Selecteer een pagina



Kinderen hebben mooie bouwsels gemaakt en komen me halen omdat er iemand is die de bouwsels stuk maakt. Ik kom er bij, er wordt uitgelegd. Het eerste wat ik doe is ze complimenteren over hun bouwsels. Ze zijn ook echt mooi! De “dader” staat er wat verloren bij, boos, maar ook verdrietig. Ineens voel ik dat hij dit deed omdat hij graag mee wil doen. Ik vraag dat, en hij knikt. Ik weet dat een “Maar dat moet je dan gewoon vragen!” niet helpend is. Als dat voor hem zo makkelijk was, had hij dat wel gedaan. Ik vind het al heel wat dat hij is blijven staan om de beschuldigingen aan te horen. Ik zag hoe moeilijk dat voor hem was. 

“Hij wilde dus heel erg graag mee doen”, zeg ik en laat het daarbij. Ik ga iets verderop staan en kijk wat er gebeurt. Het is nog niet opgelost, maar de angel is eruit en er is beweging. Dat vind ik genoeg. De rest moeten ze samen zelf doen. Ik heb alleen het begin van een brug gelegd.

 

Gat dichten, dat is wat ik even later ook doe. Een meisje komt naar me toen omdat ze een stomp in haar buik kreeg. Vanuit haar uitleg snap ik al dat het per ongeluk was. Toch wil ze dit samen met met vertellen aan de jongen die het deed. Hij blijft staan, luistert rustig en zegt dan: “Oh, ja! klopt! Maar ik had al sorry gezegd”. 

Ik ken de jongen. Ik weet dat hij onhandig is en ook niet altijd even goed door heeft dat hij soms een grens overschrijdt. Het rustig blijven staan en luisteren, en de sorry die hij zelf al gezegd heeft, betekenen veel. Het is voor hem een reuzenstap. En voor het meisje die dit allemaal niet weet was het dus te snel, die sorry. Daarom zeg ik.

“Het deed echt pijn he?” Dat is wat ze nodig heeft, want ze wordt nu opgevangen door een vriendin die een arm om haar heen legt. Het gebeurt vaker, dat wat er aangeboden wordt het maximale is, terwijl het toch niet genoeg is. Daarom is het fijn dat ik het gat nu kon dichten. 

 

Ik probeer het minimale te doen, en toch is het soms teveel. Een vergelijkbare situatie, ook een per ongeluk. Trekken aan een jas, en toen er wat van gezegd werd nog een keer. Maar nu is er geen erkenning. Er is niks aan de hand want ik deed het niet expres en ze moet niet zo moeilijk doen. En ze loopt weg. Die wil ik niet laten gaan, en ik haal haar in. Ik wil uitleggen wat voor effect haar gedrag heeft.

“Jij ook altijd met je gepraat! Het is toch klaar? Ik deed het niet expres?” De boodschap dat het daarmee niet klaar is, komt niet binnen. En ook dat snap ik. Vanuit afwijzingsangst kun je hevig schrikken als je aangesproken wordt op iets dat je niet expres doet. Maar daar heeft dit meisje nu even niks aan dat ik het snap, en de bel gaat. Soms rond ik dingen niet goed af. En ook dat hoort erbij.