Huppelen en fluiten
Steeds vaker leer ik te vertrouwen.
Steeds vaker denk ik: kom maar op leven, gooi het op me, ik kan het wel aan.
Dat komt omdat ik nu weet dat dat “aan kunnen” er anders uitziet dan ik vroeger dacht.
Ik dacht vroeger dat “aan kunnen” betekende dat ik fluitend door de ellende heen zou huppelen, zoals die man in die oude Boursin reclame: “Whatever happens, happens only for the best.”
Nu betekent “aan kunnen” slechts één ding, en dat ene ding maakt alle verschil.
Dat ene ding is dat ik weet, geloof én voel: “Ik ben geen slecht mens.”
Dat kon ik vroeger niet voelen, en dat maakte alles tien keer erger. Dat maakte dat ik mezelf verloor in een maalstroom van zelfverwijt. Dat is wat ik nu niet meer doe.
Maar het maakt niet dat alles nu een feestje is.
De afgelopen week was pittig, bovenop alle spanning die mijn boekpresentatie met zich mee brengt. En het is nog niet afgelopen, want de dag ervoor heb ik met de arbeidsdeskundige van het UWV een afspraak over mijn WIA keuring waar erg veel van af hangt.
Het is deze week niet fluitend huppelen, het is hard werken.
Als die keuring goed afloopt vlieg ik, donderdag.
Als die keuring desastreus afloopt, vlieg ik ook. Maar in dat geval heb ik woensdagavond en donderdagmorgen een heftig proces voor de boeg. En misschien is dat zelfs for the best. Maar het is niet fluiten en huppelen.
De wereld 2
De wereld
Lief trans meisje
Lief trans meisje. En natuurlijk ook trans jongen, en non-binair jong mens. Ik richt me nu even op jou, meisje omdat ik dat beter ken.
Je weet het van binnen al zeker of je bent er nog niet uit. En als je het wel zeker weet, weet je misschien nog niet of jouw zekerheid wel bestand is tegen alle weerstand die je krijgt. Gemene weerstand en goedbedoelde weerstand. Die eerste doet zeer en die laatste is ingewikkeld.
Je zou het willen delen, maar je weet niet hoe veilig dat is, want zodra je dat doet zijn er mensen die zich willen bemoeien met wat jij van binnen voelt. Het is allemaal nog in beweging daarbinnen. Ik gun je mensen die je steunen, zonder dat ze in jouw proces gaan roeren.
Lieverd, ik zie je, ik voel je. Geloof in jezelf. Geloof in je proces, ook al zegt dat elke dag iets anders. Je bent niemand een kant en klare uitleg verschuldigd. Je bent nu al mooi, zo mooi mens!
En nog een breekpunt
Morgen over drie weken is het zover.
Maar ik zie het even allemaal niet meer zitten. Het voelt alsof alles als een nachtkaars uitgaat. Ik ben naarstig aan het rekenen hoeveel het me gaat kosten en of ik dat wel heb. Ik ben heel erg bang dat ik bij familie aan moet kloppen voor een lening. Alweer.
Het zwarte schaap, het mislukte familielid.
Ik heb zo hard getrokken aan alles, ik voel me een blaaskaak, een ballon die leegloopt. Zoals ik me nu voel, wil ik niet eens op dat podium staan. Wie ben ik überhaupt om zoveel aandacht te vragen. Beter kan ik verdwijnen in de vergetelheid. Pleinwachten en verder niks.
Update, 14-10
Na een mooie therapie sessie (die ik bijna had afgezegd), ik ben er weer uit. Dwars er doorheen en aan de andere kant er weer uit.
Ingrid (uit Onder de Radar)
voorgelezen
https://soundcloud.com/user-430446393/ingrid-mp3?si=29b84a078d2944cd82116e647c656d91
De deur naar geluk (uit Onder de Radar)
voorgelezen
ter ere van Coming Out Day
De kleine jongen (uit Onder de Radar)
Voorgelezen
Ze deed zo haar best
Ze deed zo haar best. Ze moest wel, om het goed te maken. Ze maakte veel fouten, omdat ze nooit snapte hoe het hoorde. Ze begreep het hele concept van hoe het hoorde niet, want hoe het hoorde was gewoon één van de manieren om iets te doen, en vaak ook nog een niet de slimste. En toch bleek iedereen erg te staan op hoe het hoorde, en als ze vroeg waarom was het antwoord dat het nu eenmaal zo hoorde. Dat was een antwoord dat zichzelf in de staart beet, dus daar schoot ze niet veel mee op. Het was iets van vroeger, maar van wanneer dan, vroeg ze af. Het maakte dat ze zich voelde alsof ze halverwege een film was binnengekomen, en maar moest raden wie iedereen was en waarom ze deden wat ze deden. Maar ze wist niet eens wat voor film, en dat maakte het zo moeilijk.
Ze deed zo haar best. Ze lette goed op. Ze werd steeds beter in raden, als je veel films hebt gezien ga je patronen herkennen. Ze leerde de scripts te voorspellen en begon ze voor zichzelf te schrijven. Ze probeerde ze zo te veranderen dat ze wat logischer werden en mooier, maar wel zo dat anderen niet zouden merken dat ze iets veranderd had. Ze wist intussen wat mensen wilden zien en dat gaf ze. Veel van dat en een beetje van zichzelf, altijd goed verstopt in het script. Soms werd ze slordig en dan lukte dat verstoppen niet zo goed. Dan werd er Boeh! geroepen, en dan deed ze de volgende keer nóg meer haar best.
Ze deed zo haar best dat niemand haar zag. Ze zagen het script en daar kreeg ze applaus voor. Eerst was dat fijn geweest, maar ze voelde zich eenzaam. Ze wilde meer van zichzelf laten zien. Om het boeh geroep te voorkomen koos ze heel zorgvuldig uit welke stukjes zelf ze wanneer kon laten zien. En dan liefst verpakt in een verhaal. Maar dat hielp niet tegen de eenzaamheid. Mensen vonden het mooi, maar dat gaf geen goed gevoel meer. Natuurlijk was het mooi, daar had ze zo haar best op gedaan. Daar had ze zo goed voor opgelet.
Ze wilde stoppen met haar best doen, maar dat lukte niet meer. Ze was vergeten hoe dat was, toen ze nog zo verbaasd kon zijn. Het voelde nu niet verbaasd, het voelde wankel, wiebelig en mistig. Haar eigen binnenwereld kende ze met ogen dicht. Maar dit was anders. Ze struikelde, verdwaalde en viel. En er was niemand om haar op te rapen, want ze had niemand verteld waar ze heen ging.

































