De lange geschiedenis van De Tussenwerelden

 

Dertig jaar geleden maakte ik een verhaal voor mijn oudste twee. Maakte, ik schreef het niet op. Het verhaal had als hoofdrol mijn kinderen, en ik maakte het omdat ze zo verschillend waren in de manier waarop ze de wereld tegemoet traden.

Ik vertelde dat verhaal soms op vertelfestivals maar ik schreef het pas op toen in met “Onder de Radar” begon. Het verhaal staat in dat boek en heet “Het land waar alles bestaat.” Het verhaal van Boni en Takkie. Die in een land komen waar alles wat je kunt bedenken ook echt bestaat.

Al veel eerder, zo’n tien jaar geleden heb ik geprobeerd er een boek van te maken. Ik schreef een begin, en huurde Marcel van Driel in om me op weg te helpen. Die adviseerde me om het verhaal in deze wereld te laten gebeuren. Dat zou me heel veel gedoe schelen in het creëren van een hele wereld met een eigen logica. 

Ik schreef een eerste hoofdstuk, maar ik kwam niet verder. Twee jaar geleden, maart 2022 deed ik mee aan een schrijfmarathon, met andere schrijvers. We zouden elke dag ook elkaars verhalen lezen en reageren. Dat was een kans om eindelijk het verhaal als boek af te maken.

Het werkte als een tierelier, al weet niemand precies hoe een tierelier werkt, maar misschien is dat juist de machine. Ik maakte er een jong-adult fiction van, omdat er een liefdesverhaal in zat. Ik leerde van Marcel dat het daarmee automatisch in die categorie valt.

Omdat ik elke dag feedback kreeg op wat ik schreef, wist ik of mijn verhaal overkwam. Het deed precies wat ik hoopte. Het deed lezers de vragen stellen die ik wilde dat ze zouden vragen. Ze vonden het spannend, ook dat was heel erg fijn. Eind die maand was mijn boek af!

Na een maand uitrusten zou ik gaan herschrijven. En toen kreeg ik een herseninfarct. De volgende twee jaar had ik niet eens tijd om aan mijn boek te denken. Toen ik dat wel deed wist ik ongeveer wat me te doen stond in een herschrijf.

Ik wilde de nevenpersonages meer achtergrond geven en ook meer eigen verhaal. Ik wist hoe ik met die verhalen de actie ook meer ruimte en betekenis kon geven. Ik wilde het doel van de ik-persoon heldere hebben. Ik wilde de diversiteit die ik er in had gestopt subtieler maken.

Nou ja, nog een paar dingen. Maar ik had geen idee hoe, want ik lees nog steeds heel erg langzaam en kreeg daardoor geen overzicht. Laat staan dat ik zou kunnen schakelen tussen grote lijnen en details. Ik liet het gaan, want het verhaal verdiende iets wat ik niet kon bieden.

En toen gebeurde er van alles in mijn leven dat een boel relativeerde. Ik had geen behoefte meer om mezelf als schrijver te bewijzen. Ik had het zonde gevonden om mijn boek zo uit te geven. Nu wist ik dat het beter was om het zo uit te geven dan helemaal niet. 

Toen ik hier op twitter over schreef, bood iemand heel erg lief aan om de taalfouten eruit te halen.  Dat trok me over de streep. Ik liet het boek voor mezelf printen op A4-formaat. Verbeterde wat ik wél kon verbeteren, ging op zoek naar een Brinting On Demand uitgever, en tekende een cover. 

Volgende week krijg ik de bloeddruk. Als die goed is druk ik op publiceren. Na weer een aantal dagen is mijn boek dan te bestellen. Misschien koop ik een stapel om zelf te verkopen, dan verdien ik er ook iets aan (want via Pol of boekwinkel krijg i 1 euro per boek). Maar dat is niet waar het me om gaat, en ik zie een beetje op tegen het moeten versturen. 

Kerk

Zondag was er uitleg over de plannen voor een de Kerk.
Ik werd er blij van.
Ze zijn al drie jaar bezig een Huis van Ontmoetingen te worden, en zijn.
Nu komt er een verbouwing om ruimte maken voor meer activiteiten.
Niet per se voor gelovigen. Het wordt een soort buurthuis, maar dan wel op her gebied van zingeving.
We is al het Odense Huis voor mensen met Alzheimer.
Je zou kunnen zeggen dat het een plek is waar ruimte is voor buitenbeentjes.
Ik ga in oktober een groep leiden met het maken en vertellen van verhalen.
(Ik blijf dat ook in Arnhem van de grond zien te krijgen)

Het is een fijne gemeenschap waar ik me welkom voel.
Ik heb dat al heel lan gewild: het gevoel dat ik op social media heb maar dan in mijn woonplaats.

