, maar ik dacht dat die ook gewoon door de huid heen kon meten. Niemand kwam verder dan dat het door iedereen werd voorgeschreven. Ik kan erg slecht tegen de manier waarop iedereen daar blijkbaar genoegen mee neemt, en dat er niemand weet waarom dat een voorschrift is, dat mensen het zelfs vreemd vinden dat ik doorvraag, dat ze vinden dat ik niet zo moeilijk moet doen (hoe vaak ik dát niet geoord heb!) Ik ben gaan googelen naar de werking van saturatiemeters. De ouderwetse meten inderdaad ‘door de vinger heen’. Nieuwere meters kunnen ook mbv een soort echo aan één kant de zuurstof in het bloed meten. Nu kon ik met gerust hart mijn nagel vrij houden, omdat ik niet weet welke meter ze hebben. Met die onzekerheidsfactor kan ik gek genoeg dan wel weer leven.

8.

Deze lijkt op punt 4, mijn verzamelwoede. Ik vind het fijn om dingen bij te houden. Ik ben verslaafd geweest aan mijn fitbit die alles bij hield. Ik zet de coronacijfers van het RIVM in een eigen excelsheet en maak er berekeningen mee. Ik weet dat ik er niets aan heb, ik trek er ook geen conclusies uit, het geeft me niet eens een veilig gevoel om te zien dat de grafieken inderdaad afvlakken. En toch is dit een ritueel geworden dat ik moeilijk kan loslaten, alsof alleen de handeling al, me gerust stelt.

9.

Ik heb veel ingebouwde veiligheidsmechanismen. In de cursus over hoogsensitiviteit leerde ik dat ik een actieve prikkelontwijker ben. Ik kan de voordeur van mijn huis niet op slot doen als ik mijn sleutels niet in mijn hand heb. Zelfs niet als ik zeker weet dat ik ze net in een zijvakje van mijn tas heb gestopt. Ik haal ze uit het zijvakje, voel ze in mijn hand, en trek dan de deur dicht. Ik ben ook overal een half uur te vroeg (minstens!).  

10.

Deze lijkt op punt 2. Ik voel nu hoe ik mijn hele leven lang altijd en overal mijn omgeving scande om er achter te komen wat ik wel en niet kan doen. Ik heb een enorm archief met do’s en dont’s. Ik weet nog hoe ik als kind hier tekort in schoot, en de diepe schaamte die ik voelde als ik een don’t over het hoofd had gezien. Nóg beter opletten in het vervolg! Ik doe nu, heel voorzichtig, vrijwilligerswerk en merk hoe dit mechanisme aan staat. Nu pas ben ik me bewust hoe het werkt. Ik word er doodmoe van, maar ik weet niet hoe ik het uit kan zetten.

11.

Vrienden.
Nooit over nagedacht. Vrienden waren voor mij de weinigen waar ik me veilig bij voelde. Waar ik voelde dat ik niet zo vreselijk hard mijn best hoefde te doen om geaccepteerd te worden.  Maar ik heb eerlijk gezegd geen idee waarom die mensen vrienden met mij willen zijn. Het werkt ook alleen met mensen die niet neurotypisch zijn (dat is ook de reden dat ze veilig zijn). Ik ben dankbaar voor deze vrienden, ze voelen als cadeautjes, en ik ben heel langzaam aan het accepteren dat ik ze verdien (al snap ik het nog niet).
Ik heb een hele leuke enthousiaste onderbuurvrouw. Ik zou haar best beter willen leren kennen, maar ik weet niet hoe ik dat aan moet pakken.

12.

Nieuwe dingen kosten mij meer energie dan ik wist. Dit lijkt weer op punt 3.  Als er teminste één vertrouwd element is, heb ik nog een beetje houvast. Maar ook dan houd ik niet van dingen die anders zijn. Vorige week werd ik ineens geconfronteerd met een stagiare die samen met mij op het klasje kinderen zou passen. In plaats van blij zijn met de hulp voel ik me in eerste instantie ongemakkelijk. Dat slijt wel, maar het is er. Het is iets waar ik me nu pas bewust van ben. Zou je mee een jaar geleden een lijst gegeven hebben met de vraag: “heb je problemen met nieuwe situaties?” zou ik een 5 gegeven hebben bij “totaal niet”.  Nu geef ik het een 1. Ja, ik heb daar veel problemen mee. Ik kan het, maar het kost me kruim.

 

Voor bijna al deze dingen geldt dat ik ze al wel had/deed, maar dat ik me er niet bewust van was, ook niet van de energie die het me kostte. Ik ging eindeloos door mijn grenzen heen. Niet gek dat ik zo’n beetje om de drie jaar een soort van burnout had. Ik ben me er nu wél van bewust. Ik hoef niet per se anders om te gaan met deze dingen, behalve met de energie vreters. Daar zou ik graag anders mee om leren gaan.