Nieuwe manier van tekenen

Dit is een tekening waar ik blij van word.
Ik kom losser van het precieze tekenen.
En ik hou van de “kwast” waarmee ik werkte. Die is weerbarstig (want waterverf effect), maar dat geeft een soort wisselwerking met mij waarmee ik los kom van de foto die ik gebruik.

Over Fenna deel 3

Een van die dapper dingen die Fenna deed.

Toen de kinderen kroot waren trokken we lootjes voor sinterklaas. Surprises en gedichten. Van de surprises werd altijd veel werk genaakt. Die waren nooit alleen een knutselding. Er hoorde altijd een verhaal bij met opdrachten. Ze leken vaak nog het meest op een mini preakout-room.  Ons gezin bestaat ook uit perfectionisten en mensen die pas op het laatste moment beginnen.  Het was de laatste dagen vooral veel chaos en veel stress in huis. Heel erg leuk, maar ook heel erg overprikkeld. En dat in een periode waar ook vaan toetsweken waren. 

Fenna besloot goed voor zichzelf te zorgen en zich de stress te sparen. Ze deed wél mee met sinterklaas, maar ze deed niet mee met lootjes trekken. Dat gaf haar rust. 

Wat ik zo ontzettend geweldig van haar vond is dat ze de avond zelf heel erg heeft meegenoten van alles. Ze voelde zich niet buitengesloten. Dat was ze ook niet. Ze kreeg natuurlijk ook cadeautjes en gedichten. Maar het deerde haar niet dat zij geen klapstuk had gemaakt, of er een kreeg. Ze genoot mee van de ontdekkingen, de buzzels, de verwijzingen naar dingen ins onze levens. Ze was zó helemaal deel van de avond! Ze werd ook door ons allemaal omarmt, maar het was háár kracht om zich er helemaal bij te voelen. 

Ik zag toen weer wat voor krachtige en liefdevolle vrouw ze aan het worden was.

 

Wat je van iemand met Autisme kunt leren over Communicatie

Ik sla de inwijding over. Die ga ik schrijven en dan hier met een link delen.

Maar nu meteen naar het model van Cuvelier uit zijn boek: “Tussen Jou en “Mijn”.

Het begint heel simpel met de cirkel tussen jou en mei.

De cirkel heeft vier kwadranten. We kunnen hem op delen in boven en onder: 

 

Boven: Ik praat, jij luistert.
Onder: Jij praat ik lijster

Alles wat ik doe is rood en staat in de buitencirkel. Alles wat jij doet is blauw en staat in de binnencirkel. Bij goede communicatie is wat we doen de complementair braken<> luistern. 

Maar Cuvelier verdeelt de cirkel ook in links en rechts. 

 

Alles wat mijn betreft staat links, en alle wat jou betreft staat rechts.

Dat maakt dat mijn praten twee aspecten heeft: Dat wat ik over mezelf laat zien en dat wat ik naar jou toe wil overbrengen.

Laten ik we ermee beginnen dat alles wat in communiceer iets over mezelf zeg. Zelfs mijn kleren zeggen iets over mij, ook dat is communicatie, bewust of onbewust.

Cuvelier noemt dat “Uitdrukken”. Je laat zien wie je bent, wat er in je leeft. De complementaire reactie daarop, het “luisteren” is Erkennen.

Zoals spreken om luisteren vraagt, vraagt de zelfuitdrukking om erkenning.  Ik heb het nodig dat je zit wat ik uitdruk en het erkent. Als dat niet gebeurt loopt de communicatie dat als spaak. Misschien reageer je wel op de inhoud van wat ik zeg, maar als je mijn uitdrukking negeert, of ontkent voel ik me niet gehoord. Zelfs niet als dat wat ik letterlijk zeg wel aan komt.

(Even een uitstapje met Autisme: Ik snapte als kind niet dat hier verschil in kon zin. Als ik verdrietig was of boos zei ik gewoon dat ik verdrietig was of boos. Je kunt dan niet mijn intentie negeren en dat wat ik wel letterlijk zeg aannemen. Ik vond het verwarrend dat dit bij mensen kon verschillen. Dat ze zeiden dat ze oké waren terwijl dat niet zo was. Dit model hielp me om die onderlaag, die ik heel vaak wel aanvoelde, maar dus niet letterlijk werd gedeeld, te benoemen).