Ik heb al mijn sociale media losgelaten.
Ik blijf alleen hier op Facebook, want het contact met jullie is fijn.
(Dat was het op twitter ook, en op het alternatief “bleusky” ook, maar het is goed om een groot deel in het echte leven te gaan verankeren.

Na bijna 7 jaar hier wonen is het goed om hier ook echt wortel te gaan schieten.

(Foto: de nieuwe pergola, die gisteren geplaatst is op mijn koffie-drink-plekje. Waardoor mijn tekening verouderd is)

 

Liedje voor Teske toen ze klein was

Dit liedje voor Teske, schreef ik toen ze peuter was. Voor mijn boek “Onder de Radar” schreef ik een kortere versie.

Ik kon de tekst van het origineel nier meer vinden, maar omdat ik het op een melodue schreef, kon ik de hele tekst weer uit mijn hoofd terughalen.

In de link, het liedje waarvan ik de melodie gebruikte.

Dit is het:

Als Teske klimt en Teske valt
dan staat ze snel weer op.
Ze klimt opnieuw en valt opnieuw.
Ze heeft een harde kop.

Het is alsof de tijd
niet voor haar bestaat.
Gisteren is morgen
s ‘morgens vroeg is s ‘avonds laat.

Zij gelooft niet dat elke gevolg
meestal een oorzaak heeft.
Het is alsof ze de wereld
steeds opnieuw beleeft.

En als ik zeg: “Dat mag je niet!
Ik waarschuw voor het laatst!”
Ze doet het toch, en krijgt ze straf
dan is ze heel verbaasd.

Ze moet nog zoveel leren.
De wereld is nog nieuw voor haar.
Ze is zich niet bewust van het gevaar.

En daarom doet ze dingen
die ze anders niet zou doen.
Zij laat zich niet dwingen
niet door regels of fatsoen.

Verwachting en verwondering
staan op haar gezicht
ik gun het haar zo
dat ze voor elk wonder zwicht.

Ze stoot nog heus
heel vaak haar neus.
Dat nemen we voor lief.
Want bij alle lessen die ze krijgt
hoop ik dat zij zichzelf blijft:
zou enthousiast
en misschien wat impulsief.

 

 

Soms blokkeer ik bij grote klussen

Drie maanden stond mijn balkon vol met alles wat uit mijn slaapkamer kwam.

Een kompleet bed met matras, een afgebroken kast uit mijn keuken (die stond achter mijn bed omdat ik niet wist wat ik er mee aan moest), en een hele boekenkast.

Ik had al gezien dat ik vuilnis op kon laten halen, maar ik was bang voor dat project. Bang voor het regelen en bang voor het gesjouw.

Vrijdag heb ik online de afbraak gemaakt. Ik was we nu klaar voor, en bovendien helemaal klaar met een balkon waar ik niet op kon zitten.

Ik had kunnen bedenken dat die afspraak pas over drie weken kon. Maar ik was het zat. Ik heb gisteren en vandaag alles naar de fietskelder gesjouwd, behalve het matras, dat daar echt niet meer in past.

Het was zwaar. Heel zwaar. Ik heb lopen vloeken en schelden op die zooi, want god, wat was het veel.

En nu is mijn balkon een beetje begaanbaar. Als het matras straks weg is maakt ik het weer een fijne plek.

Ik zit op mijn balkon en ik huil. Van uitputting, en omdat ik het eindelijk gedaan heb. De ik die ontvangt, dankt de ik die dit deed.

Ik ben trots, dankbaar en heel erg moe.

Ik kwam vandaag mijn autisme tegen

Ik deed vandaag mee aan “Plandelen”, een gemeentelijke activiteit. Plandelen is PLastick oprapen terwijl je wandelt. Dit was het tweede jaar dat er een Plandeldag was.

Wat kwam ik mijn autisme en misschien ook mij ADHD tegen! Het begint er al mee dat ik veel te vroeg was. Als er staat “verzamelen vanaf 9 uur”, dan ben ik dus net iets voor negenen. Terwijl er een half uur was gerekend voor de inloop.

We verzamelden in de kerk en ik was er dus al voordat die open was. 

