Selecteer een pagina

Dat blog van gisteren, dat kan mooier.
Ik moet mijn hoofdstuk over hoogsensitiviteit in mijn boek toch nog herschrijven.

Op zijn meest kernachtigst, wordt het dit:

Of ik nu hoogsensitief ben, autistisch, of ADHD heb. Daar kom ik straks in mijn diagnose traject wel achter. Of niet. En misschien hoeft dat niet.

Belangrijkste is dat ik hartstikke neuro-a-typisch ben. Voor mijn betekent dat, dat in mijn hersenen andere paadjes zijn  aangelegd.

Het zijn vreselijk leuke kronkelpaadjes. Mijn probleem zijn niet die paadjes, die zijn gaaf! Mijn probleem is dat de paadjes niet nuttig zijn in termen van hoe het in de wereld geregeld is. Mijn paadjes zijn er om te wandelen en te genieten, niet om ergens naar toe te gaan.

Dat is waarom ik het steeds afleg tegen een wereld die van me eist dat ik de kortste weg vind om ergens te komen. Die wegen, die heb ik niet in mijn brein. Ik verdwaal onderweg. Ik kom uiteindelijk wel altijd terug met hele mooie dingen.

Maar ja, daar zat de wereld nooit op te wachten.

Dacht ik.

Maar nu ben ik op een punt dat ik niet meer wacht op waar de wereld zit te wachten. Ik kom gewoon met mijn mooie dingen. Er is altijd wel iemand die ze wil zien.

 

Iets in mij wil de diagnose ‘autisme’. Maar ik vermoed wat dat iets daar mee wil. Ze wil toestemming om af te wijken. Ze wil één woord om uit te leggen. Ze wil met terugwerkende kracht compassie voor alle gedragingen die ze wilde verstoppen. Vooral voor de gedragingen die zich net niet goed genoeg lieten verstoppen, en waarmee ze schuld en schaamte over zich afriep.

Ik wil mijn oude ik gaan koesteren. Niet alleen het kind, maar ook de puber en de volwassene. Ik wil de vrouw in mij gaan zien in mijn oude ik, en mijn gave anders-zijn. Ik heb daar heel erg veel in te halen.