Maar er is geen echt contact als mijn communicatie alleen maar gaat over wat ik over mezelf wil delen. Als we gelijkwaardig zijn, wil ik dat wij mij raakt, jou ook op een of anderen manier raakt. Cuvelier zegt dan dat ik een bogin doe om je te beïnvloeden. Ik vind het mooier om het woord raken te gebruiken maar ik houd me aan de woorden die bij het model horen.

Als we echt contact hebben betekent dat datgene wat ik naar jou overbreng iets met je doet. Cuvelier zegt “Boging tot beïnvloeden” omdat je nooit kunt weten hoe iets overkomt. Maar daar kom ik later op terug.

Als het jou niet raakt wat ik wil overbrengen is er geen echt contact. Zelfs niet als je mijn uitdrukking wel heb erkent. Als je heel begripvol bent over mijn verdriet, maar ik merk niet dat er bij jou iets binnen komt, dan is er geen gelijkheid. Dan is het alsof ik regen een coach praat die me wel helpen, maar zelf buiten schot blijft. Als ik een coachvraag heb, kan dat. Dat gáát het over mij. Maar als we een gelijkwaardig gesprek hebben gaat het niet alleen over mij, het gaat over ons. 

Ik geef daar hier een voorbeeld van.

Nu kom ik terug op dat “boging tot beinvoeleden” omdat je nooit weet hoe iets overkomt. Een ander heeft een heel ander referentiekader. Een ander kan dingen daardoor heel anders opvatten dan in bedoelde. Er kunnen dingen geraakt worden waar ik geen idee van had. Bij zorgvuldige communicatie heb ik rekening te houden met het effect van mijn communicatie. “Ik heb het niet zo bedoeld” zij niet genoeg en werken soms zelf averechts. Het is wél gebeurt, ook al bedoelde je het niet. En je hebt er iets mee te doen.

En dan zijn we rond. Ik heb mezelf laten zien. Ik heb je gekraakt, en ik ben bewust geweest van het effect van mijn communicatie. Nu mag de ander zich uitdrukken.

Als je oplet zie je dat ik iets overslag. Ik vertel niet wat de complemtaire actie is van jou. Dat leg ik later uit. Want dan valt dat kwartje beter. Ik laat het nog even leeg.

De onderste cirkel is een spiegel van de bovenste.  Ik erken jouw uitdring, ik sta open voor jouw beïnvloeding. Ik laat daarvan nu alle stappen zien.

 

En dan de laatste stap.

Ik moet openstaan voor de beïnvloeding van de ander. Ik laat het binnenkomen. Maar ik hoef niet alles te slikken. Pas hier is komt de filter. Als je, om jezelf te beschermen, dat vlier al eerde neerzet, Stan je niet open voor me, je laat je niet raken. Misschien is er een moment in je leven waar dat heel erg nodig is. Maar het zorgt er ook voor dat je geen echt contact kunt hebben. Je hoeft ook niet voor iedereen open te staan. Maar voor mensen met wie je echt contact wiel is die kwetsbaarheid van je open zetten nodig.

Als het goed is wat binnen komt, als het past laat je het integreren in jezelf. Door echt contact laten we ons veranderen. We zijn pas echt onszelf als dat zelf langzaam verandert door degenen die wel liefhebben. Maar wij beslissen hoe dat proces gaat. Dat is onze eigenheid.

Cuvelier noemd dat verwerken,

en hij heeft een prachte tekst hierover.

 

Leer keuren en kiezen. We laten ons beïnvloeden maar we beslissen zelf met ons hart wat wel en niet een deel van ons wordt.

De compliemetaire actie van de JIJ op mijn verwerken is effectbesef.

En nu kan ik invullen wat ik open liet. Mij effectbesef is een reactie op het verwerkingsproces van de ander.  En dan is de cirkel echt rond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De prijs van jezelf zijn

Ik hoorde iemand in een talkshow reageren op de wens die Femke Halsema uitsprak dat mensen zichzelf mochten zijn. Hij vond dat geen goed idee. Hij stelde jezelf zijn tegenover beschaving en rekening houden met elkaar. Deze man die zich had luiten uitnodigen als grote denker, had niet door dat hij daarmee alleen maar iets over zichzelf zij. Rekening houden met anderen is dus iets dat voor hem niet vanzelf komt. 