Omdat er nog helemaal niemand was leek het me goed om de man te helpen die de koffie en thee klaar zette. Maar daar begint bij mij de stress. Ik wil het goed doen, dus ik durf amper eigen initiatief te nemen. Pak ik wel de goede kopjes? Hoeveel moeten het er dan zijn? Mag ik zomaar kasten openen om te zoeken naar lepeltjes? Ik zie duizenden dingen die ik “fout” kan doen. Fout is voor mij alles dat ik net even anders doe dan degene die ik help. Als ik zijn ritme en orde verstoor, ben ik meer lastig dan dat ik help. Maar helemaal niks doen voelt ook niet goed.

En dan stroomt het opeens binnen met mensen die wel relaxt omgaan met een aanlooptijd. Het is druk. En ik voel hoe ik me geen raad voel in zo’n menigte. Ik heb het idee dat ik gezellig moet zijn, en hier en daar een praatje moet maken. Maar ik ben niet handig in korte, gezellige praatjes. Ik geef altijd veel te uitgebreid antwoord op vragen, en besef pas achteraf dat die bedoeld zijn om even contact te hebben en niet om uitgebreid over dingen te praten. 

Vandaag sta ik mezelf toe om niet gezellig te zijn. Om gewoon in stilte te genieten van dit samenzijn. Dan ben ik maar die wat stille ondoorgrondelijke andere vrouw. 

Vervolgens merk ik mijn onrust omdat ik niet weet hoe het straks gaat lopen. Er is een tas met opraap-stokken en er liggen rondjes die ik al goed bestudeerd heb en waarvan ik concludeerde dat die bedoeld zijn om een vuilniszak open vast te kunnen houden. Mag je die zo pakken? Is er genoeg voor iedereen? Zo niet, moet je dan samen met iemand. En hoe kies ik dan iemand, en hoe doen we dat dan? En hoe sociaal moet ik dan wel of niet zijn? Weer voel ik hoeveel onrust zoiets in me oproept en ik snap nu waarom ik dit soort dingen meestal mijd. 

Ik heb een stok, en kies mijn eigen route. Maar nu komt mijn perfectionisme naar boven. Ik kan alleen maar links of rechts een straat inlopen. Ik mis dus de helft. Loop ik diezelfde straat dan zometeen de andere kant op terug? En hoe doe ik dat ik kleine parkjes? Hoe zorg ik dat ik daar niks mis? Het kan niet zo zijn dat een werk, of deel van een wijk, straks nog zwerfvuil heeft nadat ik er geweest ben. Maar er zijn zoveel straten en open plekken! Hoe zorg ik dat ik die systematisch allemaal mee neem?

Weer heel veel onrust in mijn hoofd. 

Dit is hoe ik mij bijna altijd en overal voel, besefte ik vandaag. Duizendje kleine dingen die me onrust geven. Onrust die ik nooit eerder bewust kon voelen omdat ik het altijd meteen wegduwde. Pas nu ben ik me dat bewust. Ik ben de laatste jaren steeds meer bezig om alles te accepteren van wat er in mij is. Pad nu laat ik de onrust toe. Ik vond het vandaag niet erg om het te voelen. Maar het raakte me diep.

Ik besefte vandaag hoezeer de kleine Emma dit altijd en overal voelde. Hoe onzeker ze was. Hoe hard ze werkte om overal maar in te passen, en hoe ze altijd voelde dat ze daar vreselijk in baalde. Ik houd haar in mijn armen. Vandaag was een dag om alles te voelen en om mezelf te helen. Ik vermoed dat ik nog heel veel voelen en helen te gaan heb.

En toen werd alles anders

En toen wilde mijn dochter niet meer verder leven.

En toen stortte ook mijn leven in.

En toen bedacht dat niemand er wat aan had als ik in zou storten. 

En toen las ik over Etty Hillesum die in het donkerste van alles liefde bleef zien.

En toen bedacht ik dat ik dat ook moet doen.

En toen bestelde ik haar dagboek.

En toen wilde ik zelf ook een dagboek maken.

En dat wil ik niet alleen om Etty Hillesum na te apen. Hoewel dat wel is wat ik doe. Net zoals ik Louise Glück na aap in de gedichten die ik op dit moment schrijf. Ik heb besloten dat ik daar geen oordeel meer over wil hebben. Het is hoe het bij me werkt. Als ik iets geweldig vind, wil ik dat op een of andere manier in mijn systeem hebben. Dat begint dan met plat na-apen, maar ik vind mijn eigenheid daar wel in.