Het is typerend voor Nederlands dat dit soort mannen (en sommige vrouwen) de meest gevraagde gasten zijn in talkshows: mensen met een zo groot ego dat er geen ruimte meer is om rekening te houden met anderen.

Nederland stond ooit bekend als tolerant land. En dat had al een waarschuwing moeten zijn. Mensen die je tolereert, respecteer je niet. Je duldt dat ze bestaan, zolang je ze geen strobreed in de weg zetten. Je doet gewoon alsof ze er niet zijn. Dat is ook de oorsprong van de haat tegen Woke. Door woke wordt het moeilijker om te doen als die anderen er niet zijn.

De mensen waarover Femke Halsema het had zijn juist de mensen doe teveel rekening houden met anderen. Maar dat zeg ik verkeerd. Het zij mensen die vanuit naturen rekening houden met anderen. Omdat rekening houden met  anderen iets menselijks is. Het probleem is dat de mensen die géén rekening houden met anderen daar misbruik van maken. Het probleem is dat onze samenlevening gevormd is ten behoeve van mensen die geen rekening willen houden met anderen. Dat zijn de mensen die de norm bepalen. De VVD die al decennia lang Nederland regeert, heeft niet voor niet de leuze: “Doe normaal”. En als je niet normaal doet, dus als je niet voldoet aan wat zij hebben opgelegd, mag je genegeerd worden, en uiteindelijk wordt je vermorzeld. Want “Hard Werekn” betekent in Nederland: geld verdienen ten koste van andere. 

Letterlijk vermorzeld, weet ik nu. Ik lees de verhalen van andere ouders die hun kind verloren aan euthanasie door psychisch lijden. Wat me opvalt is dat deze jongeren de zachtmoedigen zijn. Ze zijn niet te lief voor deze wereld. Deze wereld is onleefbaar gemaakt voor ze. Door het soort mensen dat bejubeld wordt door talkshows. 

Over Fenna deel 2

Over Fenna deel 2

Fenna was ongeveer 3 jaar.

Het mooiste moment op de dag was de kinderen naar bed brengen. De ratelen, het voorlezen, het praten over de dag, en over van alle wat er in je hoof om kan gaan.

Het tweede mooiste moment wat thuis komen van mijn werk en begroet worden door mijn kinderen.

Ik weet nog dat ik iets zei in de trant van : “Ah, daar is mijn kleine mijd!”

Fenna keek me aan, en zei heel gedecideerd:

”Nee!”

Ik schrok even. En toen zei ze:

”Ik ben Fenna!”

Ik ga haar een knuffel en zei dat ze helemaal gelijk had. Ze was haar allereigenste Fenna.

Vele jaren laten. Mei 2022. 

Die dag bezocht ik met mijn kinderen een expositie van Mucha. Daarna gingen we nog even Den Haag in. En daar kreeg ik mijn herseninfarct. Ik was alleen maar even duizelig geweest, maar ik merkte al snel dat ik dingen niet meer zo snel wist.

Fenna was degene die met mij mee in de ambulance naar het ziekenhuis ging. Daar besefte ik dat ik niet op de namen van mijn kinderen kon komen. 

“Ik ben Fenna” zei ze weer.

En toen schrok ik, want ik wist mijn eigen naam niet meer. In mijn hoofd dook nog wel Jacob Jan op, maar zo heette ik niet meer. Dat voelde als verraad tegen mijn transistie.

”Ik weet mijn eigen naam niet een meer!” ze ik tegen Fenna.

”Jij bent Emma” ze Fenna tegen me.

Mijn kinderen hebben me allemaal enorm gesteund in mijn transitie, terwijl het voor hen best een impact moet hebben gehad. Maar Fenna zei niet: “Je wil nu Emma genoemd worden.” Ze zij zelf niet: “Je heet nu Emma”, of “Je nieuwe naam is Emma”. Ze zei: “Je BENT Emma”, net zo gedicteerd als ze als kind zei: “Ik ben Fenna.”

De steun die Fenna kan geven is al een rots in de branding. Jojaal, eerlijk en liefdevol. 

Over Fenna deel 1

Over Fenna deel 1

Een familieverhaal. Zo eentje die vaak verteld wordt, omdat het wel krappig is. Maar pas later zag ik er een veel diepere betekenis in.

We zaten aan tafel. Alle kinderen de middelbare-school leeftijd, of net daaronder. Fenna vroeg “Geef de pindakaas eens aan.”

Iemand anders zei: “Kom op, daar kun je zelf bij.”

Toen zei Fenna 

“Nee, want de pindakaas staat hier . . .”, en ze boog naar voren en raakte de pindakaas aan mehar vingers.

”En ik kom maar tot hier.” Ze ging weer achterover zitten, en stak haar hand uit, die nu niet meer tot de pindakaas kon rijken. 

Dat vonden we grappig, want ze had net die pot al te pakken.

Nu zie ik hoe symbolisch dit is. Haar hele leven heeft Fenna moeten rijken naar dingen. Daarbij ging ze vaak haar grenzen over. Niemand, ook wij las ouders niet, zag dat ze daarbij haar grenzen overging. Ze vroeg wel vaak om hulp, maar als ze dat niet kreeg deed ze het zonder. 

Ze vertelde me: “Ik had het als kind fijn gevonden als ik serieuze werd genomen als ik aangaf dat ik iets niet kon. Ik heb haar gezegd dat het me spijt dat ik dat niet goed genoeg gezien heb. 

Natuurlijk heb ik haar vaak wél ruimte gegeven, maar daar gaat het niet om. Het gebeurde te vaak dat ik haar die ruimte niet gaf, omdat ik niet doorhad hoeveel energie het haar kostte. Ik had beter moeten weten, maar intussen was ik zelf te goed in maskeren om het nog te herkennen. En ze kon er toch bij, bij die pot pindakaas? 

Afscheid

Ik was bij Fenna.

Het eutanaise traject is afgerond. Deze maand gaat het gebeuren.
Het wachten is nog op de testen die gedaan moeten worden voor orgaandonatie.

En we hebben daar heel praktisch over kunnen praten. Of er nog lichaam was om uit te kunnen strooien. Dat wist Fenna allemaal want daar had ze naar gevraagd.

Ik vertelde dat ik het met haar wilde hebben over mijn schuldgevoel. Alles wat ik van haar nog kan horen wilde ik horen.
Ze heeft dingen verteld waarvan ik nu graag wil dat ik dat ik, dat we, dat beter hadden gedaan. Maar Fenna zei dat dat onzin was. We deden uit liefde wat we konden. Dat kan ik best in mij hoofd bedenken maar het beteken veel voor me om dat uit haar mond te horen.

Ze vertelde me dat ik haar vaak niet gezien heb in waar ze tegenaan liep. Maar ook dat ze dankbaar was dat ik direct exporteerde dat ze niet meer verder kon. Ik had haar eerder zo serieus willen nemen. Maar het is wat het is.

In de lezing over Rouw, vertelde Manu Keirse dat schuldgevoel heel logisch is, en dat je dat mensen niet moet afnemen. Het is een mengeling van liefde en verantwoordelijkheidsgevoel.

Het waren mooie gesprekken met Fenna. Daar ben ik dankbaar voor. We hebben nog maar zo weinig tijd. Maar Fenna is heel hard bezig om de laatste tijd goed afscheid te nemen.

Ik ben zo trots op haar.

Ergens deze maand dus. . . .

Verteller of schrijver

Ik heb bij de achterflap weggelaten dat ik ook verteller ben. Dat werd teveel zinnen met “Ik”.

Maar ik ben meer verteller dan schrijver.

Eén van de regels van schrijven is “Show! Don’t tell”. Je moet bijvoorbeeld door de gebeurtenissen laten zien een personage zich voelt.

Een boek heeft een verteller, maar die is meestal niet zo aanwezig. Want dan zit de verteller tussen de lezer en het verhaal in.

Ik was als puber gek op de boeken van Anton Koolhaas. De mensen-romans, niet de dierenverhalen. De grootste kritiek die hij kreeg was dat de verteller veel et veel aanwezig is. Ik vond dat juist geweldig. Ik heb ze herlezen, en ik hou er nog steeds van. Ik vermoed dat dat met mijn autisme te maken heeft.