Het donkere van Etty Hillesum gaat over de tweede wereldoorlog. Het is vandaag de dag na de Europese verkiezingen. De uitslag was nét iets minder rampzalig dan die van de Nederlandse, eind vorig jaar. Maar het fascisme rukt op. En ook dat geeft een schaduw. 

Ik moet het over Fenna hebben, mijn dochter, maar nu nog even niet, ook al is ze de reden van dit dagboek. Ik had nooit een dagboek nodig. Ik schreef blogs, maakte filmpjes en schreef eindeloos veel posts op twitter en facebook. Maar nu is er iets in mijn leven dat doordringt in alles wat ik doe, en wat ik niet kan delen op de socials. Dus ga ik op deze plek schrijven, waar niemand bij kan komen tot ik dood ben. Ik heb niet de illusie dat wat ik schrijf net zo van belang is als het dagboek van Etty Hillesum.

En toch schrijf ik alsof iemand het gaat lezen. Het lukt me niet om Ins Blaue Hinein te schrijven. (Ik moest googelen hoe je dat schrijft. Twee jaar na mijn herseninfarcten weet ik van veel woorden nog niet hoe je die moet spellen. Vooral de Z of de S,  IJ of EI de V, of F, de S of C, of CH, de V of F. En buitenlandse woorden zijn helemaal een ramp. 

Ik denk dat ik graag voor iemand schrijf, omdat ik me dan minder eenzaam voel. Dus schrijf ik nu naar jou. Ook als weet ik niet wie je bent. Ook als besta je niet omdat niemand dit ooit gaat lezen, Ik doe gewoon alsof, en dat helpt me. En als ik het tegen iemand heb, wil ik graag een “wat vooraf kwam” vertellen.

Sinds de herfst kreeg ik mijn leven aardig op de rit. Ik was nogal stuurloos geweest, na mijn herseninfarct, eind mei 2022. Ik weet niet of het door de zweethut kwam, die ik deed met een vriendin, of doordat ik vriendinnen vond waarmee ik zoiets kon doen, maar ik begon weer horizon te zien. Ik was druk bezig met het tekenen aan Liedwij, ik had mijn pleinwachtboek, ik begon met het schrijven van een toneelstuk, ik vertelde in Mezrab, en ik maakte zelfs een plan om vertelavonden te gaan organiseren.  

Ik maakte me wel zorgen over Fenna. Ze kreeg een goede diagnose, en ik vond dat ze een goed plan hadden. Maar ik zag aan haar dat de rek eruit was en dat ze de moed begon te verliezen.

Ik begon haar vaker te bezoeken. Vooral ook omdat ik me schuldig voelde dat ik dat niet al lang deed. En toen, op zeven mei j.l. vertelde ze me dat ze een levenseinde traject wilde aanvragen. Gek genoeg kwam dat niet als een verrassing, maar het maakte alles in een klap anders. Mijn hoop was nu ook weg. En ik voelde me schuldig voor het fijt dat ik zo lang aan die hoop had vastgeklampt omdat ik daardoor al die tijd niet echt bij Fenna was. Ik had bij haar moeten zijn met haar verdriet en pijn, en niet ergens waar zij niet meer bij kon komen. Ik vroeg haar of ze niet vreselijk alleen was. Dat was ze.

Hier zit iets waar ik veel over moet schrijven, en ik hoop ook dat ik mensen vind om me te praten.

Die hoop.

Als ik die hoop ruimte geef voelt het alsof ik Fenna in de steek laat. Omdat ik met die hoop de pijn, het verdriet en de uitzichtloosheid van Fenna niet serieus neem, zo voelt het. Ik schreef vanmorgen iets waarvan ik een gedicht wil maken:

De schaduw van het hoopvol zijn

Is ontkenning van de pijn.

En aan de andere kant, als ik geen hoop heb, voelt het net zo goed alsof ik Fenna verraad. Alsof ik niet wil dat ze blijft leven. Ik zit nu in de bizarre positie dat ik haar steun in haar weg naar een levenseindetraject, terwijl ik helemaal niet wil dat ze haar leven eindigt. Maar als ik inspeel op het behouden van haar leven, ga ik in tegen waar zij nu is.

Ik verwoord het niet goed. Dat is niet erg. Ik heb dit dagboek. Ik kan er op terugkomen.

Een week voor ik Fenna het me vertelde zat ik in de tuin van de kerk. Dat is waar ik ‘s morgens in de zin kan zitten koffie drinken. Toe ik naar huis liep zag ik dat de kerk open was. Ik ging naar binnen en maakte een praatje. Dat was fijn. Ik was twintig jaar geleden lid geweest van de Remonstranten in Nijmegen. De sfeer hier voelde hetzelfde. Vrijzinnig en met een open hart voor iedereen, gelovig of niet. Ik ging naar de dienst voor de dodenherdenking en ook naar de reguliere dienst daarna. Dat waren mooie diensten. Dit was voor mij een manier om meer geaard te worden in het, Doorwerth, het dorp waar ik al bijna zeven jaar woon, maar waar ik nog te weinig binding mee voel. En nu, met het verdriet dat, hoe dan ook, de rest van mijn leven bij me zal zijn, is het goed om me gesteund te voelen. Ik ga lid worden van de kerkgemeente. Een van de dingen die ik ga doen is de lesweek. Daarvoor lees ik nu een boek over levensvragen. In dat boek werd geschreven over Etty Hillesum. Ik kende die naam uit de boekenkast van mijn moeder. Ik las dat ze in het aanzien van de holocaust het vertrouwen in de liefde bleef houden. Ik bestelde het boek bij Boekwinkeltjes. Vandaag kwam het binnen. En vandaag begin ik mijn eigen dagboek.

Vreemd genoeg voel ik hoop. Vreemd genoeg voel ik liefde. Vreemd genoeg geniet ik ervan als de zon schijnt. Ik ben al twee keer naar het openluchtmuseum geweest en een keer naar Kröller Müller. Ik geniet daar echt van. Ik kom tot rust. Ik voel wat ik voel als ik in de natuur ben. Dat is een onbeschrijfelijk gevoel, ik zou bijna durven zeggen een godservaring van vrede. Dat is wat me overeind houdt. 

Ik heb sinds twee weken een iPad (waar ik nu op typ), en ik geniet van het ontdekken van hoe ik daar op kan tekenen. Ik ben erg tevreden over de tekening die ik gisteren maakte.

Reiziger

Ik sta op perron 4a.

Arnhem Centraal.

Het is de tweede zomerswarme dag.

Details zijn belangrijk.

Boven mij een brug over het spoor.

Arnhem heeft veel hoogteverschil.

De brug waar ik onder sta

is er niet zo één om van spoor naar spoor te gaan.

Er is een hele straat boven mij,

met huizen aan weerszijden van het station.

Details zijn belangrijk.

Het is een andere wereld daar, boven mij.

Ik zie een man en een vrouw.

Vlakbij, maar in die andere wereld.

Ze staan te praten.

De vrouw leund ontspannen

tegen de railing van de brug.

Aan de andere kant van het station

zie ik een flat.

Een man zit op zijn balkon

te genieten van het mooie weer.

Het is een andere wereld boven mij.

Deze mensen hoeven nergens heen.

Ik voel opeens intens verdriet in mij.

Ik snap ook meteen waarom.

Deze mensen zijn hier 

ontspannen op hun plek.

Dit is waar ze nu horen te zijn.

Ze horen bij die wereld boven mij.

En ik ben de reiziger

die zich nooit ergens thuis weet.

Dát is mijn verdriet.

 

Je was jezelf al, al die tijd

Je was jezelf al, al die tijd.

Al was het begraven, diep in jou.

Je was jezelf nooit kwijt.

 

Voel verdriet maar voel geen spijt.

Om wat maar nooit echt komen wou.

Je was jezelf al, al die tijd.

 

Maak jezelf nu geen verwijt.

Laat je hart niet in de kou.

Je was jezelf nooit kwijt.

 

In al je aanpassen uit onzekerheid.

Bleef jij jezelf toch immer trouw.

Je was jezelf al, al die tijd.

 

Je masker was waarachtigheid.

Jij bént die sterke vrouw.

Je was jezelf nooit kwijt.

 

Voor wat nooit bloeien kon in al die tijd

is er nu ruimte voor de rouw.

Maar je was jezelf al, al die tijd.

Je was jezelf nooit kwijt.



“Dat heeft iedereen toch wel eens”  en waarom dat niet oké is, hoe lief bedoeld ook.

“Dat heeft iedereen toch wel eens”  en waarom dat niet oké is, hoe lief bedoeld ook.

 

Voor alle duidelijkheid, ik ga ervan uit dat degene over wie het gaat neuro divers is. Het antwoord op de vraag is in al deze gevallen dus: “Nee, dat heeft niet iedereen.”