Ik ben bezig met een lezing over communicatie en merk weer hoe inderect niet-autistische communicatie is. Als “Show! Don’t tell” ook daar van toepassing is.

Dat is waarom ik van vertellen houd. Daar is de verteller juist heel erg aanwezig. 

Ik zag een voorstelling van Paul Groos. Het probeerde iets anders uit. Een meer literaire vertelling met geluid en lichteffecten. Het was mooi, maar ik beseft dat ik het mistte dat hij als verteller aanwezig was. 

Ik hou dus van vertellen. Ik hou ervan dat dingen verteld en uitgelegd worden. Niet te veel, maar wel aanwezig. Ik houd ervan om aan de hand genomen te worden door een goede verteller. Dat kan ook zonder belerend te zijn. De luisteraar is niet dom. Je hoeft niet alles uit te leggen. Ik besef dat dit paradoxaal klinkt. Ik vermoed dat er een fijne scheidslijn is tussen te veel en te weinig. Als de stem van de verter mooi is, mag die lijn voor mij best wat meer opschuiven naar vertellen, in plaats van laten zien.

Ik heb een kinderboek in mijn hoofd. Ik ben nu heel erg aan het bedenken hoe ik de toon daarvan wil hebben. Voor mijn vorige boek (De Tussenwerelden) had ik een toon waar ik me prettig bij voelde. Een ik-persoon die veel vertelde over wat er in zin hoofd om ging. Nu weet ik het nog niet goed. Ik ga Paul Biegel en A.Koolhaas weer lezen. Biegel heeft ook een hele mooie vertelstem. 

Een betekenisvolle tekening

Ik heb hier gisteren uren achter elkaar aan gewerkt. Ik zag ntdat het donker werd, en toen ik op de klok kee, was het opeen al 10 uur.
En vandaag verbeterde ik nog een paar dingen.
Ik houd van het slordige, dat leer ik steeds beter gebruiken.

En nu ik er naar kijk, besef ik pas hoeveel indruk dit beeld om me maakt. Wat ik er nu in zie heb ik niet allemaal van te voren bedacht. Dat is als vanzelf onstaan:

Zo ging ik bijvoorbeeld weer terug naar de originele (wat slordige) schets van Liedwij, omdat daar de ogen precies goed waren. Voor mij laten ze zien dat ze verrast is, en ook een beetje verlegen dat iemand naar haar kijkt.

Ik had twee jaar gelden bedacht dat het een Mol was, gewoon omdat ik het toen leuk vond die te tekenen. Die Mol verdween in de versie van vorig jaar. Maar ik bij zó blij dat doe weer terug is. Want ik vind het nu heel veel betekende dat degen die Liedwij voor het eerst echt ziet, uit de grond komt. Een Mol. Die weet hoe het is om weggedoken te zijn onder de grond. Iemand die weet van de diepte.

Als vanuit het niets. En dat het perspectief dat ik koos, gewoon omdat ik niet saai alles hetzelfde wil, juist voor dit moment zo mooi is, en dat contact en dat moment heel goed ondersteunt. De eerste keer dat de gezien wordt.

Dat is voor mij echt een levens thema. Ik moet echt ALTIJD huilen als ik iets zie of lees waarin mensen elkaar zien, elkaar herkennen.

(Banaal voorbeeld: Ik zag net een intevieuw met Ammie Lennox waarin ze vertelde over haar optreden met David Bowie. En hoe groot ze zelf toen ook was, dit was voor haar toch een onberijdbaar idool. Ze vertelde hoe spannend het was om hem aan te raken en beet te bakken. Ze vertelde dat David haar daarbij hiep door zijn manier van doen, dat heel geruststellend was, al tijdens de repetitie. En dan moet ik dus huilen. Sowieso is dat interview prachtig. Over hoe ze hun eerste groet hit vanuit pure depressie scheef samen met de man met wie de relatie net uit was, maar die voelde dat ze samen de muziek die ze aan het ontdekken waren te groot was om los te laten. Hoe zo ondanks hun verdriet en pijn de muziek in elkaar zagen).