 

Het kan troostend bedoeld zijn, om de schaamte weg te nemen als iemand iets deed wat niet helemaal passend was.  Lief, maar hiermee wordt voorbijgegaan dat de “faux pas” voortkomt uit het feit dat juist NIET iedereen dat heeft. In ieder geval niet in deze mate en zeker niet met zoveel impact. En als het gaat om iets waar iemand last van heeft is het goed om te beseffen dat anderen er niet in dezelfde mate last van hebben.

 

“Ja, dat heeft iedereen wel eens!” bedoeld als dooddoener, of erger nog als verwijt. “Doe niet zo moeilijk!” is de boodschap die gegeven wordt. “Stel je niet zo aan!” Hiermee wordt doelbewust de last die de persoon ergens mee heeft, of ergens fan heeft ontkend. Deze strategie zorgt ervoor dat degene die ze gebruikt geen rekening hoeft te houden met anderen. Het is de “Doe maar gewoon met iedereen mee!” die zoveel neurodiverse kinderen nog steeds kapot maakt.

 

“Dat heeft iedereen toch wel eens?”  kan een vraag zijn van een neurodiverse iemand, omdat diegene geschrokken ontdekt dat misschien NIET iedereen de wereld ziet zoals hij/zij/hen die ziet.

 

Het antwoord is “Nee.” Maar veel hangt af van de manier waarop dat antwoord gegeven wordt.

 

Het kan namelijk ook beschuldigend gebruikt worden.  

“Nee, dat heeft niet iedereen! Jij bent de enige die op die manier zo moeilijk doet!” En daarmee is dit in feite dezelfde beschuldigende boodschap als hierboven: “Waarom doe je niet gewoon mee!”

 

Het enige juiste antwoord is:

 

“Nee lieverd. Dat heeft niet iedereen. Dat maakt jou juist mooi. Het kan zijn dat je er last van hebt dat je anders bent dan anderen, maar ik ben er om je daarmee te helpen. Jij bent dat meer dan waard, misschien wel juist omdat je anders bent, en anderen kunnen leren van jou.”

 

Ik zou heel erg graag gewild hebben dat ik vroeger dat laatste antwoord gekregen had. Ik heb alle versies van het verkeerde antwoord over me heen gehad, en ik besef steeds meer hoeveel schade me dat heeft gedaan.

De dubbele bodem van maskeren, en waarom ik niet zo van die term houd.

Vorige week schrok ik van mijn eigen onverdraagzaamheid tijdens het pleinwachten. Ik kon het niet hebben dat bovenbouwers steeds de grenzen zochten en ontwijkend antwoordden als ik ze daar op aansprak. 

Dat kende ik niet van mezelf. Ik vind het namelijk heel normaal dat ze dit doen. Het hoort bij hun stap naar meer zelfstandigheid, en ze hebben het recht om daar niet altijd even handig mee om te gaan. Dat is precies wat ze ontdekken. Het is aan mij als pleinwacht om daar goed op te reageren. 

Het heeft helemaal geen zin om daar geïrriteerd over te zijn. En dat was ik eerder ook nooit. Maar door mijn NAH heb ik soms minder ruimte in mijn hoofd om daar goed mee om te gaan. Ik voel die irritatie nu wel, en ik herken hem. Het is de irritatie die ik vaker voel als dingen niet lopen zoals ik vind dat ze horen te lopen. Ik weet nu dat dit onderdeel is van mijn autisme. 

En nu realiseer ik me iets. Ik kon er vroeger niet alleen soepeler mee omgaan, ik had toen niet eens last van die irritatie! En dát is de dubbele bodem van aanpassen, compenseren en maskeren. Die irritatie was er toen gewoon ook, maar ik stond mezelf niet toe om die te voelen. Om te aanpassen, compenseren en maskeren vol te houden moest ik mijn eigen gevoel onderdrukken. Dat deed ik volkomen onbewust. Dat is waarom ik niet zo van dat woord maskeren houd. Dat lijkt veel te veel op een bewust proces, waarbij je jezelf bewust inhoudt, of een rol speelt.

Ik heb nu dus iets nieuws te leren. Ik wil leren om het beiden toe te staan. Ik wil leren dat mijn irritatie er mag zijn, maar om niet vanuit deze irritatie te handelen. Dat lijkt logisch, maar ik heb dat nooit geleerd omdat het mijn tactiek was om die irritatie te elimineren. Nu ik weet hoe het zit, kan ik met dit soort dingen beter omgaan. En als dat even niet lukt, weet ik dat ik ook aan het leren ben, en net als die bovenbouwers er recht op heb om daar niet altijd even handig mee om te gaan.